Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-09-07 17:00:00 ds. M. Klaassen (Sliedrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 119:49-56 Psa 119:49-56 2008-09-07.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2008-09-07C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.1Mb)
2008-09-07T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het geheim van de zingende pelgrim
Gods Woord
1.geeft houvast in verdrukking
2.leert je om alles in Gods hand te leggen
3.geeft troost in ellende
4.is een pleitgrond
5.geeft vreugde in je pelgrimsschap

De dichter van Psalm 119 had een moeilijk leven, althans wat betreft de buitenkant. Hij leefde in een moeilijke tijd, die wel wat lijkt op de tijd waarin wij leven. Hij voelde zich eenzaam en stond alleen in het dienen van de Heere. Bijna niemand in Israël houdt daar nog rekening mee of heeft daar begrip voor. Mensen vinden het vreemd dat hij maar één verlangen heeft: God te dienen. Ja, dan val je uit de toon, toen en nu. Maar het kan nog erger; je kunt er ook buiten komen te staan, buiten het maatschappelijk leven, helemaal aan de rand. Dat is het geval met deze man. Ze praten over hem en lachen om hem. Deze dichter heeft last van een groep hovaardigen: arrogante trotse zelfverzekerde mensen die de leiding hebben en die met God en zijn kinderen helemaal geen rekening houden. Ze maken hem het leven moeilijk en zwaar. Ze houden rekening met God noch gebod. Ze spotten met hem (vers 51). “Bovenmate zeer bespot” staat er, dat is dubbel. Spotten is veel erger dan lichamelijke pijn; je wordt van je waardigheid beroofd. Ze kleden je uit met hun woorden; ze maken je ziel naakt. Iemand belachelijk maken is vreselijk. Maar als je met God wil rekenen kun je daarmee te maken krijgen. Als jij de enige bent die niet mee wil doen met knoeien met de cijfers; als jij niet mee wil doen met de lotto, als ze lachen omdat je bidt, als een klas zich tegen je keert, omdat je anders bent dan zij, dan kunnen mensen bloedhonden worden. Daarom praten veel christenen daarom maar liever niet over wat ze geloven. Grote kans dat anderen je vreemd vinden. Als geloof een bijzaak is, valt daar nog wel mee te leven. Maar als geloof een hoofdzaak is in je leven, dan gaat dat niet meer, dan komt het er uit. In woord of in daad. Wat doet die spot, die druk met je? Drijft het je bij God weg, of drijft het je naar God toe? Toen er vervolging kwam in de vroege kerk, waren er helaas veel christenen die hun geloof afzworen. De druk dreef hen weg bij God. Komt u nog naar de kerk als de politie morgen bij u op de stoep staat? Als uw bankrekening leeggeroofd wordt? Bespot om God, dat maakt deze man mee. Als je die pijn liever niet hebt, kan dat je van God afdrijven.
Maar het kan ook andersom. Dat het je nog meer naar de Heere toe drijft. Dat je sterker wordt in het geloof. Dat je zegt nu weet ik het echt zeker, dat ik niet zonder U kan. Tegenslag en spot kan ook de band met God versterken. Zo is het ook gegaan met de dichter van Psalm 119. Hij is nog dichter naar God toe gekropen. Juist nu hij het moeilijk heeft, ervaart hij nog meer de kracht van Gods woord. De beloften van God zijn als sterren in de nacht. Hoe donkerder de nacht, hoe helderder ze schijnen.

