Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-09-07 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voorbereiding Heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Avondmaalsformulier 2Kon 4:38-44 2008-09-07.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2008-09-07C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2008-09-07T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)
Avondmaalsformulier

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In voorbereidingsdiensten denken wij na over het avondmaalsformulier. Aan de beurt is het stuk dat begint met “De waarachtige beproeving van onszelf…”

De zelfbeproeving

1 De veroordeling van mijzelf 2 de verootmoediging voor God 3 de vergeving door Christus

1
Tot onze troost, staat er. We denken aan Hem, de Geliefde. Als je in die troost wilt delen moet je jezelf beproeven. De ellende, zonde, vervloeking, de verlossing en de dankbaarheid. De weg van de ellende, verlossing en dankbaarheid. Niet verwonderlijk, de opsteller van dit formulier is dezelfde als de schrijver van de catechismus – Olevianus een leerling van Calvijn.
Waarom drie stukken? Als je nu gewoon gelooft dat je zonden vergeven zijn, dan is het toch OK? Onze vaderen hebben in Bijbelse termen gesproken. Geloof is een stengel, maar de wortel van berouw en de bloem van de dankbaarheid mogen niet ontbreken.
De Heere Jezus zegt ook iets dergelijks: mensen die het woord terstond met vreugde aannemen, het heeft geen wortel. Je praise-t je hees, maar het is oppervlakkig. Repentence, Faith and Holiness zegt Ryle. Geloven moeten we allemaal, dat is een opdracht. Maar we moeten het ook allemaal krijgen, het is een gave Gods. Als geloven doodgewoon wordt , dan is het eigenlijk gewoon dood. Broodnodig, na geloofsbelijdenis zit nog de stap van de zelfbeproeving. Voorbereidingspreek en –week. Dingen die moeten worden opgeruimd tussen mij en de Heere, tussen mij en mijn broeders en zusters. Een week van de grote schoonmaak. Heere, wie ben ik voor U? Zoals een virusscan op de computer. Body check op je lichaam. Zijn er geen besmettingen?
Ieder onderzoeke zichzelf, zijn hart en zijn geweten. Dit is geen evangelisatie toespraak, maar tot: geliefden in onze Heere Jezus Christus. Of je nu een jonge christen bent of een oude pelgrim. Zelfbeproeving blijft nodig. Ik ben toch verlost van mijn zonde? Toch blijft het nodig.
Een ieder bedenke – tegenwoordige tijd, niet ooit één keer. Daar moet je de tijd voor nemen en voor maken. Plan het in in je agenda. Reserveer het! Net als vasten. Niet als een christelijke Ramadan, maar: vandaag kijk ik nu eens niet die DVD, niet achter de computer, geen mail, niet achter de MSM, mobiel gaat uit. Om de tijd te nemen en eens na te denken. Een drukke week en je ploft volgende week aan…. In je kamer, even alleen. Voor Gods oog. God weer onder ogen komen. Ik leg voor Uw oog mijn wandel bloot. In het licht van Gods aangezicht komen. Dat doe je niet makkelijk. God enkel licht, voor wiens gezicht niets zuiver wordt bevonden. Ziet ons bevlekt, met schuld bedekt, Misvormd door 1000 zonden. Heere, ik durf niet. Ik kan over mezelf heen leven, maar als ik er echt over nadenkt. Elia stond voor het aangezicht van God, wat een gezag ging er van hem uit. Als je dat als gemeente doet en ik, dan voelt u iets van de tegenwoordig van God. God is in ons midden, laat nu alles zwijgen. Daar bedenk ik mijn zonde en vervloeking. Als kind van God! De tollenaarstong wordt aangeslagen, wat heb ik voor U betekent sinds de vorige Avonndmaalszondag. Hoe is mijn denken, doen en spreken? Zonde -> zonder. Zonder God, ik heb Hem niet nodig gehad, bij teveel dingen.
Wij lezen aan tafel over Koning Salomo. Heere , luistert u naar de gebeden van uw volk, waarover Uw naam is uitgeroepen. De plaag van hun eigen hart hebben zij leren kennen. Gods volk – de uitdrukking alleen al. Zonden moet je niet tellen maar wegen, wat betekent het om Gods eer te krenken. Een nette tegel, maar als je hem op tilt…. Het krioelt er! Als uw volk zich bekeert van hun wegen, herstel dan het land. Gods Volk dat zich bekeert. Zijn kinderen kunnen dus boze wegen bewandelen. Een ieder bedenke zijn zonde. Hoe meer je dat doet, hoe minder je op je zelf vertrouwt.
Zondaar? Ik ben geen crimineel, zegt de wereld. Maar ook in de kerk – eerlijk gezegd, voel ik me niet zo slecht, ik pas best wel op. Obver zonde praten of preken klinkt zo negatief. Je moet het positief benaderen tegenwoordig; eigenwaarde: jij mag er helemaal zijn. Het positieve denken, Talent Empowerment. Je mag er zijn. Robert Schuller preekt zo: The Hour of Power. Ik vind dat een eenzijdige boodschap.
Zonde is geen moreel of juridisch begrip maar een religieus begrip. Niet alleen de wet overtreden, zoals een verkeerszonde, als je te hard rijdt. Maar zonde raakt mijn relatie met God. Zijn normen worden overtreden en hij stelt ook de norm. Het is niet belangrijk wat onze norm is. Zonde is nee zeggen tegen God. Steeds negatief: Ongeloof. Ondankbaarheid, ongerechtigheid , onwilligheid. Zonde is geen foutje, maar een mislukking; je doel gemist. Wij zijn het niet meer gewend. De grootste zonde kan vergeven worden, maar de kleinste zonde roept de eeuwige rampzaligheid over u als zondaar af. Net zo goed. Omdat elke zonde Gods eer krenkt.
“En zijn vervloeking”. – Volk van God! Gods vloek, dat wil zeggen de hel. Wij zijn helwaardig, ik heb het verdient Heere, dat u niet zegt: komt want alle dingen zijn gered, maar: ga weg van Mij. Denk niet te snel: dat weet ik al. Ik verdedig me niet, ik verontschuldig me niet. Als de Heere zou zeggen ga weg van mij, dan zou ik zeggen: ik heb het verdient. Punt. Of een komma? Kruimeltjes onder de tafel?

