Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-03-09 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Bediening Heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
kla 1:12 kla 1 2008-03-09.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.0Mb)
2008-03-09C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.6Mb)
2008-03-09T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 13.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 De Verlosser, 2. De Vader 3. De voorbijgangers

Wonderlijke tekst. Klaagliederen met het Avondmaal. Er is ook een Hooglied - gloria zingen we. Kyrië roepen we in Klaagliederen. Als je diep onder de indruk komt van het lijden van je Zaligmaker heb je een goede avondmaalzondag. Jeremia is de wenende profeet. De ondergang heeft hij voorzegd en hij heeft het met eigen ogen gezien. Tot en met de verbranding van Gods tempel. 586 v. Chr. Daarna schrijft hij de klaagliederen, jammerklachten.
Zien jullie die rare letters, kinderen: alef, beet, gimel, dalet. Dat zijn de letters van het Hebreeuwse alfabet. Daar beginnen de verzen mee. Alle letters, de hele menselijk taal wordt gebruikt. Om de grootte van de smart uit te drukken. Elk jaar leest het Joodse volk Klaagliederen, op de gedenkdag van de verwoesting van tempel (Hebr. datum 9 Av, dit jaar valt dat op 10 augustus).
Wij hebben nu ook gedenkdag, aan de dood des Heeren. Ach hoe.. zo begint het. Het is soms een Och en Ach. Och van verwondering, maar ook een Ach van bekommering.

Hoe kom je op de Heere Jezus terecht, bij deze tekst? De Heilige Geest heeft Klaagliederen geschreven. Ook dat wijst op de Messias. De klacht van de verwoeste stad vanwege hun zonde en Gods oordelen erover. Daar hoor ik de klacht van de Heere Jezus in mee. Dat weergaloze lijden van Jeruzalem over hun zonden, en Christus` lijden over mijn zonden. De dag van de Ramp, de Catastrofe, de Verschrikkelijk Vrijdag aan de ene kant, maar het begin van een eeuwig verblijden. Je moet eerbiedig gaan zitten onder het kruis en denken aan Klaagliederen 1. In tegenstelling tot de ongeïnteresseerdheid van de mensen.
Jeruzalem is hier aan het woord, als het ware. Er is geen lijden met het mijne te vergelijken; door Nebukadnezar aangedaan - ja, maar waarmee met name de Heere mij verwond heeft. Vanwege mijn vele overtredingen. (v8). De eens geliefde stad nu diep in de ellende. De man van smarten, bloedend, stervend gewond. Mijn Verlosser hangt aan het kruis.

Ik kan het van Jeruzalem begrijpen, maar de Heere Jezus was onschuldig. En toch is Hij op het kruis tot zonde gemaakt. Het trof mij: 'aanschouwt en ziet.' Ik denk aan een leid van Isac Watts (1674–1748), 36 jaar zat hij in een invalide wagen. 14 jaar kwam hij tot bekering, en hij schreef een lied bij het Avondmaal. Als ik het wondere kruis aanschouw, waar Christus stierf die het al volbracht. In Gethsame huilt en zweet Hij. Aanschouw en zie op Gabbatha, de rechterstoel: zie de mens. In een spotkleed met een doornenkroon, symbool van de vervloekte aarde, op zijn hoofd. O hoofd bedekt met wonden. Aanschouw en ziet uw borg op Golgotha aan de spijkers op het hout. Zijn beenderen zijn te tellen. Is er een smart gelijk de Zijne, wat een pijn heeft Hij geleden alleen al in het Lichaam. Elk plekje aan Zijn lichaam van voetzolen tot hoofdschedel toe. Zijn handen gebonden, rug kapotgeslagen. Ogen bedekt met een blinddoek, kaken blauw van de vuistslagen, gezicht vies van het spuug. Elke ademhaling aan het kruis werd te veel. Maar dan de zielesmart: Hij was koning. Ze hebben even geroepen 'hosanna', maar het werd snel 'kruisig Hem!' Verworpen, Zijn volgelingen zijn gevlucht - niemand heeft Hem verdedigd. Valse beschuldigers. Niemand zelfs die zei, wat is dat toch zielig: als je koning bent, kom dan van dat kruis af. Eloi, Eloi, zelfs Zijn woorden zijn verdraaid. 'Hij roept zeker Elia'. Tegenwoordig applaudisseren mensen voor een dode, vreemde gewoonte. Er was toen zeker geen applaus.
Ik zie Zijn moede ogen die zich sluiten. Ik zie Zijn hart bloeden door een speer. Zie hoe Hij leed, aanschouw het Lam.
Geleden van de kant van mensen, allemaal. Van de kant van de satan, de hel barstte open, die drie uren duisternis. Maar ook van de hemel. Dat was het ergste.
Jeruzalem zegt: omdat ik zwaar gezondigd heb. De profeet zegt, 'om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld'. Straf voor hem, genezing voor mij. Zijn dood, brengt mij het leven aan.

