Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-01-04 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 91:2 Psa 90:1-17 psa 91:1-16 2009-01-04.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.9Mb)
2009-01-04T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Toevlucht burcht vertrouwen schaduw schuilplaats almachtige kind nood papa mama europa middenoosten omhoog vooruit verleider kracht uitredding

We proberen altijd in de toekomst te kijken maar ver lukt dat niet. Wij zijn mensen van gisteren en weten niets. Wat zal de toekomst ons brengen? Een vriend, een vijand? Onze wensen? Wat heeft de nieuwe tijd met ons voor, we willen graag rust en zekerheid. We moeten echter omhoog kijken, allereerst en allermeest, daarin gaan de psalmisten ons voor. De twee gelezen psalmen horen bij elkaar. U bent een toevlucht geweest voor ons belijd de eerste. De tweede begint met dat geweldige eerste vers. En dat wordt helemaal ontplooid in de rijkdom van deze psalm.
Toch is hij opmerkelijk, terwijl de dichter in grote nood is. Om het rotsvaste geloofsvertrouwen en in deze Psalm ontbreekt eigenlijk elke belijdenis van zonde en schuld. We slaan een blad om van de ene Psalm naar de andere. Van de toorn van God naar de Schuilplaats. Die schuld komt door ons zelf, we hebben ons er aan uitgeleverd. Dan dat nieuwe blad: we kunnen alleen sterk staan in de nabijheid van God. Hoeveel gelovigen in alle tijden hebben zich over deze woorden gebogen en zijn er door aangesproken. Verwonderd over het heil dat zo nabij werd gebracht. Hij is een toevlucht geweest en Hij zal het zijn.

In die schuilplaats mogen wij schuilen. De noden kunnen heel hoog klimmen, hoger dan alle nood is die schuilt bij God en sterker dan welke Vijand ook is hij, die sterkte zoekt bij God.

Dan volgt de belijdenis van de tempelganger. Mijn toevlucht, mijn Burcht bent U, mijn God. Onbereikbaar voor de vijanden. Ik zeg, ik zal zeggen, dat zit er allebei in, in het Hebreeuws. Het is een besluit. Het geloof heeft ook iets van een besluit. Geloofsvertrouwen. Een omkeer, de mens zegt zijn vertrouwen op in andere dingen. Persoonlijk en het is ook ons ik. Het is een hele overgave, deze band tussen God en mens. Ik ben de Heere, uw God – daarom mogen we dat zeggen. Dus moeten wij worden als een kind, zo vrijmoedig als een kind. Mijn papa en mijn mama. Er wordt niet over God geredeneerd, maar tot God gesproken.

Er is een kwaal – de pest, een infectie die heel stiekem voort gaat. Een verschrikking in de nacht; een pijl die op de dag vliegt. Geen dreigingen uit de verte alleen. Links en rechts vallen er duizenden. En de dichter niet? Mijn toevlucht, mijn burcht, mijn God op wie ik vertrouw. Is dat een uitspraak op grond van ervaring? Kan de dichter dat daarom zeggen? En dus kunnen wij het ook pas zeggen als wij het beleefd hebben? Is die dichter in zo’n strijd geweest? Hebben de gelovigen op aarde geen last van die pijlen of de pest? Staat Gods engel op wacht van de tent van de gelovigen? Natuurlijk gebeurt dat wel. Er zijn wonderen van uitredding gebeurd, ook hier in Rotterdam bij het bombardement in 1940. Te midden van de rondvliegende bommen; iemand riep: kom binnen want mijn huis blijft staan. En het gebeurde zo. Die dingen geeft God. Maar het gebeurt niet altijd en overal. De ouderen hebben de Hongerwinter mee gemaakt. V1’s vlogen over ons heen. Hoe velen hebben geen deportaties meegemaakt en sommigen zijn nooit meer teruggekomen. Mannen van 18 tot 45 opgepakt; een schuilplaats, een razzia. Ze kwamen overal, maar ons huis werd overgeslagen. Waarom? Gods bewarende hand.
Maar er zijn verschrikkingen in deze wereld. Gelovigen worden niet altijd gespaard voor zulke dingen. Hier mogen we bijeen komen, maar elders worden ze vervolgd. Is de dichter zo naïef geweest? Een dromer? Afgesloten van de werkelijkheid. De heel wereld vloekt toch met dat getuigenis van zo’n psalm.

