Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-11-30 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Art 17 NGB

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
gen 3:9 gen 3 2008-11-30.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2008-11-30C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2008-11-30T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)
Drie sterretjes uit Genesis 3

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In Leiden heb je een kerk en op het dak staat een spreuk: “God roept ook u”. Dat is het thema vanmorgen. Elke voorbijganger valt dat op. Zo groot zijn die letters. Ook jou en Hij kijk jou aan. Waar ben jij, Adam… Binnenshuis hoor je dat vaak. Waar ben je? “Hier” hoor je dan ergens. Of ook een crimineel is spoorloos. Opsporing verzocht.
Wat klinkt er nu in door – een bezorgde Vaderstem of een rechter die op zoek is naar een misdadiger? Adam, waar zijt gij?
Meestal gaat het met Advent over de eerste bladzij van het Nieuwe Testament. Maar je kunt het niet los zien van de eerste bladzij van het Oude Testament. Joh 3 (v 16) is nooit los te zien van Gen 3. De eerste Adam niet geleerd is de tweede Adam niet begeerd, zeiden de ouden en daar zit een kern van waarheid in. Je gaat de Heere Jezus niet nodig hebben, als je niet weet hoe je een nakomeling van Adam bent. Verloren schepselen zoekt Hij.

Adventsroep in het paradijs.
1 De Heere op zoek (8,9) 2 de mens op de vlucht (8,9) 3 de Redder op komst (15 Ik zal)

Een van de zwartste bladzijden van de Heilige Schrift, maar er zijn drie heldere sterretjes, de roep, de moederbelofte en rokken van vellen. Een miniserie van drie preken. Met haast zoekt de Heere hen op.

Geen ongelukje maar ongehoorzaamheid. Hoogmoed komt voor de val. Niet aanbidden maar aangebeden willen worden. Een hoofdstuk vol vragen: is het zo dat je nergens mag eten – hij stelt God strenger voor dan Hij is. De mens wordt niet weggestuurd uit het paradijs voor een kleinigheid, een appel, maar omdat de mens God wegstuurt. Joden zeggen dat het een vijg was – vandaar vijgenbladeren. De Christelijke traditie een appel – malum dat betekent ook ‘kwaad’ (Latijn). Linaeus, bekend van de flora en fauna indeling van de schepping, meende dat het neen banaan was, het maakt niet uit – een verboden vrucht.

