Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-06-29 10:00:00 ds. J. de Jong (Nieuw-Beijerland)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 19 Psa 19:1-15 Joh 1:1-5 1:14-18 2008-06-29.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.9Mb)
2008-06-29C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Twee getuigen spreekt Psalm 19 over. Kun je God leren kennen? Is Hij daar niet te groot voor? Hij de geheel Andere. Het zou wat zijn als je aan het eind van groep 3 een wiskundige som van de Havo zou krijgen. Je legt een kind dat een magneet heeft gevonden niet uit hoe magnetisme werkt... David spreekt hier over dingen die Hij van God heeft gezien. Als een magneet is hij door God aangetrokken. Hij zingt over Zijn werk. Hij kijkt naar boven, de zon en de maan en de sterren. We weten niet wanneer hij deze Psalm schreef. Heeft hij ingrediƫnten ervoor gevonden als herdersjongen 's nachts? Het uitspansel verkondigt Zijn werk, ze spreken over Hem. Er zij licht en er was licht. Er was het Woord en dat was God, en door dat Woord is alles gemaakt. De Persoon van Christus, zoals Hij van eeuwigheid was. De Middelaar in de Schepping, door Hem is de schepping in het aanzijn geroepen.
We kunnen naar de maan gaan en de zaak onderzoeken, maar we hebben hem niet gemaakt. Het is ook tot eer van Hem. Als de aarde maar een fractie dichter bij of verder weg zou staan van de zon zou het te koud of te warm zijn voor het leven, het getuigt van Zijn liefde voor ons. Stille getuigen. Schitterende getuigen over God en de Middelaar. Elke dag is nieuw. De dag aan de dag vertelt weer iets. Zijn barmhartigheden zijn elke dag nieuw. Het gaat uit tot aan de uitersten der aarde. Hoe verschillende het op aarde kan zijn dag en nacht, noordpool en evenaar. Maar alles spreekt ervan en heeft zijn plaats gekregen.
Wat is het dan erg, als er mensen zijn die juist dat onderzoeken en die stem niet horen en willen horen. God wilde men niet meer ontmoeten in Zijn schepping met de gevolgen zitten we nog. We spreken niet meer over Schepping, maar over 'natuur'. De evolutie waardoor alles ontstaan is, geen God maar een knal. Erg eigenlijk, terwijl de hemel staat te getuigen en de aarde zwijgt en zegt er is geen God....
Paulus schrijft erover in Rom 1; als men ten onder houdt wat van God te kennen is in de Schepping, dan gaat het ook mis tussen mensen, de fundamenten zijn er niet meer. Van kwaad tot erger. God niet willen herkennen.

En hoe is het met ons? Erkennen wij Hem. Wij bidden en danken toch voor het eten? Dat is goed; maar op je werk: durf je er iets over te zeggen? Op school? Dat valt niet mee. Durven we nog te bidden in een restaurant? Durven wij te zeggen, dat we de wijsheid nog zien van God? Kijk nou eens hoe mooi dit in elkaar zit... Als we aan het studeren zijn, 'wetenschap' krijg je voor geschoteld. Het is wat om je vinger op te steken bij een theologie-college - 'er staat toch dit of dat in de Schrift?'
Ik geloof in God, de schepper van hemel en aarde. Zoek mede christenen, studenten op. Dit kwam ik tegen. Leven door het geloof in Hem als klein mens. Wij zijn van het spoor af gegaan.
De sterren getuigen, maar wie ben ik?
De zon is vrolijk als een held, ze gaat met vreugde haar weg. De weg van God. Ze laat Gods heerlijkheid zien.

David heeft de glorie van God ontdekt, gelovend in God ziet hij het ook in het woord van God.
De Wet, getuigenis, bevelen, het gebod, de rechten - hij komt woorden te kort...
Wij mogen genieten van Gods goede gaven in Zijn schepping. Maar ik zie nog iets veel mooiers in Zijn woord. Dat mogen we ook doorgeven aan anderen. David gebruikt de naam 'Heere', in het Hebreeuws JHWH. Jahwe - misschien. Er zit iets van het werkwoord `zijn` in. De God van de Verlossing, van het verbond. Die ook Zijn Zoon heeft willen zenden. De Heer in Wie al het leven ligt.
David gebruikt verschillende woorden: de wet is volmaakt. Er hoeft niets meer bij. Torah: De 10 geboden van God, maar het is breder. De vijf boeken van Mozes. Heel Gods leiding in heel het leven, Abraham, Izak en Jakob, de weg door de woestijn, die Hij zelf voor was gegaan. Ik ben de Heere uw God. Wie Zijn Zoon kent, zal in het duisternis niet wandelen, aan dat woord ontbreekt niets.

