Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-10-05 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 26 :71 Mat 3:13-17 mat 28:16-20 2008-10-05.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.9Mb)
2008-10-05C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.1Mb)
2008-10-05T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.1Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het watermerk van de christelijke kerk

We gaan letten op de Doop. Drie kernwoorden: het bevel van de Doop, het begin van de Doop en het bad van de Doop.

In 1917 was er een zendeling in Toradjaland, ds. A.A. Van Loosdrecht, uitgezonden door de GZB. Hij werd door een speerstoot van een Toradja gedood. Later werd zijn moordenaar op die plek gedoopt, want hij was tot bekering gekomen. Hij mocht openlijk een nieuw leven gaan beginnen.
Saulus van Tarsen was een Judaïst, een wetticist, maar kwam tot geloof in de Heere Jezus. Ananias kwam bij hem en zei: Broeder Paulus, sta op en laat je dopen en je zonden afwassen. Hij mag publiek getuigenis afleggen dat zijn zonden, het vervolgen van de christelijke kerk, afgewassen zijn en dat hij nu een christen geworden is. Hij is een nieuw leven begonnen, een nieuw terrein. In een nieuw godzalig leven wandelen. Of je nu een heiden bent die tot geloof komt of een schriftgeleerde, het nieuwe leven begint met de Doop.
De doop is een onderscheidingsteken. De Jood loopt met een gebedsmantel, een Talid. Hij hult zich als het ware in de Wet. Maar een christen doet bij zijn doop als het ware de Heere Jezus aan als een nieuw kledingsstuk om als christen te leven, openbaar, zichtbaar voor de wereld. Zodat de mensen kunnen zien: dat is een christen, in zijn leven en in zijn wandel.
Als een Jood in de Messias gaat geloven, vindt zijn orthodoxe familie dat heel erg. Maar als hij zich laat dopen, wordt er zelfs een rouwkaart gestuurd en een rouwmaaltijd gehouden: nu zijn we hem echt kwijt. De doop is een echt keerpunt.

Het geloof dat zit aan de binnenkant, dat is iets innerlijks. Het doopwater is iets uiterlijks, iets aan de buitenkant.
Mattheüs 28: de inzetting van de Doop. Ga dan heen.....zegt Jezus en vlak daarvoor: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde. En er staat: ga DAN heen. Nadat Hij zich dus gepresenteerd heeft als Diegene die alle macht heeft. Gezonden met Mijn almacht in je rug en Mijn belofte in je hand: Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Ga de mensen maar opzoeken. De Heere Jezus wacht niet tot mensen naar Hem toe komen maar Hij zendt mensen uit.
Maak ze tot Mijn discipelen. Door ze te dopen en door ze vervolgens te leren onderhouden alles wat Ik u geboden heb. De heidenen worden dus discipelen door de Doop en door het leren van de geboden van de Heere Jezus te bewaren in praktische zin.
Hoe werkt dat in de praktijk?
Ik zie daar een apostel uitgaan; hij ziet iemand die nog nooit van de Heere Jezus heeft gehoord . Hij gaat vertellen: er was eens een rabbi uit Nazareth, Hij is de zoon van God! En dan volgt het hele levensverhaal van Jezus. Zo'n man of vrouw luistert en de Heilige Geest opent het hart van diegene en die neemt Hem aan.
Zo'n bekeerling belijdt zijn zonden en gelooft in de Heere Jezus, maar om er helemaal bij te horen moet hij ook gedoopt worden. Om zo openlijk voor ieders oog te laten zien dat het oude voorbij is en een nieuw leven begonnen is. Dat is de bedoeling van het zendingsbevel. Daardoor kom je openlijk aan de kant van de Koning te staan.

De doop is een begin, om voortaan als onderdaan in het koninkrijk van God te leven. Onder het gezag van Hem die de wereld verwerpt en die jij erkent. Je wordt op het terrein van het christelijke erf toegelaten. Er kwamen vroeger ook witte gewaden aan te pas, om aan te geven dat je leven nieuw is geworden. Voortaan dien ik een andere koning, namelijk Jezus. Mag ik onder Zijn bescherming leven, ik behoor als het ware tot de partij van Jezus. In Korinthe waren mensen die zeiden: ik hoor bij Paulus. Maar daar ging Paulus tegenin. Jullie horen toch bij Jezus. Achter Hem aan.
De Doop heeft te maken met 2 dingen: in zonden ontvangen en in Christus geheiligd, staat er in het Doopformulier. Dat woordje “heilig” wil niet zeggen dat er wedergeboorte plaats heeft gevonden; De Doop geeft vernieuwing. Ze is er wel het symbool ervan. We worden uiterlijk gezet op het christelijk erf, in het verbond. Afzondering van de wereld en toewijding aan Christus. In het doopformulier wordt gesproken over Noach en zijn 8 zielen. Vanaf die oude wereld, door het zondvloedwater heen, komen ze in een nieuwe schoon gespoelde wereld. Dat oude hebben ze achter zich gelaten en zijn ze een nieuw leven begonnen. We zien het ook aan Israël bij de Rode zee. Dat beeld wordt ook in het doopformulier genoemd. De Rode Zee als beeld van het Doopwater. Dat staat ook in het doopformulier. Ze zijn uit Egypte verlost, maar pas toen ze door de Rode Zee gegaan waren, konden ze niet meer terug.

