Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-06-01 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Spr 30:28 Job 8:1-15 Jes 59:1-6 Spr 30:24-28 2008-06-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)
2008-06-01C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.3Mb)
2008-06-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.1Mb)
De kleine dieren uit Spreuken 30

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Er is een klein boekje van John Bunyan: Gesprek tussen de zondaar en de spin. De zondaar zegt, wat een lelijk zwart kruipend ding ben jij! Ik ben een spin... dus jij bent een vies beest? Niet zo vies als jij. Ik heb mijn natuur van God ontvangen en ben niet in zonden gevallen... [..] het eindigt: je zwarte kleuren tonen mij wat zondaars zijn en doen, en je wegen tonen mij dat mensen naar de hel of hemel op weg kunnen zijn.
Een spinnenpreek wordt het vanmorgen. Niet zo zeer griezelig, maar wel ernstig..


In de leer bij de spin.
1 Waarschuwing voor de weg naar de hel, 2 een bemoediging op weg naar de hemel


1
Huichelaars, in Job en Jesaja hebben we de waarschuwingen gelezen. Het is ook Voorbereiding vanmorgen. Een voorbeeld voor de ouderen, om mee te beginnen, 80 jaar gelden leefde er in Oud-Beijerland een bekeerde man, de oude Slotemaker. Hoe gaat het? 'Ach hoe zou het gaan met een gevallen oude man. Elke morgen haal ik brandstof voor de open haard en ik zag een spin een web weven, in het begin kwam er veel in. Heel leefde er ruim van. Toen ik pas tot geloof was gekomen was het mij net zo - ik kon geen boekje lezen of geen preek horen of er zat altijd wel wat voor me bij. Soms een bemoediging, een waarschuwing, een omhelzing. Ik werd een kind van God, maar nu gaat het mij als met die spin: er komt al lang niets meer in zijn web. Als er nu wat in valt, dan heeft hij wat. Verstaat u dat? De begintijd goed en zoet, vele preken waren raak en nu ingezonken, zelden zit er wat voor je bij en je ligt amechtig te schreeuwen: O God mag er nog wat voor me bij zijn..
Vier van de kleinste dieren van de aarden, maar wijs. God wil dat we klein worden. Christus is het ook geworden. Wij gaan van nature de hoogte in, God heeft een gruwel aan hoogmoedige mensen (Spreuken). Zo bedoelt het avondmaalsformulier het ook. Als ik zie wat Christus leed kan ik alleen maar zeggen, wat ben ik een walgelijk mens. Een nulletje worden, niet en minderwaardigheidscomplex of kleinerend, maar klein worden voor God. “Paulus”, de kleine. Hij werd minder en minder. Hoe groter Christus voor me wordt!
Salomo is door de knieën gegaan om wat van de mieren te leren. Wij zijn dwaas geworden. Sommige spinnen kunnen maar 8 cm ver kijken! Dat is hun wereld. “Heb jij wel een mens gezien? Nee, die bestaan helemaal niet!” Ze lachten in hun web, en de boswachter ging voorbij op een meter. Zo is het met ons; 'God bestaat helemaal niet, want ik zie hem niet'. Of ook in de kerk: je kunt wel een lampje hebben, maar geen olie!

Waarschuwing voor de weg naar de hel. Een beetje scherp, maar zo is de Bijbel ook. In Job wordt de huichelaar vergeleken met een spin. Hypocrieten. Niemand voelt zich natuurlijk aangesproken. Mensen die dingen doen voor de ogen van de mensen. Je hebt er ook, die ook zichzelf bedriegen en dat niet in de gaten hebben; je spreekt en handelt maar je hart is niet vernieuwt, je dient God naar de letter, het zit echter in je hoofd en niet in je hart. Er staat zelfs in de Bijbel dat er mensen zullen zijn, die hebben geprofeteerd en demonen uitgedreven, bevrijdingspastoraat bedreven, die te horen krijgen: ga weg, want Ik heb u nooit gekend!! (Mat 7:22-23). Ben ik dat, Heere? Ben ik zo? Mezelf bedrogen met een ingebeelde hemel en het niet weten..... die zich niet met een waar hart bekeren.
Als het gaat over een scherpe preek, dan lopen ze tegen de lamp. 'Voorbereiding Heilig Avondmaal? Je moet altijd bereid zijn', ze moeten er niets van hebben. Mooi laklaagje aan de buitenkant, maar van binnen is het vermolmd hout. De verwachting van een huichelaar zal vergaan. De vraag is niet of u hoop hebt, maar of die hoop gefundeerd is! Ik denk weer aan Bunyan, de man heeft zulke goede karakters mogen tekenen. Ter illustratie.
Meneer Onkunde, uit het land Inbeelding. Hij reisde mee met Christen, maar was niet door de enge poort ingekomen. Hij had een makkelijker weg genomen. Hij zong vaak en had een pluim op zijn hoed (van zichzelf). Hij had goede gedachten van God en van zichzelf. Hij volgde zijn gevoel, niet het Woord. Paspoort controle, aan de hemelpoort. Hij kan geen bewijsstukken overleggen. De handtekening van de koning ontbreekt. Hij wordt in de hel geworpen. Er is een weg naar de hel vanaf de hemelpoort. Ernstig!

