Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-06-22 10:00:00
cand. A. van Kralingen (Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 146:5,6 psa 146:1-10 2008-06-22.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2008-06-22C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2008-06-22T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een lofpsalm. De dichter wekt zichzelf op om de Heere te prijzen: O mijn ziel, prijs de Heere. In deze psalm is de reden vooral de hulp van de Heere. Hulp: ons allemaal wel bekend. Hulp bij huiswerk, bij het plakken van een band. Maar in psalm 146 is het echt wel hulp in nood!
Bij hulp geldt dat degene die mij helpt, mij wel moet kunnen helpen! Hij moet in staat zijn mij te redden.
Hij moet het ook willen. Stel dat een dokter geen tijd heeft, of geen belang in uw gezondheid zou stellen.
Hij moet ook het beste met mij voorhebben: mijn belangen op het oog hebben. Dat kan zelfs op het eerste gezicht/ gevoel tegen mijn welbevinden ingaan! Een chirurg moet wel eens snijden.
De Heere helpt: Hij kan, Hij wil en Hij weet wat het beste is. Als u uw kinderen goede gaven geeft – hoeveel te meer zal uw hemelse Vader ons het goede schenken? Zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken?
Ik zal den Heere prijzen. Daar hebt u de diepste reden van ons bestaan: geschapen tot Gods lof. Alles wat adem heeft, love den Heere!
Centrale tekst vers 5 en 6. Welgelukzalig. De God van Jakob tot je hulp. Verwachting op de Heere, je God. Niet op mensen! Een bekende tekst voor ons. Vest op prinsen geen betrouwen.
Teleurgesteld in mensen. Wonden geslagen. Wie niet?
Toch gaat het daar in deze psalm niet om. Zijn geest gaat uit, zijn aanslagen vergaan. Geen terroristische aanslagen. Hij sterft, zijn beraadslagingen gaan met hem mee het graf in. Zijn plannen worden tot niets. Dat zien wij toch vaak: mensen in de bloei van hun leven. Afgesneden. Dat geeft ontreddering, wanhoop, leegheid. Bijbelse woord ijdelheid. Stof zijt gij, tot stof zult gij wederkeren.
Dat raakt ons vertrouwen. Je verliest je vastheid. Je had je hoop op een mens gesteld. Op een vader of moeder; op een broer of zus, op een vriend of vriendin, en … hij ging heen.
In vele psalmen vinden wij dit verwoord. Bijvoorbeeld in Psalm 39: “En nu, wat verwacht ik, mijn hoop is op U.”
Het raakt alle mensen. Het raakt zelfs prinsen: de edelen van het volk. Je kunt tegen die mensen opkijken. Er wordt geen adeldom bedoeld zoals wij dat kennen, maar edelen van karakter, van hart. Geestelijke adeldom. Kinderen van God die vooraan staan, niet omdat ze graag vooraan staan, maar die vooraan staan in ootmoed. Edelen, prinsen.
In de Bijbel betekent dat: zij die vrijwillig geven! Geven, niet eisen, niet vragen. Geven, niet al zuchtend, maar blijmoedig, van harte, met liefde. Bijvoorbeeld in Ex. 36: men gaf zelfs teveel voor de bouw van de tabernakel. Zo ook in het boek Ezra. En Psalm 110: een gewillig volk
Vanuit een gevende God, Die Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard. Ps. 68: God geeft gewillig
Vanuit Christus, Die Zichzelf gaf. Vrijwillig geven: aan de ander, maar hier ook: aan de dienst van de Heere. Die prinsen, die edelen gaan ook heen. Je kunt zelfs op die mensen, die zo hoog staan, ten slotte niet je vertrouwen stellen. Ook zij moeten sterven.
Die vergankelijkheid raakt ons allen – ook de psalmdichter zelf. Ik zal den Heere prijzen en psalmzingen, terwijl ik nog ben. In deze psalm dus niet: ik zal straks in de hemel zingen, maar: ik zal Hem nu prijzen, in mijn leven. Ik zal zolang ik het levenslicht geniet, Hem verhogen in mijn lied. Maar dan?
Dan wordt het stil. Dat is de werkelijkheid van de dood. De slagschaduw van onze val; het loon op de zonde is de dood. Dan zwijgt de lof aan God!
Wij leven onder de nieuwe bedeling; de bedeling van ‘een zoveel beter verbond’. Jezus Christus is opgestaan uit de doden. Dat licht gloort wel in het Oude Testament, maar is nog niet ten volle ontstoken. In Jezus Christus is het volle licht opgegaan. Hij doodt de dood in zijn dood en Hij verbreekt op de morgen van Pasen de stilte.
Daarom in deze psalmen: nu. Maar het stille graf … En toch! Ik zei al: hier gloort het licht. want toch: welgelukzalig. De Heere regeert in eeuwigheid. Ook deze psalm getuigt van Christus. De heiligen van de oude bedeling hebben de dag van Christus van verre gezien en omhelst. En Jezus zegt dat al de Schriften van Hem getuigen! Predikend over de Profeten, de Psalmen en de Geschriften mogen wij u Hem nooit onthouden! Zo verkondigt Hij immers Zelf ook op weg naar Emmaüs.
Welgelukzalig die God tot Zijn Hulp heeft. Dat heeft enkele redenen. Ik noem allereerst: God is de God van Jakob. De God van het verbond. De God Die trouw is. Die niet laat varen de werken Zijner handen. Die hun het goede niet zal onthouden, zelfs niet in de dood. Als Jakob dan staat voor de Jabbok met de dood voor ogen, is daar een Man Die met hem worstelt tot de dag aanbreekt. En Jakob laat deze Man niet los, tenzij Hij hem zegent; tenzij de God van Jakob Zijn Woord volbrengt!
Die God van Jakob is de God Die de hemel en de aarde gemaakt heeft. De grote Schepper van alle dingen. De God Die alle dingen geschapen heeft. Die in de duisternis van de schepping sprak: “Daar zij licht!”
Die trouw houdt in der eeuwigheid. Dat geldt verleden – heden – toekomst. Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Uw Hulp: nu. Uw Verwachting: voor de toekomst. Voor tijd en eeuwigheid.
Kent u die God? Is Hij uw Hulp en uw Verwachting?
Vaak als ANWB: als we Hem nodig hebben. Geen lid van de ANWB, dat worden we wel als we echt niet zonder kunnen. Zo lijkt het te kunnen – maar dat laat zien hoe u leeft, wie u bent … zonder God. Goddelozen: der goddelozen weg keert Hij om. Een weg die iemand recht schijnt, maar wegen des doods zijn het einde. Zo kan het wel, zo lukt het wel, zo kom ik er wel, zo zal het wel gaan … maar nee. God komt u tegen. De God van Jakob. Jakob, die zijn eigen weg ging; ook nog wel met de beloften Gods!
Gewen u toch aan Hem. De Heere zal in eeuwigheid regeren. Dan eindigt de psalm met Hallelujah. Nu niet meer een relativerend: nu, in dit leven. Maar bijna zou ik zeggen: zorgeloos.
Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Hallelujah!

Edit