Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-11-09 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 29 :78,79 1Cor 10:14-22 1Cor 11:1-5 1Cor 11:13-22 2008-11-09.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.4Mb)
2008-11-09C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.2Mb)
2008-11-09T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.2Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Heidelberger Catechismus staat lang en uitgebreid stil bij het Heilig Avondmaal. De oude Romeinen voeren op zee tussen het puntje van Italië en Sicilië door. Dat was een smalle en gevaarlijke doorgang, een gevaarlijk punt als je daar door heen moest. Je had een grote rotsklip die je moest om zeilen en een gevaarlijke draaikolk waar je niet in terecht moest komen. Zo is het ook voor een dominee moeilijk om het Woord recht te snijden en voor u als hoorder eveneens. Heere, wilt U licht geven over hoe U het Heilig Avondmaal eigenlijk bedoeld heeft. We dwalen zo makkelijk. Hoe dichter bij de kaart van het Woord, hoe minder kans dat ik te pletter sla.

Een dwaalleer weerlegd
1.wat brood en wijn niet is
2.wat brood en wijn wel is volgens de Schrift

In zondag 28 is beleden wat het Heilig Avondmaal is en nu wordt de dwaalleer erover bestreden. In de tijd van Nehemia hadden de bouwers een troffel en een zwaard. De troffel om op te bouwen (zondag 28) en tegelijk het zwaard in de hand om de vijand op afstand te houden (zondag 29). De duivel komt op elke Bijbelse waarheid af om er vergif van te maken of een slap aftreksel. Je moet als dominee de grazige weide van het woord preken, maar er ook een hek om heen zetten. We hebben elk onze eigen achtergrond. Sommigen stoten zich alleen maar aan het hek; anderen zien alleen maar de weide. Geef me verstand om de wei te preken en ook het hek, en ook dat er een deur in het hek zit en hoe je er in kan komen.

De Roomse kerk leerde dat tijdens de mis, terwijl de priester de woorden “Dit is het lichaam van Christus” uitsprak, het brood werkelijk veranderde in het lichaam van Christus en de wijn in het bloed van Christus. De mensen in de tijd van de reformatie waren daarmee opgegroeid. Binnen en buiten de reformatie was hier grote onenigheid over. Er was veel broedertwist. Dit is mijn lichaam: het ging en gaat om het woordje is. Moet je dat nu letterlijk nemen of geestelijk symbolisch zien? Luther had er ook een eigen visie op, zat dicht tegen de Roomse leer aan. De leer van de consubstantiatie. Zoals water in een spons zit, zo zit het lichaam van Christus in dat brood. Zwingli zei: nee, het is allen maar een symbool. Die twee kregen ruzie. Luther en Calvijn discussieerden daar zelfs op een onfatsoenlijke manier over en niet als broeders. Luther hield van bier en Calvijn van wijn. Speelt misschien ook mee.....

Twee gevaren: Overschatten en onderschatten. Wij zijn mensen van extremen.....
Ik heb nogal eens gepreekt in hervormde evangelisaties, waar wel veel gepreekt werd, maar nooit het Heilig Avondmaal gevierd werd. Dat is niet goed, dan onderschat je het Heilig Avondmaal. Ik zie er vaak tegenop om het woord van de voorbereidingsdienst te spreken. Om niet te ruim en te gevoelig te zijn en ook niet als een drijfmiddel om u af te houden. Ik mag de verslagen harten van de gelovigen niet kleinmoedig maken.
Gods kudde bestaat niet uit giraffen maar uit schapen. De ruif mag niet te hoog hangen.
Er is wel een drempel: als je de Heere Jezus nog nooit binnengelaten hebt en je hebt in je hart nooit gezegd: ja, kom binnen Heere! Dan is het Heilig Avondmaal niet voor je. Dat zijn twee gevaren voor een dominee.
Ook 2 gevaren voor een kerkganger: als je te veel gaat spreken in termen van gewoon en natuurlijk en normaal. Als geestelijke dingen gewoon worden, dan is het wonder eruit en dan moet het licht op oranje staan. Als je al sinds jaar en dag in de kerk zit en het komt maar niet verder terwijl de Heere al jaren roept......wat erg! Als dominee mag je het niet aanpraten noch er af praten. Er staat brood voor kinderen van God. Niks meer en niks minder. Als je in die klem zit, ben ik wel echt een kind van God? Dat je dan maar tot de Heere je toevlucht neemt: Heere mag ik er dan wel bij horen?
Er zijn ook vreemde praktijkvoorbeelden: ambtsdragers die niet aan het avondmaal gaan bijvoorbeeld. Dat hoort niet zo te zijn. Daar moet je wel pastoraal mee omgaan. Je gaat niet aan omdat je in het ambt staat. Je kunt toch niet in de dienst van de Koning staan en niet aan zijn tafel zitten? Of mensen die zo lang ze in het ambt waren wel aan gingen en daarna niet meer......dat is raar en niet goed. Maak in Uw woord mijn gang en treden vast. Trekt U mij Heere, dan zal ik U nalopen.