In de doop zit altijd iets collectiefs. Er wordt gesproken over dat vòlk Israël. Ze zijn àllemaal door die Rode Zee heen gegaan. Dat hele volk, op reis naar Kanaän. Noach is met zijn hèle gezìn in de ark gegaan. Als Noach genoemd wordt als voorbeeld voor de christelijke doop, dan is dat een voorbeeld van een heel gezin dat door het water heen in een nieuwe wereld komt. In het Nieuwe Testament worden ze ook gedoopt met hun hele huis. God is een God van de gezinnen; Hij rekent met gezinnen. Toch zijn er door ongeloof mensen die nooit in Kanaän gekomen zijn. Door ongeloof konden ze niet binnengaan.
Noachs kinderen werden alle drie gered, maar Cham was toch anders. De doop is niet zaligmakend, maar iets uiterlijks.
De doop heeft ook iets onteigenends. Je kind hoort in de eerste plaats toe aan Jezus Christus, aan de drieënige God. Vanuit de moederschoot wordt je kind overgedragen in de armen van God. Ik geef U ons kind terug.........
“Maak alle volken tot mijn discipelen.” De besnijdenis was voor 1 volk, maar de doop is veel breder. Geheiligd, aan Zijn kant gezet.
De Romeinse keizers hadden een hertenkamp. De herten waren van de keizer. De herten droegen een ketting met een penning er op. Op die penning stond gegraveerd: raak mij niet aan, want ik ben van de keizer. Dat is de Doop. De Heere zet als het ware een merkteken op ons. Een stempel, een watermerk, een kenteken. Dat kan een enorme troost geven, als je aangevallen wordt door de duivel. Raak mij niet aan duivel, want ik ben van de Koning. Ik behoor krachtens mijn doop aan God toe. Een treffende tekst in dit verband is Ezechiël 16 vers 20 en 21.God verwijt het volk Israël dat ze hun kinderen hebben opgevoed voor de afgoden. Wat hebben jullie met die kinderen gedaan, het zijn Mijn kinderen! Dat neemt de Heere hen kwalijk. Zelfs de oudste zoon in de gelijkenis wilde niet naar binnen, maar de vader blijft hem toch kind noemen. Je bent en blijft Mijn kind, want je bent besneden. Je hoort bij mij, maar je wil niet......

In Werkendam is een doopvont waarop staat: Ik heb U bij uw naam geroepen; gij zijt Mijn. Of je dat gelooft of niet, of je dat wilt of niet, maar je bent van Mij. Ik heb recht op je. Je bent gestempeld door de grondeloze barmhartigheid van God. God heeft ze gemerkt, een watermerk erop gezet. Vroeger op aswoensdag bij de Roomsen kregen ze een zwart kruisje van de pastoor op het voorhoofd. Hindoes hebben een rooie stip op hun voorhoofd. Straks zullen de aanhangers van de antichrist het teken van het beest op hun voorhoofd hebben. Wij hebben het merkteken van Jezus Christus op ons voorhoofd. Je kunt de doop nooit ongedaan maken. Je hebt het merkteken en het veldteken gekregen. Als herkenningsteken. Toen ik een jaar of 14, 15 was zat ik in de kerk. Veel ging langs me heen, maar 1 keer vergeet ik nooit. Dat was een rouwdienst. Een jongen uit die kerk was door een motorongeluk overleden. Mijn naam zal op hun voorhoofd zijn., was de tekst. Wat is een merkteken? Denk aan een briefje van 20.....daar zit een watermerk in. Denk ook aan merkkleding:...hoe duurder het is, hoe trotser je bent. De doop heeft bloed gekost. .........Waar zit je met je gedoopte voorhoofd?

