Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-06-08 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Spr 30:26 Spr 30:24-33 2008-06-08.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)
2008-06-08C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.9Mb)
2008-06-08T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)
De kleine dieren uit Spreuken 30

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De laatste van een serie van vier preken over de kleine dieren uit Spreuken 30.
Het konijntje vanavond, je ziet ze veel in Israël, in de bergen. Klipdassen, bergkonijnen, eigenlijk. Dassies in het Zuid-Afrikaans. Adam gaf de dieren een naam, in Spr 30 leren de dieren de mensen een les.
De mieren verzamelen - zo wij het woord van God.
Sprinkhanen - beeld voor het volk van God
De spin - in het huis van God.
Bij konijntjes denk ik aan de Zoon van God. De steenrots is Christus

De steenrots als schuilplaats
1 de konijnen vrezen, 2 ze vluchten, 3 ze zijn veilig

1
Hij komt voor in de wetten van Mozes, het waren wel herkauwers, maar je mocht ze niet eten, de hoeven waren niet gespleten. Herkauwen moeten wij ook, overigens, zeker na het Avondmaal. U moet niet keuren of u proeft en laat het staan, of naar binnen geschrokt en weer doorgaan. Velen luisteren zo'n dienst nog eens na, dat is een goede gewoonte. Wat heeft de Heere nu aan mij te zeggen?
Onrein kom je in de Bijbel tegen pas na de zondeval, en overal.
Er is ook een zin in de psalmen (104), een echte natuur psalm. De rotsen zijn een schuilplaats voor de konijntjes.
Spr 30, Agur staat er als schrijver - of het een andere naam is voor Salomo, of een andere persoon, het doet er niet veel toe. Hij heeft het op mogen schrijven. Hij is door de knieën gegaan en heeft de mieren gezien, maar dan hoog in de bergen ziet hij de klipdassen. De bergkonijntjes liggen heerlijk te luieren, rijen dik. Koesteren in de zon. Slapers. Alsof ze in de zon liggen te bakken. Ze houden van gezelschap. Als je er een ziet, zijn er meer in de buurt. Ze maken knorrende geluiden, net als cavia's, zo houden ze contact.
Op eens springen ze op en ze schieten weg, razendsnel. De rotsspleetjes in. Wat er gebeurde? Een stipje in de lucht dat groter wordt. Een roofvogel, havik of arend. Met scherpe ogen en klauwen. Op die hoge punten zitten een soort wachtposten, drie mannetjes! 120 graden breed is hun blik, met drie tegen elkaar kunnen ze helemaal rondkijken. Ze letten goed op. Als ze iets zien naderen, maken ze een fluitend geluid, dat weerklinkt als een alarmsignaal. Je ziet er geen een meer.
Wat een wijsheid zit er in dit beestje, een leerschool in de genade.
Weerloos, vreesachtig, schuw, dat moet ook wel, ze kunnen zich niet verdedigen, geen scherpe klauwen, of tanden; geen hoorns, niet sterk. Zwak van moed en klein van kracht. En ze worden bedreigd van alle kanten.

Ziet u daar uw evenbeeld in? Kerkgangers, kinderen? Ik ben eigenlijk net zo zwak en er zijn overal zielsvijanden. Geestelijke vijanden willen mij kapot hebben. De dood wenkt ieder uur. Rampen kunnen zo maar komen. Het rechtvaardig oordeel van God hangt boven u en als je niet bereid bent kan het elk moment losbarsten. Bent u zich bewust dat u weerloos bent? Dat u de satan niet ziet, maar hij is nooit ver weg. Er zijn van die wachters - de dominees, wachters op Sions muren. Ik ben hier aan u verbonden om u te waarschuwen, er dreigt gevaar; ik geef een alarmsignaal af, vanavond hier in de kerk, het komt dichterbij of je het ziet of niet. Om je op te wekken uit je luier-leventje. Niet moeilijk doen, ik ben toch gezond? Misschien zie je het niet, maar de wachter ziet het wel.
Die konijntjes worden blind geboren. De eerste 9 dagen zijn ze blind. Ben ik dat? Nog steeds blind en doof voor die stem, wil ik er misschien niet aan?
Een pijlsnelle reactie als dat alarm klinkt. Ze stellen het niet uit. Als je op het laatste moment gaat en je kan de spleet niet snel vinden, is het voorbij. Je moet niet ver van de opening leven.
Psalm 104 zegt een 'schuw konijn'. Een bang konijn, ze missen kracht, maar hebben wel wijsheid. 'Nochtans', dat is het geheim een van de rijkste woorden in de Schrift. Hoewel ze weerloos zijn.
Niet naar het vlakke veld, daar zijn ze een makkelijke prooi. In de spelonken kan de vijand ze niet vinden en zijn ze veilig.

