Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-11-16 17:00:00 ds. R. van Mourik (Sommelsdijk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Hag 2:11-24 Hag 2:11-24 2008-11-16.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.2Mb)
2008-11-16C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.3Mb)
2008-11-16T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Bij orthodoxe Joden is het normaal dat er koosjer gegeten wordt. Alleen rein voedsel mag gegeten worden. Veel producten zijn onrein, zoals varkensvlees. Haggaï stelt op de laatste dag van de drie dagen dat hij profeteert een vraag aan de priesters. Als iemand heilig vlees met zich meedraagt, en hij raakt iets onreins aan, wordt dat dan gelijk heilig door die aanraking? Nee. Dat heilige maakt het onheilige echt niet heilig.
Hij stelt nog een vraag. Als iemand een dode heeft aangeraakt en hij raakt rein voedsel aan, wordt dat dan onrein door die aanraking?
Ja, het onheilige is besmettelijk, dat wordt direct overgedragen. Het onheilige is niet besmettelijk, dat is niet zomaar overgedragen. Een mand vol appels met 1 rotte: die appel steekt de rest aan en alles bederft. Andersom niet. Als in een mand vol rotte appels 1 gezonde appel ligt, dan wordt de rest niet opeens weer goed. De priesters stonden gereserveerd tegenover de herbouw van de tempel. Zij hadden het idee dat die nieuwe offers net zo min zin hadden dan de offers die daarvoor gebracht werden. Dat klopt, zei Haggaï. Het volk wordt niet rein en heilig door het brengen van offers op zich. Heilige handelingen maken ons per definitie niet heilig, niet rein. Zo maken ook doop en avondmaal ons niet automatisch rein. Er wordt immers niets overgedragen. Dat zou wel heerlijk zijn: dan hoef je alleen die handelingen te verrichten en dan zit het wel goed. Als je je verplichtingen maar goed nakomt. Die handelingen op zich zijn goed, maar het gaat om de verandering van ons hart en innerlijk. En dan mogen al die heilige handelingen en gebruiken als doop en avondmaal en kerkgang heel veel betekenen. Eerst het innerlijk, dan pas het uiterlijk. Heiligheid wordt dus niet zomaar overgedragen. Aan de andere kant: onheiligheid wordt wel zomaar overgedragen. 1 zonde kan zoveel kwaad uitwerken. 1 daad van onbedachtzaamheid maakt dat men jaren schreit. Onheiligheid is wel besmettelijk.

We zijn met zijn allen heel bang voor besmettelijke ziekten, maar we laten ons wel heel makkelijk besmetten met de zonde in onze omgang met TV, internet, muziek en andere dingen. Er zijn nog talloze voorbeelden meer te geven. En die goede dingen zijn ook al niet toereikend, want met doop en avondmaal en kerkgang ben ik er niet. Wat moet ik dan doen? De toevlucht nemen tot de Heere Jezus. Leven uit Hem, je verlaten alleen op dat Woord, in Wie al uw reinheid en heiligheid ligt. Gebruik makend van dat Woord dat ons wijst op de Heere Jezus. Uiteindelijk ging het daar Haggaï ook om. Hij wilde de priesters brengen tot overgave aan Hem, tot gehoorzaamheid aan Hem. Gehoorzaamheid is beter dan offerande.

Terug naar de 3e dag dat Haggaï profeteert. Hij stelt allereerst die vragen, maar doet meer. Hij ziet dat het volk volhardt met de bouw van de tempel. En dan mag hij behalve ontdekking en ontmaskering ook vertroosting en bemoediging brengen. Hij mag prediken dat daar zegen op rust.
Hij laat eerst zien hoe groot de misère was toen het volk niet heilig leefde en alleen maar offers bracht. Toen viel de oogst zwaar tegen. Er kwam economische malaise vanwege die onheiligheid. Maar in de toekomst zal de Heere zegen geven, vanaf die dag af. Maar ze waren toch al veel langer aan het bouwen? Ja, maar dat was slechts voorbereidende werkzaamheden. Nu begint de bouw echt. En vanaf nu, nu het fundament gebouwd wordt, zal de Heere zorgen voor zegen, zoals zij tenminste volharden in de wederopbouw van de tempel. Vanaf die dag, de 24e dag van de 9e maand. Op die datum, mag het volk pleiten. Heere, U hebt toch vanaf die dag zegen beloofd? Daar kan het volk op terug vallen. Hebben wij in ons leven ook een datum waar we op terug kunnen vallen? Denk eens aan uw doopdatum. Wellicht is die te achterhalen. Zo niet, die dag is bij God wèl bekend. Hij weet precies dat die beloften aan jouw voorhoofd verzegeld zijn. Ik wil uw God zijn, Ik wil uw zonden afwassen en dat door Mijn heilige Geest u toe-eigenen. En God wil die beloften in ons leven vervullen als we er ook geloof aan hechten en er gelovig mee om gaan. Als we vertrouwen op die toezeggingen die Hij gedaan heeft. Het volk zag nog op de gevolgen van de zonde, maar ze mochten zich toch optrekken aan die beloften van Haggaï. Is er nog zaad? Zaai het dan maar. Want God gaat verandering geven. Zo is God. Toen en nu. Laat dat tot verootmoediging zijn. Ik zal zegen geven. Wat uit Mijn mond uitgaat, is vast en onverbroken. Ik stel nooit teleur. Al is het misschien al 13 of 60 jaar geleden of nog meer. Wat God belooft, dat doet Hij ook. Dat is de eerste profetie van Haggaï: God zal zegen geven vanaf die dag.

