Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-02-01 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 11:2,6 Mat 11:2-19 Open 5:5-12 2009-02-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2009-02-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een trieste situatie waarin Johannes verkeerd. Opgesloten in de burcht Macherus, oostelijk van de dode Zee. De vrije zoon van de woestijn. De stem van de roepende is verstomd. Daar wacht hij, ruim 30, de heldhaftige boeteprediker, op zijn terechtstelling. De weg voor de Messias heeft hij bereid. Johannes nam geen blad voor de mond. Hij verzweeg de zonde niet. Hij ontzag niemand. Welke gevolgen dat ook voor hem zou hebben. Herodes Antipas werd door hem onderhanden genomen. Hij wacht daar op die soldaat die een einde komt maken aan zijn indrukwekkende loopbaan. De emotie slaat toe, wat een tragisch levenseinde. Moet dat nu? Het ontroert ons diep. Het lijkt op een afgang die wij Johannes graag bespaard zouden hebben. Zijn ambt zo te moeten beëindigen, dat roept weerstand op. Is dat nou Gods weg? Zijn bedoeling met zijn dienaar – niemand was toch groter dan hij? Moet doet het oneervolle einde zijn – een leven dat volkomen toegewijd was aan God en Zijn dienst? Hij had toch nog veel kunnen betekenen in het koninkrijk van God?
In de donkerte van de gevangenis èn van Gods weg. Onbegrijpelijk. Johannes moet een hart vol vragen hebben gehad. Maar niet over zijn eigen leven en sterven; maar aangaande Christus. Het is verbijsterend eigenlijk. In de eenzaamheid van zijn dodencel zien wij zijn innerlijke strijd, de aanvechting van de boze. Die benauwt hem meer dan de plannen van Herodes, Herodias en al hun duivelse trawanten.
Verteerd door onzekerheid. Hij weet met Gods weg geen raad, de weg die Christus gaat. Hij kan het optreden van Jezus niet rijmen. Hij was toch de man om klaagliederen te zingen, sombere klanken, om het volk tot bekering te brengen, om het recht van God aan de orde te stellen, maar Jezus speelt op de fluit. Hij wekt mensen op tot vrolijkheid. Hij ligt aan tafel met de tollenaars en zondaars die zo onderhanden zijn genomen door Johannes. Dan komt de vraag op: is Hij het, of is er nog een ander, die meer in overeenstemming is met Johannes` prediking? Hij raakt in een doolhof verzeild. Hij verricht wonderen, maakt melaatsen beter, hij werpt demonen uit. Hij preekt liefde tot vijanden, roept op tot barmhartigheid, ontfermt zich over mensen die Hem tegenstaan. Hij verdraagt dat. Hij zegent die Hem vervloeken. Een gestorven kind aan zijn moeder gegeven, de slaaf van een heidense centurion genezen. Is dat Zijn werk? Indrukwekkend genoeg, maar nu die vraag: waar is het koninkrijk van God, waar de rechter van de wereld? Het is nabij gekomen, bekeert u, zei Johannes. Het stond toch te gebeuren, maar het gebeurt niet… Het blijft echter onzichtbaar. Het trekt zich misschien wel terug, ipv nabij te komen. Waar blijft dan het oordeel over de goddelozen, de bevrijding van de rechtvaardigen? Hoort hij de bijl al bij de wortels van de boom, hij luistert naar de wind, die het kaf moet verstuiven. Zo heeft hij Hem aangewezen, in de geest en de kracht van Elia. Met de Heilige Geest en met vuur zou Hij dopen. Het oordeel aangekondigd. Het koninkrijk van God geproclameerd.
Maar het gebeurt niet. Er is geen vuur of bijl. Herodes zit nog op de troon. De adelaar van Rome is nog niet neergeschoten. De Farizeeërs zitten nog op de zetel van Mozes.
Hij riep op om vruchten van bekering voort te brengen, om de toorn van God te ontvluchten. Maar Jezus is een vriend van zondaren. Een overspelige zondares kust Zijn voeten. Johannes weet er geen raad mee. Hij weet geen raad met de weg die Christus gaat. De weg van de Koning, maar die Koning gaat niet achter de heraut aan. Schijnbaar een andere weg, niet Koninklijke weg, maar in nederigheid en armoe.

