Edit|
EditReeks Samenvatting:
Buitenstaanders en binnenzitters
Wat een uitbarsting van geweld in een keer. Al die nette synagogegangers helemaal uit hun vrome doen. Ze willen de prediker van het leven beroven. Hoe komen mensen zo onverwachts tot zo'n groot kwaad? Meestal kunnen we ons toch wel beheersen? Vorig jaar brak het in Kenia ook in een keer uit: een geweldige woede-orkaan brak los en mensen kwamen om het leven. Schuilt er nu in elk mens zo'n boosheid diep van binnen? Bange vraag. De synagoge-gangers willen hun eigen voorganger de synagoge uitstoten. Het is geen buitenstaander, waar de binnenzitters zo fel op reageren. Op welk kritiek punt gaat het mis, waardoor veranderen die synagogegangers in een woedende menigte? Jezus noemt buitenlanders als Naäman en daar gaat het mis. Drie gedachten:
1. Het aangename jaar des Heeren. Jezus moet een bijzonder man zijn; kan prachtig preken en wonderen doen. Laat hem nu ook maar eens voorgaan in zijn thuis-gemeente. Het Galilea der heidenen was ook een soort zendingsgebied waar men vanuit Judea de mensen onderwees. Eeuwen geleden hadden de Syriërs de mensen weggevoerd in ballingschap. In ruil daarvoor waren er buitenlanders, bijvoorbeeld Syriërs, naar Galilea gebracht. Er woonde dus een mix van buitenstaanders en binnenzitters. De Schriftgeleerden kwamen toen met een enorme zendingsijver. Joodse kinderen kregen goed onderwijs. Jezus ook; Hij deed op Zijn twaalfde zijn Bar Mitswa. Daarna ging Hij op school bij de Schriftgeleerden, al 18 jaar voor hij nu hier komt preken. Hij ging dan ook trouw elke sabbat naar de synagoge. Aan die trouw kunnen we een voorbeeld nemen; trouw helpt om te volharden in het geloof, te groeien in liefde voor de Heere Jezus en vast te houden dat Hij eenmaal terug komt. Het verbaast ons evenmin dat Jezus zonder meer bevoegd is om te preken en te lezen nu Hij onverwachts Nazareth aandoet. Hij doet een tweede lezing, en daarvoor mag Hij een eigen keuze maken. Hij opent het boek Jesaja en leest dat in het Hebreeuws voor en iemand anders vertaalt dat dan in het Aramees zodat ieder het kan verstaan. Een prachtig hoofdstuk, over het aangename jaar des Heeren. De terugkeer uit de ballingschap wordt aangekondigd daar. Slaven zouden vrijgemaakt worden; woorden om warm van te worden. De verkondiging en het recht doen en de bewogenheid komen daarin samen. Aan armen wordt het Evangelie verkondigd. Mensen die dagelijks te kort komen en lijden aan het leven en aan de medemens en het tegelijkertijd van de Heere verwachten. Dat komen we ook vaak tegen in Kenia. Mensen die in een tent leven en een overheid de niet naar hen omkijkt. Ze kunnen het alleen nog maar van de Heere verwachten. In Nederland is het zo anders; hier hebben veel mensen God niet nodig omdat ze alles al hebben. Maar wij lijden evenzeer aan de gebrokenheid van het leven. En al lijkt het allemaal goed te gaan, dan kan er ziekte komen of je hebt last van de economische crisis en je durft dat amper te bekennen. Wat kun je dan uitkijken naar het aangename jaar des Heeren. Wat kan het goed doen als anderen dan naar je omkijken. De mensen in Nazareth kunnen die woorden van Jezus wel gebruiken. Ze hebben een hele geschiedenis achter zich. De ballingschap en de terugkeer. Heidenen kwamen in hun straat wonen. Nazareth had zijn eigen geschiedenis. Het stond een beetje apart; het dorp werd een soort enclave waarin Joden weer gingen wonen; het werd een klein Joods bolwerkje te midden van Galilea. De opmerking Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen, was al lang verleden tijd. Ook toen de Romeinen kwamen hielden ze het toch vol: vanuit Nazareth werd de omgeving gejudaïseerd. Er ontstond zo een conservatief bolwerk van Joods leven waar het nationalisme hoogtij voerde. Nazareth stond inmiddels veel beter bekend dan vroeger. Hoe zouden ze daar die woorden van Jesaja 61 hebben gehoord? Ze hadden zelf al iets opgebouwd wat er als het ware op lijkt.
