Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-02-03 10:00:00 ds. A.W. van der Plas (Waddinxveen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 6:66-68 Joh 6:47-71 2008-02-03.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2008-02-03C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.8Mb)
2008-02-03T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Opgaan, blinken en verzinken, dat is de werkelijkheid van onze wereld. Machtige rijken groeien en gaan ten onder. Ze bouwden een wereldrijk, Nebukadnezar, Cyrus, Alexander, Augustus; na hun dood stortte hun rijk binnen enkele generaties in elkaar. De geschiedenisboeken gaan voort en telkens komen er anderen, Karel de Grote, Karel V, Napoleon, Hitler. Soms lijkt het met het koninkrijk van God dezelfde kant op te gaan; Europa was ooit een christelijk werelddeel. Wat zie je er nu van terug? In Rotterdam zie je nog veel kerken, ze hebben allemaal vol gezeten. Mensen zijn religieus zonder Bijbel en kerk. De islam is aan de winnende hand in ons land. Hoe lang duurt het nog voor dat het naar de dorpen doordringt, je zou er somber van worden. Tot je leest: door Mijn Geest zal het geschieden. En je ziet het weer voortgaan, ook in andere werelddelen.
Als gist in het deeg - je ziet er niet. En er geloofden zoveel als er verordineerd waren: God trekt zijn eigen spoor - daarin worden mensen van dood levend gemaakt. Die liefde van het geloof doorstaat de aanvallen van de satan.

Van toen af gingen velen van zijn discipelen terug en wandelden niet meer met Hem - een wending, de eerste sporen op weg naar het kruis. Johannes schrijft als laatste Evangelist, kan weglaten wat de anderen al geschreven hebben. Hij beschrijft veel meer de achtergronden van het werk van Christus, een kijkje achter de schermen als het ware. Wat is Gods plan met Christus en deze wereld? Menselijk gezien geen overwinningstocht. Opgaan, blinken en verzinken, denk je. Maar door het geloof mag je het anders zien. Zijn vernedering is Zijn verhoging. De Heere gaat tegen alles in. Christus komt alleen te staan. Hij spijzigt 5000. De mensen roepen Hem toe, dat Hij de Messias is - nu breekt het koninkrijk aan - de mensen willen Hem koning maken. Als die Christus regeert, kan HIj ons alles geven - een wonderdoener als Koning; een paradijs op aarde. Maar Jezus ontwijkt hen. Een eerste teleurstelling voor de mensen. Hij wil geen koning zijn zoals zij zoeken. Hij komt om Zijn ziel te geven, tot een losprijs van velen, om zondaren zalig te malen. Werkt niet voor de spijs die vergaat, maar die blijft in het eeuwige leven. Alle mensen lopen achter Hem aan, ze zoeken een tijdelijke verlossing. Ze hebben Christus niet nodig als Verlosser van hun zonden.

Van toen aan. Toen Jezus de armoede van hun hart aan hen ontdekte. Dat je alleen van genade kunt leven. Geen leven in u zelf, als u het vlees en bloed niet eet van de Zoon des mensen. Ze wilden helemaal niet arm voor God worden. Ze dienden de Heere toch, volgden de weg tot het Eeuwige leven? Hun hart deugde echter niet. Dat is hen teveel. Ze keren zich van Jezus af.
In de jaren 70 waren we ongelovig - God bestond niet. Nu zien we meer tussen hemel en aarde, en we denken een ieder het zijne van de hemel. Ik doe het op mijn manier, het komt heus wel goed met me. Als God er is, zal Hij het wel goed met me maken. Schudden we ons hoofd hierover? Hoe is het met u, en jou? De Heere Jezus kijkt je aan, daar zit je, met je kerkboek. Je gaat naar catechisatie, bijbelkring, club; je wilt in je gezin en het leven er wat van laten zien. - Maar je hebt geen leven in je zelf. Dat laat zien hoe het er van nature met ons voorstaat. We bidden om zegen over ons werk, en voor het eten - wat hebben we het toch goed. Denk aan de ramp in 1953, 55 jaar geleden - maar wij zijn er nog. Als we alles krijgen wat we nodig vinden, dienen we de Heere wel èn serieus. Maar als het niet verder komt - - Dan zoekt u ook Christus om de tekenen en ze namen zijn woord op de koop toe. Als het nu maar niet raakt. Om Hem te volgen mezelf verloochenen? Zijn kruis opnemen? Op weg naar het kruis...? Toen was het te veel. Christus wil niet een stukje, maar wil je helemaal. Een te grote prijs...