2
Jezelf mishagen is niet een ziekelijke zelfminachting, maar een afkeer van je zondigheid, zoals de hertaling zegt. Tegen die neiging , niet tegen je zelf als schepsel. Het goede wat ik wil doen, doe ik niet. Het wordt gezegd tegen Gods god volk. Niet in een evangelisatie toespraak. Ik zal maken dat ze een walging krijgen. Eze 36:31. Ik zal u een nieuw hart geven, en dan: en ik zal maken dat ze een walging aan zichzelf krijgen; niet bij, maar na je bekering..! Je gaat steeds dieper begrijpen wie je bent. Je leert dat pas dieper in zien, de plaag van je hart...
Hoe meer je de Heere Jezus echt leert, hoe meer je je eigen verdorvenheid gaat zien. Ik ellendig mens, dat zegt geen onbekeerde (Paulus), maar iemand die wederom geboren is.
Als je tot bekering komt is er natuurlijk een zondebesef, maar ten diepste te zien, wat er werkelijk bij mij onder de tegel zit, is het werk van de Geest, die je steeds dieper gaat inleiden in de plaag van je hart.
De geringste van alle apostelen zegt Paulus, dan : de allergeringste van alle heiligen, en tot slot: ik ben de grootste der zondaars. Wat een afdaling… Steeds meer zicht op zijn zonde en vervloeking. Steeds meer. Dat heeft hij niet allemaal geleerd op de weg naar Damaskus.
MAAR: Het is niet bedoeld om weer in onzekerheid te komen! De liefde voor die God door wie je gered bent, die wordt alleen maar groter daardoor. Des te meer ga ik Hem prijzen, loven en danken voor zijn genade aan zo iemand als ik geschied. Amazing Grace, wonderbare genade, aan zo’n ellendig als ik. Ik ben de grootste der zondaars, maar mij is barmhartigheid geschied. Niet om weer te gaan twijfelen; dieper ingeleid in de kennis van je zelf om opnieuw ongelukkig te worden. Maar een grote vreugde en dankbaarheid vanwege je verlossing. Des te meer ga je van de Heere Jezus houden. Ik kom weer van mijn troontje af en ik buig. Ik lig aan zijn voeten. Om dichter bij Hem te komen.

