Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-01-20 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 24 Jac 2:14-26 2008-01-20.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2008-01-20C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2008-01-20T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In Nehemia lezen we dat bouwlieden de muren van Jeruzalem herbouwden, een troffel in de ene hand, een zwaard in de andere. Opbouwwerk en verdedigen tegen de vijanden die erop af kwamen. We zagen vorige zondag (23) de troffel: de kern leer van de Reformatie. Hier zien we het zwaard om de tegenwerpingen als het ware neer te sabelen. Het woordje NIET komt nog al eens voor. Verdienen we het niet? Nee, de rechtvaardiging is door het geloof alleen. Het is altijd bestreden, door 'godsdienstige' mensen, of de Bijbel zelf wordt in stelling gebracht: goede werken worden toch beloond? Of de praktijk van het leven...


Onze goede werken.
1. Zijn ze niet genoeg? (62) 2 Worden ze niet gewaardeerd? (63) 3. Maakt het gebrek niet goddeloos? (64)

Maar begint de eerste vraag, na Zondag 23. God zegt ja, en wij zeggen “Maar”. Niet botweg 'nee', maar dit is de taal van het ongeloof. Geloof of goede werken, OF: geloof èn goede werken? Geen kleed mag je dragen, dat bestaat uit tweeërlei stof; zo staat er in de wet in Deuteronomium. Niet èn wol en linnen. Het is of Christus, of jij moet het doen. Niet en en. Een worsteling in de hele kerkgeschiedenis is het geweest, wat is de plaats van goede werken? Neem de Farizeeën. Waaruit kent gij uw ellende, Paulus? Hij zou niet hebben gezegd: “Uit de wet”, want hij hield de wet. Maar toch wist hij uit genade, dat die goede werken een “wegwerpelijk kleed” waren. Paulus bestrijdt juist het Geloof + . De RK heeft altijd die goede werken benadrukt, en ook nu is het nog zo. Je hebt links-buiten in het kerkelijke veld: De linkse vrijzinnige kerken in de PKN - goed zijn voor je naaste en je leeft goed, dan komt het goed. Ook rechts-binnen: Ze proberen netjes te leven. 2x naar de kerk, de Bijbel lezen en een dagboekje, niet zaterdagavond/zondagochtend pas om half 5 thuis komen. Een oudste zoon; netjes, oppassend - ik teken ervoor. En toch. De Heere Jezus zei tegen die rijke jongeling, die oudste, zo netjes levende kerkelijke jeugd: Het ontbreekt je nog aan één ding. Je kunt een verloren zoon hebben, maar ook een oudste zoon - één ding ontbreekt: dat je nog niet verzoend bent met God. Maar ik heb toch nooit gestolen, gelogen? Ik doe niemand te kort, ik eer mijn vader en moeder, echt; ik vast twee keer per week, ik heb al een 8. OK, geen 10. Maar onverzoend heb je geen plusje. Mijn zonden houden mij niet uit de hemel, maar mijn goede werken brengen mij er ook niet in....

Waarom kunnen onze goede werken dan ook geen stukje zijn voor God? Daar moet ik zelf toch ook wat voor doen? De Heere Jezus heeft de kilo's aangebracht met eerbied, maar mijn onsje hoort er ook bij... Dan zit je onder de wet. Dat wilden de reformatoren en de Bijbel ook juist onderuit halen: Geen peperkoreltje, de Heere slaat dat uit onze handen, en dat steekt. Herkent u dat? Het is moeilijk om van uw boezemzonde los te komen, wat juist jouw zwakte is, maar het is nog moeilijker om van je goede werken los te komen. Het is wat Adam en Eva deden na de zonde: werken. Ze gingen zich bedekken, maar God keek er dwars door heen.

Weet je zeker dat je in de hemel komt? Als je wist dat je dat zeker kon komen te weten als je ging kruipen van hier naar het Fijenoordstadion, dan zou je dat doen. Zo zitten we in elkaar. Toen we de zonde konden laten, deden we het niet, en nu we het niet meer zelf kunnen doen en niet meer zelf hoeven doen, zitten we allemaal in het werkhuis. Waarom geen `stukje` - je eigen rechtvaardigheid moet volmaakt zijn en geheel overeenkomstig de totale wet zijn. Dan heb je een 10 nodig. En dan geldt vervloekt ben je als je niet in de wet blijft. Het is ook zo beledigend voor de Heere Jezus. Alsof het niet helemaal waar was toen Hij riep: het is volbracht!

