Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-09-28 17:00:00 ds. A. Baas (Alblasserdam)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Han 7:51- 8:1 Han 7:51- 8:1 2008-09-28.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2008-09-28C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.7Mb)
2008-09-28T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Leven onder een open hemel is sterven onder een open hemel
Leef ik onder een open hemel?

Ik zie, wat jij niet ziet – in de auto of met kleine kinderen in de huiskamer. Ouderen kunnen het ook leuk vinden. Het kan heel spannend zijn als het bijna geraden wordt. In onze tekst is het een heerlijke werkelijkheid.
Stefanus staat voor het Sanhedrin. Hij kijk vaak naar de hemel, tijdens zijn rede. Zijn gezicht straalt. Ze hebben een lange rede moeten aanhoren van hem. Pas toch op je woorden Stefanus, je vangt toch meer vliegen met stroop dan met azijn… Hij is echter vol van de Heilige Geest. Hij heeft zijn hoorders van alle steunpunten in de Schrift beroofd. Zij denken zo Bijbels te zijn. Maar Stefanus maakte duidelijk dat ze dat niet zijn en de Schrift misbruiken. Nu is hij bijna aan het einde en hij kijkt hen aan – een adempauze. Dan, zonder zelfs een voegwoord, volgt de ene beschuldiging na de andere. Maar ze koken bijna, Stefanus, pas toch op. De spanning stijgt. De toorn van de Heilige God is als het ware in hem. Tegenstanders, verraders, moordenaars, overtreders van de wet (51-53).
Hoe vaak heeft de Heere dat niet moeten aanschouwen. Het is Bijbelse taal, laat dat duidelijk zijn: een hardnekkig volk had Hij Israël genoemd. Alsof ze een stok ingeslikt hebben, ze kunnen niet buigen, voor God of mensen. Rechtop de kerk in en de kerk uit. Onbesneden oren (Jer.) – ze kwamen wel in de tempel, een keer of zelfs twee keer. Maar luisteren naar God en doen wat Hij zegt….
‘Wel erg scherp dominee’. Dat vind ik ook. Toch zit er liefde bij Stefanus – doe dan toch open en bekeer je nu dan toch. Hij spreekt ze niet meer aan als mannen broeders, hij zegt geen ‘wij’ meer. Nu is het: alzo zegt de Heere. Stefanus noemt het allemaal verzet tegen de Heilige Geest. Altijd, vanaf Jozef aan.

De ouderen kennen nog wel de term “het onwederstandelijke” werk van de Heilige Geest, als je dat weet ben je daar blij mee. Alle hardnekkigheid als sneeuw voor de zon verdwenen. Er is dus iets duisters dat je de Heilige Geest kunt weerstaan. Gods handen binden, soms met Bijbelteksten! Hij deed aldaar niet vele krachten vanwege hun ongeloof. Ik schrik daar van..

Dan is de maat vol. Hun harten barsten, als een mes in het hart gestoken, zo staat het er. Knarsende tanden van woede. Maar Stefanus kijkt rechtstreeks de hemel in. De heerlijkheid van God. Het einde van Stefanus op aarde, het is een triomf. Er vindt een volksgericht, een lynchpartij plaats. Maar zijn innerlijke vrede wordt niet aangetast. Hij begint ook te roepen, tegen die branding van boosheid en woede – zie, ik aanschouw de open hemel. Dat Griekse woord “Idoe” (zie) wordt in de Griekse vertaling van het Oude Testament gebruikt op bijzondere plaatsen. Zie hier ben ik, zei Abraham, bereid om zijn zoon te offeren. De Engelse vertaling zegt niet: look! Maar behold! Ik zie – maar het is heel oplettend zien, aanschouwen. Het dwingt je om mee te kijken. Ik zie wat jullie nog niet zien. De Mensenzoon, zo had Jezus Zich genoemd. Daniël had er ook zo over gesproken. De machtige Heilbrengende figuur, aan het einde der tijden, bevrijdend. Staande ter rechterhand Gods.
Meestal: zittende. Wie Mij belijden zal Ik belijden. De Zoon is helemaal betrokken bij wat hier op aarde gebeurt. De goede herder die zorg heeft voor Zijn schapen. Hij zal hen met Zijn vleugelen bedekken. Anne vd Bijl zei: ik snap wel dat Jezus stond, Hij had alles gezien en aangehoord. Hij is opgestaan en heeft gedacht Ik zal hem straks thuis halen. “Eerbied”, het is niet hard te maken exegetisch, maar wel mooi gezegd.

Het spreken wordt hem onmogelijk gemaakt. Het ging echt over alle grenzen heen. Stefanus had Jezus’ naam nog niet genoemd. Maar dit getuigenis – dan barst de bom. “Dit is het ergste, die Jezus de Nazarener, die godslasteraar. Deze plaatst hem in de nabijheid van de Eeuwige”. Hoor, Israël, de Heere onze God is Een. Daar gaat het tegen in.
Iedereen is het er mee eens, hij moet dood. Ze hebben het er warm van gekregen, ze doen wat kleren uit. Jij daar, Saul, Farizeeër, let op onze kleren. Hij had een welgevallen aan de dood van Stefanus. Door Lucas zo eventjes gemeld, als in een Rembrandt valt het licht eventjes op Saulus. Later schreef hij, met tranen, ongetwijfeld: Mij de grootste der zondaren is barmhartigheid geschied.

