Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-05-18 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 26 :69,70 Rom 6:1-23 2008-05-18.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2008-05-18C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.3Mb)
2008-05-18T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De sacramenten krijgen in de catechismus ruime aandacht. Zondag 26 en 27 gaan over de doop. 26 over de doop in het algemeen, 27 over de kinderdoop. “Dopen” en “Heilig Avondmaal” zeggen we wel. Het is niet 'normaal' om te dopen. Er is onze kringen weinig 'watervrees', maar wel “Avondmaalsvrees”. Toch is de doop net zo heilig.

Het gaat vanavond over de doop, over wat de de catechismus duidelijk proberen te maken, daar gaan we naar kijken en hoe Bijbels is het?

Rondom de doopvont
1. Het teken van de doop (69), 2 de betekenis van de doop (70).

1
Ik begin met een bekend voorbeeld. Ik ben gedoopt, zei Luther als hij in twijfel was. Baptisatus sum. Met houtskool geschreven op een van de muren van de Wartburg. De troost van zijn doop. God kan niet van me af en God wil niet van me af.
Ik moest naar een professor voor een tentamen Symboliek. Hij vertelde dat hij een periode van grote twijfels had gekend. Ik kon zelfs niet meer bidden. Hoe bent u daar doorheen gekomen? O God ik ben toch gedoopt? Dat hield me vast in mijn hoogste aanvechting.

Hoe weet je dat het offer jou ten goede komt? Het gaat om Christus' offer. Als je geen houvast meer hebt - kan ik me voorstellen dat je vraagt om een teken - maar dat heb je al gekregen zonder en voordat je er om vroeg! Christus is de inhoud van de doop, als ik het goed lees. Als je thuis vertelt: het ging over de doop, dan heb je niet helemaal goed geluisterd: het gaat om de Heere Jezus. Over de doop praten, discussiëren zonder te spreken over Christus is fout. Zonder Koning zijn de schatten van het paleis waardeloos.
Zonder schuld geen offer, en zonder verzoening geen offer.

Ik word bepaald bij mijn eigen schuld, bij een doop. De doop een feest? Niet op de eerste plaats. De ouders zijn blij, maar het mooiste wat we van U hebben gekregen is al bevlekt. De kiemen zitten er al in, omdat wij als ouders onrein zijn. Wacht maar tot ze groter worden, dan komt het er vanzelf uit. Geen klein engeltje, maar een zondaartje, ligt er in de wieg. Er is een vuile bron van binnen. Ik kan de pomp schilderen, maar daarmee is de bron niet schoon. Waarom water? Er is iets vuils - het hart van de dopeling.
De doop klaagt mijn en onze kinderen aan! Daarom het offer.

Maar het is ook vertroostend. Het beeldt uit dat de afwassing geschieden kan. Elke dag wordt er water gebruikt, in de tummy-tub. Als baby kun je weinig anders dan huilen en je bevuilen.
Het doopwater verwijst naar het reinigingsmiddel. Het sterkste chloormiddel wast het niet weg, zomin als een Moorman zijn huid kan veranderen.

Zoals water het lichaam wast, wast het Bloed een vuile ziel schoon. Let op: er wordt gesproken van een waterbad. Vaak zijn ze onze doopvonten nog kleiner dan die hier de kerk...
“Vont” komt van de vroege kerk. Het Batisterium, doophuis, werd altijd gebouwd bij een bron, een fons, fontein.
Een bron - zoveel water is er, zoals het wasvat in de tempel; heel groot was het. Aan het reinigingsmiddel ligt het niet, er is genoeg.

Christus heeft het ingezet, maar heeft ook toegezegd. Beloofd. De Heere heeft het niet alleen uitgebeeld, maar ook wat beloofd, aangeboden. De eerste keer, kinderen, dat jullie de in de kerk kwamen, was liggend, op de arm. De eerste keer werd je al bij je naam genoemd en God heeft ook Zijn Naam genoemd, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Toen heeft God al betuigd als een Vader voor mij te willen zorgen. Bedenk: het was een kind des toorns, dat binnen gedragen werd - Ik wil niet je Rechter te zijn, maar Ik wil je Vader zijn. De Zoon belooft dat Hij je wassen wil in Zijn bloed en de Heilige Geest dat Hij in je hart wil wonen.
Mijn zondaars naam is genoemd en Gods naam; ze kunnen eigenlijk niet bij elkaar. Bij mijn naam geroepen. Jij bent van Mij! Zou God me genadig willen zijn? Laat dat voor u geen vraag meer zijn. U hebt drie belofte mee gekregen.

Ik laat het water bij het dopen altijd eerst kletteren, het hoorbaar kletteren van de genade Gods, de doop draagt. Naar God toe, die je zulke rijke dingen beloofd. De Heere is niet meer vrij van mij... van wegen Zijn grondeloze barmhartigheid. Er zit geen bodem in. De afgrond roept tot de afgrond. Die van mijn zonde tot die van Gods barmhartigheid en de laatste gaat winnen! De vaste belofte van God.

