Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-07-06 17:00:00 ds. G.C. Kunz (em. te Dordrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Kon 19:2,10,18 1Kon 19:1-18 2008-07-06.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2008-07-06C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.3Mb)
2008-07-06T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zoveel hoofden, zoveel meningen, ik doe wat ik wil. We leven in het ik-tijdperk. We merken dat we egoïstisch ingesteld zijn. Geef er niet aan toe! Maak onze Schepper groot. We moeten Hem prijzen. Daar komt weinig van sinds de zondeval. We willen het zelf voor het zeggen hebben en graag zo houden. Als God mijn hart niet vernieuwd door Zijn Geest, blijft mijn ik de boventoon voeren. Waar kan ons ik ons brengen, dat gaan we overdenken.

Driemaal ik
1 het ik van Izebel 2 van Elia 3 van God

1 Het ik van Izebel.
Het is niet verheffend om op het ik van Izebel te letten. U kent die Phoenicische prinses, getrouwd met Achab van Israël, wat heeft ze veel op haar geweten! Zij heeft de Baäl meegenomen en een plek gegeven in Israël. Achab richtte een altaar op in Samaria. Hij wilde niet wandelen in de wegen van de Heere. De vreze des Heeren woonde niet in zijn hart. Een goddeloos echtpaar. God heeft een heel groot geduld. Verachters van Zijn wet roept Hij op tot een ander leven. Ook Achab en Izebel hebben dat meegemaakt. Ernstig was het woord van deze man uit Gilead, Elia. Zonder schroom bracht hij zijn boodschap in het paleis. Zo waarachtig als de God van Israël leeft. Er zal geen regen komen tenzij dan naar mijn woord. God gaf Hem de kracht om dat te doen. Mijn God is de Heere, zo heette hij. Dat was waar, wist hij. Hij zou strijden. Op het Karmel gebergte kwam het tot een heftige krachtmeting. Tussen God en de boze. Zijn haters worden wijd en zijd verstrooid, Baäls dienaren vinden een roemloos einde. Satan delft het onderspit. Hij geeft het echter niet zomaar op. Hij heeft nog een instrument tot zijn beschikking. Izébel, vernederd door de dienaar van God. Haar haat ontvlamt. De eed formule: Zo doen mij de goden... Dat is het ik van Izebel. Angstaanjagend, alle moed benemend. Zij weigert zich te buigen voor de Almachtige. Ze laat zich leiden door satan. Ze verklaart Elia vogelvrij.
Zou het indruk gemaakt hebben Elia? - God leidde toch alle dingen. Ik zal zijn die ik zijn zal. Ja, we dienen een machtige God. De Heere heeft het in alle dingen voor het zeggen. Toch vraag ik: gelooft u dat ook...? Heerlijke dingen uit de Bijbel aanhouden dat is niet zo moeilijk. Zeker niet als de zon van de voorspoed staat te stralen in ons leven. Maar beleven we ook wat we belijden? Is het woord werkelijk ons houvast? Sta er eens bij stil.. Dat kan geen kwaad. Inspecteer uw hart, en doe het nauwkeurig, en doe het voor het te laat is. Leeft het geloof in God wel in mijn hart? Zo vaak in de kerk. Ben ik tevreden met een beetje godsdienstigheid? Laat ik me werkelijk in alles door Hem leiden? Weet ik me werkelijk van Hem afhankelijk?

Elia is een mens gebleven. Na de ogenblikken van hoogspanning, wordt hij door een paar mensenwoorden uit het lood geslagen. Het ik van Izebel maakt hem angstig en benauwd, dat sluwe meedogenloze mens brengt die moedige profeet tot wanhoop. Hij rende voor de wagen van Achab uit, hij is lichamelijk en geestelijk opgebrand. Laten wij dat vast houden. Moet de duivel veel moeite doen om ons alle vertrouwen te ontnemen? Het vertrouwen dat er eerst heerste in mijn jeugd 'zij zullen ons niet hebben, die goden dezer eeuw” - wat is er van terecht gekomen? Onze gespierde Bijbelse taal kan in een keer verstommen. Mensen kunnen veranderen - is dat nu die man die altijd pal stond naar hij zei voor Schrift en belijdenis? Moet je hem nu zien. We moeten maar niet te hoog van de toren blazen. Wij volgen de grote massa al te makkelijk in het kwaad. De duivel maakt zich breed in onze dagen, hij hoeft helemaal niet met veel machtsvertoon te komen - leef dicht bij het Woord van God! Laat u door Hem lijden. Ook nu gaat de boze om als een briesende leeuw. Maar de Heere is hem te veel, nog altijd. De heiland van zondaren heeft de boze overwonnen. De doorboorde handen van onze Zaligmaker, daar gruwt de duivel van. Alle die de Heere vrezen worden door die boodschap blij van binnen. De beloften van de Heere houden hun vast ook als de dagen boos zijn en gevaarlijk.
Onthoud het: de Heere waakt. Ook in deze donkere tijd geeft Hij kracht en moed om staande te blijven hoe overmoedig het ik van goddeloze mensen ook klinkt.