3
De vergeving door Christus. De verootmoediging vindt plaats met het oog op Christus. Niet Sinaï, maar Golgotha. Niet: u bent vervloekt, blijf maar eens weekje onder die Sinaï zitten en volgende week het evangelie. Maar direct Golgotha. Op die heuvel daarginds. Die zelfkennis, dat zondebesef wordt gekoppeld aan de Heere Jezus. Je zou anders stikken!
Mijn vervloeking, maar er heeft een kruis gestaan, een ruwhouten kruis, symbool van vervloeking en schuld. Christus heeft ons verlost van de vloek door voor een vloek te worden. Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt (Deu 21:22-23).
Als je wilt zien hoe streng God denkt over de zonde, kijk dan naar het kruis. Maar daar is ook vergeving. Het had mij moeten treffen.
Laten we eens gaan zitten onder het kruis en bedenken hoe groot het gewicht van mijn zonde is. Zie Hem hangen aan het hout in het donker. Hoor wat Hij roept. Eli, Eli lama sabachtani. Verlatenheid, de hel. En toch is hier het evangelie. Aan zijn lieve Zoon. Liever dan ons aan zijn toorn over te geven, deed Hij het aan Zijn Zoon. Gods toorn op Gods lieve Zoon, Gods erbarmen voor mij, ellendige zondaar. Die bittere dood.
De Heere Jezus kan nooit zoet voor je zijn, als de zonde niet bitter geworden is. John Flavell zegt ergens: je moet de zonde zien, zoals een kind ziet op het mes dat het hart van zijn vader heeft doorboort. Verschrikkelijk! Zo moet je de zonde zien...
Kruis, wordt nogal eens met ‘tree’, boom, hout vertaald in The King James Bijbel. Hij heeft gehangen aan het hout. Ik denk dan ook aan het paradijs, waar de zonde en vervloeking begonnen is. De boom van kennis van goed en kwaad en die van het leven komen als het ware samen in het hout des kruizes. Die kennis van goed en kwaad zie ik uitvergroot, daar leer ik ten diepste wat goed is. De zelfovergave van Jezus. Dat Hij goed is en dat God goed is. Maar ook wat kwaad is: de haat van de natuurlijke mens. Om Gods Zoon aan het kruis te spijkeren. De hoogste kennis van goed en kwaad zie ik bij het kruis, weg met Hem! Het fanatieke, de hamerslagen, speer, spijkers. Daar kan ik die kennis zien.
Maar het wordt ook tot een boom des levens. Het gaat vruchten voortbrengen, van de verlossing van de satan, vrede met de vader.
Volgende week begeer ik een ding, dat ik mag zitten - mijn liefste is als een appelboom (Hooglied 2:3) onder de bomen des wouds. Ik heb grote lust in zijn schaduw, zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.
Dat ik volgende wek mag zitten onder het kruishout. Ik mag de vruchten plukken eet, drink, tot een volkomen verzoening…
Bedenken hoe schuldig ik ben als kind van God. En hoe groot Gods ontferming is. Hoe groot mijn zonde en ontferming is, ik verlies mijn rechten en hoe groot Gods genade is, dat maakt me sprakeloos van verwondering.

Als 'k dan bedenk hoe God zijn Zoon niet spaarde,
Maar Hem deed sterven, dan is 't mij te groot!
Hoe 's hemels Koning voor mij stierf op aarde,
Mijn zonde boette door zijn bitt're dood.
Dan zingt mijn ziel tot U, mijn Heer, mijn Heil:
Hoe groot zijt Gij!"
Dan zingt mijn ziel tot U mijn Heer, mijn heil:
Hoe groot zijt Gij! Hoe groot zijt Gij!
(Glorieklokken 543:3)

Dat er velen mogen zitten in de schaduw van de boom des levens…

Edit