Toezeggen. Bedenk: er is een verschil tussen toezegging en toe-eigening. Tussen een belofte en het bezitten van de belofte. Aanbieden en aannemen door het persoonlijke geloof. Hier staat niet: door mijn geloofskeuze, maar: Zijn belofte. Hij komt als eerste naar mij toe. Het moet echter wel persoonlijk je bezit worden. Horen kinderen erbij: ja, zijn ze erbij? Nee. Al die kinderen, hou ik die gelovige kinderen? Nee. Maar mag je God aan Zijn belofte houden: ja. “Hebben is nog geen hebben” zei ds Abma. Je hebt de belofte, maar je hebt wat er beloofd wordt daarmee nog niet in bezit. Er zijn twee gevaren in de doop: Je kunt de doop overschatten: als gedoopten zijn het Gods kinderen: Wedergeboren tot het tegendeel blijkt. Dat geloof ik niet. Er staat niet: uw doop heeft u behouden. Maar wel uw geloof heeft u behouden. De doop werkt op zich niets uit, het beeldt uit, belooft. Maar in het dankgebed van het doopformulier staat toch: “dat Hij ... aangenomen heeft..” en: Hij IS onze vader, en dat Hij ons WAST in Zijn bloed. Ja: maar er staat ook dat de Heilige Geest in ons wonen WIL. Wat wij hebben in Christus. De Heilige Geest wil dat wel toepassen. Ik heb het in de belofte maar ik moet het wel gaan “ophalen”.
Een bekend beeld is: het is net als een boekenbon. 50 EUR. Heb je dan 50 EUR? Als je het niet inwisselt is het geen geld waard. Er is een prachtig dagboek: Het checkboek van de bank van het geloof (Spurgeon), dat is een prachtig dagboek en ik heb er veel gezien waar ik niets aan vind.
Heere ik heb uw belofte gekregen, doe zoals U heb gezegd.

Een was een rijke man, en hij gaf aan een bedelaar een check. Later zag hij er nog even sjofel uit. Ik heb je toch die check gegeven - heb je het allemaal verdronken? Nee, ik heb die check nog - maar ik durfde niet naar de bank, ik ben bang dat ze me wegsturen, kan ik er wel in? De rijke zei: Ga maar naar de bank - ze kijken niet naar de kleren, maar alleen of de handtekening die er onder staat echt is.

Zo is de doop. Het is een check. Gelukkig kijkt u niet naar mijn zondig hart, maar naar de handtekening. Wie het gaat ophalen in geloof, krijgt het en dan is hebben hebben, begrijpt u?

2
Het bloed en de Geest van Christus is een dubbele weldaad. a) de vergeving van de zonde, b) door de Geest vernieuwd. Bloed reinigt, de Geest heiligt. De vernieuwing van mijn leven.
Mijn twee handen bij de zegen na een doop symboliseren vergeving en vernieuwing van leven. Ze horen bij elkaar. Vergeving en vernieuwing, in die volgorde. Maar ze horen bij elkaar.
Gratis te ontvangen, omdat het Christus alles heeft gekost. Hoe kostbaar is die vergeving. In bloed geschreven.
Daarna ook, dat de Heilige Geest vernieuwt. Renovare staat er in het Latijn. Om hoe langer hoe meer nee te zeggen tegen de zonden en ja tegen het leven met God. Niet gedoopt en dan is het klaar. Maar alle opvoeding met de bedoeling om te leven in de afsterving van de zonde en een godzalig leven te lijden. Een nee en een ja, vaarwel en welkom. De wereld verzaken. Tegen zonde en duivel strijden. Breken met je oude leven. Je ziet de breuk goed bij mensen die volwassen gedoopt worden. Zó wil ik het niet meer; en welkom aan de Heere Jezus. Welkom in een nieuwe leven met Hem. In beginsel, niet volmaakt.

In de vroege kerk was de doop niet alleen besprenkeling, maar door onderdompeling. In de paasnacht, vaak. Nu zie je ook vaak in zendingslanden. Een riviertje; amuletten, ringen worden afgelegd, men staat naar het westen en men zweert de wereld af. Men wordt ondergedompeld, en keert zich naar het oosten en vertrouwt zich toe aan de drieënige God. Het oude leven is begraven en een witte doopjurk kreeg je aan. Daar heb wij nog de witte doopjurk van. Een nieuwe naam kregen ze - onze doopnamen.

Hoe moeilijk is het een godzalig “onstraffelijk” leven te wandelen. Maar als we 'uit zwakheid' in zonde vallen - ze kenden hun eigen hart... Dan voel je je beroerd! Je wil het niet meer, maar valt wel eens - twijfel dan niet aan Gods genade. Maar blijf ook niet die zonde!

Komt dat nu allemaal goed tot uiting in dat beetje water dat wij gebruiken? Daar hebben we het vanavond niet over. Het gaat nu over het wezen van het sacramenten. Ds M. van Campen (Ede) zei in een van zijn catechese boekjes: de doop klaagt, hij draagt (de belofte), en het doopwater droogt nooit op. En de doop vraagt. Praktisch nee te zeggen tegen het oude en vast te houden aan het nieuwe.
Het hele oude leven van de kamerling uit Moren land: hij werd gedoopt. Ze daalden af in het doopwater, en hij kwam er weer uit op. En hij mocht in 'nieuwigheids des levens' wandelen en hij reisde zijn weg met blijdschap!

Edit