Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
lezing 2006-05-11 19:45:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
"Maranathakring". 2e avond. | Ezechiëlboek hoofdstuk 1.

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Eze 1 AG855.__1.mp3 (, 48kPro, 9.3Mb)
Maranathakring over Ezechiël

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zie Kerk op Zuid van mei voor meer over deze "Catechisatie Plus". De avonden bestaan uit twee delen: gebedskring voor heel de gemeente, na de pauze diepere Bijbelstudie in Ezechiël nav een boekje van de IZB. Het geheel staat onder de leiding van onze wijkpredikant



Ezechiël 1. Een indrukwekkend visioen van de troonwagen van God. Het wijst op de regering van God op weg naar het einddoel. Kernwoord van het hele boek is: de heerlijkheid des Heeren.

Eerst een indeling van het eerste hoofdstuk in zeven delen.
1. v 1-3: inleiding
2. v 4: de wolk
3. v 5-14: vier wezens.
4. v 15-21: vier wielen, raderen
5. v 22-25: de vloer
6. v 26-27: de troon en de heerlijkheid van de Heere.
7. v 28: de uitwerking op het hart en het gemoed van Ezchiël.

1. De geopende hemel bij de Kebar, op 30-jarige leeftijd. De Heere Jezus was ook 30 bij de rivier de Jordaan. Ezchiël werd tot profeet, Christus alle drie de ambten geroepen. Bij Ezechiël tot oordeel, bij de Heere Jezus om het welbehagen van God kenbaar te maken.
In Hebr 2:9 staat: wij zien Jezus met heerlijkheid en eer getroond, dat is ook een blik in de hemel!
Er wordt gesproken over gezichten (1), het woord (3) en de hand van God (3).

2. Uit het noorden: altijd het teken van vijandschap, oordeel, onheil. ‘Het barre noorden en het zoele zuiden.’ Vaag, het wordt langzaam duidelijker, maar nooit helemaal scherp. Ezechiël ziet het vanonder naar boven: wezens, wielen, troon, uitspansel en een gedaante daarboven.
Hasmal in hedendaags Hebr is “electriciteit”...
Het is een theofanie, een Godsverschijning. De Sjechina, de heerlijkheid als ook in de wolk in de tabernakel, in de tempel. Spreekt van heerlijkheid maar ook van bliksem.
Er zijn vier wezens zichtbaar. Cherubs, engelen (10:4).
Ezechiël ziet een kubus-achtige vorm. Op elke rib een wezen. Twee vleugels horizontaal, twee verticaal. De horizontalen raken elkaar. ‘Vier’ staat voor de vier hoeken van de aarde - de regering over de hele aarde erbij. De vleugels duiden op snelheid.

v.7 De benen zijn recht, zonder kniegericht. Net als de rechte weg die God gaat. Kalfshoeven zijn nog roze en zacht. Een kenner ziet aan de poten van een koe hoe oud het is. Vandaar ‘als glad koper’- geen schrammetjes.
v. 8 Ook mensenhanden onder hun vleugelen. God treedt handelend op.
v. 9 Ze draaien nooit om. God gaat een rechte weg. Bij God is geen schaduw van ommekeer (Jacobus 1). Wij wandelen een route en als het mis gaat moeten we terug. God komt er niet op terug.
v. 10 Geen os, immers een gesneden stier; dat mocht juist niet. Rund.
In Openbaring komen we ze ook tegen. De voorkant is een mensengedaante, rechts leeuw, links stier, achterkant arend. Waar staat dat voor? Sommigen zeggen: de vier evangelisten. Dat zou kunnen. De Leeuw – (van Juda, het evangelie voor de Joden) zou dan Mattheus zijn. Arend Johannes, met de hoogste vlucht. De mens: Lucas, Zijn geslachtsregister gaat terug op ‘zoon van Adam, zoon van God’. Rund zou dan Marcus zijn, gestaag doorploegend: ‘terstond’ staat er meer dan 40 keer in zijn evangelie.
Het zouden ook de vier schepselen kunnen zijn, de mens als kroon, de leeuw als koning de dieren, rund van het tamme vee, arend koning van de vogels.
De leeuw staat in elk geval voor majesteit, de mens voor inzicht, het rund voor continuïteit, de arend voor snelheid.
Hoe indrukwekkender de knechten van God, des te indrukwekkender God zelf.
De vier engelen zijn de vier troondragers van de troon van God.
v 12. geest moet hier met een hoofdletter. Alles staat in lichterlaaie.

