Edit|
EditReeks Samenvatting:
Ook deze avonden worden voorafgegaan door een gebedsstond die begint om 19:45
Hoofdstuk 7 - Een gezicht dat zoveel troost bevat.
7:1-8 144.000 verzegelden
7:9-14 ontelbare verlosten uit de volken
Een korte terugblik.
Openbaring 1: Johannes ziet de Heer der Glorie, na de Hemelvaart
Openbaring 2,3: 20 eeuwen kerkgeschiedenis
Openbaring 4: Johannes ziet in de hemel, de 24 oudsten, Oud- en Nieuw-Testamentische heiligen, de “Hemelvaart” van de Gemeente – daar worden zij gevonden
In Openbaring 19 zien we de glorieuze wederkomst, met de Zijnen
Wij leven vlak voor de wederkomst. Voor de openbare Wederkomst, is er diep verval. 7 zegels, 7 bazuinen en 7 schalen met de gramschap van God. De Verzoeking die over de hele aarde zal komen. Of: de Grote Verdrukking.
In Openbaring 6 hebben we de eerste 6 zegels overdacht. Hoofdstuk 7 is als het ware een tussenzin. Tussen het zesde en zevende zegel in. Uit het zevende zegel komen de zeven bazuinen.
Openbaring 6 was te vergelijken met Mat 24. Zo is Openbaring 7 vergelijkbaar met Mat 25!
Wie kan bestaan – zo eindigt Openbaring 6 – dat wordt uitgedrukt in Open 7. Een menigte, uit Israël en de volken.
Wie zijn de 144.000? Uit de twaalf stammen van Israël – we zien daar geen dubbele bodem achter. Uit het volk Israël. Wie is die grote schare die niemand tellen kan? Dan denken wij algemeen: alle verlosten door het bloed van het Lam. Er is echter wel een onderscheid tussen die schare en de ouderlingen, kennelijk. Dat zijn dus twee verschillende groepen. Het zijn die mensen, die in de Grote Verdrukking tot geloof zullen komen. Er zijn drie groepen in Openbaring 7: de Gemeente, in de hemel, vertegenwoordigd in de oudsten; de gelovigen uit Israël; en een grote groep uit de volken, die tot geloof zijn gekomen. Die laatste twee worden op aarde gevonden. In die oordeelsperiode komen ze tot bekering. God beschermt hen. 1Cor 10:[32] kent die ‘trits’ ook: “Joden, Grieken, en de Gemeente Gods.
v.1 De orkaan als straf van God wordt nog opgehouden door de engelen. Achter natuurrampen zitten engelen in Openbaring. Openbaring 16:5 spreekt bijv. van ‘de engel der wateren’
v.2 Een andere engel. Dit zou de aartsengel Michaël kunnen zijn – aangezien het om de verzegeling van Israël gaat. Van het Oosten komt hij – een hoop vol teken. Bij de wederkomst komt De Heere Jezus als de zon der gerechtigheid (Mal 4:2). Het gaat dagen in het Oosten, een licht puntje.
v.3 Beschadig niet. We zien drie dingen:
1. De verzegelaars; 2. Het zegel; 3. De verzegelden
1)
Totdat WIJ de dienstknechten hebben verzegeld. Wie zijn dat? Dat moet Michaël en die vier andere engelen zijn. Engelen in de eindtijd scheiden niet alleen de goddelozen van de rechtvaardigen (kaf van het koren), maar ze gaan ook uit om te verzegelen. Wij zijn ook verzegeld. Efeze 1:13: . Door de Heilige Geest, “nadat gij geloofd hebt”. Door het geloof bestempeld met de Heilige Geest.
2)
Wat is het zegel? Je bent het eigendom van de Heere. Slavenhouders tatoeëerden hun naam op de slaven. Soldaten droegen de koningsnaam op hun arm. Een zegelring. Ze zijn de Zijnen. Hij zal ze brengen door de oordelen heen in Zijn koninkrijk. Denk aan een verzegelde brief of kist – niemand kan ze beschadigen. Aan hun voorhoofd: een openbare, publieke erkenning, ze zijn van God.
In tegenstelling tot het teken van het beest dat anderen op hun hoofd zullen dragen.
In Ezechiël 9 was er ook een engel die mensen moest verzegelen, met een T, een kruisteken.
Weer een pluspunt: De zegels aan de boekrol waren negatief. Deze zijn om bescherming te brengen.
3)
Wie? 144.000 uit het volk Israël – alle stammen worden met namen genoemd. En hun getallen.
In het Oude Testament had de Heere eerder in een oordeelstijd, met vervolgingen, etc, daar waren er 7.000 die de Babel niet hadden aanbeden. Er was 3,5 jaar droogte!
De 12.000 is een volheid uit elke stam. Dan en Efraïm echter ontbreken. In Eze 48:1 staan ze wel genoemd voor een erfdeel in het duizendjarig rijk. Wat zou de reden zijn? Een vermoeden: Dan is heel negatief in de Bijbel. De eerste Godslasteraar kwam uit de stam van Dan. Dan heeft openlijk de afgoderij ingevoerd. Richt 18, een gouden kalf stond in Dan. Sommigen zeggen dat de antichrist mogelijkerwijs ook uit de stam Dan komt. Dan is een slang op de weg zegt Jakob (Gen 49:17) in zijn zegeningen. In Efraim was ook vreselijke afgoderij. (Psalm 78:9).
