Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-02-08 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Eph 1:14 2Cor 1:18-24 2Cor 5:1-5 Eph 1:13-14 2009-02-08.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2009-02-08T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)
De hemelse zegeningen van Efeze 1

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Toen het volk Israël in het beloofde land kwam had God gezegd dat ze zevenvoudige vrucht van het land zouden mogen eten: gerst, tarwe, wijnstok, vijgenboom, olijfboom, granaatappel en honing.

Paulus beschrijft zeven heerlijke hemelse vruchten, die hangen aan de boom van het kruis. Zeven vruchten van het hemelse land, die nu al kunnen worden gesmaakt:

1: de uitverkiezing (4)
2: het kindschap (5)
3: de verlossing door Zijn bloed (7)
4: de vergeving van de misdaden (7)
5: erfgenaam zijn (11)
6: het zegel van de Heilige Geest (13)
7: het onderpand van de Heilige Geest (14)

Als je daar iets van mag geloven en genieten zeg je: Heer, hoe rijk zijn wij in U..

Gods verlovingsring
1 het onderpand, 2 erfenis, 3 de lofprijzing

Efeze 1 is een loflied op de Drieëenheid. In vers 13 hebben we al gezien: toen jullie tot geloof kwamen kreeg je het stempel van de Heilige Geest op je hart, “kind van God”, Zijn eigendom. Die is van Mij. Zijn eigendomskenmerk staat op je. Gekocht en betaald.
Op het eiland Texel was elke woensdag in Den Burg een schapenmarkt. Hok A , hok B van een andere fokker. Boeren onderhandelen. Als ze het eens geworden zijn neemt de opkoper een emmer met rode verf en zet op elk schaap een stip, klodder of kruis. Ze zijn van eigenaar veranderd. Ze horen bij Mij. Er staat een stempel op, dat is het zegel van de Heilige Geest.

1
Maar nu die volgende uitdrukking: het onderpand van de Heilige Geest. Wat wil dat nu zeggen? Het heeft alles te maken met hoop, met de toekomst, niet alleen met het stempel nu. Een onderpand, het begrip komt uit de handelswereld. De NBV geeft “voorschot”. Nu al wordt er een deel aanbetaald en straks wordt de volle som uitbetaald. Als je een huis koopt, doe je een aanbetaling, een waarborg, garantie dat straks de volle koopsom op tafel zal liggen.
Het komt één keer voor in het OT. Bij Juda en zijn schoondochter Tamar. Hij ziet een prostitué, maar weet niet dat het zijn schoondochter is; ik geef je wel een geitenbokje. Ik wil eerst een onderpand hebben, zegt zij.
In het Grieks van nu is datzelfde woord “arraboon” een verlovingsring! Nu krijg je mijn ring en over een poosje krijg je mij er bij. Geloven en beloven, twee elementen. Je belooft al trouw en t.z.t. maak je haar tot je vrouw. Een verloving heeft iets voorlopigs, nog geen huwelijk. Het wijst er wel naar toe. Het gaat een keer komen. Het “reeds en nog niet”. Handgeld van het koninkrijk van God. Reformatorische christenen leggen nog al eens de nadruk op het ”nog niet”. Gebrokenheid, je moet uitkijken dat je niet deprimerend wordt. Evangelische broeders leggen de nadruk op het “reeds”. Niet onderschatten! Ja, maar daar kun je doorslaan in het triomfantalisme. ‘Reeds’ en ‘nog niet’ hoort bij elkaar. Toen John Bunyan (Christenreis) tot geloof kwam en overspoeld werd door de liefde van God zei hij: ach dit is nog maar het kleingeld wat ik krijg. Een rijke man geeft daar wat van, maar het goud ligt in de kluis thuis.

