Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-09-14 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Nabetrachting Heiling Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Col 4:5,6 Col 3:18-4:6 2008-09-14.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.0Mb)
2008-09-14C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.9Mb)
2008-09-14T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Je kan zo’n avondmaalszondag ervaren als een bergtop-ervaring. Een heerlijke zondag, even boven alles uitgetild. Even de berg der verheerlijking op. Hij is dezelfde, maar toch niet hetzelfde. Hij ging voor je stralen. Je zag geen tafels meer, geen mensen, maar je zag er maar Één. Geen straf om ook vanavond naar de kerk, maar morgen weer de berg af. De discipelen willen er wel tenten maken, maar ze moesten er wel af. Ziekte, onmogelijkheden. Van de kerk naar je werk, geroepen om getuigen te zijn. Ik zou graag iets meenemen van de zondag naar de maandag, een levende getuige, licht in een duistere wereld. Zout in een bedervende maatschappij. Getuige maar hoe? Paulus geeft ons een aantal handvatten en adviezen.
Getuigen, maar hoe?
1 gebed (v2), 2 gedrag (v5), 3 geschikte moment (v5), 4 getuigenis (v6), 5 gericht spreken (v6)
Paulus zit in de gevangenis. Colosse is een belangrijke handelsstad. Wolindustrie, rijke stad. Joden, heidenen, dwaalleraren. Daar is een gemeente ontstaan. Hoe kan ik mijn christen-zijn tonen? Hij spreekt eerst over het huwelijk. Dat heeft alles met het geloof te maken, in gezinsverband. Maar ook in maatschappelijke verhoudingen, baas en personeel. En diegene die buiten zijn, de ongelovigen waar wij elke dag mee in aanraking komen.
Tussen de hemelvaart en wederkomst moeten wij zijn getuigen zijn. Een opdracht, niet alleen voor de evangelisatie-ouderling, niet “het is 2000 geleden gezegd”; het is een opdracht voor de hele gemeente. Opdat Gods huis vol worde, ook aan de vierde tafel zijn nog stoelen leeg. Nog niet iedereen van Gods volk is toegebracht. God zoekt ‘transmitters’, mensen die wat kunnen overbrengen, tussen de bron van zegen en waar die zegen naar toegebracht moet worden. Naar mensen die het zo brood nodig hebben. Dat begint dichtbij. Je buren. Of die asielzoeker in dat kleine kamertje. Je klasgenoot, die verkoper van de straatkrant. Of hij die je ramen wast. Duizenden die zich in de duisternis begeven bij een hardcore houseparty. Je collega op je werk.
Hoe doe je dat – in Katendrecht, we hebben er al wat, maar er zijn veel meer mensen nodig! Maar de duivel is er ook. Ik heb vier volle tafels gezien. Een keer in de maand getuigen op een maandagvond, niet alleen consumeren, maar ook distribueren. Wie meldt zich?

Alleen al dat woord: diegenen die buiten staan. Je hebt binnen en buiten, het is dit of dat. Een scherpe uitdrukking. Waar loopt de scheidslijn? Is dat de kerkmuur? Zo ligt het niet. Al die genen die aan de tafel zaten? Er kan een Judas aangezeten hebben, vanmorgen. Het gaat zelfs dwars door de avondmaalstafel heen. En ik geloof dat je het ten diepste weet of je binnen bent gebracht. Ook al wil je dat niet weten…
Ik zie het schoolplein van de PD. In de pauze ben je aan het spelen. Op een afstand staat er iemand die er een beetje bij hangt. Jij mag niet meedoen! Hoe zou dat voelen als jij dat jongetje of meisje was? Mag niet van de groep…. Geen poespas vanavond, een praktische preek. Zo kijken degene die buiten zijn - misschien wel op ons neer. Hoe kijken we naar hen: ik wou dat ze binnen kwamen! Jullie mogen er bij… Een verlangen om ze te winnen voor Christus. Doel van de zending: dat de Heere meer aanbeden gaat worden. Buiten of binnen, eeuwig buiten de deur van het bruiloftsfeest…. Je zou ze toch willen bewegen dat ze naar binnen komen. Niet als een Jona, - de mensen van Nineve mogen niet in de kring.

1 Het gebed.
Daar begint het mee. Ouderharten die bidden voor hun kinderen. Of je hebt een club, catechisanten – ik noem al die namen voor de Heere God, wilt u ze in hun hart grijpen. Red hun zielen van de dood. Met een zendingshart bid je om het heil van de heidenen of van de Islamieten waar je in contact komt. Als het op je hart ligt, vergeet je het ook niet meer. Ze moeten toegebracht!
Iemand bad voor zijn vrienden en na een paar jaar kwam de eerste tot bekering na 5 jaar nog een, en er was er een waar hij al 35 jaar voor bad. “Maar het gaat gebeuren!”
Als je in de verte wel eens iets gehoord hebt van het geween in de rampzaligheid en van de halleljua’s in de heerlijkheid, dan gaat de waarde van een ziel in je hart wegen. Christus ging op dat ene schaap af. We kunnen niet meer afstandelijk bidden.
‘Moeten we weer zoveel dominee?’ Begin maar met bidden.