2 Wat de vader hem gedaan heeft. Vers 13: Onze God is een verterend vuur. Letterlijk allereerst voor Jeruzalem. De tempel is door vuur verbrand, Psalm 22: O dodelijk uur. Wat hitte doet Mij branden. Het is ook altaarvuur. Het verteerde het Lam ten brandoffer. Een bliksem uit de hemel treft niet mij, maar het offer. Het Lam is de grote Bliksemafleider. Denk daar eens over na! Onze God is een verterend vuur, maar het trof Hem. De toorn Gods, zo ook in het avondmaalsformulier. Door Hem gedragen. Het drukte Hem zo, dat zweet werd als druppels bloed.
Wat is dan de schuld groot. Wat een kloof heeft Hij moeten dempen, wat een vloek Hij heeft moeten dragen vanwege mijn overtreding, wat een vuurbrand heeft Hij moeten blussen.
Dat vuur is niet door Hem aangestoken, er is geen grimmigheid in Hem. Maar door onze zonden. Een vonkje van Gods toorn doet Mozes kermen. Die toornen gloed is uitgewoed op Golgotha. De hitte van Uw gramschap is geblust, in dat bloed.
In 1940 begon voor Nederland de Tweede Wereldoorlog; in Duitsland was een stad in het Ruhrgebied, met een grote synagoge, die wred in brand gestoken (tijdens de Kristallnacht) een zwart geblakerd skelet bleef over, als een pijnlijke herinnering. Boven de poort stond nog: mijn huis zal zijn als een huis van gebed voor alle volken. Alle oorlogsjaren stond dat gebouw daar. Aan het einde werd de stad gebombardeerd door de geallieerden. Kelders hielpen niet. Huizen brandden, mensen konden niet vluchten, de straten brandden met puin. Voor die angstige burgers was er maar één plek van beschutting: die reusachtige kale synagoge. Honderden hebben in die nacht redding daar gevonden. Ook mensen die indertijd toegekeken hebben, gelachen, gezwegen. Toen trof het alleen dat gebouw maar aan het einde trof het de hele stad, met uitzondering van die synagoge, want daar was het vuur al geweest....

Straks komt Gods toorn, ook hier op aarde. Ook Nederland, ook Rotterdam, maar er is een plaats waar het vuur 2000 jaar al is geweest, op Golgotha. Die daar naar vlucht is veilig!

3 Er staat in vers 12: Gaat het u niet aan, die voorbijgaat? Nu zit u hier in de kerk - Raakt het u niet? U bent van plan om weer niet aan te gaan, dat had u zich al voorgenomen? Zegt het je dan niets? Ben je er onverschillig onder? Jeruzalem was in puin. Niemand staat stil? Loopt u er koelbloedig aan voorbij? En de voorbijgangers spotten zelfs, schudden met hun hoofden. Kerkgangers in de Maranathakerk. Jezus Christus is u voor ogen geschilderd. Zegt het u wat? Of doet het u niets?
De mens stond en zag het aan. Zo kan je in de kerk zitten. Je ziet het aan, wie er allemaal aangaan. .. Het kan ook anders, wel een beetje bewogen, ik weende om de pijn, waar ik dacht er niet aan, dat ik zelf door mijn schuld Zijn kroon had gevlochten... De meester is daar en Hij roept u.
Die wonde zo diep. Dat Hij Zijn hart liet breken.... Dat Hij stierf, die speer, spijkers hamer, niets? Zie het kruis van Christus, zie hoe Hij je lief heeft.  Zie wat Jezus geleden heeft. Zorgeloze mensen, ongelovig, voor u heeft Hij zijn bloed vergoten. Voor u. Hij had u op het oog....
En er zijn er ook, die aan het kruis niet meer voorbij konden gaan, die gebogen hebben. Door een blik op het kruis is er leven voor u en voor mij. Zijn bloed en tranen en lijden zijn dierbaar. Diep berouw en diepe liefde voor Hem. Hun leven is voorgoed veranderd. Schouwt Hem aan en ziet, troost in Zijn wonden, hoop in Zijn bloed, genezing in Zijn striemen.

Zitten en kijken. Zien op Hem, dan ben je behouden. Graaf Nikolaus Ludwig von Zinzendorf (1700-1760), oprichter van de Hernhutters, de Moravische Broeders, had geen vrede met God. In Dusseldorf ziet hij een schilderij van Christus stervend aan het kruis. “Dit deed ik voor u, wat doet gij voor mij” stond eronder. Dat trof hem in het diepst van zijn bestaan. Gebroken brood en vergoten wijn.
Als je op Hem ziet met ogen van geloof, dan gebeurt er wat Christen in de Christenreis van Bunyan overkwam: ziende op Hem, rolt het pak van je af en komt er een vreugde in je hart! Ik ben zeer vrolijk en verblijd tot tranen toe, toe hij het kruis zag en nog eens keek – je verkijkt je er niet op. Je kijkt je er zalig op.
Bunyan: Jezus heeft mij vrede gegeven door Zijn lijden. En het leven door Zijn dood. Ik wist niet dat één blik op het kruis mij zóveel verlossing schonk.

Edit