Een spinnenweb is mooi, vooral in de herfst. Zilverdraadjes. Prachtig symmetrisch, glinsterend, een met parels versierde bruidssluier. Het is echter heel teer en broos. Een kat, een snelle windvlaag, een bezem en het is weg. Zo is het met de huichelaar, zegt Job, je denkt veilig te wonen, maar het is een vergissing. De spin spint uit zijn eigen ingewanden. Je zoekt het niet buiten jezelf in Christus. Je verwacht het van jezelf, en dat zit er diep in.

In Jesaja staat het ook in verband met de huichelaar. Hun webben deugen niet tot klederen, ze dekken niet. Het deugt niet, we hebben een andere gerechtigheid nodig.
De een heeft hoop dat het in de toekomst allemaal goed gaat komen. 'Ik denk wel dat ik naar de hemel gaat. Waarom? Waarom zou ik verloren gaan?'
Ik ben geen beste geweest, maar zou ik eeuwig in de hel pijn lijden? Wat is dat voor een ouderwetse voorstelling, dat gelooft u toch zeker zelf niet, dominee? Als dat zo is, geloof ik helemaal niet in God. Hij vertrouwt op zijn gevoel. Heeft u wel eens iets gevoeld van de liefde van de Heere? En toch zeg ik vanmorgen: waar is dat gevoel op gegrond? Er staat niet: wie gevoelt wordt zalig, maar wie gelooft heeft zal zalig worden. Een mooi boek, een prachtige film, de tranen springen in je ogen! Maar gevoel komt uit je eigen ingewanden. Goed doet geen nut, ook geen goed gevoel ten dagen van de verbolgenheid.
“Zoals je bent mag je komen tot de Vader” - dat is waar. Hij accepteert je en wil je omhelzen. Hij is liefde. Ja. EN je moet er bij zeggen: er is ook zoiets als de rechtvaardiging van de goddelozen. Van onze kant is het buiten hoop! U moet niet kiezen tussen beide, het is allebei waar en je moet het allebei blijven zeggen! Anders wordt u eenzijdig en misschien wel zo'n huichelaar.

Ik zie zo'n spinnetje, ik trek voorzichtig aan zo'n draadje en hij klemt zich vast uit alle macht. Hij wil niet weten dat het broos is en gevaarlijk. Ben ik dat Heere? De discipelen zeiden niet: hé Petrus ben jij dat? Als er aan uw leven en uw kerkleven en al uw bezigheden - als er even aan getrokken wordt vanmorgen, klem je je dan aan je zelfgesponnen geloofsleven vast? Geeft je het toch niet op?

2
De mieren, etc - de andere dieren staan in het meervoud, en hier: één spin. Het is persoonlijk. De individuele heilige.
Een spin is kwetsbaar, vergif in zijn lijf. Verachtelijk, moet weg uit het huis. De wereld gaat zo met radicale christenen om. Weg ermee, kinderen van God tellen niet mee. Er zijn lessen te leren voor ons.
Volharding. Het beestje wordt overal verjaagd. Liever kwijt dan rijk. Je knikkert hem het raam uit, maar hij komt weer terug. Hij weeft een web, wij halen het weg. En hij probeert het weer opnieuw. Tegen alle weerstand en tegenslag in. Niet opgeven. Heb je wel eens een spin gezien, kinderen? Lig je net in bed, en je ziet er een in de hoek. De duivel probeert je God te laten vergeten: niet opgeven! Je Bijbeltje blijven lezen, bidden, elke dag je handen vouwen en liefst je knieën buigen. Op kamers als student, ik weet het niet, maar ze zullen er nu zijn, vanmorgen. Ik was het vroeger gewend, nu heb ik geen ouders meer die naar me kijken, hier. Maar ik geef het niet op, dan heb je de les van de spin geleerd.