2 Gedrag
Wandelt met wijsheid – je levenswandel is misschien wel het belangrijkste evangelisatiemiddel. Levensstijl is belangrijker dan wat je allemaal zegt. Hoe leef jij als christen? Wat kunnen ze aan je zien? Woorden wekken en daden trekken? Mag ik een leesbare brief van U zijn Heere Jezus? Dat anderen kunnen zien waar ik ben geweest (ook al kijken ze op me neer). Dat mijn levenswandel geen anti-reklame zal zijn. Dat ik door mijn daden geen drempel zal zijn, zodat ze nooit naar binnen kunnen. Van Mozes staat dat Hij machtig was in woorden en werken, bij de Heere Jezus staat dat omgedraaid! We moeten volgelingen van Jezus zijn en niet van Mozes.

Ds Buskes schrijft ergens over een heilssoldate in Londen. Ze leefde alleen mee en hielp met handen en voeten. Ze werd Jezus-juffrouw genoemd. Geen scheldnaam! Door haar levenswandel viel ze op. Hoe bedreven de eerste christenen evangelisatie; ze deelden hun tafel , niet hun bed. Dan val je al op in deze wereld. Ik ga naar mijn werk, maar ben graag in de kerk, want daar hoor ik van mijn Heiland. Ze waren arm maar maakten velen rijk.
Wij denken vaal dat het in woorden zit. Petrus zegt over bekeerde christenvrouwen, het is nu aan jullie om je mannen te winnen zonder woorden.
Je hebt er geen diploma’s voor nodig, dat is niet wat met wijsheid wordt bedoeld.

3
Het geschikte moment. Het moment exploiteren. Niet elk moment is geschikt. Soms moet je zwijgen. Het komt niet uit, forceren zet kwaad bloed. Ook in het gezin: Koffie na de preek, je gaat er voor zitten: en wat vond je van de preek – ja ik ben nu aan het lezen. Je kunt proberen verder te vragen, maar je kunt het niet forceren. Soms krijg je op eens een moment, als er een eerder uit school is. Dan heb je ineens een gesprek. Ik heb het wel druk, met de strijk, maar nu krijg ik een kans. Zo werkt het met buitenstaanders ook.
Henk Binnendijk schreef Dicht bij God. Een geweldig boek. Toen hij pas tot bekering kwam dacht hij: ik moet getuigen, ik voelde me zo krampachtig worden, er moesten mensen gered. Ik vond het heel moeilijk en vervelend, maar het moet toch. Getuigen werd een obsessie voor me. Ik herken dat. Ik zag elk mens als een object om over God te vertellen, als ik het niet deed voelde ik me schuldig. Ik werd een Pietje saai – ik kwam in de kramp terecht. Heere ik kan niet meer. Als ik het voor u moet doen, ik kan het niet. God is het die rechtvaardig maakt, die deuren opent; God doet het. Daar kwam ik achter.
De Heere Jezus kwam ook op de bruiloft te Kana, hij preekte niet, maar bracht des te meer reine vruchten aan. Dicht bij God wordt dicht bij mensen. Geen saaie piet met een sikkeneurig gezicht maar een warme persoonlijkheid met belangstelling voor de ander, en je kijkt met Christus’ ogen naar de ander.
Er gaat luisteren aan vooraf. Echte belangstelling, twee oren en één mond. Het ene oor dicht bij God en het andere dicht bij mensen – zo een transmitter te mogen zijn. Al luisterend kun je het hart van de ander bereiken. Soms: nu moet ik even een mailtje sturen, nu moet ik even op ziekenbezoek, volg je hart dan maar na. Bosje bloemen, kaartje.
De mogelijkheden benutten, niet krampachtig, niet neurotisch, maar heel kalm als God een deur opent. Het is misschien de laatste kans.
Ik voelde in mijn hart dat ik naar iemand toe moest, en ik deed het niet, en ze was die nacht overleden; waarom heb ik mijn hart niet gevoeld.

