Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-02-17 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Doopdienst van Anna Elisabeth Mauritz

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 139:14,15 psa 139 2008-02-17.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)
2008-02-17C.171.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.5Mb)
2008-02-17T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)
Doopdiensten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De keuze van de preek is mede bepaald door de tekst die op het geboortekaartje stond, namelijk een berijming van psalm 139.
Psalm 139 kan verdeeld worden in drie delen:
Vers 1 t/m 6 over de alwetendheid van God
Vers 7 t/m 12 over Gods alomtegenwoordigheid
Vers 13 t/m 24 over Gods almacht
In deze dienst wil ik het vooral hebben over de verzen 13 t/m 18, wat een onovertroffen beschrijving is van het ontstaan van een mensje in de moederschoot. De Heere stond aan het allereerste begin van ons leven. Als er nog niets te zien was, was God al bezig met Zijn scheppend werk. Nog voor dat je bestond, kende hij je naam.
Titel van de preek: Een hemelse biologieles
Drie punten:
1. Gods alwetendheid: Hij kent mij
2. God alomtegenwoordigheid (kort): Hij omringt mij
3. Gods almacht: Hij heeft mij gevormd/gemaakt
1. Hij kent mij
Het bijzondere van deze psalm, is dat deze zo persoonlijk is: het gaat over Gij en mij. David spreek direct tot God. Gods alwetendheid functioneert hier niet als bedreigend, maar het is een geloofsbelijdenis. Hier staat: “Gij kent mij“, niet ”gij weet alles van mij”. Bij kennen gaat het om een relatie en betrokkenheid op. Niet verstandelijk, maar hartelijk (je hart openstellen op). Hij houdt van mij, ondanks dat Hij alles van mij weet. In vers 5 staat: “Hij kent mij en legt Zijn hand op mij”. God begrijpt mij beter dan dat ik mijzelf of anderen mij begrijpen. In vers belijdt David: “het is mij te wonderbaar”, ondanks alle zonden blijft God toch van hem houden. Dit is ook het geval bij de verloren zoon. De Vader staat op de uitkijk, als de zoon van ver aankomt. De Vader omhelst hem een geeft een feest.
2. Gods alomtegenwoordigheid
Wij kunnen God niet ontvluchten, want Hij is overal en ziet ons overal. Soms zou je God wel eens willen ontvluchten, als je het bijvoorbeeld helemaal zat bent of het niet zo ziet zitten, maar dat lukt niet. God komt me dan toch weer achterna. Achteraf zijn we daar blij mee. Jona, Hagar, Elia en David hebben dit ook ervaren.
3. Gods almacht
David geeft vanaf vers 13 aan hoe het komt dat God hem kent, want Hij heeft hem gemaakt (persoonlijk, want er staat ‘mij‘). God heeft eerst een schets gemaakt in Zijn boek. Soms hebben mensen moeite om zichzelf te accepteren, ik zie veel mankement aan mijzelf. De volgende anekdote maakt duidelijk dat de Schepper zijn schepsel door en door kent: jaren geleden begaf een T-ford het ergens in Amerika, een Limousine komt langs, de bestuurder stapte uit en repareerde de T-ford, de verbaaasde eigenaar vroeg hoe hij zomaar zijn auto kon maken, waarop de man zei “I made this car”, deze man was namelijk Henry Ford zelf.
God is al ver voor onze doop of geboorte met ons begonnen. David heeft natuurlijk ook psalm 51 gedicht waar het gaat over “in zonden ontvangen en geboren“, maar bij deze psalm gaat het nu over het wonder van het zijn van een schepel van God. God gebruikt veel kleurrijke draden (rode lippen, blauwe ogen, haren, huid) voor het fijnzinnige kunstwerk. Toch kunnen er veel vragen zijn, bijvoorbeeld bij een open ruggetje of het syndroom van Down. Heeft God daar een steek laten vallen? Ik heb daar geen antwoord op en vind het aangrijpend. Wel kan ik zeggen dat God ook die kinderen kent, doorgrond en begrijpt. God staat ook aan hun kant en Hij houdt ook van hen. David dankt God en wil God alleen maar dienen. We kunnen nooit te vroeg beginnen met loven. Voor een ongelovige, zoals de bioloog Midas Dekker is een menselijk lichaam weinig waard. Midas dekker: berekende slechts de waarde van 2 jerrycans water, het ijzer voor een spijker, een hoeveelheid vet en kalk om een kippenhok mee te schilderen, samen 13 euro.
De vrouw met het boek, Gladys Ayward, had een tijd moeite om haar uiterlijk (zwart haar en klein) te accepteren. Toen ze geroepen werd voor de zending in China begreep ze het en dankte ze God, want ze kon bleek makkelijker aansluiting te kunnen vinden bij de Chinese bevolking. In de pubertijd zie je juist vaak dat men probeert de schaamte voor het uiterlijk te compenseren met lippenstift, oogschaduw, etc.
Ik hoop dat u onder de indruk bent van Gods almacht. Denk eens aan die miljard zenuwcellen in uw hersenen, met een enorm geheugen en een grote complexiteit. Denk aan uw ogen die kunnen schitteren en gelukkig bovenin uw lichaam zitten. De slagader van uw nier heeft een miljoen vertakkingen, die elk weer verbonden zijn met een miljoen mini-filtertjes (een dialyse-apparaat is veel groter).
Maar ondanks Gods goede schepping van de mens, zijn wij in de zonden gevallen en zondigen wij dagelijks. We gebruiken onze ogen, oren en handen niet tot Gods eer. Laat ons gebed daarom zijn:
Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.
Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot uw werk.
Maak dat ik mijn voeten zet
op de wegen van uw wet.
Neem mijn stem, opdat mijn lied
U, mijn Koning, hulde biedt.
Maak, o Heer, mijn lippen rein,
dat zij uw getuigen zijn.
Het lichaam van Gods Zoon werd geschonden en gekwetst om ons van onze zonden te redden.
Het derde couplet van het gezang “lof zij de heer de almachtige Koning der Heere” is eigenlijk een mooie samenvatting van de preek:
Lof zij de Heer die uw lichaam zo schoon heeft geweven,
Dagelijks heeft Hij u kracht en gezondheid gegeven.
Hij heeft u lief,
Die tot Zijn kind u verhief,
Ja, Hij beschikt u ten leven.
Het blijft altijd: Door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen.

Edit