En die tegenstanders dan? Die laat hij aan God over. Dat is ook geloof! In vers 52 staat: ik heb gedacht aan Uw oordelen van ouds en toen heb ik mij getroost. Hij heeft dus geleerd om zijn moeite en verdriet in de hand van God te leggen. Hij laat zich niet verbitteren door haat, maar laat het over aan God. Mensen kunnen je veel aan doen en kunnen je wanhopig maken. Wat doe je daar mee? Hij dacht aan God en legde het in Gods hand.
Deze man kent zijn Bijbel. Hij weet één ding zeker: zou de Rechter van hemel en aarde geen recht doen? God straft het kwaad; denk maar aan de zondvloed, aan Sodom en Gomorra, aan de wegvoering naar Babel, aan de ballingschap. Wat heb je daar nu aan? Er gebeurt niets met die mensen.....morgen roepen ze je weer na. Maar ze gaan niet eeuwig door. God straft soms in dit leven, maar in elk geval na dit leven. Het duurde lang, maar het kwam wel. Het kwaad in deze wereld heeft niet het laatste woord. Zolang we weten dat de Heere leeft, weten we ook dat het kwaad niet eeuwig kan bestaan. Dat kan troost en rust geven in deze wereld, waarin het kwaad hoogtij viert. Dit alleen geeft je houvast om er mee om te gaan. Wij hoeven de haat en de wrok niet te koesteren. Maar dat kan alleen maar als je geloof hebt in God. Het Woord zegt ons: zo is God. Hij zal de schuldige geenszins onschuldig houden. En wij dan? Wij moeten zien op de de Heere Jezus. Die niet terug schold, maar bad voor Zijn vijanden. De dichter weet: God doet recht, en dat leidt tot overgave bij hem. In het pastoraat kom ik veel verbitterde mensen tegen. Begrijpelijk als je hoort wat ze meegemaakt hebben. Maar bitterheid verhardt je. Het gaat niet vanzelf over als er niets mee gebeurt. Als je niet leert het in Gods hand te leggen.

Gods Woord geeft troost in ellende, lees maar in vers 50. Het houvast van deze man is de toezegging van God. De dichter vindt troost in Gods belofte. Uw toezegging heeft mij levend gemaakt. De Heere wil moeilijke omstandigheden in je leven gebruiken om je dichter bij Gods Woord te brengen. Ik denk dat er meer mensen zijn die door tegenslag de Heere zijn gaan zoeken dan door voorspoed. Gods Woord geeft troost in ellende, en daarom heeft Hij ons ook Zijn woord gegeven. Paulus schrijft dat je van alles wat geschreven is in de Bijbel kunt leren, maar ook dat je erdoor getroost kan worden, zodat je er hoop door krijgt. Zou je dat ook willen? Wie wil er nu geen troost? Er kan zoveel tegenslag zijn in je leven. Rouw, zorgen, ziekte etc. Tegenslagen hebben we allemaal, maar heb je ook troost? Ik denk dan aan zondag 1 van de Heidelberger Catechismus. Wat is uw enige troost? Ellende en troost, daar zit een verband tussen. Ellende is een gevolg van de zonde. Het woord ellende is oud Nederlands en betekent zoveel als: uitlandig, uit je land zijn. Dan ben je een balling, net als die verloren zoon. Weggelopen uit zijn vaderland. Wij zijn bij God weggelopen en daardoor ellendig, uitlandig geworden. Ellende en troost hebben veel met elkaar te maken. Is het uw enige troost om het eigendom van Jezus Christus te zijn? Kent u die troost en leeft u daaruit in uw ellende? Ellende hebben we allemaal, want iedereen krijgt te maken met moeite en verdriet. De een heeft rouw, de ander ziekte, de ander zorgen om dierbare kinderen die verkeerde wegen gaan. Hoe kom je dan aan die troost? Bij psalm 119 moet je heel goed naar de werkwoorden kijken. In het stukje dat we lazen springt 1 werkwoord eruit: het woordje “gedenken” (51, 52, 55) komt dus 3 keer voor. Het is het sleutelwoord in dit stukje, Ik denk dat die troost alles te maken heeft met dat “gedenken”. Dat gedenken heeft 2 kanten. In vers 49 vraagt hij het aan God: Heere gedenkt U aan het Woord dat U tot mij hebt gesproken. Maar je moet het ook zelf doen. Hij denkt aan Gods naam, zegt de dichter. God moet wat doen , aan Zijn woord gedenken. Maar wij moeten ook gedenken. In vers 49 vraagt de dichter of God aan Zijn woord wil denken.

