Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-05-12 09:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Eph 1:13-14 Eph 1:1-14 2008-05-12.0913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.2Mb)
2008-05-12C.095.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2008-05-12T.091.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.9Mb)
De hemelse zegeningen van Efeze 1

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Paulus zit in de gevangenis. En weer een loflied - niet zingend, maar hij schrijft het. De lof aan God voor de geestelijke zegening. De onnaspeurlijke rijkdom van Christus wordt uitgestald. De Efeze-brief is een toppunt, adembenemend hooggebergte. De heerlijkheid van Gods genade. Bij zegeningen denken we vaak aan leven, gezondheid, goede baan, dat we liefde hebben voor elkaar en naar de kerk mogen gaan. Maar hier gaat het over geestelijke zegeningen: eeuwige uitverkiezing, aangenomen tot kinderen, door de Vader; De Zoon geeft de verlossing door Zijn bloed, vergeving van zonden. De Geest geeft: verzegeld te worden met de Geest en dat het als onderpand gegeven is. In al die die zegeningen mogen ware Christ- gelovigen delen, uit de Joden en de heidenen.

Het Zegel van de Geest
1 Wanneer gebeurt het, 2 Waaruit bestaat het, 3 Waartoe dient het

In Welke of in Wie ook gij zijt. Paulus maakt onderscheid tussen wij en gij. Wij die eerst op Hem gehoopt hebben - het Joodse volk, nu ook gij, de heidenen. Het begon bij Jeruzalem, nu mogen ook de heidenen delen. In het jaar 53, in zijn derde zendingsreis is Paulus in Efeze geweest. Eerst gaat hij naar de synagoge, als altijd. Vervolgens gaat hij naar de heidenen. In Wie ook gij. Dat is niet vanzelfsprekend, dat een mens in Christus komt. Van nature is er niemand in Christus. Hoe kom ik in Christus? Alleen voor diegenen die in Hem is, is er geen verdoemenis meer, maar wacht er wel een erfenis. Nadat gij het woord der waarheid gehoord hebt en in welke gij ook geloofd hebt. Het evangelie van uw behoudenis. Zij hebben het woord gehoord. Geen Griekse wijsheidsleer, of Joods wetsbetoog. Maar het woord der waarheid. In de school van Tyrannus, staat er - - ze hebben een zaaltje gehuurd! En daar komen de mensen op af. Het kwam zeer pijnlijk op hen af! De vruchtbaarheidsgodin Diana wordt massaal vereerd. Jullie bedriegen je, je zit verkeerd. Het woord - een onthutsende waarheid. Je vereert een afgod- daar ga je mee verloren. Kinderen der ongehoorzaamheid, door de satan misleid. Een pijnlijke waarheid. Maar datzelfde woord werd ook een evangelie van hun zaligheid. Paulus heeft meer gezegd: Christus is gekomen om uw schuld te verzoenen. Zo zagen ze het verschil tussen duisternis en en het licht. Zelfkennis en een beetje Godskennis.
En jullie hebben het ook geloofd. Dat is het wonder. De Joden hadden het ook gehoord, maar geloofden het doorgaans niet. De oorpoort dicht. Maar van sommige heidenen was de oorpoort wel open en het werd erkend.

Bij ons is ook het woord der waarheid gekomen, in de jaren 70 kwam het met kracht terug in Rotterdam-Zuid. We hebben er niet om gevraagd, maar het kwam weer terug. En wie heeft die prediking geloofd vanmorgen? In dat zaaltje van Tyrannus - je kunt God gelijk gaan geven - ik heb het tot nu toe verkeerd gezien, dat is waarachtige bekering. O God het is helemaal mis met me, ik dacht dat ik zo vroom en zo goed bezig was, maar ik zit er naast. Maar het is waar en die God is te vertrouwen. En ze gingen zich toevertrouwen. Sommige zeggen: geloven heeft te maken met een touw - aan het land vast. Zo ben ik verbonden met touwen aan Hem. Ik kan niet meer verloren gaan.

Petrus ging preken op Pinkstermorgen, sommigen zeiden: wat is dit? Anderen: zotteklap, weer anderen werden verslagen en hielden op met tegenspreken. Wat mag ik er nu van zeggen? Toen ik overboord ging met mijn meningen werd ik zalig. Het scherpe woord werd zoeter dan honing. Zo word ik gevonden in Hem. Hoe kom ik daar? Door het woord te horen en te geloven. Als dan het donker komt, dan mag ik in Hem zijn. En veilig aan komen.
Verzegelen gebeurt op het moment dat ik tot geloof kom.

