Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-04-06 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Spr 30:25 spr 6:1-11 Spr 30:24-28 2008-04-06.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.8Mb)
2008-04-06C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.2Mb)
2008-04-06T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)
Doopdiensten
De kleine dieren uit Spreuken 30

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Doopdienst van Judith Deborah Anna Polak, Hannah Catharina Maria Harinck en Sabina Hadassa Bontenbal


Guido Gezelle (Vlaamse dichter) keek eens bij een waterplas naar watertorretjes. Hij vroeg zich af: wat schrijven jullie toch op het water? Na lang aandringen antwoordt een torretje: wij schrijven en herschrijven de heilige Naam van God. Die pootjes zijn als het ware de pen waarmee ze de naam van God schrijven. Als je zo naar de natuur kijkt en luistert, heeft alles de boodschap van God in zich. God heeft 2 boeken geschreven: de schepping en de Bijbel. Vanmorgen kijken we naar de schepping. Naar de dierenwereld, want die dieren leren mij wat. Jullie krijgen vanmorgen de les van de mieren mee in deze doopdienst. Ik zet boven de preek:
Ga tot de mier!
1.Hun volk
2.hun verstand
3.hun vlijt

In Spreuken 30 zien we veel getalspreuken. Vers 24 tot en met 28 is ook een getalspreuk. Er worden 4 dieren genoemd die een thema uitdrukken: klein maar wijs. De mieren, de konijnen, de sprinkhanen en de spinnen. Je vindt ze alle vier in het bos. Ze zijn zwak maar buitengewoon wijs. Je moet ze niet verachten om hun zwakheid. Ze zijn volgens vers 24 van wijsheid wel voorzien. Een mier is zo slim dat hij zijn voedselvoorraad verzamelt in de zomer. In de winter is er immers niets te verzamelen. Die wijsheid heeft zijn Maker hem gegeven. Dat instinct heeft God hem gegeven. Geen aanleg, maar inleg! Er ingelegd door de Schepper. Voor de opvoeding van je kinderen heb je wijsheid van God nodig. Wijsheid van je maker. Salomo wist dat ook. Om die wijsheid heeft Salomo gebeden. En hij heeft die ook gekregen. Het begin van die wijsheid is de vreze des Heeren. Dat is bij God te verkrijgen en dat krijg je ook: op aanvraag! Mieren. Kleine beestjes die laag bij de grond leven. Niet groot en dwaas, maar klein en wijs. Wij moeten dat ook geestelijk worden. Klein. Laag bij de grond. Wat zou je nu het liefste willen voor de kinderen? Ik hoop dat ze wijs worden. Eigenwijs gaat vanzelf. Die wijsheid is bij God te verkrijgen. Ik mag lezen in de Bijbel die me wijs maakt tot zaligheid. Ik mag bidden om wijsheid. In Spreuken 6 en in Spreuken 30 lezen we over de mier. Spreuken 6 is bekend: ga tot de mier gij luiaard. Niet vlijend, maar wel een bevel. Daar houden wij niet zo van. Liever een belofte. Maar vanmorgen bij de belofte ook een bevel. Wat moet ik daar dan zien? Die allerhoogste God ziet dus ook dat kleinste beestje niet over het hoofd en verwijst ons ernaar. Waar vind je die mier? Vlakbij, buiten in je tuintje of in het veld of onder een tegel of bij een boomstam. Vaak zelfs binnen, bij de suikerpot. Dan koop je insectenbestrijdingsmiddelen. Maar wacht daar nog even mee en kijk er eerst eens goed naar. Die wegen van de mier zijn zo buitengewoon leerzaam. In zo'n mierennest draait alles om de koningin. Die is het grootst! Daar doen ze alles voor. Ze gaan ook met de andere mieren om, en trekken samen op, verzamelen voedsel dat voor allen bestemd is. Ze bestrijden ook samen de vijand. Er zijn ook soldatenmieren die het mierennest verdedigen. De les: ze eren de Allerhoogste, voeden hun naaste en verdelgen de vijand. Ik maak er een gebed van: maak me ook zo wijs dat ik alles doe voor U de allerhoogste God, de Koning der Koningen, dat ik ook het nut van mijn naaste op het oog heb en dat ik de geestelijke vijanden bestrijd. Die kleine miertjes zijn bijna een voorbeeld van de Heere Jezus. Hij had altijd Zijn Vader op het oog, het nut van zijn naaste en overwon de vijand.
Je moet wel door je knieën om het te kunnen zien. Om echt wijs te worden moet je veel op je knieën. Veel knieënwerk voor je kinderen. Dat die dopelingen nu ook volgelingen van de Koning mogen worden. Dat is de houding die God wil hebben. Niet eigenwijs, maar wijs gemaakt door God. In Spreuken 30 staat: de mieren zijn een onsterk volk. Niet groter dan 1 cm. Geen kracht, nietig. Een kinderschoentje kan er op trappen. En er zijn er gelijk honderden dood. Maar even niet doen, even goed naar kijken. Ze zijn een zwak volk. Toch zijn ze samen een kolonie, een gemeenschap. Ze leven niet op zichzelf. Mooi voorbeeld voor de Maranathakerk. Het lijkt een wanorde, maar vergis je niet: iedereen heeft zijn taak. Als je goed kijkt, is alles goed georganiseerd. Als een groot gezin. Gemeenschap der heiligen, tot nut van de Koning. Als broeders van hetzelfde huis. Niet langs elkaar heen, maar samenbindend. Niet ontbindend, maar samen de schouders eronder voor dat ene doel: samen voedsel verzamelen voor de winter. Stel, ze vinden een graankorrel. Veel te groot voor 1 mier; zo spelen ze samen of met nog meer mieren die korrel naar de opslagplaats. Samen dragen ze elkaars lasten. Juist omdat ze de taken verdelen presteren ze zo enorm veel. Een mierennest, is soms wel een meter hoog. Allemaal kamers erin. Geweldig. Het huis is niet tegen zichzelf verdeeld. Dat is ook een les voor ons.

Evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs. Ze lijken allemaal haast te hebben; ze doen dat met een bepaald doel. Ze weten wanneer de regen en de winter komt en waar de suiker gemorst is. Zodat ze straks in de winter niks te kort komen en genoeg zullen hebben om het gebrek in de winter te overleven. Verstandig, om nu alvast bezig te zijn met het oog op de toekomst. Bij de jonge leeuwen is dat anders. Die lijden gebrek, armoede en honger, staat er in de Bijbel. Leeuwen zijn lui, en hebben daardoor in de winter honger. Maar een mier niet. Een ander voorbeeld uit de dierenwereld is de vlinder. Mooier om naar te kijken dan een mier. Hij fladdert van het ene naar het andere bloemetje. Heel de zomer plezier. Maar in de winter gaan ze allemaal dood. Maar de mieren blijven leven. Omdat ze voorraad hebben verzameld voor de winter. Dat is de les: denk aan de toekomst. Verzamel nu voedsel voor als de winter komt!! Kleine Sabine, Hannah en Judith: jullie hebben niet alleen een lichaam maar ook een ziel. Dat lichaam heeft zorg nodig, maar je ziel ook! Je hebt vergeving van zonden nodig! Je hebt genade nodig om God te kunnen behagen. En kracht om goed door dit leven heen te kunnen komen. Een God als Verlosser en Vriend heb je nodig. Het is nu de tijd om dat allemaal te vinden. Het is nu genadetijd. De zomertijd! Dan ben je nog sterk en gezond. Dat is je jonkheid, je jeugd. Dan heb je nog weinig om je zorgen over te maken. Opa's en oma's zitten op zijn minst al in de herfst. En voor je het weet, breekt de winter aan en krijg je tegenslagen en geloofsstrijd. Dan moet je iets hebben om op te kunnen teren. Zoals die mieren die lekker in hun warme nest zitten en volop eten hebben. Als de storm komt, dan zit je veilig binnen. Als je er nog niet mee begonnen bent, doe dat dan vandaag! Verlang naar de Heere Jezus, vraag Hem om binnen in je hart te komen wonen. Die niet zo dom als een vlinder maar doe als de mieren! Maar die mieren zijn al ruim voor dat het komt druk in de weer. Om straks niet om te komen. Mensen, wij krijgen maar 1 zomer en dan komt de winter. We krijgen maar 1 leven en hebben maar 1 ziel. Nu is er nog het Woord, die Bijbel, dat voedsel, de proviandkast. Hier kan ik van leven, dit mag ik opeten met de mond van het geloof. Denk aan je toekomst, voordat het eeuwigheid wordt. De tijd die we hier hebben is voorbereidingstijd. Denk aan de rijke dwaas, met zijn schuren. Bezig met alles van het hier en nu, maar niet met zijn arme ziel. Het is nu zomertijd. Letterlijk trouwens ook. Nu is het de dag der zaligheid en schijnt de evangeliezon in de prediking van het Woord en in de prediking der verzoening. Het Brood des levens, de prediking van kribbe en kruis. In die kribbe ligt genoeg voedsel om verzadigd mee te worden. Je mag er op af komen. Die mieren eten vooral zoetigheid. David zingt: hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest. Wat is nu zoet voor je ziel in de Bijbel? Gods beloften. Geen honing is zoeter dan die druppelt van de belofte van God. Ik wil geen rechter zijn maar Vader voor die kinderen die gedoopt worden. Ik heb mijn bloed voor die meisjes gegeven, zegt de Heere Jezus . En de Heilige Geest zegt: Ik wil dat toepassen