Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-06-08 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Sam 22:2 1Sam 22:1-5 2008-06-08.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.8Mb)
2008-06-08C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.5Mb)
2008-06-08T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 14.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Kent u het boek “Neveldijk”? Geschreven door D. Hogenbirk, met pseudoniem D.H. Van der Vliet. Het gaat over godsdienstige mensen in een dorp. Een dominee van Wettum, een dominee Ruimstra, en een vrouwtje Klapwijk dat kon nogal babbelen. In dat boek komt ook de term spelonkiemensen voor. Daar gaat het over vandaag, spelonkiemensen. Er komt allerlei slag mensen naar David toe. Ik ga lijnen naar het Heilig Avondmaal trekken. De heerlijke Koning Jezus die berooide zondaars ontvangt. Ik zet boven de preek:
Deze ontvangt zondaars!
1.hun ellende (benauwd, schuldeiser, bitterlijk bedroefd)
2.hun verlossing (hij vergadert hen)
3.hun dankbaarheid (hij werd tot overste over hen)

David leek veel op de Heere Jezus, een type van Christus, is ook een voorvader van de Heere Jezus. De eerste keer lezen we in 1 Samuël 16 dat hij de schapen weidt. Geen jager, maar een herder. David betekent: de geliefde. Hij was de man naar Gods hart. Geliefd door God, gezalfd met olie en vooral met de Heilige Geest tot koning. Hij stelt zijn leven voor de schapen. Hij gaat de leeuw en beer te lijf om zijn schapen te redden. Hij gaat de geweldige overwinning behalen op Goliath. Hij wordt niet direct koning. Tussen zijn zalving en het echte koning worden liggen jaren van vluchten en omzwerven. 1 Samuël spreekt over zijn vervolging, over zijn lijden. 2 Samuël spreekt over zijn glorie als koning. Onze tekst gaat dus over zijn lijden. Weggejaagd bij de Filistijnen, opgejaagd door Saul. Geen plek om zijn hoofd neer te leggen. Net als de Heere Jezus. Die tiran Saul achtervolgt zijn beste onderdaan, David. Hij komt dan in de spelonk Adullam terecht. In het gebied van Juda, ten zuidwesten van Jeruzalem, een woest gebied. Hij kende dat gebied wel; hij kwam daar vroeger met zijn schapen. Een spelonk is een hol in de rots. Grote ruimtes, er is genoeg plek, daar kun je heel lang zwerven zonder ontdekt te worden. Aanvankelijk is hij alleen. Wat deed hij daar? Hij ging daar bidden. Psalm 142, psalm 57 hebben we gezongen; die heeft hij gemaakt toen hij in de spelonk was. We kennen dus iets van zijn innerlijke gevoelens, zijn hartsgevoelens. Ik riep tot de Heer met luider stem, staat er. Ze zaten achter hem aan, het kostte hem bijna zijn leven. Zullen ze me zien? Zullen ze me ontdekken? Hij had het benauwd. Hij ervaart het als een kerker. Maar hij roept tot de Heere. Hij neemt de toevlucht tot de schaduw van Gods vleugelen. Hij is veilig bij God. Onder Zijn vleugelen. Mijn hart is bereid om u te loven, staat er zelfs in de psalm. Hij heeft daar dus gebeden en gezongen. Heeft u ook zo'n Adullam? Van buiten strijd, van binnen licht. Eenzaam, maar met God gemeenzaam. Al heb je niemand, maar God was er. David heeft meer gebeden en gezongen in de tijd van zijn vervolging dan in de tijd van zijn koningschap. Psalm 142 het laatste vers: Voer mij uit mijn gevangenis, dat mij 't rechtvaardig volk omring'. Hij verlangt dus naar mensen om zich heen. Die mensen komen. Zijn familie komt naar hem toe, zijn broers en zijn vader en