Dan steekt de storm op, als God een andere weg gaat in uw leven dan u dacht, dan is de duivel er als de kippen bij. Het zaad van de ergernis gezaaid in uw hart. Misschien weet u dat, juist als uw hart oprecht is voor God. Gepijnigd door de scherpe bochten in uw levensweg. Lees anders de biografie van Job, Habakuk, Asef. Elia ijverde zelf zeer voor Gods zaak, en alles werd afgebroken bij de hand. Hij viel van de Karmel de woestijn in. Op de vlucht voor de eerste Izebel. Wat had zijn werk gedaan, zijn ijver - het ging alles de mist in. Zo kan het schijnen, vaak. Abraham, David, hoe vaak zien wij niet in het twijfelmoedige hart, omdat ze Gods weg niet kunnen volgen. Neem de psalmen, worsteling vanuit de diepte van hun aangevochten geloof. Ook leerzaam: juist dan ontdekken we het geheim van het geloof. Door louteren en beproeving komt het te glanzender te voorschijn. Goud blijft Goud. Het kan verdoffen, en dan komt het in een smeltkroes, maar het vergaat niet.
Die aanvechting vervreemdt niet van God, in tegendeel. Ze drijft tot God uit. Daarin vind het geloof rust in de overgave aan Gods welbehagen. Tegen hoop op hoop klemt het zich aan God vast. In alle twijfel aan Gods weg, twijfelt het niet aan God zelf. Johannes heeft ook niet aan God getwijfeld, ook niet aan Jezus. Anders stuurden hij zijn discipelen niet naar Jezus toe. Een mens gaat met zijn vragen naar iemand die hij vertrouwt. Hij legt zijn vraag van aanvechting aan Hem voor. Het kan niet anders, hij heeft het teken van de Messias gezien. Hij twijfelt niet aan de persoon van Jezus. Hij is ook niet in verwarring over de verbittering van zijn leven. Hij moet geweten hebben dat hij moest wijken als heraut als de Koning komt. De aandacht moet over op Hem. Niet op de vriend van de bruidegom, maar op de bruidegom zelf. Daarom zal hij straks het hoofd op het blok leggen. Hij vraagt ook niet om hem uit de gevangenis te verlossen. Hij voert een andere strijd.
Gehoord hebbende werken van Jezus – daarom stuurt hij zijn vraag. Hoe kan Hij zo te werk gaan, als het koninkrijk moet doorbreken? De vijanden lopen er met geweld tegen te hoop. De Messias moet toch heersen, niet dienen? Fierheid en statuur! Dat ziet hij niet aan Jezus. Maar Johannes heeft Hem toch Lam van God, genoemd? Dat was zijn eigen woord. Die gestalte is voor hem niet verborgen. Hij weet daarmee zekerder dat Hij de Christus is. De stem uit de hemel klinkt hem nog na in de oren. Hij ziet het Lam, maar hij mist de Leeuw. Hij ziet nog niet dat de verborgen kracht van de Leeuw in het Lam schuil gaat. Later wordt dat openbaar, wanneer het werk van Christus is volbracht, die andere Johannes mag op Padmos het geheim ontdekken. Ik zag het Lam als geslacht staande op de troon. Zijn priesterschap verborgen.

Zo komt het koninkrijk van God naderbij. Op grond niet van wereldse overwinningen, maar van het recht der wet, dat Jezus in Zijn priesterdienst vervuld. Het geheim van Melchizedek. Die merkwaardige figuur uit de oudheid, priester-koning van Jeruzalem. Jezus is nog niet verheerlijkt, Zijn werk is nog niet af. Golgotha is nog niet gepasseerd. In beginsel op Paasmorgen wordt het geopenbaard. Johannes maakt dat niet meer mee, hij blijft in het oude verbond. Hij is wel de vriend van de bruidegom, maar niet een van de bruiloftskinderen. Daarom zegt Jezus: de minste in dat koninkrijk van het nieuwe verbond is meer dan hij. Wie door Christus onderwezen wordt, wordt opgenomen in het geheim van Zijn leiden en opstanding. Het geheim dat het de weg is van het tarwegraan, dat sterft om vrucht te dragen. Het leven uit de dood geboren. Moest de Messias dan niet lijden en sterven om zo tot Zijn heerlijkheid in te gaan, zegt Hij straks tegen de Emmaüs-gangers. Dat is de weg die niet helder is gekomen voor de geest van Johannes. De minste in het koninkrijk, meer dan hij. Hij volgt niet het spoor van Jezus en dan raak je in verwarring.