Nu zegt Stefanus wel Zijn naam. Heere, Kurios, Jezus, ontvang mijn geest. Psalm 31 citeert hij. Doet moet voor het Sanhedrin olie op het vuur van hun woede zijn geweest. “Die Psalm tot God gericht, nu bidt deze ketter hetzelfde tot die Jezus van Nazareth! Alsof hij God is…”

Hij valt op de knieën. Ik dacht altijd door de stenenregen. Maar er staat eigenlijk hij knielde neer. Alsof hij gaat slapen: eerst nog een avondgebed. Heere reken hun deze zonde niet toe. De zonde dat er weer bloed gaat vloeien. Het bloed van al de profeten.
Na de verwoesting van Jeruzalem heeft Lucas dit te boek gesteld. Geen steen zal op de andere gelaten worden. Hij ziet de stad en tempel in puinhoop. Reken hen deze zonde niet toe. Is het met Israël afgelopen? Zou God zijn genade vergeten? Wij blijven bidden voor Israël, en er was 1948. Rom 9-11, belangrijker nog. Hij is barmhartig en genadig ook voor Israël op grond van de voorbede - om Jezus wil - de Voorbidder.

En Stefanus sliep in. Broeder, wel te rusten. Een zware dag gehad.

Leven onder open hemel en sterven onder een open hemel. Ik zie wat jij niet zie? Zou je dan willen opstaan? Ik weet het, je ziet de Heere Jezus. Je zoekt Hem, in het vizier te houden. Daar gaat het om. Hem zoeken te kennen en steeds beter te kennen.
Maar mijn omstandigheden dan – ik heet geen Stefanus. Was ik maar zoals hij. Waar om dit en dat en er verandert maar niks. Iemand zegt: God geeft het aan wie Hij wil. Ja zegt een ander, en ook op Zijn tijd. Een derde zegt: reken erop dat je kracht naar kruis krijgt. Het is allemaal waar, maar het zijn dooddoeners.
Velen hebben er mee geleefd en niets gezien.
Wat dan? Waarom ziet Stefanus in zijn leven en sterven Jezus? ‘Ik zie en hoor maar niks?’ Stefanus geeft het antwoord. Hij sprak van God en Zijn reddend werk in de geschiedenis, “maar Mijn volk wou niet naar Mijn stem horen….” Ze luisteren naar andere stemmen - de Heilige Geest werd weerstaan, en smaadheid aangedaan. Dat is schrikken! Je kunt een bijzondere openbaring kennen en tot Israël behoren en toch luisteren naar andere stemmen. Je legt het woord gewoon naast je neer en ongehoorzaam, hardnekkig. Gedegen reformatorisch onderwijs, een Bijbelkennis, dat haalt geen mens meer in. Goede boeken in huis. Maar nog onnoemelijk ver van het hart van God vandaan. Dicht bij het vuur en slapen als de vonken spatten.

Laten we allemaal persoonlijk de balans opmaken. Leef ik onder een open hemel, in de glans van God. Mag ik leven in het licht van God waarin Hij mij geschapen heeft? Waarin Hij mij wil herscheppen, straal ik wat uit? In de buurt waar ik woon, onder de collega’s mede studenten, dat ze iets zien van de heerlijkheids Gods.
Of geldt van mij dat ik ondanks alles de Heilige Geest weersta, dat ik mijn goede tijd besteed aan een heleboel dingen, maar dat de stille tijd er maar bij hangt. Laat ik de balans eens opmaken, leef ik onder een open hemel?
Als er vanavond iemand schrikt – ik weet het niet, of: nee. Is er nog redding voor mij? Stefanus kijkt u nog aan: ik zie, Jezus, de Zaligmaker. Saulus zegt later: de grootste der zondaren is barmhartigheid geschied. Dat geeft toch de ruimte? Zou je niet tot Jezus de toevlucht nemen. Vertel alles wat je hart bevuilt, je verslaving, je rottigheid, en bidt maar om het bloed van deze rechtvaardige. Ik zie Jezus, voorspreker aan de rechterhand van de Vader voor ‘des doods schuldige kindertjes’.
Hij is een verzoening voor onze zonden en voor die van de gehele wereld.
Ik zie.

Zweverig? Dacht u dat die mensen blind zijn voor de nood in Rotterdam. Juist christenen hebben dat wel. Ellende in de wereld, de economische crisis incluis, De honger en de ellende. Christenen raakt dat juist. Open ogen in het leven; ze zien het in de buurt. Een krop sla brengen, u begrijpt het.
Ik ga eens naar die, want die mis ik. Ik zie dat het niet goed gaat. Wie Jezus mag zien, zweeft niet, maar staat met beide benen op de grond. Getuige te zijn van de hoop die we hebben, vanwege de opgestane Christus. Zo achter hem aangaan. Ik zie, ik zie wat jij toch ook ziet?

Te kunnen zeggen: Lieve (klein)kinderen ik ga slapen ik ben moe, sluit straks mijn ogen toe, Heere Jezus, ontvang mijn Geest..

Edit