moeder. Zijn broers moesten eerst niets van hem hebben, maar nu komen ze naar hem toe. Paria's, ontredderde, ongelukkige mensen, desperado's. En David wordt het aantrekkingspunt voor die mensen. De nood dreef hen naar hem uit. Dat is een prachtig beeld van de Heere Jezus en Zijn gemeente. Als ik van de aarde verhoogd ben, zal Hij ze allemaal tot zich trekken. De Heere Jezus is de uitverkoren koning, maar ook de verworpen koning. Ook de verborgen koning; niet overal is Zijn koninklijke glans zichtbaar. Door de nood gedreven en door de liefde getrokken komen ze. Wat zijn dat voor mensen? Mensen die benauwd, bankroet of bedroefd waren. Die mensen konden het niet meer uithouden onder de tirannie van Saul. Dat moet u herkennen als u aan het avondmaal gaat. Een leven zonder God, dat is zinloos, dan heb ik geen borg voor mijn schuld, geen God voor mijn hart. Geef mij Jezus, anders stik ik en sterf ik. Gelovige mensen zijn ook maar een samengeraapt zootje bij elkaar. Zondaars, hoeren, tollenaars en bedelaars kwamen bij de Heere Jezus. Ziet u dat in uw gedachten voor u? Wie mag er tot Jezus gaan? Iedereen. Waarom doet niet iedereen het? Dat is een goede vraag. Psalm 116 zingt: ik was benauwd daar de angst der hel mij alle troost deed missen. Als de toekomst je gaat bespringen, en je je afvraagt of je wel veilig bent. Als de toorn van God op je afkomt, als je merkt dat je op reis bent naar de rechterstoel van God. Als je beseft dat je rekenschap moet afleggen; als de wet gaat spreken en je het benauwd krijgt. Als je dan hoort van die ene uitweg, dan ga je. Waar moet je anders heen? Als je een schuldeiser hebt, als je niets meer hebt. Schuldig aan Gods wet, je staat bij God in het krijt. Ben je al eens failliet gegaan in je leven.....In het Hebreeuws staat voor het woordje bitter het woordje “mara”. Bitterlijk bedroefden komen bij hem. Denk aan Naomi, die zichzelf niet meer zo wilde noemen maar Mara genoemd wilde worden. Hannah stortte ook haar hart uit bij God. Je zou wel dag en nacht kunnen huilen. Omdat je leven niet is zoals het voor God had moeten wezen. Geen uitkomst zien, maar er is toch een uitweg.
Ze gingen tot Hem! En wonder, ze waren bij David welkom. Schorriemorrie, loosers, wat heb je daar aan? Geen enkele aangenaamheid voor David in die mensen. En toch is David blij met hen. Hij heeft om mensen gebeden. Ze kwamen derwaarts tot hem. Kom herwaarts tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven, zei de Heere Jezus. Hij ontvangt zondaars en eet met hen. 400 paria's, mensen die de zinloosheid en de doelloosheid hebben gezien van een leven zonder David, van een leven zonder Jezus. Ze komen tot hem. Als dat maar goed gaat; ze zijn allemaal verschillende van aard. Kunnen ze de vrede wel bewaren? Ja, want ze hebben allemaal David als middelpunt. Zo lang ze maar naar David blijven luisteren, hebben ze van elkaar geen last. Dat is nu een toevluchtnemend geloof. Door de nood gedreven tot Hem zich ter genezing wenden. Het eerste wat ze riepen was: David ontferm u mijner. En David ontfermde zich over hen. Dat zie ik ook in het evangelie. De Kananese vrouw kwam tot Hem en Jezus hielp haar. Een benauwde Jaïrus was eveneens welkom. Heer, waar dan heen , tot U alleen. Die Heere Jezus verstoot mij niet, hij zal mij geenszins uitwerpen.
Wie kwamen er niet: de overpriesters en schriftgeleerden, de soldaten. Hun nood was blijkbaar houdbaar ; ze konden er nog net mee leven.