Als je het meent zelf te moeten word je of een streber of een tobber. Zo'n streber denkt dan al gauw: ik doet dat wel, zo druk bezig. En die rest niet. Zo'n tobber: ik zou meer stille tijd moeten houden, maar ik ben een jonge moeder - het lukt me niet - geen zekerheid geen vrede. Beide letten niet op de Heere Jezus maar op zichzelf. Als in jouw geloofsleven “moeten” centraal staat, dan ben je een Farizeeër. Een mens moet bekeerd, hij zal toch eerst zijn zonde moeten leren kennen, dominee. In onze tijd is dat ook zo: ja we moeten eindelijk wat gaan betekenen voor de mensen hier, we moeten meer uitstralen, moeten, moeten, het is de wet. Een mens moet zo veel. Ik denk dat de leer van de Reformatie wil zeggen: God doet. Niet doen, maar gedaan. Niet werken, maar geloof alleen. Niet de wet, maar Gods genade.

Op Grote Verzoendag zegt de Heere God, alles wat je hebt moet je neerleggen en je mag niets doen. Ik wil maar één ding, kijk naar wat die ene man gaat doen, die Hogepriester. Die Man was de enige die werkte op GV. Hij deed het allemaal. God zei zelfs: als jullie het wagen om zelf wat te doen zul je worden gedood.
Er is geen vrolijker leven om van het werkhuis terecht te komen in Gods armenhuis, als een bedelaar die niets meer hoeft te doen, zei Kohlbrugge. Die roemt, die roeme in de Heere.

Het laatste zinnetje: Dat is de praktijk als ik kijk naar wat ik meen mijn beste preek te zijn: die is onvolkomen en besmet zegt de Heere. Teveel hoogmoed zit er in. Mijn mentor zei: begon met: 95% is van de Heilige Geest en 5% van mij, maar nu denk ik: het is 95% van mij en 5% van de Heilige Geest. Maar die 5% zegent God.
Zelfs in mijn gebeden: ik word zó afgeleid. Dan lig je op je knieën: o ja ik was aan het bidden. Je bent bezig voor Hem en er komt toch weer eerzucht om de hoek kijken. Oprechtheid: ik lees dat Petrus eet met heidenen, en zich terug trekt omdat er Joden komen - je huichelt, zegt Paulus.
Ook de vlam van mijn liefde – vaak een rokend pitje. Mijn beste werken.

De beste offergave in het Oude Testament. Die hadden toch vuil en drek - de Hoge Priester brengt het buiten de legerplaats...

2
Wat u doet voor God doe je niet om loon, maar uit liefde. Knechten doen het om geld. Waar je het meeste verdiend. Kinderen dienen hun vader uit liefde. Geen prestatie. God geeft wel, royaal, maar altijd uit Zijn genade. Al zouden we alles hebben gedaan wat God bevolen heeft, zijn we nog onnutte dienstknechten. Hij is niet verplicht uit te betalen, maar doet het uit genade. Ik denk aan de nieuwe broeders voor de kerkenraad - waarom heb je ja gezegd - omdat Hij het zo waard is, niet omdat je er zo zin in hebt, of de gemeente zo fijn is. Fijn als je zo ook afscheid kunt nemen – niet: ik ben het zo zat - maar ik zou nog wel door kunnen dienen.
Al zou er geen hemel of hel zijn, dan zou ik Hem nog dienen.

Kennen jullie het verhaal - een monnik liep met een fakkel en een emmer in zijn hand. Met de fakkel ga ik de hemel in brand steken en met de emmer de hel blussen. Want jullie moeten leren God lief te hebben niet om de hel te ontvluchten en in de helm te komen. Maar hem lief te hebben om wie hij is. Als je zeker wist dat er geen hemel en hel was: zou je nog in de kerk komen? Ik denk dat er dan nog mensen zullen komen. Ze hebben Hem lief gekregen om wie Hij is.

Goede werken uit dankbaarheid. Des te warmer hart en des te intensiever. Hij beloont ook al in dit leven. Want vree heeft ieder die zijn wet bemind, staat er in de Psalmen (199:165). Ook al zet het wel eens streep door je eigen plannen. Een gerust geweten is zoveel waard. In je verkeringstijd rein te mogen leven, je krijgt zo'n rust in je hart en de glans blijft erin - zekerheid in je geloof. Afspreken, jongelui!
Een slordig leven geeft geen troost in je gemoed.

God wil ook belonen na dit leven. Nu is een vingerhoedje vol en een emmer ook, maar de een kan meer van Gods zaligheid bevatten dan de ander. De beker die wij na dit leven krijgen in het Nieuwe Jeruzalem zijn van verschillend formaat.
Paulus neemt het voorbeeld van de hemel, maan, sterren, zon. Alle drie schitteren aan de hemen, maar verschillend. Behoudenis is voor iedereen gelijk, maar de beloning is verschillend.