In dienst van de God van het leger des heils. Door de doop kun je laten zien aan welke kant je staat, welke koning je dient. Toen Augustinus gedoopt werd als volwassene, zei Ambrosius die hem doopte: u bent nu een soldaat van Christus. Waar gestreden wordt, is ook een kroon. Gij strijdt in de wereld, de kroon is voor straks. U begrijpt wel hoe erg het is als je deserteert, als je verbinding hebt met de vijand, als je naar de vijand overloopt. God overlaadt je met prachtige beloften en jij gaat bij Hem weg...................als je als een gewassen zeug teruggaat en je wentelt je opnieuw in het slijk........
Gedoopt zijn is een geweldig voorrecht, maar ook een geweldige verantwoordelijkheid. Je kunt het nooit meer ongedaan maken. Maar als je niet wilt dat Christus Koning over je is, is het ontzettend als je sterft. Wat zal dat doopwater dan branden op je voorhoofd...
Ouders, u mag uw tieners gerust waarschuwen in liefde dat ze naar bepaalde plaatsen niet met een gedoopt voorhoofd naar toe kunnen gaan.

Izak gaf een voorhoofdsiersel aan Rebecca, via zijn knecht Eliëzer, zonder dat ze elkaar ontmoet hadden. Als een bewijs van de liefde en de trouw van Izak die wachtte op haar. Maar het was ook een grote verantwoordelijkheid voor Rebecca: ga je nu trekken of niet. Ik zal trekken, zegt Rebecca. De Heere Jezus geeft in de Doop alvast een voorschot.....

Het geloof en de doop zijn heel nauw met elkaar verbonden. Het persoonlijk geloof is het belangrijkste. Er staat niet: wie niet gedoopt zal zijn, zal verloren zijn.
Wie gelooft zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. Het is maar de vraag of je dat chronologisch moet lezen. Er staat niet bij wie eerst geloofd zal hebben en dan gedoopt zal zijn.....dat woordje “eerst” staat er niet bij. Geloof en doop horen wel bij elkaar. Daarom moeten gelovige ouders hun kinderen ten doop houden. Die ouders moeten wel gelovig zijn. Zodat ze hun kinderen godzalig zullen opvoeden....Laat de tijd tussen doop en geloof zo kort mogelijk zijn. Dat kinderen als ze 4,5 jaar zijn al een kinderlijk geloof mogen beoefenen. De kinderen zijn geheiligd in de gelovige ouders. In een volgende preek hoop ik verder stil te staan bij de kinderdoop. Maar in elk geval moeten het gelovige ouders zijn. Minstens één ouder moet wedergeboren zijn, anders zou je niet eens je kind mogen laten dopen. Eigenlijk zou er op de doopzitting gevraagd moeten worden of je als ouders ook persoonlijk in de Heere Jezus mag geloven. Eigenlijk zou ik willen zeggen: Je kunt je kind niet laten dopen als je niet persoonlijk in de Heere Jezus gelooft en dat ook openbaar hebt gemaakt door je belijdenis.
Er is een tijd geweest dat iedereen zo maar belijdenis deed. De tijd van opa en oma. Die tijd is gelukkig voorbij. Als je nu belijdenis doet, doe je dat heel bewust. Als je niet in Christus bent , wat heeft je ja-woord dan voor waarde? Niets! Als je zelf weigert te buigen voor het gezag van Koning Jezus, hoe kun je je kind dan godzalig opvoeden?

De doop is een uiterlijk teken, een symbool, dat je ontvangt als je wedergeboren bent en gelooft. Er wordt gesproken over een bad. En een waterbad is meer dan een paar druppels. De doop met een paar druppels water is niet verkeerd, maar het zou het meest symbolisch zijn, om een kind dat gedoopt wordt ook echt onder water te laten gaan. Ik weet niet hoe dat praktisch zou moeten, maar symbolisch zou dat nog mooier zijn.
De Saksen werden vroeger door Karel de Grote gedwongen tot het christelijk geloof. Zij stemden toe om gedoopt te worden op 1 voorwaarde: ze wilden hun rechterarm boven water houden. Want dan konden ze nog wel vechten....Het gaat er om om helemaal gewassen te worden. Niets voor jezelf achter te houden. Je bent niet meer van papa en mama, ook niet van jezelf, maar van de Heere God die Zijn leven voor je heeft gegeven, die je tot Zijn eigendom wil maken. Je bent geheiligd, wees dan ook heilig, dicht bij God en ver van de zonde vandaan.
Afwassing van de zonde krijg je alleen door het persoonlijke geloof in de Heere Jezus, dat is iets innerlijks. Maar de doop is het uiterlijke beeld daarvan.

Ik eindig met een gezang uit de Nederlands Hervormde bundel:

Hij is mijn hoop
Hij wies mij door Zijn doop
Hij geeft mij brood en beker
en daarom ben ik van Zijn liefde zeker.
Hij is mijn hoop!

Edit