Als het in de preek luidt: “de” mens, dan kun je er wel naar luisteren; als het over je buurman gaat. En het kan je nog ontroeren ook. Hij mag voor je brood zorgen. Maar je wilt wel je eigen leven lijden.

De Heere laat het daar niet bij. Hij komt tot je en spreekt Zijn woord en dat woord werkt door. Als een vuur dat brandt. Hij trekt mensen. Veel mensen keren om. 'Dat gaat te ver'. Ze wandelden niet meer met Hem. Niet meer door Hem geleid en getrokken. Ze draaiden Hem de rug toe, het oude spoor volgend. De goede Herder verlieten ze. Zijn schapen leidt Hij naar het Leven. Als je bij Christus vandaan loopt, kies je de dood.
Hij is op uw en mijn leven uit. Kom zegt Hij, geef Me toch je hart. De mensen blijven er doof voor. Telkens zie je mensen teleurgesteld er vandaan gaan. Wat zij willen geeft Hij niet, en wat Hij geeft willen zij niet.

Een spiigel: hoe staat het met ons? Met jou? Kent u Hem door het geloof? Als alles hetzelfde blijft haak je een keer af, eerst innerlijk, later verder, metterdaad. Ze kunnen het brood uit de hemel missen, omdat ze zich vol eten met de wereld.
Velen van Zijn discipelen, kerkmensen, dus. Je kunt dus zo dicht bij Christus zijn, maar toch hetzelfde blijven. 'Wij hebben met u gegeten en gedronken' en Hij zal zeggen gaat weg van mij, want ik je nooit gekend (Luc 13:26-). Een waarschuwing om je naar Christus te drijven. Dat woord werkt een reactie in ons, een reuk ten leve of ten dode, zegt Paulus (2Cor 2:16). Als je het leven er in gevonden hebt, kun je het meer missen. Het wordt steeds stiller om Hem heen. En jullie dan? Willen jullie ook niet weg gaan? Dat er zoveel mensen weglopen, dat moet Hem toch raken? Het raakt Hem ook. Hij heeft zondaren lief. “Mooie boel, stank voor dank”, dat zegt Hij niet. Dat zouden wij doen. Wij zouden er wel eens paar woorden aan wijden! Hij zwijgt, Hij zal Zijn stem op de straat niet laten horen zegt de profeet (Jes 42:2). Hij kent ons mensenhart. Niemand kan tot Mij komen tenzij dat de vader Hem trekke.
Al kun je niet geloven, Hij leert je geloven. Je kunt en wilt niet anders meer. Heere ik kom tot U.

Dan gaan de wegen uiteen. Hij ziet het gebeuren en het verbaast Hem niet. Alleen Zijn schapen herkennen Hem. Maar Hij roept ons allemaal. Hij wijst ons allemaal. Wie in Mij gelooft zal nimmer meer dorsten, niemand wordt bij Hem weggestuurd, de mensen zelf verwerpen Hem in hun ongeloof.

De Heere Jezus loopt hen niet achterna. “Wacht nu eens, loop nou niet weg, als je vind dat Ik het te hard zeg, zal Ik zachter zeggen...' Nee Hij blijft trouw aan Zijn opdracht. Ook al blijft Hij alleen achter.
Willen jullie ook niet weg gaan? M.a.w. wat leeft er in jullie hart? In het koninkrijk van God dienen geen gepreste dienstplichtigen, maar vrijwilligers. Wilt u ook niet weggaan - je zit in de kerk. Ze mogen weg als ze willen.

