Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-05-04 10:00:00
ds. S.J. van der Vlies (Rotterdam)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jer 3:6-4:4 Jer 3:6-4:4 2008-05-04.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.7Mb)
2008-05-04C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.1Mb)
2008-05-04T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:

Als je Jeremia 3 voor het eerst leest, kun je je afvragen wat je met dit hoofdstuk moet. Het is moeilijk. Kun je dat in onze tijd wel lezen en bespreken in de kerk? Er zijn 3 redenen om dat toch te doen: De eerste is wat in Openbaringen staat: zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van deze profetie en die bewaren wat in dit boek is geschreven. Ergens anders staat, dat hij die dat leest gelukkig is. Je hebt dus de profetieën nodig om zalig, gelukkig te zijn. De tweede reden is wat Jezus zelf zegt: dat je geen tittel of jota mag afdoen aan het Oude Testament, omdat ook dat ten volle meedoet in het NT. Het doel zal duidelijk worden in de komst van Jezus zelf. De derde reden is, dat het ook goed is om moeilijke delen van de Bijbel te lezen en je af te vragen wat daarvan voor ons te gebruiken en te leren is. Ook al blijven er dingen die moeilijk te begrijpen zijn. We stellen vandaag 2 vragen over Jeremia 3. De eerste vraag is: wat zegt God over ons als mensen? De 2e vraag is: wat doet God met dat oordeel?
We vinden het vaak belangrijk wat andere mensen van ons zeggen. Bij een jubileum worden vaak positieve woorden uitgesproken. Tegelijk weten we dat er op andere momenten ook andere dingen over ons worden gezegd. Dat vinden we vaak wel belangrijk. Ook al weten we dat andere mensen ons maar heel oppervlakkig kennen, en de redenen van je gedrag niet weten, toch vinden we het belangrijk wat anderen van ons vinden. Hoeveel belangrijker is het oordeel van God over ons! Hij kent ons wel goed, kent ons door en door, vanaf onze formatie in de moederschoot. Die God gaat iets over ons zeggen. De God van hemel en aarde velt een oordeel over ons. Hier in Jeremia 3 over Israël en Juda. Het tienstammenrijk. Wij zijn geen Joden, maar we hebben wel een aantal dingen met hen gemeen. God mocht van hen verwachten dat ze de Torah lazen en zich daarnaar gedroegen. Ook wij hebben de Bijbel van God gekregen. Hij zou van ons mogen verwachten dat we interesse hebben in wat God ons te zeggen heeft. God spreekt hier een oordeel uit over Zijn eigen volk, waarvan Hij mag verwachten dat ze hem zouden dienen. Iedere keer als God hier spreekt over Israël dan spreekt hij over de afgekeerde. Spreekt hij over Juda, dan spreekt hij over de ontrouwe. Zo staan ze blijkbaar bij God te boek; altijd afgekeerd en altijd ontrouw. Het volk gaat bij God vandaan. Aan de buitenkant zie je daar niets van. Maar hun hart en leven keert zich van God af en ze zijn ontrouw. Gemeente, zo staan ook wij bij God bekend. Of u moet denken dat u beter bent dan Israël (het tienstammenrijk) en Juda. God is verbaasd en teleurgesteld tegelijk. Israël had gezondigd en als gevolg daarvan weggevoerd. Juda had dat gezien, waar de zonde toe had geleid. Maar ze vreesde niet en deed hetzelfde. Als je weet wat het gevolg is en de profeet herhaalt het ook nog eens keer op keer, dan zou je het toch niet doen? Dan weet je toch beter? Toch is dat niet zo vreemd. Herkennen we dat allemaal niet? Dat we weten dat het verkeerd is en het toch doen. Zonde heeft iets verslavend. Iets dat je vastpakt en moeilijk loslaat. Van sommige delen van jezelf weet je dat het niet goed is en en ga je toch door. Misschien dat het je een keer lukt om er van af te zien, maar daarna doe je het toch weer. God zegt: je weet waar het toe leidt en je gaat toch door! Het derde wat God zegt is: ten tijde van Josia