Maar er komt nog een profetie. Gericht aan Zerubbábel, die aangesteld was als landvoogd over Israël door de koning van Perzië. Hij komt nog voor in de geslachtslijn van David en de Heere Jezus Christus. Israël was immers bezet gebied.
Alle heidense volken zullen vernietigd worden, alle vijanden. Tronen en strijdwagen zullen worden omgekeerd, paarden zullen vergaan. Zerubbàbel zal een bijzondere rol spelen in dat eindgericht dat zal komen. Een eindstrijd die alles te maken heeft met de eindtijd. Welke rol speelt Zerubbábel daar dan in? Zerubbábel zal in elk geval een bijzondere rol spelen in de overwinning van alle machten die zich tegen de God van Israël zullen verheffen. De uitleg van de profetie is best een lastige. Zerubbábel is gestorven zonder dat er een einde kwam zonder dat er een eind kwam aan de macht van de heidenvolkeren in het algemeen en al helemaal niet van Perzië. Heeft Haggaï zich dan niet vergist? Heeft God zich dan niet vergist? Lastige vragen. Gewichtige vragen. Waar we niet zomaar antwoord op hebben. Als de profetieën van Haggaï alleen betrekking hebben op zijn eigen tijd, dan is dat te kortzichtig. Alle profetieën in het Oude Testament hebben een eschatologische spits en krijgen hun uiteindelijke vervulling in de eindtijd. Ze worden uitgesproken alsof het nog vandaag zo zal gebeuren. Maar dat gebeurt niet altijd direct. Dat blijkt. Hoeveel eeuwen zijn er niet verstreken sinds de profetie van Haggaï. Paulus verwachtte een snelle wederkomst van de Heere Jezus. Maar hij heeft het niet meegemaakt. Hoe lang moet de gemeente van de Heere Jezus nu nog wachten? Op de dag dat al Gods vijanden zullen vergaan? Maar gelukkig zorgt de Heere voor profeten, apostelen, dominees, evangelisten zorgt die het verlangen naar die wederkomst wakker houden. Daarmee bewaart Hij Zijn kinderen voor lijdelijkheid. Ach, het zal nog wel heel lang duren. En ze zouden de pinnen van hun levenshuis te vast in de aarde slaan. Zerubbábel mocht Messiaanse trekken vertonen, zodat het volk zou denken: komt het nu? Zal God nu afrekenen met al Zijn en onze vijanden? Zerubbábel wordt zelfs vergeleken met een zegelring, een zeer kostbaar voorwerp. Hij wordt de zegelring van God genoemd. Bij monde van Haggaï. Zerubbábel was een Messiaanse vorst waar het volk verwachting van had. Maar nu is hij toch gestorven, voor de komst van de Messias. Zerubbábel mocht een type zijn van Christus, het Zaad van David. Die naar de aarde kwam en eenmaal weer zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Dat staat nog uit. Zijn komst zal immers gepaard gaan met het uitdelgen van alle vijandelijke machten. Bij Zijn eerste komst heeft hij dat ook gedaan. De zonde, de wereld en de dood overwonnen.
Eenmaal zullen die machten voorgoed van het toneel verdwijnen. Uw koninkrijk koom' toch o Heer. Daar verlangt de gemeente naar. Heeft u dat verlangend mee gezongen? Gods kinderen kijken daar verlangend naar uit. God zorgt voor dienaren die dat verlangen gaande mogen houden. Verlangt u er ook naar? Zien we uit naar die dag der dagen? Vervult het ons met heimwee? O Heere Jezus, kom toch haastig. Of heb je nog zoveel dingen die je in de toekomst graag verwezenlijkt zou willen zien en heb je liever dat de Heere Jezus nog even wacht? Of ben je bang om Hem onder ogen te moeten komen? Voel je dat je vanwege die onheiligheid niet voor God kan verschijnen? Maar Hij komt toch, om de wereld te oordelen. Wie zal zonder verschrikken voor Hem kunnen verschijnen? Alleen zij die ondanks hun eigen onreinheid, uitgedreven zijn naar Hem en in Christus al hun heiligheid gevonden hebben en daarom koosjer zijn voor Hem. Niet in zichzelf, zeker niet, maar wel gerechtvaardigd in Hem. Die zullen uitkijken en eenmaal als een reine bruid zonder vlek en rimpel voor de bruidegom Christus mogen verschijnen en ingaan in dat volmaakte koninkrijk waar God alles zal zijn in allen. Zoek daarom uw reinheid in die meerdere Zerubbábel voor dat het voor eeuwig te laat is.

Edit