Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-12-28 17:00:00 ds. P. Kolijn (em. te Krimpen a/d IJssel)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 2:17,18 Mat 2:13-18 Jer 31:10-19 2008-12-28.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)
2008-12-28C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.3Mb)
2008-12-28T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Hoe is het met onze droefheid?

1.Rachels geween
2.Rama's verdriet
3.Bethlehems smart


Mag iemand verdriet hebben? Mag dat ook getoond worden? Ik denk ook aan het vele leed dat het oude jaar uitgaat en het nieuwe jaar mee in. Het antwoord op die vraag is minder vanzelfsprekend dan u zou denken. De moderne samenleving is hard; tranen zijn taboe en kinderen moeten flink zijn. De Heer' zegt dat wij huilen mogen; Hij ziet het hart dat schreiend tot Hem vlucht; Hij bewaart onze tranen in Zijn fles. Maar Hij zegt ook dat er tweeërlei droefheid is: droefheid naar de wereld en droefheid naar God. Die eerste droefheid verandert de mens niet; die tweede werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid. Wat zal er in Bethlehem geweend zijn, na die wrede kindermoord door de beulsknechten van Herodes. Herodes voelde zich wellicht bedrogen. Hij had daar geen reden toe, want de wijzen hadden niet beloofd terug te keren. In heel deze geschiedenis gaat het om de vijandschap tegen Christus. Maar ook de vijandschap van de Schriftgeleerden tegen Hem. Ook in ons hart leeft van nature de vijandschap tegen God en Zijn genade. We zijn van kinds af aan geboren doe-het-zelvers; we willen zelf zo graag iets bij dragen aan onze zaligheid en moeten leren dat het alleen gekregen goed is.

Hoe is het met Rachels verdriet? Jakob had moeten vluchten naar Paddan Aram, naar zijn oom Laban. Hij diende daar vele jaren en trouwde met Lea en Rachel. Zijn grote liefde ging uit naar Rachel; maar zij kreeg geen kinderen. Zij wil Gods weg niet aanvaarden en zegt onredelijk tegen Jakob: “Geef mij kinderen of ik sterf!” Tenslotte neemt zij haar toevlucht tot haar slavin Bilha, zodat Jakob daar kinderen bij kan verwekken. Maar toch kan dat niet de bevrediging geven die eigen kinderen haar kunnen geven. Tenslotte wil de Heere ook haar onstuimige wens vervullen; ze baart Jozef en ze belijdt dat hij een gave van God is. Maar het ging Rachel niet om de drager van de belofte die God had gegeven aan Jakob en zijn nageslacht. Zij wedijvert alleen maar om de eerste te zijn. Ze krijgt nog een tweede zoon, vlakbij Bethlehem, een zware bevalling die Rachel haar leven kost. Nog 1 keer geeft ze hem een naam: Benoni, een naam waarin zij heel haar verbittering tot uitdrukking brengt. Kind van mijn onheil, ongelukskind, zoon van smarten. Ook hier gaat het weer om haar eigen strijd en niet om een geloofsstrijd. Hoe anders was dat dan bijvoorbeeld bij Hannah. Zij was ook kinderloos, maar zij begeerde een kind dat de Heere zou dienen. Wat bedoelen wij met onze kinderen? Zoeken wij onze eigen eer, onze eigen trots? Is dat alles? Rachel sterft in haar zelfhandhaving; het brengt haar de lichamelijke en geestelijke dood. Ze verstond niet dat wat Jakob van God begeerde: ik laat u niet gaan tenzij dat Gij mij zegent. Jakob protesteert dan ook tegen de naam die Rachel hem gaf; hij noemt hem Benjamin; gelukskind; zoon van mijn rechterzijde. Jakob dacht daarbij wel aan de beloften die hem geschonken waren. Hij denkt aan de beloften die God hem had gegeven en herhaald bij de Jabbok. Hij drukt in de naam Benjamin zijn geloof uit. Daar triomfeert Jakob over zijn smart. Rachel had haar smart, maar zij keerde zich opstandig tegen de Heere en dat verergerde haar smart. Laten we die les ter harte nemen. Jakob had een dubbele smart: hij verloor zijn geliefde Rachel; maar hij had ook smart omdat hij moest leren dat Lea het middel was dat de Heere zou gebruiken. Lea baarde immers Juda, en uit hem zou de Messias voorkomen. Laten we onszelf beproeven, waar gaan we met onze smart heen? Denk aan de smart van de kinderloosheid, maar ook aan andere vormen van smart. Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven. Zelfs als Jakob zondigt, is het hem nog steeds om de zegen te doen.

Eeuwen later herhaalt zich als het ware de geschiedenis. Israël is uitgegroeid tot een groot volk. Maar velen leefden niet voor de Heere, maar voor de vervulling van hun eigen levens-idealen. Daarop zendt God de ballingschap. In Rama wordt door de overwinnaars van Israël een concentratiekamp ingericht. Een klein gedeelte mag achterblijven; onder hen bevindt zich ook de profeet Jeremia. Velen van hen zijn nakomelingen van Rachel, uit de stam van Benjamin of nakomelingen van Lea uit de stam van Juda. Hij die Israël verstrooid heeft zal ze opnieuw vergaderen en bewaren als een herder een kudde. Jeremia mag ook wederkeer profeteren. Maar wat gebeurt er? Zij laten zich niet troosten met de voorzegde wederkeer van hun kinderen. Ze verwerpen de belofte Gods, net als Rachel. We willen niet aanvaarden de leiding van God. Ze willen niet buigen onder de zonde en schuld die de oorzaak van de ballingschap waren. Ze klagen wel over de gevolgen van de zonde, maar niet over de zonde zelf.

