Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-08-03 17:00:00 ds. H. Penning (em. te Langerak)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jon 3:5 Jon 3:1-10 2008-08-03.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.4Mb)
2008-08-03C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 24.4Mb)
2008-08-03T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat had Jona het benauwd in die vis. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Voor zijn gevoel verstoten door God. Maar door alle strijd en aanvechting heen ontstaat de zekerheid dat God hem weer zal verlossen. Dat doet God inderdaad. Daar zit hij dan op het strand, vies van alles wat hij over zich heen heeft gekregen. Hij krijgt nog een opdracht van God om in Ninevé te gaan preken. Ondanks wat er is voorgevallen maakt God met Jona een nieuw begin. Dat doet God nog steeds, ondanks wat er tussen u en God is voorgevallen. Jona gehoorzaamt nu wel. God zegt hem wat hij moet spreken. Hij is teruggekomen van zijn dwaalweg en houdt zich nu wel aan Gods weg. Zijn boodschap: Nog 40 dagen en Ninevé zal worden omgekeerd. Hij zegt ook waarom: omdat de goddeloosheid ten hemel schreiend is en dat de God van Israël het niet langer kan aanzien. Een erge boodschap, hetzelfde lot als Sodom en Gomorra wacht hen. Jona heeft daar geen moeite mee. Hij wil graag dat deze vijand van Israël verwoest wordt. Toch krijgen ze nog 40 dagen om zich te bekeren. Voor dat Gods oordeel hen zal treffen staat er nog een profeet om hen te waarschuwen voor het toekomende oordeel. God geeft hen nog genadetijd. Ninevé was groot, zodat Jona wel 3 dagen nodig zou hebben om overal die boodschap te vertellen. Toch heeft de boodschap binnen 1 dag de stad al rond gegaan. De reactie is wonderlijk: de lieden van Ninevé geloven aan God. Hetzelfde woord voor “geloven” als bij Abraham: hij geloofde in de Heere, en het werd hem tot rechtvaardigheid gerekend. Ook hetzelfde woord voor “geloven” als gezegd wordt over Israël bij de uittocht uit Egypte. Het betekent letterlijk: iets voor vast en zeker houden, iets betrouwbaar achten. Dat wat God zegt voor waar houden. Het woordje amen is hier van afgeleid. Dat betekent ook : op Hem je vertrouwen stellen. Ze geloofden 'aan' God, dat is niet een mindere vorm van geloven. Integendeel. Het wordt ook gezegd van de stokbewaarder, dat hij met heel zijn huis aan God gelovig was geworden. De prediking van Jona vindt massaal gehoor dankzij de reactie van de koning van Assyrië. Dat leidt er toe dat hij van zijn troon afkomt, zijn koninklijke waardigheid aflegt en zijn naakte lichaam bedekt met een juten zak en op een ashoop gaat zitten. Hij zit letterlijk in zak en as. Ten aanschouwen van iedereen. Hij gaat het volk voor in berouw en verootmoediging. Het volk volgt hem daarin. Wat doen wij, gemeente? Wij hebben zo vaak het woord van God horen verkondigen. Als het vanmiddag ook weer gaat over geloof en bekering, hoe reageren we dan? Als we worden opgeroepen om ons te bekeren en Christus aan te nemen en uit Hem te gaan leven, wat doen wij dan? Zo lang wij op onze troon zitten bepalen wij de regels en veroordelen we anderen. Maar God alleen heeft het recht om anderen te oordelen! Hij geeft het bevel dat het hele volk moet vasten, zelfs de dieren. Terwijl die niet eens hebben gezondigd. God eist dat niet van de dieren. God eist het ook niet van de mensen. Wat God wil is een verandering van ons denken, niet zozeer van ons uiterlijk. God wil dat we ons afkeren van de zonden en ons voor God verootmoedigen. Waar het in Ninevé op aankomt, is dat zij zich bekeren van hun verkeerde weg. Dat ze zich bekeren van het onderdrukken, van het bloedvergieten. De manier waarop ze met hun naaste omgaan moet veranderen. Dat vindt God kennelijk belangrijk. Dat zie je ook in Jesaja. God wijst daar af dat iemand in zak en as loopt en intussen zijn naaste verdrukt.... Dat deze koning hierin wat te ver gaat, doorvloeit neemt God hem niet kwalijk. Hij is een heiden en weet niet beter. Hij weet dat de koning meent wat hij zegt. De koning zegt: wie weet, God mocht zich wenden. Wie weet komt hij terug van zijn besluit om Ninevé om te keren. Wie weet laat hij zijn toorn varen. Hij stelt zijn hoop op Gods genade. Vrees is er ook, zelfs grote vrees, maar hij vlucht niet weg voor God zoals Judas en Kaïn. Hij laat de stad ook niet aan zijn lot over. Hij gaat er vanuit dat hun zonden niet zo groot zijn dat ze door God niet vergeven kunnen worden. Dat maakt hij op uit de periode van 40 dagen. Wie zijn zonden belijdt en zijn vertrouwen stelt op op Gods barmhartigheid in Christus, wordt door God weer aangenomen. Toen nog de beloofde Christus, nu de gekomen Christus. Zijn geloof gaat wel gepaard met vrees. De ware bekering vloeit daaruit voort. Het geloof is de bron van de ware bekering, Wie niet gelooft dat God barmhartig en genadig is, zal door vrees daarvan worden weerhouden dat te doen. Die zal wel ernstig gaan leven, maar niet op de Heere Jezus zijn vertrouwen