2
De mensen in Efeze hoorden het woord en gingen geloven en de andere kant is, dat God dat geloof ging zegenen door er Zijn Zegel op te drukken. Het zegel van de Geest. Gestempeld. Op het zelfde moment. Wat is dat zegel? Het houdt drie dingen in:
i) een stempel, een waarmerk. Om echt van onecht te onderscheiden. Merkartikelen, met een logo. Belangrijke documenten werd een zegel aangezet. Dit is echt en komt werkelijk van deze belangrijke persoon vandaan. Een bevestiging van echtheid. Deze mensen erken Ik als kinderen van Mij. Toen Jezus gedoopt was kwam de Geest als een duif op Hem. De Vader verzegelde de Zoon. Dit is Mijn geliefde Zoon.
Ik denk het wel eens in een grote massa: hoeveel kinderen van God zijn er hier? Of in de file - hoeveel christenen staan er in de file? Met eerbied gesproken ziet God dat wel: ze hebben allemaal een zegel gekregen. Onderscheiden van alle andere mensen.
ii) er zit bescherming in. Dat is van Mij - afblijven! Ik sta er voor garant. Geen boze machten kunnen Mijn kinderen kapot maken. Een keizerlijk zegel zat op het graf van de Heere Jezus. Raak dat verzegelde niet aan. Waag het niet om het te verbreken, dan krijg je met de keizer zelf te maken.
Ze zullen veilig aan komen bij het Vaderhuis - aangetekende post. Onder Zijn bescherming.
In Ezechiel 9 gaat een Man met een inktkoker rond die Gods kinderen aan het voorhoofd verzegelt. Hen die zuchten onder de verdrukking. Zij worden gespaard als het oordeel van God gaat komen.
iii) Het is Mijn eigendom. Sommige dominees hebben de gewoonte om een kaartje met hun naam in hun boeken te doen, een ex libris. Als het nog eens kwijt raakt dat weet iedereen van wie het is. Slaven kregen het merkteken van hun eigenaar ingebrand.
De grote Abraham Kuyper las dit stuk en hij legde het uit aan zijn kinderen:De jongens droegen nog een pet, toen. Je hebt wel eens een pet op straat zien liggen in de modder, en je schopt er tegen. Dan komt de jongen van wie die pet is. Blijf er af - hij is van mij! Zo neemt de Heere het altijd voor ons op. Wil je er wel eens afblijven, want dat kind is van Mij!
Is dat zegel zichtbaar? Zien andere het aan mij, zie ik het? In Efeze had je een bloeiende houthandel. Boomstammen werden vroeger ook hier een tijdje in de sloot gelegd, om goed dood verwerkbaar hout te krijgen. Maar dan komt ook schimmel en mos op - dat neemt het brandmerk echter niet weg. Nadat het de mos en schimmel er afgekrabt is. Het is niet altijd kenbaar - omdat ik me niet altijd gedraag als een kind van God.

In H4:30 komt het voor de tweede en laatste keer voor in de Efeze-brief. Bedroef de Heilige Geest van God niet waardoor u verzegeld bent tot de dag van de volkomen, definitieve verlossing. Zoals in v 25: als je liegt, dat is nou die schimmel. Of als je toornig bent en je blijft boos - dat is dat mos, die rommel. Geef de duivel geen plaats, als je steelt, grove taal uitspreekt. Dat moet er afgekrabd, dan word je weer een zichtbaar christen.

De Heere Jezus is nooit los te maken van het zegel, geen geestesstempel zonder geloof in Hem. `In Hem` staat er wel tien keer. Dat zegel krijg je erbij. De sappen gaan vanzelf in de ranken. In Hem.
Nog een belangrijke vraag. Krijg je het zegel van de Geest gelijk als je tot geloof komt of krijg je het erna. Er staat toch. 'nadat gij geloof hebt' - betekent dat niet een tijdje erna? Erbij of erna. Daar hebben al heel wat theologen over gedebatteerd. Is er een “second blessing”. Zijn alle gelovigen verzegeld of maar een enkele gelovige, die een toegift krijgt?
Ik vraag hier en daar eens, op het kerkelijk erf: een oudgereformeerde broeder vertelt - er kwam een moment dat God me stil zette. Toen werd ik stil gezet en dat was mijn bekering. Ik ging alles lezen, en ging er nog wat mee worden ook, toen kwam God terug en ik zakte door mijn bekering heen. Toen ik verloren ging kwam de Middelaar in beeld, door die crisis heen, overgenomen door de tweede persoon. De Persoon van de Geest zelf, terug geleid in het Vaderhart Gods.
Naar de andere kant van het spectrum - een volle evangelie-zuster: bent u verzegeld met de Heilige Geest? Zij vertelt ook: toen ik mijn hart aan de Heer gaf, kreeg ik een relatie met God, ik kwam tot geloof en ik bouwde aan die relatie, maar ik voelde toch dat ik iets miste, ik bad er ook om. Na maanden werd ik gedoopt met de Geest. Toen ik gedoopt werd met de Geest kreeg ik er ook gaven bij - ik spreek nu in tongen. Anderen hebben de gave van genezing van de Geest ontvangen en er zijn ook die de gave van profetie hebben ontvangen.

