Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-11-16 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Doopdienst van Gijsbert Verhoef, Benedicte Maria Theodora Muis, Claire Marina Clemens

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 34:12 psa 34:1-23 2008-11-16.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2008-11-16C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.3Mb)
2008-11-16T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)
Doopdiensten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Huisgodsdienst
1 gedrag 2 geloof 3 gevaar 4 gebrokenheid 5 geluk

De vreze des Heeren, een praktische preek vanmorgen. Een klein meisje was aan het spelen met krijt. Op de stoep schreef ze: “Hier wonen papa en mama, Marnix en Vincent of Anais en Machtelt”. En helemaal onderaan: “en de Heere God”. Mooi als de Heere Jezus het hoofd is van jullie huis, een ongeziene gast aan elke maaltijd en een stille luisteraar bij elk gesprek. Hoe doe je dat nu? Zodat je kinderen merken: hier woont de Heere Jezus ook. Huisdevotie. Hoe geef je daar gestalte aan. Bidden en Bijbellezen en zingen. Als de kinderen groter worden, Bente en Matthijs, dan krijgen ze te maken met de kerk. De school, maar jullie als vaders en moeders allereerst. De binnenste cirkel is het hart van jullie kind, daarom het gezinsleven. De eerst aangewezene om ze van de Heere te vertellen. Wat moeilijk als je daar alleen voor staat! Want een goede kans krijg je van God als ze nog klein zijn. Je verplicht je er ook toe als je je ja woord geeft. Tussen de doop en geloofsbelijdenis ligt het gezin, niet catechisatie.

Dat staat wel op de tocht. Hoe doet u dat nu? Hoe geeft u een christelijk opvoeding? In 90% van kerkelijke gezinnen wordt nauwelijks meer gesproken over het geloof. Bijbellezen een lege vorm. Is dat zo bij u? Heere zegen deze spijze amen. Je geeft een pakketje door van regels en vormen. Maar als ze het pakketje open doen later, blijkt er niets in te zitten. Geen inhoud. Een jaar of 15 geleden deed de socioloog Piet van de Ploeg onderzoek naar de redenen voor kerkverlating onder jongeren. Het lege testament. Bomvolle kerken vroeger maar nu niets meer. Een van de grootste oorzaken is: de jongeren zien en proeven thuis niet meer wat is om met de Heere te leven, onthutsend. Iemand ging mee met een vriendinnetje , uit logeren, er werd drie keer gelezen op een dag. Maar niemand begreep het en er werd geen verklaring gegeven. Bijbel dicht, bidden en wegwezen. Het moet een levende realiteit zijn en geen lege vorm, denk aan het beeld van Zadkin: handen naar de hemel, maar het hart is er uit. Het hart komt er niet in mee. Er zit een gat in ons gezin.

Deze preek snijdt in mijn eigen vlees. Hoe is het met ons gebedsleven, bidden we als een adelaar of een mus. Een arend stijgt naar de hemel en zoekt de zon op. Een mus fladdert even naar boven en gelijk naar de grond. Ik bid wel, maar hoe?

Voelt u de nood?

In de Bijbel zie ik dat ook. Er wordt persoonlijk gebeden, maar ook gemeenschappelijk. Ook in de gezinnen. De Rabijnen noemden het gezin een kleine tempel. Vader als priester van het gezin. Een huisaltaar met lof en dankoffers. Job offerde voor zijn 10 kinderen. 7 zonen drie dochters. Hij gunde ze een pleziertje. Jullie mochten gezondigd hebben; ik ken jullie want ik ken mezelf. Dronken of dwaze praat. Hij heiligde ze en bracht een offer voor ze. Hij bracht ze bij het altaar. Plots zijn ze alle tien weg! Toen moet vader Job hebben teruggedacht aan de laatste keer, dat hij met ze aan het altaar geofferd heeft. Hoe druk hij het ook had, hij dacht aan de zielen van zijn kinderen.
Kohlbrugge: ouders zijn de handen van God, om ze bij Hem te brengen.

