Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-05-11 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 44:3-5 Jes 43:19-44:6 2008-05-11.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2008-05-11C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2008-05-11T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Stromen van zegen!
1 Heerlijke beloften (v3), 2 heerlijke beelden (v4), heerlijke belijdenissen (v5)

Pinksteren 2008, we gaan terug naar Israël in de tijd van Jesaja, in de ballingschap, ze kunnen niet meer zingen, de harpen hangen aan de wilgen. We gingen toch naar de tempel? We offerden toch? Maar alles was ten onder gegaan. Jes 43:22: gij hebt Mij niet aangeroepen, geen moeite gedaan. 24: jullie hebben Mij vermoeid met jullie zonden. God werd er moe van! Vertel je klachten nu maar eens, Ik heb ook nog wel wat te klagen! Bij uw eerste vader ging het al mis. Daarom is het allemaal uit elkaar gevallen en zijn jullie in ballingschap.
En nu wij. Pinksteren. Ik kijk eerst naar de omstandigheden: het is geestelijk eb. Dan komt het vuil boven. Weinig geest en veel vlees. Dat zie ik, ook in de Maranathakerk. Allerlei plasjes, zonder veel diepgang. Hoe komt dat toch? Ik las in de krant, dat de prognose in Engeland dramatisch is: het moskeebezoek zal over een paar jaar meer zijn dan het kerkbezoek- waar ooit springvloed is geweest. Voor Nederland geldt het niet minder. Ik moest denken aan die 120 die bij een waren tussen Hemelvaart en Pinksteren. Er was gebedskring, afgelopen donderdagavond. Er waren er zeven. Waar was u? 'Dat doen we thuis wel'. Dat kan - 'we doen het al op de bijbelkringen', prima. En toch zou ik het fijn vinden als je tussen Hemelvaart en Pinksteren, net als die eerste gemeente bij elkaar zou komen in de kerk, niet voor een preek, maar om samen de handen te vouwen. Dat is toch Bijbels? “Waarmee hebben wij u dan vermoeid? We doen toch niets kwaads, we zijn er toch vanmorgen?”

Eb.

Ik kan het water niet to vloed maken, ik zit te wachten op de kansel en in de pastorie, tot dat het weer springtij wordt. Wat is dan dan, Springtij? Dat die liefde van God mij weer met zijn warmte gaat over spoelen. Heb ik God misschien moe gemaakt met mijn onwaarachtigheid? Ik eer hem, met mijn lippen, maar mijn hart is zo ver van hem. Zoek ik het krampachtig bij u en zie ik mezelf over het hoofd? Daarom heb ik u overgegeven aan verachting, en ..
En dan komt 44:1

Maar nu. Hé, nu wordt het anders. Ik let niet meer op de omstandigheden alleen maar op Gods mogelijkheden. En dan komt er een wonderlijk heerlijk 'maar'. Ondanks onze ontrouw, onze verwatering, onwaarachtigheid, we vinden het al gauw goed. Op een feestdag komen we wel naar de kerk. Tegen de achtergrond van onze ontrouw - daar komt toch een heerlijke belofte van heil. Neig uw oor - kom luister eens. Voordat God Zijn belofte gaat doen, laat Hij eerst zien wie Hij zelf is. Uw formeerder, die u geformeerd hebt uit die onvruchtbare schoot van Sara, die u helpt ook als het eb is. En die Zijn heerlijke belofte gaat geven voor de toekomst,. Het adres is van deze zegen is: Mijn knecht, Mijn uitverkorene, Jeschurun; allemaal de zelfde namen voor dat ene volk. Jeschurun is een koosnaampje, 'de oprechte'. Zoals hij hen ziet in Christus, zonder zonde.

1
Ik zal water gieten op de dorstige en stromen op de droge. De Heere geeft onvoorwaardelijke beloften, niet: als jullie eerst dat gaat doen, dan... Ik zal Mijn Geest geven, een verzekering van grote zegen. Maar het begint met: Ik ben het die Uw overtredingen uitdelg! Op grond van Golgotha wordt het Pinksteren.
Het beeld van water en stromen. Er zijn geen woorden in de Bijbel, die vaker op mijn lippen zijn dan deze, zegt McCheyne. Ik zal, Ik zal, wat heerlijk. God zegt niet: Ik hoop het nog eens te doen, maar: ongeacht de omstandigheden. Ik zal. Water gieten van boven naar beneden. Vanuit de hemel op aarde. Met kerst gaf Hij Zijn zoon al, met Pinksteren komt de Geest. We hebben teveel op met mensen. Te weinig met God.
Gieten - daar ziet iets van veelheid in. Het giet! Het ging stromen, de stortvloed steeg boven mijn stoutste verwachting.

