Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-04-27 17:00:00 cand. A.L. de Kwaadsteniet (Rotterdam)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Job 19:25,26 Job 19 2008-04-27.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.2Mb)
2008-04-27C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.2Mb)
2008-04-27T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Ik weet dat mijn verlosser leeft! Wat een geladen woorden neemt Job op zijn lippen. Zo volkomen onverwacht, nadat hij in de vorige verzen vooral geklaagd heeft over God. En dan plotseling deze woorden: ik weet dat mijn verlosser leeft! Als een straal licht, die door de donkere wolken heen naar beneden valt. Woorden van hoop en geloof. Een geloofsbelijdenis. Geen woorden die zomaar gezegd worden in het voorbij gaan. Hij zegt dit niet terloops, maar vanuit de diepte van zijn hart. Woorden waarin al zijn geloof en hoop zich samenballen. Hoe kan hij daar zo zeker van zijn? Juist in deze situatie? Het lijkt wel of ze hem van God gegeven worden. Hij krijgt iets van een profeet die veel verder kijkt dan mensen normaal gesproken kunnen zien. Juist Job kijkt heel ver over de eeuwen heen. Hij weet: er is een Verlosser ook voor mij. Die zal ten laatste over het stof op staan. Hij ziet hier de Heere Jezus Christus al, eeuwen voor Hij werkelijk komen zal. Job had daar geen enkele aanleiding voor. Zijn levensverhaal is vol rampen en lijden. Alles wat fout kon gaan ging fout. U kent zijn verhaal wel: zijn vee gestolen, zijn knechten gedood, ander vee en knechten verteerd door vuur uit de hemel, tenslotte zelfs zijn 10 kinderen verloren van het ene op het andere moment. Jobs leven stort plotseling totaal in elkaar. Dat kan bij u ook gebeuren. Dat u werkelijk niet weet hoe u verder moet. Job raakt van het ene op het andere moment alles kwijt en wordt ook nog eens ernstig ziek, hij wordt melaats. Hij moet buiten de stad blijven en zich krabben met een potscherf, wachtend op zijn dood. Hij zag er ook nog eens afschuwelijk uit. Denkt u aan de lepralijders waar je vroeger plaatjes van zag. Jobs familie laat hem ook nog eens zitten. Hij raakt geïsoleerd. Een vreemdeling in hun ogen. De mensen keren zich van hem af, zelfs degenen van wie hij hield. Wij kennen de achtergrond van Jobs geschiedenis. Wij weten dat alles te maken heeft met een geding tussen God en satan. Maar dat wist Job niet! Satan zei: zou het voor niets zijn dat Job u vreest? Hij trekt Jobs godvrezendheid in twijfel. Maar Job geeft zijn geloof niet op. Hij spreekt dan die andere geladen woorden: “De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen; de naam des Heeren zij geloofd”. Dan mag de satan zelfs zijn gezondheid aantasten van God, maar niet zijn leven. Zijn vrouw zegt: zegen God en sterf! Zelfs zij valt hem af. Job toont echter een groot geduld. Hij weet niet waarom hij zo moest lijden; het lijkt een noodlottig toeval, maar dat is het niet. Dat is ook voor ons moeilijk; we weten vaak niet waarom God een bepaalde weg met ons gaat.
Job heeft gelukkig nog wel vrienden. Zij zoeken hem op. Zeven dagen lang zwijgen ze. Ze delen in zijn lijden. Zeven dagen lang. Dan pas gaat hij spreken. Hij vervloekt zijn geboortedag. En dan gaan zijn vrienden wel met hem praten; ze zeggen dat er toch wel een reden moet zijn waarom Job zo moest lijden. Ze zeggen dat Job vast een verborgen zonde heeft die hij maar eens moet opbiechten. Op zich klopt het dat God het kwade straft en het goede zegent. Maar zij draaien het om: je wordt gestraft, dus je zult wel gezondigd hebben. Dat is een manier van spreken die goed lijkt, maar intussen alleen maar stuk maakt. Het gaat allemaal fout; en Job merkt niets van God. God houdt zich stil; alles schijnt er op te wijzen dat God zich stil houdt. Het beeld van God lijkt omgekeerd te worden, als iemand die alleen maar kwaad wil voor Job. In vers 6 zegt Job: weet nu dat God mij heeft omgekeerd! Job voelt zich als een zak met spullen, die God heeft leeggemaakt en daarna weggegooid. Hij kan zich niet langer ophouden; hij keert zich nu toch ook tegen God. De hand van God heeft mij geslagen, zegt hij tegen zijn vrienden. Dus hou maar op; dat is tussen mij en God. God lijkt zijn vijand te zijn. Job worstelt om God terug te vinden. En dan klinken opeens die woorden: ik weet dat mijn verlosser leeft! Job weet opeens dat hem recht gedaan zal worden. Een losser had tot taak die ander recht te doen. De losser was en advocaat, die de zaak ter harte nam en je verloste.
Job verwacht dat God hem zal verlossen. Dat is een daad die van groot geloof getuigt. Hij kan het niet beredeneren, maar hij beroept zich op God, tegen God. Heere God, toon wie U bent; ik weet dat U genadig bent! Dat is een heel echt en diep geloof. Ik weet dat mijn verlosser leeft. Weten is hier niet bedoeld als kennis. Het gaat om kennen en vertrouwen! Job kent God en wordt door God gekend. Daarom vertrouwt hij God. Kennen heeft alles met vertrouwen te maken. In de vertrouwelijke omgang met God ontstaat kennis; dan weten we, wat we aan elkaar hebben. Zoals dat gaat in het huwelijk. Het woord dat hier voor “kennen” wordt gebruikt, is hetzelfde woord als het woord dat voor “bekennen” wordt gebruikt. Het gaat dus om intieme omgang met elkaar. Intieme omgang. Job zegt dingen die verder gaan dan wat hij menselijkerwijs kan weten of ervaren. Job wijst ons op de Heere Jezus. Van Job kunnen we met een gerust hart geloven dat Hij ons geen goedkope oplossing aan de hand doet. Jezus is zelf immers de lijdende Knecht des Heeren geweest; die geleden heeft en niet ten onder ging, maar is opgestaan. Job wijst ons op Jezus. Eeuwen voor Hij komen zou, ziet Job hem al. Vanavond mogen we met hem meekijken. De lijdende knecht die alles gedragen heeft, de schuld van de wereld. Die in de 3 uur duisternis Gods toorn heeft gedragen. Bij deze Jezus kunnen wij terecht, ook vandaag. Jezus is niet alleen opgestaan als verheerlijkt; Hij laat het lijden niet achter zich. Hij draagt de wonden nog in Zijn lichaam. Hij is opgestaan met de tekenen van het lijden in Zijn lichaam. Hij is een Hogepriester die weet wat wij lijden moeten. Hij is in het lijden van Job geweest. Ondanks alles dat er in mijn leven is gebeurd, klem ik mij aan Hem vast en ga ik met Hem mee en vraag ik Hem om met mij mee te gaan. Hij die midden in onze pijn wilde zijn. Die alles gedragen heeft en die opstond uit de dood. Jezus leeft! Amen.

Edit