Mag ik nog eens wat noemen? Ik sta hier een beetje met kromme tenen en u zit misschien met kromme tenen in de bank...maar ik ga het toch noemen. Toen ik hier pas was, hadden alle dames een hoed op tijdens het Heilig Avondmaal. Nu is dat niet meer normaal. In 1 Korinthe 10 heeft Paulus het over het Avondmaal en in hoofdstuk 11 ook. Tussen die 2 gedeelten in staat het deel over het hoofddeksel. Er ligt dus wel een verband.
Het makkelijkst is voor mij om er over te zwijgen. Ik wil u niet voor het hoofd stoten. De zaligheid heeft niets te maken met een hoed maar wel alles met het bloed van de Heere Jezus. Dat heeft alles te maken met je hart. 1 Korinthe 11 spreekt overigens niet eens over een hoed, maar over een bedekking, een sluier. In de setting van de gemeente zegt God 3 dingen in 1 Korinthe 11. Dat heeft niet zo zeer te maken met de zaligheid, maar wel met gehoorzaamheid.

1.Ik geloof dat God vindt dat de zusters in de gemeente een hoofdbedekking op moeten hebben. Maar God vindt ook dat de zusters in de gemeente zouden moeten bidden en profeteren. Die ruimte geven wij niet....dus ik voel me ook schuldig.
2.Mogen er kinderen aan het avondmaal? Als kinderen nu wel gedoopt mogen worden, waarom mogen ze dan niet aan het avondmaal? Als het kinderen van gelovige ouders zijn? Het Nieuwe Testament is meer dan het Oude Testament. Zouden ze dan nu minder ontvangen? Toch geloof ik toch dat ze niet aan het Heilig Avondmaal horen. Kleine kinderen kunnen zichzelf nog niet echt beproeven. Ze kunnen nog geen zelfreflectie hebben. Ze moeten geestelijk rijp genoeg zijn om te verstaan waar het om gaat bij het avondmaal des Heeren. Kleine kinderen kunnen nog niet abstract denken. Om te snappen dat dat brood niet alleen het lichaam van de Heere Jezus voorstelt, maar ook de gemeente.
3.Wat dacht u nu van ziekencommunie? Avondmaal vieren in het bejaardentehuis? In het ziekenhuis? Dat gebeurt ook in sommige gemeenten. Dat zijn moeilijke vragen om praktisch over na te denken. En weer zie ik die 2 klippen. Het protestantisme is daar op zijn minst aarzelend in. Ik heb er ook aarzelingen bij. Paulus zegt ergens: dat zeg ik en niet de Heere. Zo zou ik er ook mee om willen gaan. Het Heilig Avondmaal heeft te maken met een gemeentelijke samenkomst, de gemeente bestaat uit het bijeenkomen rondom het Woord en de breking van het brood. Daarmee hoort het Heilig Avondmaal dus thuis in de gemeente en niet in een individueel gebeuren thuis of in het ziekenhuis. Als je dat wel doet, kan het o zo gauw ontaarden in een soort magie. Als een priester met het laatste oliesel. De gemeente mag geen duiventil zijn, waarbij je eens aanvliegt en een graantje meepikt. De kerkenraad moet er op toezien dat de tafel heilig is en blijft. Er is 1 brood en 1 beker, geen mini-broodjes en mini-bekertjes. Het is belangrijk met wie we aangaan. De kerkenraad heeft er op toe te zien dat er gelovigen aangaan. Die een goed getuigenis hebben en een christelijk leven lijden. Dat kun je niet onderzoeken bij zieken in het ziekenhuis. Daarvoor duren de opnames te kort. Daar zit iets in van niet alleen jezelf beproeven maar ook de poortwachters. Die moeten letten op leren en leven van de gemeenteleden. Maar u mag daar anders over denken.