Ik heb mijn auto schoongemaakt met een gieter, zo heb ik het geleerd. De gieter was vol, en het water liep over. Zo met de geest. 3000 werden er besproeid. Zeker in Israël is Water een wonder. Levensbehoefte nr 1. Het geeft leven. Simson smachtte van dorst. Een regenbui doet wonderen, al die zaadjes van de prediking - ze komen uit. Zonder water wordt het dor en droog, hongersnood, hard. De kluiten worden week met water, de knoppen zwellen en vruchten ruiken. Heerlijk om na een regenbui een eindje om te lopen buiten!
Als het water komt gaat het niet langs mijn kanaaltjes en dammetjes. Gelukkig maar.
Vernieuwing, je wordt weer bevestigd in het geloof, een dominee heeft veel werk - verslagen harten, die zeggen: wat moet ik doen om behouden te worden? Ongeredde zondaars, die zitten er vanmorgen - die worden onrustig. Vragen naar Jezus de Herder. En er komt zendingsdrang.

Wie zijn die dorstigen? Behoefte aan water, smachtend. Je moet eens in dit weer een potje gevoetbald hebben, je zou de kraan wel willen leegdrinken; als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar God. Ik zou zo graag zeker willen weten dat ik een kind van God ben - gemeenschap met de Heere.
Er zijn er vanmorgen waar het eb is - treurige toestand, ver van het hart van Jezus en u dorst weer naar Zijn nabijheid. Ongelukkig omdat u Hem niet meer kan vinden, de blijdschap is kwijt. U dorst weer naar het hart van Jezus. Of om meer te betekenen in Gods koninkrijk. Ik zou zo graag meer vruchten willen dragen, voor u en voor de naaste. Ik voel me zo onnuttig. Zo weinig vrucht. KBC, Katendrecht , dat al die kinderen bewaterd zouden worden door de geest van God.

Ik zal waren gieten op de dorstigen. God, laat het uit Uw hemel stromen! In de kerk, de Maranathakerk, en overal.
Kracht die zielen opwaarts tilt. Niet meer verlept, niet meer verdeeld.

Stromen op het droge. Er waren er die terug verlangen naar Israël, de dorstigen - maar er waren er ook die helemaal niet terug wilden - geestelijk dood, geen gebed meer om genade. Dat zijn de drogen. Droger dan dorstig. Ik heb er geen zin in, ik lees niet mee, ik zing niet mee. Dor. Ik zie geen sprankje leven of verlangen. Je kijkt wel eens naar de jeugd, de catechsanten - wordt het steeds droger of droger? Ik heb er al zoveel aan gedaan.... Maar IK zal water gieten, stromen op het droge. Deze belofte heb ik nodig!

God gaat gieten - dan ga ik weer genieten. Wanneer ben ik voor het laatst enthousiast geweest, 'vol van God'? Ben ik zo'n verlepte predikant?
Ze hadden staan roepen: kruisig hem! 50 dagen daarvoor. Toen ging het regenen, hier en daar een bui. Mag vandaag hier een bui vallen, Heere? En mogen daar?
Een wonder dat het geen stromen van toorn waren, dat hadden ze verdiend, een stroom van zegen hadden ze niet verdiend. De 120 hadden er om gebeden, de dorstigen. En de 3000 waren de drogen... toen werd deze belofte vervuld. Verwachting werd ondervinding.

Vaders en moeders, de Heere belooft Zijn Geest te geven aan zaad en nakomelingen, Petrus: u komt de belofte toe en uw kinderen. Uw zoenen zullen dromen dromen en uw dochters zullen profeteren, had Joël al geprofeteerd. In elk kerkelijk gezin komt het voor, dat je je zoon of dochter ziet afglijden. Eb. Je bidt, o God mag mijn dochter zijn als een Hannah en niet als een Peninna.
Die Geest zit niet in mijn zaad. Onze kinderen hebben niet de Heilige Geest. Dat moet wel eens gezegd worden. Ze worden er niet mee geboren. Ze krijgen het alleen als ze wederom geboren worden.
Ik heb nog kinderen die buiten de ark vertoeven, ik rust niet tot God ze naar binnen haalt. Word je wel eens bang voor de toekomst - u ziet ze een verkeerd pad op gaan. U bid - laat dit vers u een bemoediging zijn. Leg je vinger bij deze belofte. Ik zal mijn Geest geven op mijn zaad - noem ze maar bij namen.
Ze hebben allemaal een nieuw hart nodig. En die Geest wordt hier beloofd. Ik houd U aan Uw afspraak Heere - bij de doop: dat de Heilige Geest in mij wonen WIL. Heere doe zoals U hebt gezegd.
En God doet dat, graag zelfs. Zegen ook mij, mijn Vader. Leg uw zegenende hand op mijn kinderen.