Zij bekeert de ziel. Het staat boven aan, het allerbelangrijkste. De bekering van ons hart.

Wat een wonderlijk geheel, wat een dwaze gedachte is zo'n oerknal eigenlijk. Een zak met letters schudt je uit en dan ligt er opeens een woordenboek. Zo is de evolutie-leer. Het leven is oneindig veel complexer. Er moet een plan achter zitten, daar zit Iemand achter. Het woord laat ons nog meer zien. De schepping laat niet zien Wie deze God is, en hoe we met Hem in contact kunnen komen, en of Hij ons nog wel wil hebben....
Hij is de God die zondaren oproept, die de zonden van die wereld zelf heeft gedragen in Zijn eigen lichaam.
Ben je bekeerd? Heeft je ziel zich tot God mogen wenden, Heere als u zo machtig bent, en als U zegt dat U mij wil hebben, dan wil ik ook niet langer zondigen. Als u roept dan kom ik Heere, zoals ik ben. Tot een leven dat nooit meer over gaat.
Kom!

Het woord van God is vast en betrouwbaar. Je maakt zoveel mee, waardoor je geloof aan het wankelen wordt gebracht. Slechten, dat is eenvoudigen; wijsheid van de God, niet die van de wereld.
Het is rein - we moeten die reinheid buiten onszelf zoeken! Het bewaart ons voor onreinheid... waar worden we niet mee overspoeld. Via TV, Internet. We hebben die bewarende reinheid zo nodig.
Het woord van God is zo oneindig veel waard. De wereld geeft goedkope lol. Ook tijdelijke dingen. Maar wat van God is, de vrede die er door Jezus Christus is, dat is eeuwig en blijft ons bij.
Zo spreekt David vol vreugde en ontzag en kinderlijk vreze over God en Zijn woord. Het getuigt van de Heiland, ten diepste van de Heere Jezus zelf. Hij is onze Zon. Een held die uit gaat bereid om Het pad te lopen, hoeveel geldt dat niet voor de Heere Jezus, uit de slaapkamer van de eeuwigheid, tot aan de smadelijke dood aan het kruis.
Geniet van de schepping, maar ga niet voorbij aan Wie volmaakt prachtig is. Alles aan Hem is heerlijk.

David eindigt stil. Reinig mij van de verborgen afdwaling. In het licht van de heerlijkheid kijkt David naar zichzelf stil worden voor God. Herkent u dat? Kleinheid, maar ook zijn eigen zondigheid. Kent u dat ook ? Ik word vermaand door dat woord. Wie zou zijn afdwalingen verstaan - wat heb ik verkeerd gedaan, wat kon voor God niet bestaan? Jaloersheid, lelijk gedaan tegen mijn ouders, - de dingen die we weten. Maar hoeveel was er van binnen? Of ook zonder dat we het zelfs hebben opgemerkt, maar toch niet in overeenstemming met hoe Hij ons bedoeld heeft...! Reinig mij Heere!

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen? Heere Jezus kom in mijn hart, leid mij. Zo wandelt hij in de vreze des Heeren, wie zo wandelt. Wandelt zeker en veilig; vrede die alle verstand te boven gaat, niet zonder zorgen, of een gemakkelijk leven. Maar niet zonder zegen, en in zekerheid. Tot in eeuwigheid.

Het eindigt in een lofprijzing. U bent de rots waar ik op sta.
Je zult nog veel tegenkomen in je leven - waarvan je zegt dat zou ik anders willen. Maar Gode zij dank, door Jezus Christus die ons de verlossing heeft gegeven in Hem.

Glorie zij aan God de Vader
Glorie aan God de Zoon
en Glorie aan God de Heilige Geest

Edit