Het zegel duidt op bewaring (denk aan Exodus 12!) en bovendien hebben die Messias belijdende Joden een opdracht, die volkeren komen tot bekering door hun getuigenis!
v. 9-14
Gelovigen uit de naties. De eerste groep uit Israël is een bepaald getal, de tweede een ontelbare schare. In Mat 25 spreekt de Heere Jezus over het oordeel der volkeren. Vers 31 en verder spreekt over drie groepen: bokken, schapen en ook ‘de broeders’. Schapen zijn dan de gelovigen uit de volken, broeders: de gelovigen uit de Joden.
Je ziet hier een herhaling van de begintijd van het evangelie. De eerste die tot geloof kwamen waren Joden, vanaf Hand 8 komen er heidenen in zicht. Je ziet het ook in de eindtijd terug: het evangelie van het naderende koninkrijk dat heel dicht bij is. En dat zal God zegenen, om uit de heidenen een grote schare te doen komen. Wie het zal aannemen, zal tot geloof komen.
Een vraag die opkomt is: Wij, die het gehoord hebben, die ons niet bekeerd hebben, niet voor Hem hebben geknield: Naamchristenen blijven dan dus achter – hebben die dan nog een kans? Die uit de volkeren zijn zij, die het evangelie nooit hebben ‘kunnen’ afwijzen. Zo zullen de anderen overgegeven aan het oordeel van de verharding. 2Tes 2:9-12 “die een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.” De liefde tot de waarheid ten onder gehouden. Bewust de Heere Jezus afwijzen.. waar ligt die lijn? Er zijn heel wat mensen die het evangelie helemaal niet kennen. Hier gaat het om mensen die heel bewust hebben geweten wat de blijde boodschap inhield.
Waar komen ze vandaan: uit de Grote Verdrukking, een vaste uitdrukking, vlak voor de wederkomst van Christus. Dus in DEZE periode worden ze tot bekering gebracht. Niet de schare van Abraham tot de laatste gelovige. Zie ook Marcus 13:19, een verdrukking als nooit tevoren of erna.
Er zijn verschillen tussen de oudsten en die volkeren. De gelovigen uit de volkeren staan voor de troon. De oudsten zitten. Het kan niet dezelfde groep zijn. De volkeren zien ook het Lam op de troon, palmtakken in hun handen, vreugde en overwinning. Loofhuttenfeest... De vreugde in God. Hosanna, Heere geef toch heil, zingt het volk Israël aan het einde van het Feest – de Heere Heeft Heil Gegeven zeggen ze hier – het antwoord op het Hosanna.
Loofhuttenfeest - ze waren 40 jaar door de woestijn gegaan, beschermd en geleid in het beloofde Land. Die beelden zien we hier terug. Niet meer hongeren, God zal ze beschaduwen, geen (woestijn)zon meer.
v.11 Er is blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert, wat moet dat niet zijn bij zo’n schare!
v.12 Tussen 2x Amen staan zeven lofprijzingen.
v.13 Een ouderling stelt een vraag aan Johannes, goede ouderlingen stellen goede vragen. Ze werpen vragen op, maar ze geven ook antwoorden. Belangrijk ook voor onze ouderlingen. Openbaring 5:5 – ze bemoedigen ook!
v.14 Over de christenen in deze tijd zegt de Heere Jezus: in de wereld zult gij verdrukking kennen, (maar niet de Grote Verdrukking). Deze schare lijdt, en ze zijn Gods kinderen geworden niet door het lijden, maar door het bloed. Het bloed van Lam (Openbaring 6 had nog De toorn van het Lam). Als je vergeving ontvangen wil, gewetensrust, echte vrede – ga naar Gethsemane, waar het bloed van het Lam begon te druppen, naar Gabatha, waar het van Zijn rug stroomde, naar Golgotha waar het uit Zijn handen, voeten en zijde vloeide. Een bloed “vloeiende” Man hebben wij in het evangelie, om het zwartste gemoed wit te wassen. Ik vloei voor u.
v 15. Daarom - door dat bloed. Een vijfvoudige gelukstaat zegt Mathew Henry:
1. in hun staat, voor de troon
2. in hun bezigheid: ze dienen God dag en nacht. In witte kleren – priesterkleding! In zijn tempel – in de hemel is geen tempel. Schapen zijn de gelovigen uit de volken. De Heere Jezus zegt tegen hen: beërft het koninkrijk, dat u bereid is. (Openbaring19): het duizend jarig rijk. Die schapen gaan dat rijk in, de aardse kant ervan. De gemeente is in de hemel. In de aardse kant is een tempel.
3. in hun bevrijding van hun gebrek, honger en dorst – immers, je kunt onder de antichrist niet kopen en verkopen zonder het teken van het beest.
4. in hun liefde en hun leiding van Jezus. Het Lam zelf zal hen weiden. Naar wateren der rust.
5. in hun verlossing van smart – want God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
Overgezet van verdrukking naar verlichting – een laatste traan veegt moeder weg bij het kind dat zo’n verdriet had.
De vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn er in. God de Vader (17), de Zoon in het Lam, de Heilige Geest in de waterbronnen.
Andrew Grey zegt: Al uw rivieren van uw smart zullen eens liefelijk worden opgelost in die onmetelijke oceaan van onuitputtelijk vreugde.