Hoe weet ik nu dat die erfenis ook voor mij is? Kan ik dat zeker weten? Ja, zegt Paulus, daarom heb je nu het onderpand van de Geest gekregen. God wil dat je het zeker weet. Een stukje aanbetaling. Het verschil tussen nu en straks. De Heilige Geest in je hart. De Geest van Kindschap, die mag roepen Abba, lieve Vader. Die getuigt dat we door genade kinderen van God zijn. Iets, Iemand, een goddelijk persoon uit de hemel in je hart, maar straks…..
Een voorsmaak, een voorproefje, dat is nu bevinding! Smaak en proef dat de Heere goed is. Gods kinderen proeven DAT God goed en genadig is, maar HOE goed en genadig – ik weet het echt niet! Dat komt nog…

De duif bij Noach, die een olijfblad in zijn snavel had. Dat was ook zo’n garantiebewijs, een voorproefje dat de aarde droog en vruchtbaar werd. Of die geweldige tros druiven die de twee verspieders meenamen. Een waarborg dat ze een land, overvloeiend van melk en honing zouden in gaan. Nu een druifje, straks veel meer. Iedereen zit straks onder zijn wijnstok en vijgenboom.
Of het wolkje bij Elia, een aanvang, een voorbode dat het straks gaat plenzen.

Die Geest werkt ook het verlangen in ons hart – kom Heere Jezus.
Het onderpand is ook van hetzelfde soort als de volle som. Het loon op aarde is niet anders dan in de hemel. Het geloof hier is niets anders dan hoe het zal zijn in de hemel. Er is een gradueel verschil, veel groter, veel zaliger. Nu al mag ik door de Heilige Geest de Heere dienen en straks ook. Hier kinderlijk, met vallen en opstaan, straks volmaakt. Zonder de zonde. Heiligheid: als je tot geloof komt, gaat de Heilige Geest jou polijsten, en straks zal ik volmaakt heilig zijn. Volmaakt toegewijd, heerlijk.
Nu al mag ik iets van de rijkdom van zijn genade zien. Maar dan de heerlijkheid van Zijn genade.
De vreugde: de Heilige Geest geeft mij vreugde in mijn hart. Blijdschap. Soms een beetje en soms uitbundig. Maar diezelfde blijdschap zal ten hoogste toppunt stijgen. Nu ken ik ten dele, straks mag ik Hem kennen van aangezicht tot aangezicht. Nu mag ik al eens uitroepen, U bent de schoonste van alle mensen kinderen, straks zal dat tot volle ontplooiing komen. Ziet u het graduele verschil? Nu al verkwikking straks de verrukking; teugjes nu, rivieren straks.

2
Onderpand van onze erfenis. Erfgenaam, gelovige. Ef 1 is net een ketting. Het is eigenlijk eindeloos. De uitverkiezing, daar beging het, voor de grondlegging der wereld. De verlossing, de vergeving, hier op aarde, en het eindigt met de erfenis. Van de vrederaad tot het vrederijk en daarna! Van eeuwigheid tot eeuwigheid. Nu is het allemaal nog niet verlost, mijn lichaam is nog niet verheerlijkt. Het deelt nog in de oude schepping. Het deelt nog niet in de zegen van de verheerlijking van het lichaam. Ik voel nog de zonde, die neiging om telkens van God af te gaan. Ook christenen ontslapen. Alles lijkt zo onveranderlijk. Zo gebroken, we zuchten mee met de schepping zegt Paulus. Maar je weet het beste komt nog. We hunkeren niet alleen omdat het hier zo gebrekkig is. Maar ook vanuit bezit – omdat ik al iets van de Heilige Geest in mijn hart heb, verlang ik naar meer! Ik neem ‘geen genoegen’ met de aanbetaling! Vroeger hoorde ik mensen wel zeggen: God voedt Zijn kinderen met honger, ik vond dat maar niks. Maar ik begin dat beter te begrijpen. Honger naar meer. Ik hunker om meer en meer van u te zien.
Wat een verschil tussen de Heilige Geest en de tijdgeest. Die laatste is gericht op hier en nu, niet daar en straks. Tussen 55 en 75 – het zwitserleven gevoel, lekker genieten – vervroegd uittreden. We moeten de zaligheid hier creëren, want uitzicht op meer is er niet… jezelf vooral verwennen. Dat is de tijdgeest.
Maar de Heilige Geest geeft toekomst. Die grote toekomst, die niet onzeker is. Erfenis, perspectief. Als de voorsmaak al zo zoet is. Wat zal het volle zijn…
Er zijn zondagen waarbij het ’s ochtends en ‘s avonds even veel was. Bij een avondmaalsdienst, in je binnen kamer. Dat je zo leeg loopt voor Hem. Moment dat het zo goed is tussen de Heere en jou. Als het voorschot al zo groot kan zijn..
David zegt het in Psalm 34: hoe groot is dat goed dat U zult geven aan degene die U lief hebt. 1Cor 2:9 Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. En God heeft het geopenbaard door Zijn geest – staat er achteraan, nooit geweten. Het is niet helemaal duister, iets ervan is geopenbaard. Ik heb Zijn verlovingsring al om, en het zegt mij: straks komt het beste.