Hij sprak niet op grond van zijn eigen ervaring. Dat is ook geen grond. Hij spreekt op grond van openbaring, een groot verschil. Een geloofsuitspraak. Geloof is niet een aantal waarheden in een systeem. Geloof is ook niet je laten drijven op de vleugels van het gevoel. Gevoel is wel een gave van God en moet ook gereinigd worden, maar het is geen meedrijven. De lucht is niet altijd blauw maar soms inktzwart en bliksem komt er uit. Geloof is de daad, het besluit: ik zal zeggen tot de Heere: Mijn God op Wie ik vertrouw. Zo als een kind in doodsgevaar. Hij rent naar Zijn vader of moeder: Help! Het geloof laat zich vallen tussen de pijlen en de pest in Gods armen. Een geloofsuitspraak op grond van Gods openbaring. Zo wil God voor ons zijn.

Dat maakt deze psalm zo rijk. Ook al zijn we nog zo’n optimist. Het kan ons ook bedreigen. Wat een zorgen. Een valstrik – stiekem ergens gespannen, wij moeten er tussen door. Zullen we er altijd uit gered worden, of zullen we ons altijd laten redden? In hoeveel gezinnen staat niet een plaag voor de deur. Ziekte, conflicten, generatieconflict, kinderen verzeten zich en ouders houden de lijn strak. Ze begrijpen het niet. Zorg in het hart. We denken ook aan de gemeente, de stad, de wereld, Europa. Wat een zorg. Wat gaat er allemaal gebeuren, in dat Midden Oosten; die brandhaard die maar niet te blussen is. De botsing tussen de wereldgodsdiensten die gedommeld hebben, en nu ontwaken en zich laten gelden. Dit oude psalmwoord is zo actueel voor de tijd dat we nu leven.

Kijk dan omhoog en niet zozeer vooruit. Wat gaat er gebeuren? Laten we de wereld in de ogen kijken in zijn dreiging en realiteit – en dan: Mijn God op wie ik vertrouw. Ja u hebt mooi praten dominee, we hebben zo’n klein geloof, we kunnen toch niet zeggen, kom maar op, tegen die lawine? Straks lig ik ook bedolven! Hoe durft een mens alles los te laten en op God te vertrouwen. Dat is bovenmenselijk… Denk dan allereerst aan onze Heere Jezus Christus. Ook deze Psalm is Messiaans. In Zijn leven is de nood meer dan ooit ten volle werkelijk geworden . De duivel verleide Hem met een woord uit deze Psalm! Hij had recht om dit woord toe te eigenen. Aan Hem werd ten volle openbaar dat we leven in een gebroken wereld. Alles komt op Hem aan, aan het kruis. Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? Opdat wij nimmer meer door Hem verlaten zullen worden, zegt ons Avondmaalsformulier…. Wat een verschil, die twee woorden. Mijn God op wie ik vertrouw. Is onze Heiland minder dan de psalmdichter? Hoe kunnen wij Zijn Nood vergelijken met die van een mens? De grote toost van dit kruiswoord is, dat wij Hem niet het vertrouwen horen opzeggen: MIJN God. En Hij mag zeggen: het is volbracht. In Zijn bloed en lijden leren wij deze Psalm verstaan.
Maria Magdalena wil Zijn voeten grijpen. Houd Mij niet tegen want ik vaar op tot mijn Vader en tot Uw Vader. Zijn hand wijst ons naar oven. In dat Messiaanse licht moeten we deze Psalm lezen. Omdat Hij Mij zeer bemind zal ik Hem uithelpen.

Paulus schrijft aan de Filipenzers: God Heeft Hem uitermate verhoogd, een naam boven alle naam. Zonder onze Heere is deze Psalm in strijd met de werkelijkheid maar in Hem zien wij dat het in Hem is vervuld.

Durven wij het met Hem aan om op te kijken en dit besluit te nemen? Ik zal niet vrezen al ging ik door een dal van de schaduw van de dood. Want U bent bij mij. En daarom ben ik veilig, in die vaste zekerheid. Dan komen we toch niet om. Jezus zei het tegen Pilatus: u zou geen macht over mij hebben als het u niet van boven gegeven was. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn; ik ben verzekerd dat niets mij kan scheiden van de liefde van God die er is in Christus Jezus. Dat is hetzelfde: Mijn God op wie ik vertrouw.

Geen schuldbelijdenis aan het begin zoals in Psalm 90. Was de dichter van de 91e psalm boven de zonde: welnee, anders had hij nooit zo heerlijk over de uitredding kunnen spreken, alleen de tollenaars kunnen God loven. De Farizeën kunnen alleen over zichzelf de loftrompet steken.

Hij is dezelfde tot in eeuwigheid en voor u en voor mij.
Ik zal zeggen tot de Heere mijn God op wie ik vertrouw. En dan is de toekomst licht. Ik vermag alle dingen door Christus die mij kracht geeft.

Edit