Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-12-14 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Nabetrachting Heiling Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 3:21 Gen 3:15-24 2008-12-14.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.0Mb)
2008-12-14C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.7Mb)
2008-12-14T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.2Mb)
Drie sterretjes uit Genesis 3

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Die de armen kleedt en voedt

1. De zelfgemaakte schorten (vers 7)
2. Door God gegeven rokken (vers 21)

Genesis is een scharnierhoofdstuk: de mens valt en sleurt de hele schepping (de ganse schepping zucht en is in barensnood zoals Paulus zegt in één van zijn brieven). De schepping heeft verlossing nodig vanwege de zondeval. De droevige gevolgen staan duidelijk in de verzen 16 -19. De Heere Jezus heeft al deze gevolgen van de zonden ondergaan en wordt daarom de tweede Adam genoemd. Hij heeft aan het vloekhout gehangen. Hij heeft smarten gedragen. Hij heeft een doornenkroon op gehad. Tot stof zult gij weerkeren: Jezus lag in het graf. De Heere Jezus is gestorven. In Filipenzen 2: 6 staat “Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen geacht heeft Gode even gelijk te zijn“.

Vorige week hebben we het gehad over de God die roept: Adam waar zijt Gij ?
Volgende week zullen we het hebben over de moederbelofte in Genesis 3: 15. God geeft hierin een woord mee.
Vandaag hebben we het erover dat God de gevallen mens overkleed: God verricht een daad, in plaats van te zeggen gaat heen en wordt warm.

1. De zelfgemaakte schorten (vers 7)

In de staat der rechtheid was kleding niet nodig: Adam en Eva waren zich er niet van bewust dat ze naakt waren (zie Genesis 1).

De slang (satan wordt niet genoemd in Genesis 3) doet alsof men helemaal niet mag eten. Eva zegt dat men de boom helemaal niet mag aanraken. Satan liegt door te zeggen dat men de dood niet zal sterven, maar men als God wezen zal. Deze leugen komt veel voor in allerlei (pseudo-)godsdiensten, zoals de bewering dat er een goddelijke vonk in onszelf zit.
Satan liegt door te zeggen dat God niet betrouwbaar, rechtvaardig, heilig en vol liefde is. In valse godsdiensten/kerken wordt er vaak wel een of meer van deze onwaarheden verkondigd/beleden. De mens geloofde deze leugens en is gevallen, terwijl men in het paradijs leefde en het hen aan niets ontbrak. De Heere Jezus daarentegen viel zelfs in de woestijn niet voor de verzoeking van de satan.

Mozes glansde toen hij bij de Heere was geweest was. Bij deze zondeval was de glans eraf gegaan. Adam en Eva keken naar zichzelf en zagen dat ze naakt waren, de onschuld raakte weg en men schaamde zich ervoor en probeerde dit te bedekken (i.p.v te belijden). Vervolgens gaan Adam en Eva aan het werk om zich voor God te rechtvaardigen: vijgenbladen kunnen echter de zonden niet bedekken. Als God dichterbij komt, sta je echter nog steeds naakt en zondig voor God. Nadere reformator Alexander Comrie schrijft in het ABC van het geloof bij Aandoen dat we verschillende kleren kunnen doen, bijvoorbeeld een zondejas op Zondag, of een kleed van netheid, of een vrome jas/godsdienstige jas. De rijke jongeling die van jongs af aan alle geboden hield droeg ook zo‘n vrome jas. Met alle vroomheid en godsdienst kunnen we echter niet voor God bestaan: het zijn allemaal vijgenbladeren en het is een wegwerpelijk kleed. Deze bladeren gaan verwelken als het herfst wordt in het leven. We hebben dan een andere gerechtigheid nodig. Als God dichterbij komt gaan we voelen dat we niet voor God kunnen bestaan (zie het lied van Mac Cheyne: eens was ik een vreemdeling). Mijn beste daden kunnen niet voor het oog van God bestaan. In Jesaja 64: 6a staat “Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed“.