Deze arme mensen kwamen wel. David begreep hen goed; hij was zelf ook arm en benauwd; hij was ook zeer bedroefd geweest; hij begreep hen zo goed. Dat geldt ook voor de Heere Jezus. Hij kwam uit de hemel om onder ons te wonen. Hij weet wat het is om benauwd te zijn (hij werd achtervolgd door Herodes) , om bedroefd te zijn (Gethsemané). David kon het niet alleen invoelen, maar nam hun nood ook over. Hij maakte ze rijk. Zo doet de Heere Jezus ook. Ik mag naar Hem toe zoals ik ben. Hij neemt dat pak schuld van mij over, Hij heeft die opgelost door zelf mijn schuld te boeten. Hij heeft ruimte voor benauwden gemaakt, bedroefden blij. Sieraad voor as, vreugde voor een verslagen geest. In die spelonk was het wel een beetje benauwd, maar rondom David was het beter dan daar buiten. Ze waren niet alleen veilig bij David, maar ze werden ook door David verzadigd. Een open hart en open armen, maar ook een open tafel. David had het heilige brood uit de tabernakel gehaald, bij Nob. Hij laat hen eten met hem aan tafel. Gij richt voor mij een tafel toe in het aangezicht van de wederpartijder, van de vijand. Binnen in die grot zit David, veilig, etend en drinkend, terwijl hij buiten gezocht wordt. In het aangezicht van de vijand dus. Later zal Abigaïl nog meer lekker eten komen brengen. Psalm 23 zegt dat ze niet alleen een gedekte tafel hebben, maar dat zijn beker overvloeit. Ze heffen de beker op; en ze zullen hun gelofte van trouw doen. Ik mag mijn gelofte van toewijding aan Hem betalen. Er is in 1 Kronieken 12 een prachtige tekst. Denkt u aan die mannen in de grot, die eten en drinken en de beker opheffen. In vers 18 staat: en de Geest toog Amazaï aan, de overste. Wij zijn de uwe, o David, en met u zijn wij, vrede zij u, want uw God helpt u! Ze drinken David toe; ze geven zich aan hem over. Dat mag ook in het avondmaal; de Heere opnieuw trouw beloven, toedrinken. Even die spelonkiemensen bij elkaar, verzameld rond de goede Herder. Hij werd tot overste bij hen; ze kwamen tot hem en ze bleven bij hem. Ze wilden hem ook gehoorzamen; ze namen niet allen de toevlucht naar wijden hun leven aan hem toe. Waarom doen ze dat eigenlijk? Ze kiezen de moeilijkste weg. Waarom? Omdat ze alles aan hem te danken hebben. Hij heeft het probleem van mijn schuld opgelost door zelf te betalen. Hij heeft de bitterheid uit mijn ziel gehaald en mijn ziel gevuld met zijn liefde en vrede. Deze mannen blijven trouw door dik en dun. Hij heeft ze ook gevormd . Geen bende en zootje ongeregeld. Hij heeft ze opgetild tot zijn niveau. Heeft ze tot zangers gemaakt. Toch werden ze ook wel eens ontrouw. Juist toen David op een ziekbed lag, gaven ze hem de schuld, wilden ze hem stenigen. Ze werden hem ontrouw. Hoe liep dat af? David heeft ze ook verteld dat hij koning zou worden en dat hebben ze geloofd. De Heere Jezus komt ook terug, als Koning. Ik hoop dat hij terugkomt voor de volgende keer avondmaal. Dan geen voetbalgekte meer. Het kan niet samen gaan. Als je echt van David houdt, komt er een scheiding in je leven. Een scheiding met wat je vroeger zo leuk vond. Zo mag je vanmorgen gesterkt worden. Die 400 delen nu in zijn verwerping, maar toen David echt koning werd, kregen ze allemaal een belangrijke post. Ze mochten ook delen in zijn heerlijkheid. Als je nu deelt in zijn smaad, zal Hij je straks kronen. Straks mag je je soldatenplunje uittrekken en krijg je het feestkleed om. Hij zal ieder persoonlijk tot Zich roepen. Welgedaan gij goede en getrouwe dienstknecht. En zij zullen zeggen: we hebben maar gedaan wat we schuldig waren te doen.

Zondaar zoekt gij rust en vrede
levenslust en stervensmoed
niets deelt u de wereld mede
alles vindt ge aan Jezus' voet.
Hoor bij dagen en bij nachten
roept de Heiland: komt tot Mij!
Waarom, waarom zoudt gij wachten
spoedig is uw tijd voorbij.
Kom, o kom met al uw noden
vrede wordt u aangeboden
vlucht dan eer u sterven moet
met uw zonden aan Jezus' voet.
(JdH 81:1,3)

Edit