Dat mag je dus doen, je vinger bij Gods Woord leggen en zeggen: denk toch aan Uw Woord. Want als God niet aan Zijn woord gedenkt, dan zag het er voor ons mensen slecht uit. Als God niet doet wat Hij in Zijn woord belooft...... dan houdt Hij op God te zijn. Als God eenmaal iets gezegd heeft, dan kan Hij er niet meer vanaf. Doe je dat? De Heere op Zijn woord wijzen? Heere, maar U heeft toch gezegd, U heeft toch beloofd dat....en vul het maar in. Dominee, ik heb niks. Vind je dat vreemd als je nog nooit met Gods Woord werkzaam bent geweest? U heeft een Bijbel vol beloftes en u doet er nooit wat mee? De Kananese vrouw had niets om op te pleiten. Jezus zei tegen haar: het brood is niet voor u, maar voor de kinderen. U bent een heiden en hoort niet bij het volk Israël. De deur is bijna dicht, maar ze zet haar voet er tussen. Ze pakt Jezus op Zijn eigen woord.....De honden heten toch van de kruimeltjes onder de tafel? Ze had helemaal niets, maar toch zette ze Jezus klem met Zijn eigen Woord. Het moet maar eens nood zijn in je leven. Je kunt God niet vinden, en alles klaagt je aan. Dan ga je wel naar de Heere toe. O God, denk toch aan Uw woord, maak het waar, doe het ook voor mij Heere. Waar moet je dan beginnen? Begin maar bij het begin. Je bent toch gedoopt? U hebt beloofd dat U mijn vader wil zijn, U heeft beloofd dat U mij wil reinigen door Uw bloed, U hebt toch beloofd dat U door Uw Geest in mij wil wonen? Heere, maak het waar, persoonlijk. Dat je vraagt of de Heere Zijn belofte persoonlijk op jou toepast en je jezelf geen rust gunt, voor je weet dat het waar is. Wat is geloof? Hopen op Gods Woord. Door Gods beloftes ontstaat hoop. Je mag Gods beloften aangrijpen. De Bijbel is de brief van God, en die mag je door het gebed terugsturen naar Hem, zie eens iemand. Heb je dat wel eens gedaan? Heb je wel eens geworsteld met God, omdat het gaat om je leven? Wij hebben het Woord van de Koning gekregen, waarin de Heere met het aanbod van genade tot ons allemaal komt. Dit Woord maakt de hoop levend in je leven. Daar word je een ander mens van. Het Woord maakt je van dood levend en het houdt je ook levend. En dat heb je ook nodig, want elke keer weer verval je weer terug in doodsheid. Ga dan weer terug naar het Woord, tot je de kracht ervan weer mag ervaren. Dat kan best even duren, want God kan je ook beproeven of je het wel meent. God moet gedachtig zijn aan wat Hij belooft heeft, maar wij moeten ook denken aan Zijn naam. 's Nachts ben ik aan Uw Naam gedachtig geweest, zegt de dichter en dat heeft hem kracht gegeven.