Maar Hij trekt hen met Zijn Geest op een verborgen manier. Ben Ik een wonderdoener voor jullie of ben Ik meer voor je geworden, je Zaligmaker? Wie ben Ik voor u en voor jou geworden?
Brengt die vraag je in verlegenheid? Heb je daar nooit over gedacht? Ik heb het zo druk en ik ben zo druk. Zou het niet eens tijd worden om er wel over te denken? Zoek Mij en leef... Het zou kunnen, en u zit vol met een hart met zorgen voor u kind of bedrijf of agenda, hoe kom ik er weer door... je hebt je plannen en idealen en de Heere Jezus komt voorbij en tikt je op de schouder: wil je nu ook niet weggaan? Ben je echt bij Hem terecht gekomen, omdat je nergens anders het leven kon vinden..? Zonder Hem is het zo koud en leeg van binnen, zonder Hem ben ik een verloren mens.

Je kunt niet meer zonder Hem. Hij wil je Zijn genade schenken. Het kan zo klein en zo eenvoudig beginnen in je leven. Misschien heb je als kind al geleerd om van de Heere Jezus te houden? Bid maar dat je dat steeds meer mag leren. Dan vind je je blijdschap in God, dan gaat het je hart doorstralen.
Je zult niet zo veel over je zelf durven zeggen. Ik loop nog maar een beetje mee. Maar as is het nog zo klein in je hart, je zou het voor geen goud van de wereld willen missen. Al heb je elke dag twijfels, dan plots komt de Heere weer naar je toe in een preek of Avondmaal - wil jij ook niet weggaan? Wil je je eigen weg gaan? Wil je het kruis wel op je nemen? Dan dringt dat woord tot een keuze. De discipelen kwamen er voor te staan. Heere, zegt Petrus, tot wie zullen wij heen gaan? Gij hebt de woorden van het eeuwige leven. Petrus kan de Heere Jezus niet missen. Wie is deze dat Hij ons zijn vlees te eten zou geven dan ben je toch gestoord? Petrus aanbidt Hem in Zijn heerlijkheid, Kyrië, Heere. Bij Hem zijn de antwoorden op de vragen van zijn hart. Hij wordt boven zichzelf uitgetild om Christus te belijden. Hij begint niet met zichzelf: 'Maar u weet toch dat wij van u houden, u weet toch wat wij doen voor u? - wij zullen u volgen tot in de dood... in zijn hoogmoed zou hij dat later zeggen, op een koers naar zijn val. Vlees en bloed hebben hem dat niet geleerd, hier bloeit zijn geloof.

Hij gaat ons voor. Zegt u het: wat heb ik nevens u omhoog? Dan val je er zelf helemaal tussenuit. Je ziet de heerlijkheid van Gods genade, de vonk van Zijn liefde springt over. Ik zal u hartelijk beminnen, geloof is vol zijn van de liefde van Christus. Dat stroomt door alle twijfels hen naar de Here zelf. Wonderlijk is het om dat te leren. Als een kind krijg je Hem lief. Je verliest je hart.
Niemand is met u te vergelijken. Moeten we naar de schriftgeleerden, wetticisme; of ons oude leven van de zonde? Uit jezelf staar je je blind op wat buiten God is. De woorden van het eeuwige leven heeft Hij. Daar gaat het Petrus om, niet om de wonderen of tekenen of brood. Nee de woorden. Hij brengt het leven in je hart.
Volg Mij. Een wonderlijke kracht nam hem mee. Hij geloofde, het licht ging op in het duister, God in het hart te zien.

Christus zoekt vandaag, de hemel gaat voor je open. Blijdschap die alles te boven gaat, ik mag weten, het is goed, een kind van de Vader bemind - tot het geluk geschapen. Je kunt van alles menen, maar het gaat om een ding, of Christus je alles waard is geworden. Mijn leven is met Christus geborgen bij God. De goede Herder gaat voorop. Ik mag Hem volgen door het geloof. Ik roem in God, ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord, woorden van eeuwig leven.

Edit