De Heere spreekt dus uit wat voor soort droefheid die van Rachel was en wat de droefheid van Rama inhield. Als we getroffen worden door de kastijdende hand van de Heere, mogen we pleitten op zijn genade. Zijn naam is immers Immanuël: God met ons. Hij is in alle dingen verzocht zoals wij, uitgenomen de zonde. Hij kan medelijden hebben met onze zwakheden. Eén ding mogen we niet doen: de aangeboden genade weigeren, de belofte afwijzen. Zowel in Rama als bij Rachel gebeurt dat wel. In beide situaties zien we niet de aanvaarding van de belofte die God geeft door de eeuwen heen. Troosteloosheid is voor ons vaak een zaak van: daar kun je toch niets aan doen? Als er geen Hulp was, dan was dat waar. Maar hier valt alle verontschuldiging weg. Het volk dat uit de ballingschap is teruggekomen heeft toch weer mogen wonen in het land der belofte. Daarna hebben ze de Heere zelf verlaten en nu klagen ze over het feit dat ze weggevoerd worden. Ze vergeten dat de Heere hen niet alleen wil straffen maar ook zegenen. Denk aan vers 13. Ik zal hun rouw in vrolijkheid veranderen, ik zal hun troosten en verblijden naar hun droefenis. Ondanks alles handhaaft de Heere Zijn belofte nog.

Hoe staat het met ons? Hebben wij veel te klagen? Vaak zeggen we: ik mag niet klagen.....wat een erge bewoordingen eigenlijk. Waarom zeggen we niet: ik ben nog zo gezegend! Al onze honger en kommer heeft slechts 1 wortel: de zonde, zegt onze geloofsbelijdenis. Misschien leest u psalm 90 op oudejaarsavond: het uitnemendste van dit leven is moeite en verdriet. De lijst van noden is eindeloos lang. Maar met al die noden mogen we de toevlucht nemen tot de Heere. U mag komen zoals u bent. Met al uw zonden en uw zwakheid. De Heere handhaaft Zijn belofte, zelfs voor dat volk daar in Rama.

Wat hebben we nu nodig? Waar wilt u vanaf? Alleen van uw levensnood? Niet meer dan dat? Ik denk aan velen die de vraag stellen of God nu wel liefde is. Een wereld die bloedt uit 1000 wonden. Maar wat willen we dan? Als je die vraag stelt, bedoelt men: is God wel lief? Lief is God niet, God is liefde. Overal waar liefde is, is ook sprake van jaloersheid. Hij geeft Zijn eer niet aan een ander. Als je goed getrouwd ben je toch jaloers op ieder die daar tussen dreigt te komen. God is jaloers en gunt ons niet aan de duivel. Hij wil ons voor zichzelf hebben. Daarom hebben we meer te zoeken dan alleen maar bevrijding van alle levensnood. Als we leren schuld belijden is er bij de Heere meer dan alleen maar hulp. Die hulp gun ik u van harte; er is ook een belofte voor: de Heere beproeft ons niet boven ons draagvermogen. Ga niet alleen door het leven laat een uw helper wezen, ga tot de Middelaar. Er is dan bij God genade, levensgenade en stervensgenade. Die genade wordt ons alles waard. Wat is Christus ons waard?

Opnieuw herhaalt zich de geschiedenis; in Bethlehem is grote smart vanwege de kindermoord. Wie zou dat kunnen bagatelliseren? Maar het gaat in alle drie de gevallen om het karakter van die smart.: ze weigeren zich te laten troosten.
Christus is geboren; daarvan hadden de herders gesproken ook in Bethlehem; de herders en de wijzen hadden het rondverteld. Bethlehem kon begrepen hebben, dat het bij die kindermoord ten diepste niet ging om hun kinderen maar om het Kind, geboren in de stal. Zij staan schuldig; zij begeren geen Christus die zo'n offer vraagt. Zij willen hun leven niet verliezen om Christus wil. Dan gaat die tekst in vervulling: wie zoon of dochter lief heeft boven Mij, is Mij niet waardig.

Wat is Christus u waard? Voor Judas 30 zilverlingen.......Hebben wij wel eens eerlijk antwoord durven geven op de vraag: wat is Christus u waard? Verpak uw onwil niet in onmacht. Uw redeneringen, hoe rechtzinnig ook, maken u niet zalig. Jeremia noemt dat: weigeren u te laten troosten. Denkt u vooral niet: allemaal goed en wel, maar Christus ontkomt toch maar aan die kindermoord. Hij ontkomt maar om 1 reden. God bewaart Hem voor het kruis dat moet volgen. Het wordt er voor Christus niet beter op; Hij moet die lange weg van Zijn offer gaan. Van het begin van Zijn menswording af tot aan het einde van Zijn leven toe. God handhaaft zijn belofte: Hij zal geenszins uitwerpen die tot Hem komt met de nood van zijn verzondigde leven en de schuld daarvan. Met alle smart en ellende die daaruit voorkwam of zal voortkomen. De strijd gaat door; de satan gaat rond als een briesende leeuw om ons van God en Zijn belofte af te trekken. Jakob stelt tegenover de klacht van Rachel het maar van het geloof; dan alleen is er uitzicht. Je mag uithuilen bij de Heere, maar vergeet het niet: wat klaagt nu een levend mens vanwege zijn zonde...In het hemelse Jeruzalem zijn 12 poorten, genoemd naar de 12 geslachten van Israël. Er is geen poort voor Benoni, voor hen die weigeren zich te laten troosten. De Heere is nabij het hart dat schreiend tot Hem vlucht.

Edit