Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-07-20 17:00:00 ds. W.G. Gerritsen (em. te Oud Alblas)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Sam 3:10 1Sam 3:1-21 1The 5:12-22 2008-07-20.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 3.6Mb)
2008-07-20C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.4Mb)
2008-07-20T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het gebeurde in het verleden wel, wanneer ouders die ver van scholen af woonden, zich genoodzaakt wisten hun kinderen naar een kostschool te sturen. Dat gebeurt in een enkel geval nog wel eens. Met name als ze in het buitenland wonen, ook het schippersinternaat kennen we. Als wij dat moesten doen, zouden we dan niet de beste instelling voor onze kinderen zoeken?
Hannah bracht Samuel ook naar een soort kostschool, naar haar gelofte. Samuel werd door zijn ouders gebracht waar hij zou kunnen verschijnen voor het aangezicht des Heeren. Het heiligdom in Silo. Waar de Heere woonde te midden van Zijn volk. Waar heilige mensen met heilige zaken bezig zijn. Was het maar waar.... De beide zonen van Eli, Hofni en Pineas zwaaiden de scepter, al waren het afstammelingen van Aäron, het waren verre van heilige mannen. Waar ze maar konden maakten ze misbruik van hun positie. Het lekkerste van het offervlees lieten ze stelen en ook was voor hen geen vrouw veilig. In zo'n omgeving werd de kleine Samuel gebracht en moest hij opgevoed. Zouden wij ons kind ook in zo'n omgeving hebben gebracht? Of zouden wij hebben uitgekeken naar een wat degelijker onderkomen, waar het wat netter toeging. Maar Hannah had Samuël aan de Heere overgegeven, niet aan Hofni en Pineas toevertrouwd. Er is niemand heilig als de Heere, had ze gezongen.
Die verbondsnaam word zo vaak gebruikt in dit gedeelte. Hanna weet: de Heere zal niet wijken van het heiligdom, ondanks alles wat er plaats vindt. Hij staat voor Zijn woord in. Zo is het nog steeds. Hij was, Hij bleef, Hij is nog steeds de God van Israël. Ook wij als gemeente van het nieuwe verbond mogen Hem belijden als Degene die het verbond houdt.

In onze tijd valt wal eens het woord Godsverduistering. Het lijkt alsof God zich uit onze samenleving heeft teruggetrokken. Zijn naam wordt nauwelijks genoemd in het publieke verkeer. Lang duurt het niet meer, of de notie God is totaal verdwenen, misschien nog in een vloek. Verschillenden in onze samenleving juichen dat ook toe. Voor anderen is dat een zorgelijke zaak. Zeker voor belijdende christenen is het een angstaanjagend toekomstbeeld dat onze samenleving volstrekt Godloos zal zijn geworden.

De samenleving in de tijd van Samuel was niet Godloos, Zijn naam werd nog veel genoemd. Maar men besefte niet meer om wie het ging. Hofni en Pineas kenden de Heere niet. Ze noemden zijn naam maar hadden geen notie van zijn heerlijkheid en heiligheid. En toch woonde de Heere in het midden van Zijn volk, trouw aan Zijn verbond, ondanks de ontrouw van Zijn volk.
Dagelijks wordt Hij in Zijn eigen huis op het hart getrapt. Toch blijft Hij wonen te midden van Zijn volk. Wij zijn niet zo uniek Zijn volk als Israël dat was en is en altijd zal blijven, toch mogen wij delen in de weldaden van Gods verbond. Godsverduistering, maar het klagen erover is onvruchtbaar en ook ondankbaar. Als wij leven bij de Schrift, dan kunnen we weten, dat de Heere Zijn belofte houden zal, ook aan ons.