2
Ze vluchten, dat is niet laf, maar wijs. Met grote snelheid, op het moment dat het signaal gegeven wordt. De Heere wil ons daarmee een voorbeeld geven. Ze misbruiken hun machteloosheid niet. Dat doen wij: 'ik kan niets, ik kan me niet bekeren, en daarom moet God het maar doen', om rustig hun onbekeerde leven voor te zetten. De konijntjes bedenken geen uitvlucht, maar hebben een toevlucht.
Niemand hoeft vanavond om te komen in de Dag des Oordeels. Je kunt het gevaar ontkomen. Ik ben zwak maar in Hem ben ik machtig. Tegen de rots kan de vijand niet op. Hoogstens kan hij zich op houden voor de inhoud van de spelonk. Maar wil hij mij te pakken nemen dan zal hij eerst die rots opzij moeten zetten.
Zo'n diertje heeft God op de index gezet; verboden te eten. Hij gebruikt het voor een les.

Die rots is de Heere Jezus. Toch..! Hoe vaak lezen we niet dat God een Rots is, psalm, 65, 95. Machtig God, sterke Rots zegt ook een Opwekkingslied. Voor kleine, onreine, machteloze zondaars.
De opgeheven, maar ook uitgestoken vinger. Rennen! Ja maar ik lig op bed, hier in het ziekenhuis - stel je vertrouwen helemaal op de Heere Jezus Christus, met je zieke lichaam en droge mond en je gehandicapte leven en je arme ziel. In de schuilplaats van de allerhoogste. Er is maar Een naam en maar een plek waar je veilig wordt. Waardoor zondaars zalig moeten worden. Golgotha is de plek.
Hoe rijk is het, dat God zelf die Rots geopend heeft. Hij heeft gezorgd voor de kieren, gaten en spleten, door Hem Zelf te slaan. In die holen van Zijn heilig lichaam daar mag ik door het geloof in vluchten, schuilen in Zijn wonden en er vertroosting vinden. ”Er is plaats bij Hem” roepen al die monden mij toe. Dat is evangelie.

Soms lukt het een arend een klipdas te vangen. Dat is eigen schuld. Hij had gered kunnen worden, maar hij gaf geen acht op de alarmsignalen. Hij was te laat bij de rots; een ellendige dood en gillend ten onder. Hoeveel kerkgangers lijken er op die kleine wijze konijntjes. Heel ver weg of heel dicht de rots; als je niet binnen bent ga je nog verloren, als de arend van de dood komt, nu - zodra je het signaal hoort en dat hoor je nu. Zeg niet: ik heb nog ruime tijd. Beter nu veilig te zijn! Er is een Zaligmaker die wil zorgen voor jouw ziel. Zeg het: Heere Jezus red mijn ziel, behoud mij, verlos mij, dat ik bij u veilig mag zijn tegen het gevaar.