is er een soort reformatie geweest; de religie leek hersteld, maar het was vals. Je hebt de feesten wel gevierd, maar het was niet echt, het was bedrog. Schijnheilig. Je kunt je niet een beetje bekeren. Je was niet oprecht, je kwam met loze woorden. Je bekeerde je niet echt. Welke zonden waren dat nu precies? Dat staat in vers 13. Opstand, vervreemding en ongehoorzaamheid. Deze zonden worden hier genoemd in Jeremia 3. Zo luidt het oordeel van God over Zijn volk. Hoe denkt u dat de mensen hebben gereageerd op de verkondiging van Jeremia? Als iemand alle dagen deze boodschap verkondigt, heeft dat niets troostrijks. Hoe vindt u dat, dat u zulke oordelen leest over Gods volk, maar ook over ons? Dat we doorgaan met zondigen en schijnheilig zijn? Het is vandaag 4 mei, dodenherdenking. Een schrijver zei eens; kijk in de oorlog hoe mensen echt zijn. Jeremia weerspreekt dat niet. In Jeremia wordt niet gezegd hoe mensen hebben gereageerd op deze woorden. Wat doet God nu met dit oordeel over ons? Hoe gaat Jezus met dit oordeel om? Het gaat hier om een hechte relatie tussen God en Zijn volk. Stelt u zich een vriend of vriendin voor die u steeds in de steek laat. Hij komt zijn afspraken niet na, en laat je in de steek. Je blijft het proberen, maar op den duur stop je er mee. Je laat je niet gebruiken. Maar God doet dat wel. Hij komt eindeloos achter mensen aan. Loop je weg, dan komt God er achter aan. Als jij ontrouw blijft, blijft God trouw. Het volk wordt 5x opgeroepen om terug te komen in Jeremia 3. Bekeer je tot Mij! Zo is God! Hij is geen mens. Dat zie je nog duidelijker als Hij zelf naar deze aarde komt in Jezus Christus. Hij komt ons letterlijk opzoeken. God komt altijd naar ons toe. God had ons graag onder Zijn kinderen willen stellen en gehoopt dat wij zouden zeggen: mijn Vader. Dat kan ook in Jezus Christus. Dan is God je Vader en mag je Hem ook zo aanspreken. Dat kan ons dan ook motiveren om eindeloos achter anderen aan te gaan. Ook al keert die ander zich van God en jou af. Misschien wel heel dichtbij in je eigen gezin. Altijd weer het gesprek op te zoeken. In navolging van God mogen wij eindeloos vaak naar anderen toe gaan, ook al zijn zij ver van God verwijderd. Waarom doet God dat dan? Die redenen liggen niet bij ons. Als God op ons geloof moet wachten kwam er niets van terecht. God neemt redenen uit Zichzelf. Hij zal de toorn niet in eeuwigheid behouden, staat er in dit hoofdstuk. God is goedertieren. Goedertierenheid betekent: goedheid die voortduurt. God is goed en daarin ook trouw. Hij houdt die goedheid vol. Een ander aspect van goedertierenheid is genegenheid. God is mensen genegen en houdt van mensen, op voorhand. Een derde aspect is de ruimte; God is ruimer in Zijn goedheid dan wij kunnen bedenken. Wij zullen dat nooit begrijpen. Zo is God. Typisch God. Daarin is Jezus sprekend Zijn Vader. Dan nog een vraag: verwacht God ook nog iets van ons? Moeten wij nog iets terug doen? Of gaat dat allemaal zomaar? Ik haal twee dingen uit dit hoofdstuk: vers 13: alleen erken uw ongerechtigheid. Zie in dat je verkeerd bezig bent, geef toe dat je ongerechtig bent en zondig. Erken dat je tegen mij in opstand bent gekomen, dat je mijn geboden niet gehoorzaamt. Erkenning van het oordeel dat Hij heeft uitgesproken. In hoofdstuk 4 vers 2 en 3 staat verder: als je naar Mij terug komt, wees dan oprecht. Erkenning en oprechtheid vraagt God van ons. Kort samengevat:
God zegt: Wij zijn ontrouw en keren ons van God af. We kennen de zonden en de gevolgen maar gaan toch door. We zijn schijnheilig. God komt ons achterna, eindeloos omdat Hij goedertieren is. Hij vraagt van ons erkenning van ongerechtigheid en oprechtheid in je bekering. Zalig is hij die leest en de woorden van deze profetie, Jeremia 3, bewaart.

Edit