4
Het getuigenis, het gesprek. Aangenaam, met zout besprengd. Een goed woord van de Heere Jezus spreken, je laat wel eens wat vallen. Hoog opgeven van je Liefste. Open mijn lippen en door uw kracht zal ik Uw lof gestaag vermelden, anders ben ik zo bang als een vogeltje. Hoe te spreken: in aangenaamheid, in bewustzijn van genade, aantrekkelijk, in charme, en met zout besprengd. Niet alleen wat ik zeg maar ook de toon waarop ik dingen zeg.
Vol genade sprak de Heere Jezus. “Recht voor zijn raap“ zeggen wij in Rotterdam, maar dat kan zo tactloos en liefdeloos zijn. Tact en contact heette een boek over evangelisatie jaren geleden. Bijbelteksten kun je gebruiken als kogels, dan win je het debat maar verliest een ziel…!
Zo moeten we niet met elkaar omgaan. Niet altijd gelijk willen hebben. Met zout: een culinaire term, zodat het aangenaam wordt om te slikken. Vriendelijk maar ook pittig, zodat het indringt. Geen flauwe hap, en ook niet te veel zout, in de juiste mengverhouding. Denk aan het dienstmeisje bij Naäman. Haar woorden waren in aangenaamheid, ze had het goede met hem voor, maar ze sprak ook pittig. Een korreltje. Eten zonder zout is smakeloos. Een boodschap op de kansel waar het pittige ontbreekt, als de woorden bekering en zonde gaan ontbreken is het flauw, ook een woord als de hel. Dan is het een verwatert evangelie. Bewogenheid, maar de gerechtigheid van God mag niet ontbreken. Als er niet meer gesproken wordt, over radicale gehoorzaamheid aan zijn geboden….
Wij hebben vier smaakpapillen. Zo bitter als gal, zuur als azijn, zo zoet als honing, en zout. Iemand kan bitter spreken, vol frustratie. Je kunt ook een zure opmerking maken. Je kunt honing zoete woorden gebruiken om iets gedaan te krijgen. Maar met zout is er geen uitdrukking over spreken: maar toch staat hier woorden met zout. Zo kunnen de houdingen zijn van mensen tov het evangelie. Maar de Bijbel zegt – zout, smaakmakend en bederf werend.
Een andere verklaring. Luther zegt: het is het zout van de humor. Een dominee zonder het zout van de humor maakt hun boodschap droog en saai. Geestig en geestelijk liggen dicht bij elkaar. Spurgeon had het ook: “Mensen hebben er een twaalfde gebod bij gemaakt gij zult op zondag een lang gezicht trekken. Ik zie de mensen in de kerk liever glimlachen dan slapen. Ik geloof dat er evenveel heil kan zijn in een lach als een traan, en soms is een lach het beste.”

5
Gericht spreken – hoe moet je ieder antwoorden. Hoe je leeft, roept ook vragen op. Belangstellend, kritische, verbaasde vragen. Waarom ga je nu juist niet mee naar een zuipfeest, dat persooneelsuitje dat altijd uit de hand loopt. Dat je rein in het huwelijk wilt treden – krijg je daar wel eens vragen over - hoe was jouw seks dit weekend? Als je je handen vouwt… als je nooit vragen krijgt, ben je dan wel een christen? Het verschil tussen buiten en binnen is een verschil van dag en nacht, het moet vragen opwerpen. Gij geheel anders.
Gericht, een ieder apart. Persoonlijk op de man af een antwoord. Ook evangelisatie werk is werk op maat. Er zijn geen formules. Van aangezicht tot aangezicht, er zijn geen clichés. De Samaritaanse vrouw, op de dag, gaf hij een ander antwoord dan Nicodemus. Te juister tijd. Paulus preekte anders in het fanatieke Lystre of in Athene bij intellectuelen.

Maar ik durf niet – het is echt nodig in Katendrecht. Heere hier ben ik, bereid om in Uw dienst te staan. Samen met anderen naar adressen te gaan. Uitzichtloos leven, hier ben ik Heere. Ik kan niet en ik durf niet. De weg is u gewezen, de weg van het gebed. Geef mij een vrijmoedige geest. Het resultaat mag ik aan God over laten . Getuigen van wat ik vandaag gehoord en gezien heb.
Hoe meer ik omga met de Heere Jezus, hoe warmer ik over Hem ik spreek. En des te vrijmoediger ik een woord van Hem kan laten vallen.
“We moeten christenen zijn met uitstraling” Hoe kom ik daar aan dan? Mozes was zo intiem met Hem omgegaan, dat hij die uitstraling had, en hij wist het niet van zichzelf. Hoe warmer, des te wervender ik mag zijn.

Laat me Heer, uw klankbord mogen wezen
Laat mij een kaars zijn op Uw kandelaar
Laat mij een zoutend zout zijn in dit leven
Laat mij een vonk zijn van uw liefdes vuur.
Laat mij een toorts zijn tot Uw lof geheven,
Ja laat mij een steen zijn in uw tempel muur.

Edit