Hij is in de paleizen van de koning, ze komen waar wij niet kunnen komen, de hutten van de armen, en paleizen van de rijken. IK kom er niet, formulieren, marechaussee. Maar zo'n spinnetje draait er zijn hand niet voor om. Door de gaten en kieren, hij komt in de mooiste kamers. Hij kan zelfs zeggen: ik zat op de troon van de koningin en ik deed net of het mijn stoel was. Hij grijpt met zijn pootjes. In een hoekje - er wordt een staatsbanket gehouden. Hoog edele buitenlandse gasten. De heerlijkheid van het paleis.

Ik denk, aan zo'n spin als de Kanaänese vrouw, die had een nood op haar ziel; de duivel had haar dochter te pakken; ze kruipt naar de koning toe, Zone Davids ontferm u mijner. Het hele spinnenweb weg - Jezus antwoordde haar niet. 'Dat is toch respectloos....' Zelfs de discipelen zeiden, laat haar van U - ze blijft roepen. Ik ben niet gekomen voor de heidenen. Bam - alles weg, waar ze komt weer terug. Het is niet betamelijk om kinderbrood te geven aan de hondjes, Ja Heere, doch -- kruimeltje. En de Heere geeft Zich gewonnen. O vrouw groot is uw geloof, Dat is nou zo'n geestelijke spin.
Eens brachten de moeders.... Wammes - de discipelen: Jezus heeft geen tijd voor kinderen. Maar ze zetten door en ze zaten bij Hem op schoot.
Vier vrienden zijn geestelijke spinnen, door het dak dan maar! Geloof is vindingrijk, stoutmoedig. Vind een weg om tot de koning te komen, kom ik om dan kom ik om.

Ze grijpen met hun handen: geloof. De tweede les. Dat u de Sterke aangrijpt! Het eeuwige leven. Wij hoeven niet binnen te komen door de kiertjes, dankzij het werk van de Heere Jezus, Zijn offer - er was een muur, maar er is een Deur. En hij staat nog open ook. De Tafel staat in de binnenkamer van de koning. Er is een deur. Dat is Christus. Door het geloof mag je door die deur, geen engel zal je tegen houden. Ook al heb je gif in je lijf, het hoeft je niet te verhinderen.
Er is in de hemel een prachtig paleis, mooier dan alle aardse paleizen, het paleis van de Heere Jezus. Om daar te komen moet je hier volharden; je moet je handen uitstrekken naar de Koning, Jezus is de weg, de Deur, tot het Vaderhuis, het mooiste paleis.

Spinnen in paleizen, onreine zondaars in het hemelse vaderhuis. Ik ben de weg, ik ben de deur.. niemand komt daar dan door Mij.

Volharden zonder ontmoedig te worden. De spin raakt niet ontmoedigt; hij blijft dringen en duwen totdat hij een doorgang vindt.

Aan het einde weer van de schrijver Bunyan: Christinne was ook op reis. Zij komt in een prachtige kamer. Uitlegger zegt: zie je wat? Kijk eens goed? Daar was een spinnetje. Een voorbeeld van wat staat in Spr 30, dat je met het venijn van de zonde nog in je lichaam toch mag grijpen naar het eeuwige leven, dat je zo mag wonen en in de allerbest woning, in het huis van de hemelse Koning.
Als je deze week schoonmaakt en je ziet een spin binnen en je vraagt je af: ben ik nu al binnen bij de Koning? - zet je web uit! Straks in de hemel maar eigenlijk is de kerk ook een paleis van de Koning. Wat u moet doen - zet biddend je weggen uit in Gods huis. Heere geef dat ik door genade, misschien als de oude Slotemaker, amechtig, dat ik nog een woord mag ontvangen in mijn net. Zet je netten uit in elke kerkdienst. Als je dat niet doet, vang je zeker niets.

Al die draden, kinderen: wat is nu het belangrijkste draadje? De draad naar boven!

Edit