Door zo te hopen op Gods Woord, kon deze man het uithouden.... maar niet alleen uithouden, hij kon het ook uitzingen.
Uw inzettingen zijn mijn gezangen geweest ter plaatse van mijn vreemdelingschappen. Als je een goed humeur hebt, gaan we allemaal wel eens zingend door het huis. Maar ga je ook zingend door het leven? Die mensen zijn zeldzaam. Maar hier heb je er een. Zingend, in het huis van mijn vreemdelingschappen, staat er. Ja, als je echt bij en uit Gods Woord leeft, dan voel je je wel eens vreemd in dit leven. Dan voel je je niet altijd thuis. Dat is niet vreemd, het is al een heel oud gevoel. Dat gevoel van vreemdelingschap. Dat kende Abraham ook al. Hij werd thuisloos, moest vertrekken uit zijn land. Hij zocht een vaderland en beleed dat hij een gast en vreemdeling was. David precies eender, de dichter van psalm 119 ook. Die man zou een kind van Abraham kunnen zijn. Alleen kinderen van Abraham voelen zich vreemdeling. Door God geroepen, op weg naar het beloofde land, voelen ze zich vreemdeling. De rest voelt zich wel thuis hier. Maar dat betekent niet dat je met een gebogen hoofd door het leven hoeft te gaan. Dat zou je misschien denken. Toch gaat deze vreemdeling zingend door het leven. Hoe kun je nu zingen op een plek waar je je helemaal niet op je gemak voelt? Waar haalt hij het vandaan? Uit Gods Woord! Met de wereld ben je gauw uitgezongen......veel mensen denken dat je als je de Heere vreest een moeilijk leven hebt. Dat kan best waar zijn, maar dat hoeft geen troosteloos leven te zijn. Juist niet, want God geeft troost. Gaat u zingend door het leven? Wat een wonder is dat, als Gods Woord je lied wordt.
Is het niet wat hooggegrepen? Zingend door het leven? Dat zegt misschien meer over de armoe van ons geestelijk leven dan over God. Verblijd u in de Heer' te allen tijde........maar het heeft je hart niet meer. Hoe kun je dan zingen? Dan zul je eerst weer de smaak te pakken moeten krijgen. Want een leeg hart kan niet zingen, alleen een gevuld hart. Die blijdschap staat niet op zichzelf. Die heeft te maken met gehoorzaamheid en hoop. Een slordig leven geeft geen vreugde. Vreugde is een vrucht van de hoop. Door de hoop kun je zingen en zeggen: ik zie, ik zie wat jij niet ziet.......Denk aan Paulus en Silas in de gevangenis. Er zijn alleen 4 muren te zien en ketens. Maar zij kijken daardoor heen. Want voor God zijn er geen muren. Als God voor je is, wie is er dan tegen je? Dat beseffen ze opeens. En dan kun je overal zingen. Dat is het geheim van de hoop: dan krijgt je zicht op een nieuwe wereld, een nieuwe werkelijkheid. Dat kun je niet aanwijzen, maar toch is het er. Dat is ook de reden dat mensen op hun ziekbed of sterfbed kunnen zingen. Dan kan de wereld niet meer zingen. De wereld zingt 24 uur per dag..........de radio is er vol van. Het lijkt wel hoe dichter bij het einde, hoe harder er gezongen wordt. Ja, maar je kunt jezelf ook overschreeuwen. Om maar zo veel mogelijk weg te stoppen. Kunnen we nog tegen de stilte? Alleen zijn met jezelf en met je eigen zonde, schuld, verdriet....Maar zonder God is er niet veel te zingen straks. Zonder hoop kun je immers niet zingen? Als je lichaam wegkwijnt, wat blijft er dan nog over? Maar als je dan gelooft, dan valt er weer veel te zingen. Zonder hoop kun je niet zingen. Maar met hoop, kun je zelfs in de nacht, zingen omdat je Hem verwacht. Waar haal je die hoop vandaan? Uit Gods Woord immers. Gods Woord is het raam in de gevangenis van dit leven. Je mag erdoor naar buiten kijken. Kijk, er is een andere wereld buiten. Eens gaat de gevangenis open en mag ik naar buiten. Als ik door het raam van het Woord mag kijken, dan zie ik de wereld daarbuiten, de vrijheid en het eeuwige leven. Je krijgt dan een andere kijk op het leven. Dan kun je toch zingen in het huis van je vreemdelingschap. Wie hier zo begint te zingen, mag straks eeuwig door zingen.

Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis
naar 't erfgoed hierboven naar 't Vaderlijk huis
mijn Jezus geleid mij door d' aardse woestijn
“gestorven voor mij” zal mijn zwanenzang zijn.

Edit