We hebben gelezen dat ouders het hun kinderen moesten inprenten. De eerste taak in het christelijke gezin is ze bekend maken met de Bijbelse boodschap, doorvertellen wie God is. Wie Hij is, wat Hij gedaan heeft. Doorgeven, traditie wil zeggen doorvertellen. Van het voorgeslacht via mij naar het opkomende geslacht. Deze woorden zullen in u hart zijn (van de ouders dus) en dan aan bij de kinderen inscherpen. Ingraveren. Een woord verwant met ‘tant’, staat er in het Hebreeuws. Niet hameren, stampen, maar inscherpen.
Denk aan een tak, met een naam er in gekerfd. Iemand met een zakmes heeft zijn naam erin gezet. Die ene naam waaronder ze zalig zullen worden. Om die aan te roepen. Geef ze de naam van Jezus mee, door het leven heen. Als ze opstaan en als ze naar bed gaan. Onderweg en thuis. Zomaar ongedwongen een woord laat vallen. Op natuurlijke manier. Niet alleen voor op de zondag. Als het in je hart is, kun je er niet van zwijgen. Ik zal mijn mond openen, ik kan er niet van zwijgen. De loffelijkheden des Heeren, de roemruchte daden. De bedoeling van het vertellen: dat ook zijn hun hoop op Hem zouden stellen. Tot geloof komen.

Wat is geloof in de Heere Jezus? Kinderen: jullie ouders hebben een trouwring. Nou: zo de Heere Jezus omringen, om Hem vast te houden, die ring gaat altijd mee, als een diamant in je hart.
Zomaar er over praten. Niet boek dicht en wegwezen, mag het een onsje meer zijn?

Matthew Henry had de gewoonte dat de kinderen mee konden lezen. Bij ons ook, de een heeft de Statenvertaling, de ander een andere vertaling of de Engelse vertaling. En ze lezen mee. Heel treffend: als de aartsvaders ergens kwamen, richten ze daar een altaar op. Om er te knielen en Hem aan te bidden. Daar knielde het hele gezin. Er werd gebogen voor God. En gezongen.

Pascha was een gezinsgebeuren, psalm 113-118, het Halel werd gezongen. Als de kinderen klein zijn, is dat makkelijker. Er wordt misschien gemusiceerd bij u. De een piano, de ander wat anders. De inhoud van die christelijke liederen, dat die bekend en vertrouwd raken, gezongen woord beklijfd meer dan het gesproken wordt. Bidden, Bijbellezen en zingen, alle drie is het best volgens Matthew Henry.

Psalm 34. Wat is de aanleiding? David is op het dieptepunt van zijn leven. Hij is gevlucht, opgejaagd door Saul. Hij gaat naar Achis, koning van de Filistijnen. Icognito wil hij uitrusten. Maar het personeel herkent hem. Dit wordt mijn dood. Hij gedroeg zich als een gek. Gestoorde, kwijl in zijn baard. Weggejaagd wordt hij, builen en schrammen maar geen been gebroken. Op de straten van Gad. En de kinderen komen achter hem aan. Net wat voor kinderen, een dorpsgek. Ze lachen hem uit. Als hij weer in Israël is, reflecteert hij. De Heere heeft me gered uit al mijn angst, de Engel des Heeren was er. Ik zie het als een ingrijpen van God dat ik nog mag leven. De kinderen die hem na liepen – ach, wat heb ik me misdragen -- kom kinderen, hoort naar mij. Ik wil ze iets anders bij brengen, de vreze des Heeren bij brengen. Hij dankt de Heere ervoor, als hij terug is. De harp wordt weer tevoorschijn gehaald. Ik zal de Heere loven met mijn mond. Dankbaar zijn doe je niet stom. De muziekinstrumenten komen erbij.

Kom maak God met mij groot. Kinderen, vrouw, personeel. Hofdienaars komt, maak God met mij groot. Die woorden zouden in de mond van de ouders gelegd kunnen zijn. Kom kinderen ik ga vertellen wie de Heere is, David neemt er tijd voor. David had meestal geen tijd voor zijn kinderen. Te druk als soldaat of koning. Hier, na het dieptepunt. Soms moet je ergens doorheen om andere dingen weer op te merken. Stom dat ik altijd bezig was en mijn eigen kinderen vergat. Hier komt het bij David even door. De lammeren die mijn zijn toevertrouwd.