2 Het ik van Elia.
De held van de Karmel, er staat nu een heel groot beeld van hem op die plek. Maar hij is een mens, ziet u wel, van gelijke beweging als wij. Ook van zijn leven geldt: bij de hoogste berg ligt het diepste dal. Hij is in een keer alles kwijt. Hij is zo eenzaam als mens. Mensen eer en gunst geven geen houvast. Hij neemt ontgoocheld de wijk naar de woestijn, wat heeft het leven nog voor zin... Hij maakt er geen eind aan. God alleen doet dat. Elia vindt wel dat die tijd nu gekomen is. Neem nu Heere mijn ziel. Een radeloze man ligt er in de woestijn. Hij moet meemaken dat hij niet toe kan met het geloof van gisteren. Het moet elke dag nieuwe impulsen krijgen. De ondersteunende kracht heeft hij weer nodig. Wat moet hij doen? Zijn mooie naam troost Hem niet langer. Met mijn God spring ik over een muur. Maar hier ligt een aangevochten mens. Hij weet zich belaagd en voelt zich benauwd. En dat is van alle tijden. Onder ons zijn er ook die kunnen vertellen over aanvechtingen. Als de weg die de Heere gaat niet de instemming van ons hart heeft. Als we hem niet kunnen volgen en Hij zijn vriendelijk aangezicht voor een tijdje verbergt. Ons ik stelt niets voor. Hij maakte dat mee.

God ziet hem wel. Hij geeft hem te eten in de woestijn. Na de Karmel (boomgaard), naar de Horeb (wildernis), wij bewandelen liever de omgekeerde weg. De Heere heeft Zijn wijze bedoeling er mee. 40 dagen moest Elia in de woestijn zijn, net als later de Heere Jezus.
Wat maakt gij hier Elia - hij heeft zijn antwoord klaar. Ik ben alleen overgebleven. Het ik van het zelfbeklag, een teleurgesteld mens, hij ziet de juiste proporties niet meer. Ik heb geijverd, ik ben alleen. Hij denkt ook klein van zijn God. Het is zeker geen geloofsbelijdenis. Zult u in moedeloze momenten nooit de weg van Elia bewandelen? Hij kan u geen houvast bieden. Alleen de Heere Jezus kan ons in de moeite en het verdriet van dit leven daadwerkelijk ondersteunen. Hij weet van vertwijfelen, de smart van de aanvechting. Oneindig veel dieper ging het bij Hem, Hij moest de zware toorn van God tegen de zonde ondergaan; de verleiding door de duivel heeft Hij doorstaan. Zoek steun in momenten die erg moeilijk zijn. Zoek uw steun bij Hem. Mijn God, mijn God waarom hebt Gij Mijn Verlaten? Een goede raad; schuil in Zijn wonden. En vlucht met uw aangevochten leven naar de Heere.
Luther zei over de aanvechting: de mens heeft het nodig, zij brengt hem ertoe alleen op Christus te vertrouwen, deel van Gods opvoeding. Ze bevordert de ware kennis van God.

Tegen Jeruzalem zei de Heere Jezus: hoe menig maal heb Ik willen bijeen vergaderen. Al dat werk bleef zonder vrucht, Hij heeft geweend over Jeruzalem. Wij brengen elkaar niet in de eeuwige zaligheid, dat doet Hij alleen. De doodsteek tegen ons hoogmoedige ik. Het ik van God overtreft dat van Elia. En van al Zijn moegestreden kinderen. Hij is goed voor alleen die Hij in Zijn zoon aanziet. Het verongelijkte en moedeloze ik van Elia...