Gods woord was dierbaar, duur, staat in oudere edities van de Statenvertaling. Dat was het woord, weinig profeten, Hij zwijgt. Dat betekent niet dat Hij er niet meer zou zijn. Het volk was ingezonken, ze misten de Heere niet, onze samenleving evenmin. In die donkere wereld is er een jonge man. Samuel doet niet met hen mee, hij dient trouw de Heere. Dat mag ook voor ons een bemoedigend teken zijn. U zult het niet durven ontkennen, ook nu zijn er nog jonge mensen die wel midden in het leven staan, geen vrome kwezeltjes aan de zijlijn. En toch staat de dienst des Heeren in hun leven centraal. Al beleven ze dat soms anders dan wij ouderen en uiten ze zich anders dan wij gewend zijn, ze kunnen in hun leven niet zonder de Heere. Laten we daar erg dankbaar voor zijn en laten we op hen erg zuinig zijn. Zij zijn de toekomst, een teken dat de Heere niet van ons is geweken. We hoeven ze niet in de watten te leggen, we mogen ze kritisch volgen, dat verwachten ze zelfs. Maar laten ze een ruime plaats hebben in het leven van de gemeente en in onze voorbede!
Samuel kende de Heere nog niet - dat is niet als verwijd bedoeld. Het woord is nog niet geopenbaard aan hem, hij had nog niet de ervaring van een profeet. Dat was wel Gods bedoeling. Daarom openbaart Hij Zich. Samuel slaapt binnen de omheinde voorhof. Niet ver van het binnenste heiligdom, waar priesters spotten met de dienst des Heeren. Daar roept Hij een dienaar die naar Hem luistert.
Uitgerekend Samuel - nog jong, hij deed niet mee. God maakt met zijn volk een nieuw begin, door het oordeel heen. Samuel wordt door de Heere geroepen. Samuel hoeft niet naar de Heere toe, hoe zou hij dat kunnen. Hij komt met Zijn woord tot het losgeslagen volk van Israël, zo spreekt Hij nog steeds, ook tot ons. Toen kwam de Heere en stelde zich daar. Wij komen ook niet naar Hem toe. Wij staan met de rug naar Hem toe.

Hij komt, zoals Hij kwam tot Samuel. Hij blijft Zijn belofte trouw, toen Hij Zijn Zoon naar deze aarde zond. Het woord werd vlees. In de weg van de godverlatenheid, dat is nog wat anders dan Godsverduistering, en dat voor mensen die niet veel beter zin dan Hofni en Pineas.
De Heere komt naar Samuel die nog niets weet van de zaken waar het wezenlijk om gaat. Hij komt zo ook naar ons. Wie zijn wij? Toch niet anders dan bedelaars, wij hebben Hem niets aan te bieden. Zeker geen wetsbetrachting.

Samuël gehoorzaamt. Eli weet hier wat zijn taak is. De jongen die Gods stem houdt voor die van Eli, de weg wijzen. Spreek, want uw knecht hoort. Zo roept de Heere nog steeds, daarvoor gebruikt Hij geen engelen, geen rechtstreekse boodschap uit de hemel. Hij gebruikt daar nu mensen voor, predikanten ouderlingen, pastorale werkers, catecheten, jeugdwerkers, die mogen ook de Heere antwoorden: spreek, want uw knecht hoort. Wij mogen ze wel dragen in onze voorbede, acht hen zeer veel in liefde om hun werk, hebben we gelezen. Niet dat we kritiekloos moeten zijn. We mogen ze aanspreken op hun werk, maar wel in liefde. En niet “om der willen van de lieve vrede” onze mond houden, maar om de echte vrede zeggen waar het op staat, in liefde. Zo kunnen we in liefde staan. We mogen wel vragen dat de Heere nog veel meer werkers in de wijngaard zal uitstoten.

Toen kwam de Heere en stelde zich daar, Hij is nog steeds dezelfde en Hij roept nog steeds. Bij onze naam, ook wanneer wij Zijn woord overdenken. Ook onder de prediking worden we bij de hand genomen als Eli Samuel doet. Wat is het antwoord? Nog maar niet, ik ben er nog niet aan toe..? Of Ja, maar Hij roept mij niet, dan moet er eerst dat en dat gebeuren. Met Samuel was ook niets gebeurd! - Hij kende de Heere zelfs nog niet. Toch roept de Heere Hem, hem wil Hij gebruiken;
Zo roept Hij ons, en wij mogen antwoorden. Niet op eigen kracht, maar geleid door de Heilige Geest. Die naar Zijn belofte ons bij onze doop verzegeld, wil leiden in alle waarheid en zelfs in ons wil wonen... Wat is ons antwoord?
Hofni en Pineas stierven op een dag.

1 Grote God, Gij hebt het zwijgen
met uw eigen,
met uw lieve stem verstoord.
Maak de weg tot U begaanbaar,
wees verstaanbaar;
spreek Heer, uw gemeente hoort.
2 Heer, uw boodschap staat geschreven,
ons ten leven,
maak uw schrift het levend woord.
Zie het boek van uw behagen
opgeslagen;
spreek Heer, uw gemeente hoort.
3 Roep ons uit de doodse dalen
waar wij dwalen,
door een vreemde stem bekoord.
Breng ons naar de heil'ge stede
van uw vrede.
Spreek Heer, uw gemeente hoort.

Gez 329, Liedboek der Kerken (wijze ps 38).

Edit