aan hun hartjes. Komt tot Mij en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Daar mag je op leven. En als je dat niet doet? Dan verschraal je, dan verbleek je. De zoetigheid van het Evangelie. Weet je wie zo'n geestelijke mier was? Jozef. Hij bouwde al graanschuren voor de dagen van hongersnood kwamen. Ruth was ook zo'n geestelijke mier. Ze las de hele dag aren op op het veld. De dagen van je jeugd zijn de mooiste tijd om tot God bekeerd te worden. Acht de tijd kostbaar, want ze is kort. Opa's en oma's, het lijkt me zo verschrikkelijk om onbekeerd oud te zijn. Om aan het eind van de zomer nog niet verlost te zijn. Dacht u dat het aan God ligt? Echt niet! Het ligt aan u! Denk toch aan de mier en denk aan de toekomst. Je hebt nog maar zo'n kort poosje te leven. De vrieskou komt! Wijze kinderen, die al vroeg hun Bijbeltje lezen om voedsel te verzamelen. Die de psalmen proberen uit hun hoofd te leren. Die teksten proberen te onthouden. Die elke dag bidden tot God of de Heilige Geest in hun hart en leven wil werken. Dan verzamel je voedsel in je rugzakje voor later.
Hun vlijt. Luie mieren zijn er niet. Als ze een rapportcijfer zouden krijgen voor vlijt, zouden ze een 10 krijgen. Wees werkzaam met de belofte van God. Zit geestelijk niet met je armen over elkaar! Kijk niet toe wat er van komt, al afwachtend. Geestelijke luiaards: waar wacht u nu eigenlijk op? Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs!
Ik zie in mijn gedachte elk miertje beladen met 1 korreltje. Ik zie ze naar hun nestjes gaan, korrel voor korrel. U krijgt vanmorgen 1 korreltje mee, dat is de preek. Neem het maar mee naar huis. Vanmiddag krijgt u weer een korreltje. Dat mag u bewaren in uw hart, daar mag u op teren.
Zo'n korreltje is veel te groot voor zo'n mierenmaagje. Vader en moeder mier knabbelen dat klein tot voedsel voor hun jongen. Dat is een les, doopouders! Knaagt u dat korreltje ook fijn tot kinderproporties? Zodat het te behappen is voor kindermaagjes? En dan worden ze ouder en slikken ze niet alles meer. Maar let op: Als iemand met een schoen op zo'n nest trapt of een mierenhoop kapot maakt, gaat die mier niet met zijn kopje naar beneden hangen. Hij gaat direct weer aan de slag om het vernieuwde te herstellen, hij vat het werk weer aan. Kinderen gaan in de puberteit door een crisis heen. De duivel wil de hartjes van je kinderen mee roven. Je hebt de neiging om verslagen neer te gaan zitten. Maar de Heere Jezus zegt ga naar de nieren. Blijf bezig met het Woord, blijf naar de kerk gaan, blijf bidden. Deze tekst spreekt ons van Christus. Hij is de spijze die verzameld mag worden. In de proviandkast van het Woord mag Hij verzameld worden. Zijn bloed is waarlijk spijs en waarlijk drank. En wanneer merk je dat nou echt, dat Hij je ziel verzadigt en je hart vervult? Als het slecht gaat. Als het nu wintertijd wordt in je leven en geestelijke vrieskou breekt aan, dan heb je wat om op te teren, omdat het Woord van Hem getuigt. Mijn lichaam is waarlijk spijs, mijn bloed is waarlijk drank. Hij is het brood des levens en wie in Hem gelooft, met het geloof van een klein kind, die zal niet meer hongeren en die van Hem drinkt zal niet meer dorsten in eeuwigheid, amen.

Edit