2
Het gevolg van de inwoning van de Geest is dat ze gaan zeggen: ik ben van de Heere, ik wil bij de Heere Jezus behoren. Er gaat vrucht komen, uitspruiten als de wilgen aan de waterbeken. Daar komt leven, groei, vruchtbaarheid, dat zie ik in de gemeente, mijn gezin en eigen leven.
Die baby'tjes in het geloof worden jongelingen in het geloof en vaders en moeders in Israël. Volle aren. Geestelijke groei.
Ik kan niet leven zonder God, je bent geen cactus - ik geloof wel, maar op mijn eigen manier- daar heb ik de kerk niet voor nodig.. - je hebt water en voeding nodig, uit de gemeenschap en het woord, en lied. Kinderen van God zijn geen hoge populieren, maar wilgen. Hij trekt met zijn wortels naar het water. Je kunt zien of iemand een kind van God is. Zijn leven wordt gebogen naar de Heere Jezus toe. Ze hangen soms over het water. Mensenlevens neigen een bepaalde kant op. Als ze vallen, vallen ze Gods kant op. Je ziet het als ze de andere kant op neigen....
Sommigen zijn schietwilgen, de takken worden op het Loofhuttenfeest gebruikt! Het groet als kool geestelijk. De Heere is mijn leven geworden dominee! Blijf maar dicht bij het water!
Je hebt ook treurwilgen. Kinderen van God met veel tegenspoed. Door doornen in het vlees gekweld, takken naar beneden maar ze staan aan het water, en dus houden ze het vol.
Je hebt ook knotwilgen - het snoeimes is wel eens nodig. God moet me wel eens inkorten, anders heb je van die uitlopers, als hoogmoed, bijv. Dat doet pijn, als die snoeimessen snijden in mijn vlees. Maar aan het water sterf je niet en hou je het vol.

3
Dan komt er ook een belijdenis - O Heilige Geest wees met onze jeugd in Uddel. Deze zal zeggen ik ben des Heeren, en die, de een mondeling, de ander schriftelijk. De heidenen komen aan, deze en die. De Tiriër, de Moren. Jezus Christus gaan erkennen als hun Heiland en Meester. De stedelingen en dorpeling. Dezen en die. Waar de Heilige Geest werkt moet het er uit komen. Ik ben des Heeren. Dat je dat mag belijden - ik ben Zijn eigendom geworden.
Zoals die jongen die zei: 'ik ben geheel Gods jongen, moeder.' Ik mag van de Heere Jezus houden, ik heb Hem lief gekregen, nog liever dan mijn eigen papa en mama. Zulke kinderen, dat ziet de Heere graag. Ik houd heel van u mama (een zorgzame moeder is goud; het is ook wel eens anders!) maar ik hou nog meer van de Heere Jezus. Dan wil je ook bij de gemeenschap horen. Waar het volk vergaderd is.
Een derde zal schrijven. Als u het moeilijk vindt om te zeggen, schrijf het op, met uw handtekening eronder. Niet: Ik wil graag een kind van de Heere zijn, maar: ik BEN zijn eigendom, ik ben een koninklijk kind, door de Vader bemind - dat is goddelijk, zeker en vast. Uw liefde heeft mijn hart geraakt. Ik ben des Heeren.
Jonathan Edwards: 'ik ben deze dag voor God geweest, en heb mezelf helemaal overgegeven, ik heb geen recht meer op wat ook.' Ik ben des Heeren - wat een persverklaring, wat een geloofsbelijdenis. Ik zeg het en schrijf het op. Sommige soldaten lieten hun generaals naam op de hand tatoeëren.

Ik heb nog één zorg: Uw behoud. Dat ze allen geleerd mogen worden. Elke minuut, elke preek, dat u nog ongelovig Jezus verwerpt, wordt uw gericht en verdoemenis des te zwaarder. Dat is de diepgang van mens te zijn, op weg naar de eeuwigheid.

Hebben jullie als iets geschreven in je kerkboekje, kinderen? Schrijf eens op, op een blaadje als je thuis bent, ouderen. “Behouden”, of: als je geen gelovige bent,”Verloren, Verdoemd”. Het is één van twee. Als je beseft wie je bent en waarheen je op weg bent en je hebt nooit nagedacht over je ziel - stel je vertrouwen op de Heere Jezus en je zult zalig worden. Durf je er op te schrijven: “ik heb de Heere Jezus niet lief?” Met je handtekening? Wie de Heere Jezus niet lief heeft, die IS een vervloeking...
Of schrijft u: ik heb de Heere Jezus lief, handtekening. Halleluja!

Edit