2. Door God gegeven rokken.

God had de aanklachten van de satan nog net voor de zondeval kunnen weerleggen, door aan te tonen dat Hij wel betrouwbaar, rechtvaardig, en heilig is. God na de zondeval zijn rechtvaardigheid kunnen laten zien door direct te straffen. God heeft dit allemaal niet gedaan om te laten zien dat Hij liefde is. Op menselijke wijze gesproken kwam God voor een dilemma te staan: hoe kan ik liefde betonen voor een zondaar, zonder voorbij te gaan aan mijn rechtvaardigheid?

Voor de rokken moesten dieren sterven; hierin schemert al door dat een onschuldige gedood moest worden om een schuldige te rechtvaardigen. In deze tekst is voor de eerste keer sprake van een offer, dat nota bene door God zelf gebracht wordt. Voor de eerste keer vloeit er bloed. Genade door echt door het bloed van een ander. Waar het bloed voor u gestort, mij de bron des levens wordt. Hiermee wordt voldaan aan de betrouwbaarheid, rechtvaardigheid, heiligheid en liefde van God. Zie psalm 85: 11 en 12 staat “De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en vrede zullen [elkander] kussen. De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van den hemel nederzien.” Dit heeft God waargemaakt door de dood van Zijn eigen Zoon. Hij heeft het oordeel ten volle voltrokken aan Zijn Zoon. Zo heilig is God dat Hij geen gemeenschap met de zonde kon hebben, zodat Hij het hoofd moest afwenden toen Zijn Zoon aan het kruis riep “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten”. Voor de zondeval wisten we alleen van Gods almacht, wijsheid en goedheid. Zijn betrouwbaarheid, rechtvaardighei, heiligheid en liefde werden niet zichtbaar voor de zondeval. In de zondeval heeft God de aanleiding genomen om die karaktertrekken te tonen. Dit kon door de verlossing van de mens. Nergens heeft God Zijn liefde zo getoond als bij Golgotha.

Niet alleen de schande, maar ook de schuld van de naaktheid wordt bedekt door het nieuwe kleed. Later wordt meer duidelijk over dit nieuwe kleed. In Jesaja 61: 10 staat “Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap”. God trekt deze klederen zelf aan (niet wij moeten iets doen, maar God doet het). God gaat aan het werk. Het is je laten zaligen. Kohlbrugge zegt hierover dat niets zo heerlijk is dan om te vertoeven in Gods armenhuis. Jacqueline van der Waals brengt het in het prachtige lied “Rots der eeuwen” als volgt onder woorden:

Jezus, niet mijn eigen kracht,
niet het werk door mij volbracht,
niet het offer dat ik breng,
niet de tranen die ik pleng,
schoon ik ganse nachten ween,
kunnen redden, Gij alleen.

Zie, ik breng voor mijn behoud
U geen wierook, mirr' of goud;
moede kom ik, arm en naakt,
tot de God, die zalig maakt,
die de arme kleedt en voedt,
die de zondaar leven doet.

Vanmorgen hebben we avondmaal gevierd en mochten we gevoed worden. Christus moest zonder kleren aan het kruis hangen.

God heeft de rokken van vellen niet over vijgenbladeren aangetrokken. God bedekt alleen de naaktheid: de eigen kleding moet dus eerst uit. God trok het zelf aan en toen werd het hun kleding. Hij bekleed ons met de blanke vacht van het Lam. God ziet ons aan in Christus en ziet daardoor niet de schande van de naaktheid, maar de huid van het offerdier en de verdienste van Christus. We hoeven niet meer te vrezen en te vluchten.

De vijgenbladeren waren alleen om een deel van de naaktheid te bedekken, maar de rokken van vellen waren als een toga. Nu wordt duidelijk waarom er in Deuteronomium 22: 11 staat: “Gij zult geen kleed van gemengde stof aantrekken, wollen en linnen te gelijk“. We kunnen geen bedekking hebben met een beetje van onszelf en een beetje van God. Die de armen kleed en voedt en de zondaar herleven doet. Aan het einde van de Bijbel wordt ook over een kleed gesproken: het feestkleed dat men gratis krijgt. De mensen die dit kleed ontvangen komen van de heggen en de wegen. Maar zij moeten wel dit feestkleed dragen. Dit is het evangelie van verzoening en plaatsbekleding.

moede kom ik, arm en naakt,
tot de God, die zalig maakt,
die de arme kleedt en voedt,
die de zondaar leven doet.

Edit