2. Jezus begint na de lezing te preken en zegt: heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld. Wij zijn gewend die woorden te interpreteren als “in Christus vervuld”. Het aangename jaar is met Jezus gekomen. Maar de synagoge-gangers in Nazareth hebben het waarschijnlijk niet zo begrepen. Zij werden er eerder warm van dat het hun al was gelukt om dat eigen koninkrijkje op te bouwen en daarmee een stukje van het aangename jaar des Heeren te realiseren, dachten ze waarschijnlijk. De woorden van een preek komen soms anders aan dan je denkt; je weet niet altijd hoe het overkomt. Ook in Nazareth reageerden ze uiterst kritisch op de Schriftlezing. Hoe komt dat? Ze wachtten op het vervolg van het Bijbelgedeelte, maar dat komt niet. Jezus roept het aangename jaar des Heeren uit, en stopt dan. Terwijl dan het oordeel over de heidenen zou moeten komen, maar dat deel leest Jezus niet. Terwijl ze nu juist dat graag wilden horen. Wraak over de heidenen die al zo lang hun land bezetten. De kranten in Kenia kopten een tijdje geleden: “de dag van de wraak komt”. Alles was niet spontaan ontstaan; er waren mensen die het geweld georganiseerd hadden. Die moeten voor het tribunaal komen....dat is in te voelen. Zo moeten de Joden in Nazareth ook uit hebben uitgezien naar de dag van de wraak over de heidenen. En als Jezus ontijdig stopt en niet praat over het oordeel worden ze onrustig. Is Hij niet gewoon de zoon van Jozef? Hij moet toch weten hoe het hier leeft? Dat we hier in Nazareth uitkijken naar de dag van het oordeel over de heidenen? Dat is geen beginnersfout.....Hij kende de geschiedenis en het diep verlangen van Nazareth om de wraak over de heidenen uit te oefenen. Als Jezus dat dan bewust weglaat, kan Hij niet op sympathie rekenen.
Jezus heeft een ander toekomstperspectief dan de conservatieve Joden in Nazareth. Het evangelie naar de heidenen. Dat zint hen niet. De ontvangst van zijn woorden kun je op 2 manieren lezen. Eén manier van lezen is dat ze verwonderd zijn. Een andere manier van lezen is dat ze ontzet zijn en dat ze niet willen dat die aangename woorden voor de heidenen gelden maar alleen voor de Joden. De genade is toch bedoeld voor hen die trouw zijn gebleven? Wij hebben die moeite soms ook.
Genade is immers voor hen die binnen het verbond zijn? Wij denken vaak dat een buitenstaander zich eerst moet gaan bekeren en zo als ons moet gaan leven. Maar God rechtvaardigt de goddeloze, de mens die zonder God leeft. Nemen wij deze goddeloze in onze kring op? Nodigen wij hen voor onze erediensten? Niet zomaar voor even, maar om hier te blijven? Dan voelen we ons wellicht toch wat ongemakkelijk...dan herkennen we iets van de gevoelens van de mensen in Nazareth. De Heere roept ons in onze goddeloze staat en gaat dan pas met ons aan de slag. In Nazareth hadden ze het daar niet zo op. Ze vonden hem geen aangename profeet.
3. Ze vonden Hem geen aangename profeet. Jezus noemt Elia, die een weduwe vraagt om het laatste brood terwijl de dood haar in de ogen kijkt. Waarom zou een weduwe daar naar luisteren? Toch doet ze dat in het geloof; ze geeft aan de God van Elia haar leven haar toekomst en dat van haar zoon. Deze buitenstaander is toch een prachtvoorbeeld voor alle binnenzitters in Israël. Dan noemt Jezus Naäman. Naäman komt ziek als hij is om genezing naar Israël, maar Elisa komt niet eens naar buiten; en dat was een vernedering voor hem. Toch buigt hij voor Israëls God en Hij wordt genezen. Deze buitenstaanders zijn een voorbeeld voor Israëls binnenzitters. Dat er een paar heidenen bij kwamen, vonden ze niet zo erg. Maar de Heere Jezus noemt meer. Moeten zij die goddeloze heidenen laten voorgaan in het koninkrijk? Dat doet pijn en dan komt de woede als een orkaan naar boven.
Kunnen wij daar wat van leren? Ja. De stille gehoorzaamheid. Er zijn mensen in Kenia die in vreselijke omstandigheden leven en die toch in stil vertrouwen op God doorgaan. Maar ook: de eerste sprankelende liefde voor Jezus. Laten we zicht blijven houden op het hemelse perspectief van Gods Koninkrijk. Naast de volheid van Israël zullen talloze heidenen het Koninkrijk binnen gaan. En dan komt dat prachtige onvergetelijke slot: Jezus ging midden tussen hen door en gaat dan weg. Hij is toch van een geheel andere orde en kan hun tegenstand aan; Zijn tijd is nog niet gekomen en Hij gaat weg. Ze kunnen Hem geen kwaad doen. Hij gaat door het midden van hen weg; niet met een ruime boog om hen heen. Hij komt als het ware nog even heel dichtbij en gaat dan weg uit Nazareth. Als Jezus in ons midden is, is het tijd voor overgave, voor bekering, ook al doet Zijn boodschap ons wel eens pijn. Zo niet, dan kan het zijn dat Hij verder trekt. Als wij onze deur dichthouden, houden ze deur misschien in Afrika wel open.
Moeten die binnenzitters het nu maar uitzoeken? Is Zijn oordeel definitief? Nee, Hij gunt hen nog wat tijd. Het zijn immers de goddelozen die Hij rechtvaardigt.