Wat betekent dat nu? Stel je voor, je hebt een P.O. persoonlijke opdracht. Een verslag, je bent een week bezig, plaatjes geplakt, en dan komt een jonger broertje en krast erin en verscheurt het – daar heb je heel de week aan gewerkt….. dat is nog maar iets. Of de oorlog: 5 jaar oorlog, de verwoesting, na 68 jaar nog altijd verschrikkelijk, maar dan de zondeval. De Drie-enige God, dat werkstuk van de schepping in zes dagen, - dan komt de mens en het wordt kappot gemaakt en nog steeds hebben we gevolgen na 6000 jaar, de verbinding met God verbroken, de ontbinding komt ervoor in de plaats. Contact met de naaste verbroken, het boterde ook niet meer tussen Adam en Eva. Er zijn verklaarders die zeggen dat die staat der rechtheid maar heel kort geduurd heeft. Adam is geschapen op vrijdag, zaterdag was het de rustdag, het zou kunnen zijn dat ze op zondag al gevallen zijn.
Dan gaan ze op de vlucht, weggekropen voor God, weg van de bron van het leven. Bomen val op ons en bladeren bedek ons, roepen ze als het ware. Dan komt de Heere God aan. De Heere wandelde in de hof. Zo intiem was de omgang, zoals een kind aan de hand van zijn vader of moeder. God was niet even op bezoek. Ze hadden genoeg tijd voor elkaar. En op die dag liep God alleen. Hij zag het vertrapte boeket van de eerste liefde op de grond liggen. O die dag, dat de wegen uiteen gingen. Dat de mens niet kwam opdagen. Waarop God riep, waar ben je nu? Waarom ben je niet op de ontmoetingsplaats, waarom duurt het zo lang? Waar zijt gij?
De Heere is op zoek. Roepen – hiervòòr spreekt de Heere. Hij roept nu. Er is afstand! God is de beledigde partij en die neemt het initiatief om de verbinding weer te maken. Hij kwam naar ze toe, advent, Hij komt er aan, ze horen Zijn voetstappen – Hij komt naar mij toe. Hij laat Zijn werk niet los.
Hij wacht niet tot Adam en Eva gaan roepen, dan had Hij lang kunnen wachten. Niet tot de zondaar tot Hem komt. Het verschil tussen religie en evangelie. In religie zoekt de mens God, in het evangelie is het andersom. God zoekt de gevallen mens. Een Drie-eenig God, een Vader zoekt naar Zijn verloren kinderen, een Zoon zoekt naar het verloren schaap. De Heilige Geest die als “vrouw” die verloren penning zoekt. Waar zij gij?
Het wonder - gevallen engelen (2 Pet 2:4) heeft Hij niet gespaard, maar in de hel geworpen. In de duisternis. Maar gevallen mensen worden niet terstond gebonden en geworpen, maar de Heere zoekt ze en Hij roep. De allereerste vraag van God in de Bijbel – niet: ja waar is God nou? Als het bij ons tegen zit – maar hier is het andersom - waar is nu die mens? Voor ze verdreven zijn uit het paradijs zijn ze zelf weggegaan, en het eerste is dat Hij naar hen toekomt. Liefde, maar eerst moet hun toestand aan het licht komen, daar moeten ze zich van bewust worden.
Hoe is die toon geweest? Waar zijt gij? Wat hoort u daar in? Of de blik van de Heere Jezus toen Hij Petrus aankeek, toen hij Hem drie keer verloochend had – boosheid? Bedroefdheid? Waar hoor ik in die stem?
- Gemis – een stem vol zorg als een moeder die haar kind kwijt is. God is Zijn schepsel kwijt en Hij wil mij terug, anders had Hij voor eeuwig gezwegen, wat een geweldige gedachte - verbreekt u daar niet onder? Wij missen God – zeker, maar Hij mist mij....
- Ook de rechter – kom te voorschijn. Gedagvaard door het recht van God. Het heeft een karakter van een gerechtelijk onderzoek. Daarom dat Adam bang was, als er niets aan de hand geweest was en je hoort Gods voetstappen naderen – maar als er wat tussen zit, dan klinkt het als onweer… God roept mij uit mijn schuilplaats te voorschijn; Kinderen, een voorbeeld; om 5 uur komt papa thuis. Het is al donker, en je hoort tuut, of de fietsbel – ja daar komt papa, en je rent naar de deur en je slaat je armpjes om hem heen. Maar het kan ook zijn dat je erg ondeugend bent geweest… en je gaat door – dan vertel ik het aan papa als hij thuiskomt. En dan hoor je papa aankomen, en dan sta je niet te wachten voor het raam, dan ga je in een hoekje zitten… Zoiets… een scherpe pijl, waar zijt gij? Wat heb je gedaan? Op de bodem van elk geweten zit angst voor God. Ps 139 hebben we gezongen, niets is bedekt. Ver weg; achter hen, schuld. De resten van de verboden vrucht. Een toornende God boven hen. Voor de vierschaar.
Wie heeft jullie gezegd dat jullie naakt zijn? De wet was er, de eis, de straf en de overtreding en de dagvaarding en de verhoring, dan blijft alleen het doodsvonnis over. Geen zicht op gratie, toen ze geroepen werden hadden ze de dood voor ogen. Als de Heere nu in je leven komt, geloof ik echt dat je een keer in dat rechthuis terecht komt, als een naakte uit het struikgewas, dan kom je er alleen met schuld uit. Dan blijft er niets over dan de dood. Ze hadden nog geen zicht op de Messias en het evangelie. Verder konden ze niet kijken. Ik kan me voorstellen dat je dan niet meer durft en wilt verschijnen voor God, de ondergang
- Er zit ook liefde in. Genade en waarheid - wij spelen ze tegen elkaar uit, maar het zit in elkaar verstrengeld. HIJ roept tot redding. Stel je voor er is een klein hekje aan het eind van de tuin, met een drukke weg er achter. De kleine peuter mag daar spelen. Maar hé het tuinhekje staat open – de peuter kreeg het los. Jij er achter aan – je zit hem de weg op gaan en je roept en roept - omdat je de ondergang niet wilt van dat ondeugende kindje!! Hij wil mijn ondergang niet. Hij wil me daarvoor behoeden! Daarom roept Hij. God zoekt en roept als rechter maar ook als ontfermer. Hij roept geen twee bekeerde mensen hier, maar twee afgekeerde mensen. ze gingen de andere kant op.