Hoor naar mij. Ik hoor de Heere Jezus daarachter, laat ze tot Mij komen. Ze zijn niet bij Hem maar moeten worden gebracht. De poorten van Mijn rijk staan ook voor kinderen open, zingt een lied. Jazeker, maar je moet ze er wel door heen brengen. Die poorten gaan ook een keer dicht, dat moet je ook tegen je kinderen zeggen. Ze moeten weten, dat ze persoonlijk door die poort naar binnen moeten.

Met een kinderbijbel. Een goede verantwoorde kleuterbijbel, die plaatjes, mooi hè.. Kohlbrugge: toen hij klein was ging hij naar zijn oma. De hadden een haard met tegeltjes met Bijbelse taferelen. Daar is zijn liefde voor de Schrift begonnen. Wat je niet begrijpt laat je liggen. God zal je zo veel duidelijk maken als jij nodig hebt. Duizenden kinderen hebben een fundament uit hun jonge jaren. Wat is heerlijk als er jongetjes in de kerk zijn die van de Heere Jezus houden. Vraagt u dat wel eens aan uw kinderen? Of meisjes die de Heere Jezus willen volgen. Dat kleine kinderhart. Als een genade knopje, maar het moet wel in een warm christelijk gezin opgroeien, anders gaat het dood. Weten wat je ze mee geeft.

De vreze des Heeren, kinderlijk ontzag en liefde. Die twee. De eerbied – als je nooit over de liefde praat, dan groeit het scheef, of alleen over die lieve God en nooit het ontzag, de huiveringwekkendheid, dan gaat er ook wat mis. God is geen tiran en geen sinterklaas met eerbied gesproken. Heel uitbundig en heel eerbiedig, verheugt u met beving.

1 Het eerste wat vertelt wordt: het heeft alles te maken met je gedrag. Bewaar je tong voor wat je zegt (13). Kinderen kunnen ook met hun tong zondigen. Liegen, lelijke woorden, omdat een ander dat ook doet. Vieze woorden, scheldwoorden, boze woorden, vloeken zelfs. Brutale mond. Als je echt van de Heere Jezus houdt, dan let je ook op je mond. En hoe je je gedraagt. Zoek de vrede, geen ruzie. Geen leeuw. Brullen. Een lammetje. Je kunt niet tegen ruzie.
Je zegt het niet, maar er ziet een hele grote boze wolk boven je hoofd. Daar begint oorlog. Op een moment komt het eruit. Als je de Heere vreest jaag je de vrede na.
2 Geloof: Hij doorgrondt je van buiten en van binnen, een Vriend die op je let. (15) Hij volgt u uit liefde. En Hij is niet “bijziend” of “hardhorend”, Hij volgt je en hoort je als jij tot Hem roept, Hij begrijpt wat je zegt. U ziet mij Heere, ook als papa en mama het niet zien. Hij is er bij.
3 (17) Maar Zijn aangezicht is tegen diegene die kwaad doen. Ook de zonden benoemen! Hoe erg het is om tegen de Heere in te gaan. Het einde is een verschrikking.
4 (18) Hij is nabij de gebrokenen van hart. De hoogmoed moet er af, wederomgeboren. Als ons hart gebroken wordt, hij is zeer nabij. Vaders en moeders – jullie kinderen moeten allen een nieuwe hart krijgen. Als moeder ben je zwanger geweest. Maar dan: Ik in blijde verwachting van de wedergeboorte van mijn kinderen, zei een moeder.
5 (23) het geluk van de dienen van God. Gelukzalig is de man die op Hem vertrouwt. Ik zag een kuikentje. In de schaduw van Uw vleugelen wil ik schuilen. Daar is het goed.

Het dienen van Hem, is vreugde. Dat geve de Heere, aan de kinderen van de gemeente.

Edit