4. De vier wielen.
Er is sprake van een kubus met wielen – we gaan naar een wagen. Grote wielen, Gods regering gaat voort, het staat niet stil. Ze gingen recht uit. De velgen waren vol ogen. God ziet alles, op bergen en in dalen. Er is geen “dode hoek”.
De Geest heeft de leiding, hij bestuurt waarin Gods regering gaat. De Cherubs en raderen volgen. Vandaar de uitdrukking: als de geest in de raderen zit.
Ook als God Nebukadnezar stuurt gaat dat niet buiten Hem om. Zelfs de verwoesting van de tempel niet. De Heilige Geest zit erachter.


5. vers 22. tot nu toe hebben we alleen het ‘onderstel’ gezien. Boven de wezens was een uitspansel – ijskristal. Daarboven is de troon. Het firmament is de vloer daarvan, die dus doorzichtig is. God is niet belemmerd in Zijn zicht, bij wijze van spreken.
v 24: geruis van hun vleugels: geluid van een donderende waterval. Een aanstormend leger. Dat moet overweldigend zijn geweest, als een Boeing die overkomt.
V 25: Een stem van boven; ‘het zag eruit als’ een troon. Als safier, goudachtig blauw, gespikkeld.

6. Op die troon (26) de gelijkenis als de gedaante als een mens. Christus vóór zijn menswording. De Messias als regerende God-Mens. Net als in (Joh 12:41! over) Jesaja 6. Daniel 7.

Vers 27; alles schittert en blinkt. Een omhullende glans die op een regenboog lijkt. Het hoofdstuk begint met oordeel, en eindigt met het Hoopteken. Herstel, genade.

Achter het indrukwekkende van Gods majesteit verrijst het teken van zijn barmhartigheid. De laatste hoofdstukken spreken ook van dat herstel.

7. Ezechiël viel op Zijn aangezicht, en de stem zegt: Mensenkind. Zo overweldigend, niet staande te blijven. De Grootheid van God gaat al zijn gedachten te boven.

Welke indruk maakt het op u? Wie weet er iets van dat overweldigd worden door de heerlijkheid van God? Dat je niet meer in je bed kon blijven liggen, maar dat je op je knieën moest. Diep onder de indruk naar huis, zondags, omdat je een glimp gezien hebt. ‘Bestaat God wel?’ zegt een jongere; Heere toon ze Uw heerlijkheid. Dan heb je misschien nog geen antwoord op al je vragen, maar dan heb je Hem. En dan weet je het ook zeker, geen theorie meer; los van alle aanvechting.
Een mensenzoon ziet daar op die troon – Iemand die lijkt op mij...

NB I. De Joden lezen Ezechiël 1 op het Wekenfeest – Pinksteren bij ons. Toen de Heilige Geest werd uitgestort, waren 120 discipelen bij één – die waren het Wekenfeest aan het vieren. Die lazen dus Ez.1. Over stormwind, en vuur en dan komt er een stormwind en vuur; geen oordeelsvuur, maar een pinkstervuur!

NB II.
Er gebeurt wat met deze troonwagen.

[o] In hoofdstuk 1 verschijnt de wolk, de heerlijkheid van de Heere.

[o] In hoofdstuk 10 verplaatst die heerlijkheid zich, hij gaat weg uit Israël. 9:3 de heerlijkheid verplaatst zich naar de dorpel; bijna weg – met tegenzin; 10:5 in de voorhof, bij de oostpoort; 10:18, van de dorpel weg, 10:19 van de aarde omhoog. Heel langzaam. In 11:22-23 op de Olijfberg. Een godsdienst zonder God, een kerkdienst zonder de Heilige Geest. Heere blijft u alstublieft in deze stad! Neem de kandelaar niet weg...

[o] In hoofdstuk 43:2 komt de Heerlijkheid van de Heere weer terug! Langs dezelfde weg.

De Heerlijkheid is teruggekomen in de Heere Jezus. Maria: de Heilige Geest zal u overschaduwen – net als de wolk. En Hij is ook naar het oosten uitgegaan – op de Olijfberg opgevaren. De Heilige Geest is uitgestort en de gemeente is ontstaan. Alleen met Gods genade is Zijn Heilige Geest en dus de Heerlijkheid van God in ons aanwezig. Dat is geen automatisme (denk aan Laodicea).

Edit