2 De mens vlucht
Ik heb gegeten, dat moeten we zeggen, dat zeggen ze ook, heel kort. Schuldbekentenis, je vonnis ondertekenen. Maar voor het zover is, vlucht de mens. Ze moesten komen, dat moet zo zwaar geweest zijn, die stappen naar God toe, schoenen van lood. Ik kan geen stille tijd houden, want: mijn gezin, te druk. Dan heb je wat struikgewas, of we hebben uitvluchten in ons werk of de dogmatiek. Allemaal struikgewas, Hij roept ons er van tussen weg. Eerst vluchten ze weg met hun benen dan hebben ze uitvluchten. Adam valt niet neer voor God. O God wees mij zondaar genadig... Geen berouw. Geen gebed. Geen belijdenis. Maar alleen een valse, gemene verontschuldiging en ze vrouw is net zo. God u heeft het gedaan… de vrouw die Gij mij gegeven heeft. De zonde ontgoddelijkt niet alleen, het ontmenselijkt. Een ander heeft het gedaan, de vrouw (niet mijn vrouw), dat mens, die gij mij gegeven hebt…. Verwijdering, verwijten, vrucht van de zondeval. De vrucht van het kruis is, dat je elkaar gaat vergegeven. En toch wordt het advent, Hij komt, om de aarde te richten maar ook om te zoeken wat verloren was, alle twee. Die na mij komt is sterker dan ik. Hij heeft zijn wan in Zijn hand, het kaf van het koren scheiden. Als Hij komt, komt Hij als een rechter en dan komt hij – maar als Lam…… Dat oordeel was het laatste van het Oude Testament, rechterlijk. Maar hij komt genade-rijk. Nu ben ik in verwarring - net als Adam geweest moet zijn, Hij komt om me te oordelen, maar dan komt hij met beloften naar die op de vlucht zijnde mens.
Zonde is een middelpunt-vliedende kracht. God is het middelpunt. Ze stoten elkaar af, zo ver mogelijk bij Hem vandaan, door de zondeval ben je allergisch voor God, zegt Augustinus. Een ander de schuld geven. Adam zegt heel vaak ik, egoïstisch, individualisme, ik-gericht. De mens is mens gebleven, een gevallen engel werd een demoon. Maar wij zijn dezelfde mensen als Adam en Eva met oren en ogen, het is alleen de richting van je hart die veranderd is. Averechts. Als een schotelantenne - die God weer goed richt op Hem, in de bekering. Anders zou ik alles missen…. Als de Heere werkt in je leven dan krijg je een knik. In het lood ‘slaan’.

3 De Redder komt .
Onze goede God zegt art 17 van de NGB. Hij beloofde Zijn Zoon te zenden. Adventsklokken in het paradijs na de zondeval. Ik zal, dat is pas evangelie. Je moet eerst … zegt religie, maar het evangelie is: God zal. Daarin openbaart Hij de Redder. De Redder op komst. Wat een verschil. Tussen de eerste en de tweede Adam. Hij was ook in de hof, waar is die verachte Nazarener. Hij melde zich en kroop niet weg. Hier ben ik, laat hen heen gaan. Hij kwam tevoorschijn, schoof de schuld niet op een ander, maar nam de schuld van een ander over. Wat een verschil.
Toen is Hij onder het recht van God door gegaan. De dood sterven, de straf die onze de vrede aanbrengt was op Hem.
Voldoening en genade door recht. Hij kan niet van Zijn recht af, maar Hij kan ook niet van Zijn schepselen af.

Ik had het net over de moeder, van het kindje dat wegliep, het is hier geen kind dat dreigt te verongelukken, maar daar is hij in het ravijn gestort en daar ligt hij op de bodem van zijn verlorenheid. Daar roept de Heere God in: waar zijt gij, het eerst reddingslijntje wordt al uitgeroepen. De Heere Jezus zal in die diepte afdalen, in die ruisende kuil om die verloren mens, u en ik op te zoeken en zalig te maken. Waar zijt gij,… zie ik kom om Uw wil te doen….
De tweede Adam – het laatste is ook het paradijs, heden zult gij met Mij…. Alleen, daar is geen verboden vrucht meer en geen slang, eeuwig met Christus te zijn.
Straks zal er in de hemel niet meer klinken: waar zijt gij, daar hebben God en mens in Christus elkaar weergevonden, spelend voor Zijn aangezicht.
Ik vertoon het zelfde gedrag – dat de Heere nou nog naar mij vraagt! God roept jou, zijn liefde is zo intens, Hij kijkt me aan – waar ben je? Het rechthuis in. Laat ons tezamen rechten. Moede kom ik arm en naakt, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.
Door het geloof in het verbrijzelde vrouwenzaad waardoor je met God verzoend bent, Halelluja!

Edit