Ook in de hel zullen er verschillende straffen zijn. Voor de heidenen die God niet kenden zal het milder zijn, dan voor u die het evangelie niet gehoorzaamt. De Heere Jezus zegt: wie de wil van zijn meester geweten heeft maar niet gedaan heeft zal met vele slagen geslagen worden. Maar die de wil niet gekend hebben en die dingen gedaan hebben die slagen waardig zijn, zullen met weinige slagen geslagen worden, Luk 12:47-48. Opmerkelijk woord.

Wat zijn die goede werken dan? Het zit niet in het grote of vele, maar vaak in het kleine, een hand op de schouder, of onder de schouder. Een oudere zuster die een jongere zuster een kus geeft- als je vrijgezel bent, niet tweezaam. Een liefde daad, een bemoedigend woord, een klein beetje geitenhaar voor de tabernakel. Breien voor Roemenië - ook dat wordt beloond. Een flesje zalf die je besteedt in de dienst van de Heere Jezus. De tranen die je hebt geweend in de dienst van het koninkrijk. God bewaart ze, die goede woorden die je hebt gezegd over de Koning, die paar euro's die je verdiend hebt - voor de zending. Die beker koud water.
Kohlbrugge was op bezoek bij een vrouw die een baby aan de borst had, en ze hield met haar een wieg in beweging, schilde de aardappelen, en vertelde een bijbelverhaal aan haar dochtertje - ze deed vier goede werken tegelijkertijd - dan ben je toch een hele spekkoper.
Een gelovige moeder die haar kinderen verzorgd - beteken meer dan alle monniken en nonnen in alle kloosters bij elkaar, zegt Luther. Zo'n gelovige kamermeisje, goede werken in verbondenheid met Jezus - dan is het of ze voor God in de hemel zelf aan het koken is.

3
Maakt het geen zorgeloze of goddeloze mensen? Als je het woord van Gods genade vertelt en deze tegenwerping komt niet naar voren, dan heb ik het niet goed gedaan. Ik hoop echt dat u wel eens denkt: “wat word je bij die Van Campen makkelijk zalig, zeg.” Dat je luisterend naar het wonderbare evangelie denkt, wat is zalig worden toch eenvoudig en kinderlijk - ik hoef eigenlijk niets te doen, dus. Een beetje te makkelijk? Krijg ik nou alles voor niks, zonder dat ik er iets voor heb hoeven doen? Gaat het dan zo maar? Voelt u? Als er hier verkondigd wordt: het gaat niet zo maar, dan zit je onder de wet. Als je onder het evangelie zit krijg je wel eens de indruk, het kan haast niet waar zijn.... Nette kerkgangers ergeren zich daaraan. De oudste broer diende zijn vader altijd, uit de wet, nooit met vreugde. En als hij genade ziet: dat is ook makkelijk. Hij brengt alles door en hij krijgt het beste. Ik krijg nog geen bokje. Hij kende geen genade.

Ik vind het moeilijk om te communiceren wat genade is. Het zit vaak in de moraal. Je gaat beter leven - het hoort erbij, maar het is het niet. Jij er ook bij, maar die verloren broer hoort er ook bij. De boze wijngaardeniers - ze waren al vroeg bezig, te elfder uren komen er bij, en die krijgen hetzelfde loon. “Dat vind ik niet eerlijk” - dan weet je niet wat genade is, “dan kan ik net zo goed maar een half uurtje werken” - je hebt het niet begrepen. Maakt dat geen zorgeloze mensen? Nee. Het is onmogelijk, dat het geen werken van dankbaarheid zou voortbrengen.
Dacht u dat die laatste arbeiders zeiden: ik ga morgen weer pas het laatste kwartiertje - ze wilden hem natuurlijk altijd dienen. Geen heerlijker dienst dan de Uwe.
Kijk naar de tollenaar, die zo verbaasd was over de vergeving van zijn schuld. Jubelend en juichend ging hij naar huis. Het maakt mensen die maar een ding willen: die genadige God dienen - Hem dienen.

“Voortbrengen” - er moet niet iets van prestatie in zitten. Beter: 'dragen' . Vruchten dragen - gij zijt de ranken, indien gij in Mij blijft dan draagt u veel vruchten, het is Zijn sap als het ware, ik heb het alleen maar te dragen. Hij zorgt er voor, “ik moet zorgen dat ik ga groeien” - Hudson Taylor van de China Inland Mission heeft die les geleerd, hij zei: Vroeger vroeg ik of God mij wilde helpen. Later bad ik: Heere U doet het, mag ik u helpen. Maar nog later leerde ik en bad: of God zijn werk door mij heen wilde doen. Hij doet het... Heere doet U het door mij.

Het belangrijkste hier in deze kerk is niet hoeveel werk moet er worden gedaan, het belangrijkste is: hoeveel de Heere door mij heen kan doen.

Laat m' in U blijven, groeien, bloeien,
o Heiland, die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of 'k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij.
Hevr. Gez 229

Edit