Allebei mensen, twee uitersten - maar ze zeggen hetzelfde. Ze hebben de geest ontvangen een tijd nadat ze tot geloof gekomen zijn. En ik geloof dat ze er beide naast zitten. Niet dat het niet waar is, maar ze duiden het verkeerd.
Ook de KT zien het als het als hetzelfde moment. We zien nergens in het Nieuwe Testament een apart moment tussen geloven en verzegeld worden, het geldt direct elke gelovige sinds de Pinksterdag. Er is geen onderscheid tussen christenen en super-christenen. Verzegelen gebeurt op het moment dat je tot geloof komt.
Het eigendom van de Geest. Of je dat nu beleeft door een crisis of door een top ervaring -

3
Het onderpand. - kort, vanwege de tijd. Hoop - het onderpand, dat ziet vooruit. Een eerste aanbetaling, het volle bedrag komt later. Zakgeld - straks de volledige som. Voorproef, voorsmaak, het volle rijke dat komt straks. Nu hier op aarde krijg je al wat.
Reeds krijg je al wat maar het is nog niet alles. Reeds en nog niet. Er zit spanning in. Dat zit in heel het kerkelijk leven. Mijn charismatisch broeders en zuster leven zo vaak bij het reeds. We hebben het al in Christus. Pas op voor triomfantalisme. Bij ons in onze refo-cultuur, daar benadrukken we te veel het nog niet. We zijn maar een bedelaarsstand. “Ideaal” is allebei: reeds en nog niet. Denk niet te min over het onderpand. Want het is de Geest zelf. Straks onze hele erfenis.
We leven in de tijd van de druifjes van het beloofde land, je mag er een paar proeven, de tijd van de duif met het olijftakje in zijn bek, voorproef van een aarde die weer vruchtbaar wordt, een wolkje als een mans hand.
Het woord onderpand in het Grieks is in het nieuw Grieks verwant met een woord voor 'verlovingsring'. Daar zie je het ook: een voorschot op die heerlijke bruiloft die komt.

Het is ook gelijksoortig aan straks. De oogst is niet anders dan wat ik nu al heb. Het volledige bedrag is veel meer dan nu. De godsdienst in de hemel is niet anders, maar veel meer, groter, heerlijker. Ik mag Hem nu al hier dienen, maar straks ook. Nu zonder vrees, straks zonder zonde. Nu is er een beginsel van heiligheid in mijn hart gelegd, straks in volledigheid, in heiligheid. Straks zal ik in die liefde dronken zijn. Onderbroken nu, maar de blijdschap zal ten hoogste toppen stijgen, overvloediger.
We zuchten mee met de schepping in barensnood. Spanning in het MO. Brandweerlieden die omkomen bij de redding van anderen.
We zien uit niet omdat ik niets heb, maar juist omdat ik al iets ontvangen heb, daarmee verlang ik meer! Ik neem “er geen genoegen mee”. Het voorschot is 'niet genoeg' - je ziet uit naar alles, de Heilige Geest werkt de verwachting naar die volkomen zaligheid.

Het eindigt in lofprijzingen. Paulus herhaalt het als refrein 'tot prijs van zijn heerlijkheid, tot lof van zijn heerlijkheid'. Vers 12, 14. Als het gaat om die zegeningen, lof zij de Vader die mij verkoren heeft, aangenomen tot kind. De verzoening door zijn bloed, ik kan niet anders dan dat ik mag genieten met een loflied in mijn hart op de heerlijke zegeningen die de Drieënige God mij schenkt.
Als de voorsmaak al zo zoet kan zijn, wat moet dan het volle zijn! Gij doet mij schatten erven. De glorie aan God! Blij in de Heere, ook naast Paulus in de gevangenis.

Ere zij aan God, de Vader,
ere zij aan God, de Zoon,
eer de Heil'gen Geest, de Trooster,
de Drie-een'ge - in de tekst - in zijn troon.
Halleluja, halleluja
de Drie-een'ge in zijn troon!

Edit