3
Het Ik van de Heere God.
De Heere wil met Elia bezig blijven, Hij schrijft hem niet af. Sta voor het aangezicht van de Heere, grote dingen gaan gebeuren,. Hij gaat zich openbaren aan Zijn knecht. Elia moet eerbiedig toezien. God openbaart eerst Zijn macht en majesteit. Een vliegende storm - grote stukken steen komen van het gebergte, daar wordt een mens klein en bang onder. Elia heeft het ondervonden in zijn leven. De Heere was zijn beschermer geweest. Maar Hij was daar niet in. Hoe ontzagwekkend ook - God kwam er niet in mee. Evenmin de aardbeving en het vuur. Een vreselijke waarneming als de fundamenten van de aarde beven, of dat verzengende vuur dat alles verteert. Het zijn zijn wegbereiders. De aankondigers van Zijn komst. Maar de grote Schepper zit er niet in gevangen, zoveel macht hebben ze niet.
Plotseling is er het ruisen van een zachte stilte – letterlijk: 'de stem van een zacht zwijgen'. Een zoete vrede, na al die opschudding, Elia ervaart dat Zijn Heere nu heel dicht bij is Gods oordelen hoeven ons niet op de knieën te brengen. De praktijk leert het ons. Mensen kunnen zich verharden. De beschuldigende vinger van de wet dood. Alleen Gods genade vermurwt het hardste hart. Alleen de Heere Jezus kan een mensen levend maken, en Zijn volk leeft uit Hem. Alle dagen van ons leven moet we dat bij ons houden. We kunnen de Heere Jezus niet missen.
Elia omhult zijn gezicht en gaat staan. Zijn ik spreekt weer, maar de Heere neemt het woord, en bemoedigend klinkt het: Ik heb 7.000 doen overblijven. Met dat Ik van God mag Elia verder gaan, hiermee kan Elia het doen. Zijn God is inderdaad de Heere, de levende God. Zijn bewaarder slaapt niet, Hij geeft de Zijnen moed en kracht om verder te gaan, Hij heeft Elia werkelijk ondersteunt. Zo kon hij staande blijven en 7000 met hem. En niet met de grootst mogelijke moeite, God deed hen over blijven. Hij zette hen apart. Hij gebruikte hen in Zijn dienst. Hij haalt een ferme streep door het moedeloze ik van Elia. En brengt het geklaag tot een einde. 7000 is niet veel maar het is het getal van de volheid. Een rest die op Hem blijft hopen. De Heere zorgt voor Zijn volk. De goddeloze Izebel en de moedeloze Elia moeten het veld ruimen. Ik zal bij u zijn, zegt Jesaja, ook als u door vuur of water moet. Ik ben bij u. Niet de goddeloosheid zal zegevieren. Het Ik van God zegt andere dingen. Dat Ik maakt alle dingen nieuw.

De vereerders van Baal hebben het geweten. De goden van onze tijd hebben het laatste woord niet. Hij is ze allen te machtig.
De Heere geeft Zijn volk de zegen. Zijn werk gaat door, al die tegenstand ten spijt. Hij ondersteunt Zijn kinderen en knechten die zo heel gemakkelijk aan het wankelen worden gebracht.
Elia hoeft nog niet te sterven en ook nog niet met emeritaat. Zijn goede God heeft nog werk voor Hem. Hazaël en Jehu moeten tot koning gezalfd. Elisa tot profeet. De Heere maakt duidelijk - ik maak gebruik van deze man. In zichzelf zwak van moed, klein van krachten. Ik heb hem niet afgeschreven, in de moedeloosheid van zijn kinderen is de Heere nabij. Zijn Ik heeft het voor het zeggen omdat Zijn raad zal bestaan.

Hij kent al de zijnen ook in deze grotere stad. Te midden van onzekerheid, dreiging vuilheid in de samenleving, de hardheid van ons hart, teleurstelling - de Heere is nabij. Zijn Ik onderteunt en verkwikt. Zo gaan ze hun weg door dit leven. Mij is gegeven alle macht in hemel op aarde.
Ik heb doen overblijven. Grif ze op de tafel van uw hart deze woorden!
De Heere laat het werk van Zijn handen nooit varen, de bruiloftzaal moet vol worden. In zijn handen zie ik u en jullie graag. Daar zijn we wel bewaard.

Leg deze woorden niet naast u neer, niet voor kennisgeving aannemen, laat de Heere niet blijven roepen in je leven maar verneder je onder Zijn krachtige hand. Zie hier ben Ik. Hij geeft troost voor lichaam en ziel, een arme zondaar tot Mijn kind aangenomen. Mijn handen over hem uitgebreid. Ik zal hem onder mijn kinderen zetten. Met luister hem omringen.

Met dit Ik van God kunnen we leven. Wat de mensen ook bedenken om ons ten val te brengen. Ook als God zegt het is genoeg - dan kunnen we in vrede heengaan. Omdat in Christus als Gods beloften ja en amen zijn. Vrede is er door de VredeVorst: Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.

Zie onder de jeneverboom zit iemand eenzaam neer
neem nu mijn ziel naar, Heer
dat mij niets ergers overkome
ik ben geheel alleen
geen vriend is om mij heen

En als Izebel mij ooit vindt
dan ik ook gedood
haar woede is zo groot
ik ben nog maar alleen Uw kind

Alle andere zijn geveld
door haar verwoed geweld

Op deze moedeloze klacht
klinkt het vertroostend woord
Mijn rijk gaat altijd voort
al schijnt het rondom nacht

een groot en machtig heir
knielt niet voor Baäl neer

't kan donker zijn op het wereldrond
vandaag op deze dag
maar wat men vrezen mag,
Gods kerk gaat nimmermeer te grond
ze blijft ondanks de strijd
vast tot in eeuwigheid

Edit