stellen. De ware bekering kenmerkt zich ook door vreugde. In tegenstelling tot de wettische bekering, waar vooral vrees aanwezig is. Calvijn zegt in dit verband dat niemand zich aan God zal overgeven tenzij hij eerst Gods goedheid geproefd heeft. De koning van Ninevé redeneert niet, maar gelooft. Als wij blijven redeneren komen wij nooit 1 stap verder. Dan blijven we steken in Gods besluiten, in de uitverkiezing, in onze onwaardigheid of in onze onmacht. Dan houdt dat ons uit de hemel, maar niet onze zonden. Want hoe groot die ook zijn, bij God is er vergeving. Bij de moordenaar aan het kruis zie je hetzelfde gebeuren. Hij belijdt zijn schuld en stelt zijn vertrouwen op de Heere Jezus. Wat een groot geloof vindt God daar in Ninevé. Zij nemen niet alleen Gods oordeel-aankondiging ernstig aan, maar ze stellen hun hoop ook op Gods genade. Jona had daar maar 1 dag gepreekt; maar langer bleek niet nodig te zijn. Hoe is dat bij ons gemeente? Hebben wij ons ook al bekeerd op de prediking die de Heere Jezus ons iedere zondag laat brengen? Hebben we niet alleen Gods oordeel over ons leven aanvaard, maar ook Gods genade in Christus? Dat we ons voor God en elkaar hebben vernederd en ons in onze verlorenheid overgegeven hebben aan de Heere Jezus? Dat we dat nu met vallen en opstaan in praktijk mogen brengen... Dat we God en onze naaste dienen in een ons zelfverloochenend leven. Dat we zelfs onze eventuele vijanden hebben lief gekregen. Hopelijk is dat bij u allen het geval. Wat erg als dat niet zo zou zijn. Als we de Heere Jezus nog nooit echt nodig hebben gekregen. Dat we niet echt schuilen in Zijn wonden. Maar: wat niet is, kan nog komen. Hoewel de tijd dringt en kort is. We weten niet of er nog een morgen voor ons is. Daarom nu u Zijn stem weer hoort: verhard u niet, maar laat u leiden tot Christus. Zie op Hem die gekomen is, om het verlorene te zoeken. Er is redding bij Hem. Ninevé hoopt op Gods genade. Ook als was Jona's prediking weinig uitnodigend en zeker niet hartelijk. Toch doet God een opwekking in die grote stad Ninevé. Hij ziet dat zij zich bekeren van hun verkeerde weg. Hij ziet het aan hun vasten, maar ook aan hun werken. Of hun geloof werkt door de liefde. Of zij hun naaste liefhebben als zichzelf. In de kanttekeningen staat dat zij “hun geloof met hun werken betuigen”. Jakobus zegt: toon mij uw geloof uit uw werken. Als God hun bekering ziet, besluit Hij Ninevé niet om te keren. Een complete stad met 120.000 inwoners wordt gered door Gods genade. Geloven wij dat God dat ook vandaag nog kan doen? Ook in Rotterdam? Of zet u overal vraagtekens bij? Kohlbrugge zegt: het verstand, opgestookt door de duivel, werpt nu vele vragen op, omdat het door de bekering van de Ninevieten beschaamd gemaakt is. Hoe is het nu met ons? Zodra God de werken van de Ninevieten ziet heeft Hij berouw en voert Hij het oordeel niet uit. God is niet onveranderlijk zoals bepaalde wijsgeren Hem beschrijven. Ook niet zoals sommige mensen hem beschrijven die Hem tot een gevangene maken van Zijn besluit. God is vooral onveranderlijk in Zijn trouw. Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Omdat Hij berouw ziet, kan hij Zijn toorn laten varen. Zet geen vraagtekens bij deze bekering om onze eigen onbekeerdheid goed te praten. De Heere Jezus gebruikt het voorbeeld van Ninevé als een voorbeeld om de onbekeerlijkheid van zijn volk aan de kaak te stellen. In de dagen dat Hij zich openbaarde als Messias geloofden velen toch niet in Hem. Brengen wij zelf de ware bekering in praktijk? Kan van ons gezegd worden dat wij ons van onze zondige of eigengerechtigde weg hebben bekeerd? Hebben wij ons ooit echt voor God verootmoedigd en een mishagen gekregen aan ons zelf? Of hebben wij onder de dekmantel van een ootmoedig gepraat, gewaad of gelaat een hoogmoedig hart dat niet om de genade van de Heere Jezus verlegen zit? Dan zult u straks ook worden veroordeeld door de inwoners van Ninevé . Want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en meer dan Jona is hier, zegt de Heere Jezus. Ga alsnog tot Hem, die in uw midden aanwezig is. Die Zijn arm tot u uitbreidt, die zegt: komt tot Mij en drink van het levende water. Als u om geloof verlegen zit, moet u bij Hem zijn; Hij is de bron van het geloof. Hij kan en wil u genade schenken, omdat Hij Zijn toorn op de Heere Jezus gelegd heeft. Ondanks dat God Zijn werken zag die zeer goed waren. Toch berouwde het God niet over het kwaad dat Hij gesproken had de Heere Jezus te zullen doen. Wie is een God gelijk gij die de ongerechtigheid vergeeft? zegt Micha. De Heere Jezus bad of de drinkbeker voorbij kon gaan, maar zei ook: Uw wil geschiedde. God liet de drinkbeker toen niet voorbij gaan. Het zou rechtvaardig zijn dat de zonde van Ninevé en van ons met een eeuwige straf gestraft zou worden. Maar wie in de Heere Jezus gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie dat niet doet, is al veroordeeld. Kom tot inkeer, geloof het Evangelie en geef God daar de eer van!

Edit