Moet er soms nog een ander komen? Een onbegrijpelijk vraag? Nee. In Israël was de verwachting algemeen, dan er vóór de Messias een profeet zal komen. En Christus wijst de bijzondere plaats van Johannes aan. Alleen Jezus kan het volle licht laten schijnen, het geheim van Christus wordt niet geleerd op de school van Johannes. Een Messiasverwachting in glans en schittering, niet in de schoonheid van Zijn ontlediging, de schittering van Zijn lijden en sterven. Zo de Emmaüsgangers, maar als Hij de Schrift opent, ontdekt wordt in de Schrift, dan gaan de ogen open voor Zijn lijden. Alleen de vereniging met Hem doen de schaduwen vluchten. Dan wordt de ergernis weggenomen. Om in het voetspoor van Christus te gaan, niet in de navolging van Johannes. Zalig is hij die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Dat is het laatste woord dat Johannes uit de mond van Jezus hoort. Niet over, maar tot Johannes. Als voorbereiding op zijn martelaarschap. Zalig – een zaligspreking – is hij die aan Mij niet geërgerd wordt. Het gaat niet over twijfel, maar over ergernis, aanstoot. De Messias moet heersen, niet dienen! Hij had geen gedaante noch heerlijkheid, zegt Jesaja. Las Johannes daar overheen? Hij begeert Jezus ook niet in Zijn ontluistering. Dat past toch niet bij Hem? Het oordeel staat voorop bij Johannes. Maleachi 4:6, het laatste vers van het Oude Testament: “opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.” Daar sloeg de Bijbel met een klap dicht! ... maar voor dat dat gebeurt moet er iets anders gebeuren, om het oordeel te rechtvaardigen. Elk excuus voor de zonde moet weggenomen worden. Nu Hij gekomen is blijft er geen verontschuldiging over. Daarom speelt Jezus op de fluit van het evangelie. Hij roept de mensen tot Zich, komt tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven, Hij zelf gaat in dat gericht staan, om de weg der zaligheid te openen. Zo wordt dit oordeel geveld.
Het oordeel komt als het koninkrijk van God in zijn volle glorie doorbreekt. De glorie van de Messias, daar twijfelde Johannes niet aan. Maar hij doorzag de weg niet, die Christus ging. In het geloof wachtend.
Het stond Johannes niet aan en Hij stond er niet voor open. Jezus moest meer worden, en niet minder! Dat wilde hij niet. Het tekent ook zijn ergernis over de weg die Christus gaat. Valt u Johannes daar hard over? Kijk dan eerst in de spiegel. Wij hebben het kruis achter ons, hoe zouden wij het verstaan? Alleen bij het kruis ontdek ik het geheim van het kruis. Bij het kruis wordt de ergernis aan het kruis weggenomen.
God verwachtend, zalig is hij die aan Mij niet zal geërgerd worden. Een woord voor Johannes, ja. Hij brengt zijn aangevochten kind tot rust. Hij ontvangt de martelaarskroon. Maar niet uitsluitend voor Johannes, het komt ook naar ons. Zwaar maar ook troostrijk. Als Gods weg zo donker is. Waarom, waarom? Troostrijk als de duivel me te pakken neemt en in verwarring brengt. Dit woord van Jezus ligt op u te wachten: een terechtwijzende zaligspreking. Als je het niet meer weet: kom in elk geval tot Hem. Johannes kwam tot Jezus en daarmee delfde de duivel het onderspit. In het vluchten tot Jezus ligt het antwoord op alle vragen. Hij laat Johannes in de gevangenis en laat Herodes op de troon zitten. Hij geeft zelfs geen direct antwoord op de vraag van Johannes. Doden worden opgewekt, etc… Jezus werpt Johannes terug op de Schrift. Het licht van de profetie. Een mens komt tot rust. Het is alsof Hij zegt: lees nog eens goed in de profeten en je zult het beeld van de Messias-koning ontdekken, maar wel in de gedaante van het Lam. Lees Jesaja. Het gericht wordt niet verzwegen, maar aan de dag van de wraak van God gaat het jaar van het welbehagen des Heeren vooraf, in dat jaar leeft u.
Zo wordt Johannes uit het woord onderwezen en gebracht tot dieper inzicht in het licht van de profetie. De ergernis wordt verdreven en de weg van de zelfverloochening wordt begaanbaar en aanvaard. Want Jezus verlost, hem maar langs Zijn manier. Niet op de manier die ik wil. Hij mag Jezus niet voor de voeten lopen. Jesaja zei ook dat hij de gevangen vrijheid zou uitroepen, maar dat detail uit de profetie verzwijgt Jezus, en daaruit maakt Johannes op dat Christus hem in de gevangeis laat . Hij is van de wacht ontheven en hij gaat sterven, maar met Jezus.
God neemt het kruis niet weg uit het leven van Zijn kinderen, maar laat de weg van Jezus zien. Dan lopen we achter de Zaligspreker aan. Dat is het kompas van het schip van mijn leven

Zalig die aan Mij die niet zal geërgerd worden. Hoe het dan zal gaan? In Jezus is mijn lot verborgen bij mijn God.

Edit