Hoe wordt een zondaar zalig? Het KAN zo gaan: wanneer krijg je een redder echt nodig? Toen mijn ogen open gingen en mijn oren het alarmsignaal gingen horen... Gemeente herkent u dat? Uw ogen gingen open voor de nutteloosheid van 70 jaar ploeteren zonder God. Ik zag dat het mijn hart niet kon vervullen en ik zag dat er inderdaad een hemel en een hel is. En dat ik op de verkeerde weg zat,... ik ben nog buiten...! Altijd in de kerk geweest? Avondmsaalsganger, maar misschien ging u toch zien: ik ben nog buiten, dan zak je door al je godsdienst heen. Ik kan niet sterven zoals ik er nu voor sta. Je durft geen oog dicht te doen, als die arend van de dood komt vannacht,.... een ontdekte zondaar, noemde ze zo iemand vroeger. Dan ga je David begrijpen: ik wou vluchten en ik kon nergens heen. Soms druk ik het weg, en dan gaat het even en dan komt het in alle hevigheid terug.
En dan hoor je van die rotssteen - die heb ik nodig; die kan ik niet missen. Er is er geen dan HIJ alleen. Je weet, ik moet bij Jezus zijn - maar hoe kom ik daar? 'je moet geloven' zeggen de mensen. Je gebed is: wees mij een schuilplaats! Zien is nog niet hebben - daar kan je verkeerd mee omgaan, ik weet het. Maar het kan wel: je weet dat Hij de Redder is, maar nog niet dat Hij jouw redder is. Weet je wat daar tussen zit, tussen zien en hebben; tussen het zien en zijn in? Het vluchten naar Hem!! Dat doen die konijntjes! Er komt er een aan: net op tijd binnen, buiten adem. Met kloppend hart binnen... omdat hij zo hard gerend heeft. Denk je nu echt, dat als hij die arend ziet, dat hij vrolijk op zijn gemakje komt aan huppelen? Ik moet me om mijns levens wil haasten en spoeden. Geloven - daar zit altijd een haast in. Nu of nooit, slikken of stikken, binnen of buiten...
Binnen - daar zitten er nog 400 er is ruimte genoeg! Vaste rots van mijn behoud.

Die rost is er al voor ik er ben. Je kunt je eigen kasteeltje niet in elkaar timmeren als konijn, ze maken gebruik van wat er al lang is. Voor dat ik geboren was was Hij er al. Toen ik nog zondaar was, was Hij er al voor mij.
Het geloof vlucht naar Hem.

3
Ze zijn veilig, hun huis is in de rotssteen. Nu kunnen ze gerust ademhalen. Er is verschil tussen geloof en geloof, het wezen en het welwezen. Het wezen is het persoonlijke vluchten naar Hem; het welwezen: dat je ook tot rust mag komen - 'o als de vijand maar niet'.. Nee ik ben veilig, geen vijand kan mij meer deren, er is geen verdoemenis voor wie in Christus Jezus zijn. Dan kom je tot bedaren, en dan mag er zelfs vrolijkheid zijn in de Heere.
Een huis; ze komen er niet zo maar - ik wil zo graag blijven bij de Heere Jezus. Blijf in Mij. Mijn conditie is zwak maar mij positie in Hem is sterk. Paulus zegt: mijn leven is verborgen bij God. Save, veilig. De brullende leeuw kan er niet in.
Ze stellen hun huis, dat is een actieve daad.

De klipdassen krijgen ook kindertjes. De jonkies leren al heel vroeg, die heilige kunst om in die rots een veilig tehuis te maken.
De waarschuwende vinger toch ook, maar leren ze het van ons, het moet Jezus zijn, wil het vrede zijn. Om je vertrouwen te stellen op de Heere Jezus Christus.

Agus keek van omlaag naar omhoog. 3000m hoog kunnen de klipdassen voorkomen. Daar zijn ze veilig. Als ik nog hoger kijk, dan kom ik bij de Rechter hand van God, de Heere Jezus, mijn Rots, daar is mijn leven verborgen, daar kan geen satan meer bij.

Hoe hoog die rots ook is, hij begint bij de bodem. Wie in het stof lag kan er toch nog naar toe! Zo zorgde God voor de mensen.

De klipdassen hebben onder hun voetzolen eelt, een soort zuignapjes. Ze kunnen aan de gladde steile rotswand vastkleven. Ze klemmen zich vast aan de rots.

Lijken wij nu op zo'n wijs konijntje?


Klem vast aan de Rots u,
’t gevaar dreigt altoos;
klem vast u aan Jezus,
die ’t kruis voor u koos.
Zijn liefd’ is uw sterkte;
wat Hij heeft volbracht,
geeft vreed’ u en blijdschap,
welk kruis u ook wacht
JdH 639

Edit