Wat is het nu wel? Waarom spreken de Heere Jezus en Paulus over lichaam en bloed? Niet alleen om ons daardoor iets te leren maar ook om ons iets te verzekeren. Wat leer je er dan van? Zoals het tijdelijk leven nodig heeft om onderhouden te worden, zo heeft je geestelijk leven ook onderhouding nodig. Dan moet je dus wel geestelijk leven hebben, anders is er niets te onderhouden. Wie levend gemaakt is, heeft voeding nodig door Woord en Sacrament. De tweede reden is dat er ook iets wordt verzekerd: er wordt letterlijk iets gegeten met de lichamelijke mond. Eten versterkt je als je uitgeput en hongerig bent. Het geloofsleven werkt: het is inspannend werk om te strijden tegen de zonde. Inspanning geeft afmatting, daar moet je weer voor opgeladen worden. We eten met de lichamelijke mond, maar tegelijk wordt er door het geloof iets eigen gemaakt. Eten komt in je maag. Zo mag je met de mond van het geloof Christus ontvangen en Hij komt in mijn hart. Hij wordt groter. Hij staat in het middelpunt. Ja, maar ik dan? Weg ik, Hij! Dat is Avondmaal. De broers van Jozef kenden hem nog niet helemaal. Zij zaten alle 11 op een rij en ze aten voor zijn aangezicht. Wat zullen ze gekeken hebben naar Jozef, ook al aten en dronken ze. Ze konden hun ogen niet van die vreemde heerser afhouden. Wij eten en drinken bij het Avondmaal en kunnen onze ogen niet afhouden van Hem die het middelpunt vormt van het Heilig Avondmaal.
Zijn lijden en Zijn sterven.
Aan de ene kant: als ik aan de tafel zit, heb ik gemengde gevoelens. Dan denk ik: wat heb ik misdaan, als ik denk aan Zijn lichaam dat gebroken werd en Zijn bloed dat vergoten werd, dat dàt nodig was? En aan de andere kant: dat U dat voor mij over had......Dat U dat voor mij wilde doen! Dat is zo groot. Je voelt het gewicht van je schuld, omdat dit lijden daarvoor nodig was. Maar ook: hoe goed is de Heere Jezus, dat Hij dat wilde doen. Hartversterking tot onze troost. Het Woord is hoorbaar en het Heilig Avondmaal is proefbaar en zichtbaar. We worden met onze zintuigen ingeschakeld: horen, zien, proeven, tasten en ruiken. Gehoor: het Woord dat vooraf wordt verkondigd. Met mijn ogen mag ik komen en zien: het heil is des Heeren. Er valt wat te zien. De broeders en zusters, maar vooral de Heere Jezus. Ik mag proeven en smaken dat de Heere zo goed is voor mij. De leeuw uit Juda's stam is de vloekdood gestorven en nu gaat er spijze van Hem uit. (Simson). Spijze ging uit van de eter en zoetigheid ging uit van de sterke......
De wijn ruiken en proeven we. We ruiken de geur van de liefde van Christus.
Vroeger hadden we een foto van onze ouders op de schoorsteenmantel. Dat waren niet je ouders zelf, maar het was een voorstelling van hen. Zo is het avondmaal ook een portret van de Heere Jezus. Straks zal Hij er zelf bij zijn. Dan zal alle onenigheid weg zijn. De 5 zintuigen zullen alle 5 worden verzadigd. De Koning in Zijn schoonheid zullen we zien, we horen het “Halleluja, lof zij het Lam dat onze zonden op zich nam”. Met de mond zingen we en smaken we uit die volle beek van wellust, de geur van Zijn kleding mag ik ruiken, met mijn armen mag ik Hem omhelzen om Hem nooit meer los te laten.
De Heere heeft de beste wijn bewaard voor het laatst. Daar zal geen duivel meer zijn die verleidt en van hoofdzaken bijzaken maakt. U moet niet met die hoed naar huis gaan maar met het bloed. Die duivel zal er dan niet meer zijn. De zonde zal er niet meer zijn.
Dan zullen we met het Lam in het midden en ieders oog op Hem gericht eeuwig van Hem zingen.

Edit