Tot de verlossing van het verkregene, staat er letterlijk. De erfenis is de hemel en de aarde. Die is door de Heere Jezus gekocht. Straks wordt die erfenis verlost, ontrukt uit de macht van het kwade. Het staat al op Zijn naam. Hij is de formele eigenaar. Straks bij Zijn wederkomst neemt hij Zijn erfenis in bezit.
Af en toe mag ik een druifje proeven, maar we staan nog in de strijd, aanvechting, verzoeken, ook de schepping. Als in barensnood. De schepping ziet ook uit naar de uit-verlossing, dat de vloek zal weg gaan. Het lijden van de tegenwoordige tijd weegt echter niet op tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden (Rom 8:18). Geen inzinken, geen afdwaling of ziekte, een opstandingslichaam. Dat is de volledige uitbetaling. Ik wil u ermee bemoedigen. Opbeuren, te midden van alles wat je deprimeren kan. Die hoop doet al ons leed verzachten.

Herkent u dat nog in uw eigen hart? Begeert u naar meer? Daaraan kun je zien of je de Heilige Geest hebt: die hunkering, dat uitzicht, Uw koninkrijk kom’ toch o Heer.. de ganse schepping vervuld met de glorie van de Heere. Is het er wel eens? Dat je uitmag zien naar die dag dat Hij echt koning zal zijn!
Of hangt u heel erg aan deze wereld? Eruit halen wat er in zit. Laat God maar in de hemel en de duivel in de hel en mij een poosje op aarde blijven…? Stel je voor dat er een eiland zou zijn waar iedereen 200 jaar zou worden. Zou je er heen gaan? Of zeg je: het goud ligt thuis in de koffers… de Heilige Geest trekt je hart naar de Heere Jezus toe, daar ligt mijn schat.

3
Tot lof van Zijn heerlijkheid. To the praise of His glory. Deze aarde verlost, de lichamen van de gelovigen opgestaan. Zijn rijk volmaakt. De lofprijzing moet dan toch het slotakkoord zijn. Ef1 is één zin, de langste zin uit het Nieuwe Testament. Het wordt bezongen. Het eindigt met Lof. Een christen zucht mee, en ziet tegelijkertijd uit, maar hij begint ook al een beetje te zingen. Niet alleen het ‘nog niet’, maar ook het ‘reeds’. Bedenk: Paulus zit hier in de cel! Niet in een hotel…. Hij schrijft een loflied. Het komt 3x keer voor: vers 6,12,14. Tot lof van zijn Heerlijkheid. Geloven heeft met loven te maken. Al zit je in de cel. Een groot halleluja. Niet alleen als slotzin. Het is ermee doorweven, daar loopt alles op uit. Daar moet alles op gericht zijn en je mag er nu al mee beginnen. Straks volmaakt voor Zijn troon, maar ook hier al beneden. Hetzelfde zingen, hier is het gebrekkig, soms zing ik niet of vals , maar als je het hier op aarde niet geleerd hebt zul je het in de hemel nooit doen. Ere zij aan God de Zoon, eer de Heilige Geest de trooster.

Ziet u dat het niet eindigt met de oplossing van ons zondeprobleem - dat ik maar in de hemel mag komen – dat is onder de maat. Paulus bekijkt het vanuit Gods perspectief. De verheerlijking van deze heerlijke God. Je mag op aarde christen zijn, - niet alleen; gered om te redden, zoals onze broeders van het Leger des Heils zeggen; maar om God groot te maken. Halleluja, en glorie aan God!

Uw eer zal klimmen uit het stof. Doet u mee? In die muziek, zoals Bach het schreef onder bijna al zijn werken: S.D.G. Soli Deo Gloria, het grote einddoel van alles. Van alle gelovigen zijn de tongen bereid om Uw lof te vertellen en hun oren bereid om Zijn lof graag te horen (Mathew Henry)
En David zegt: Ik zal mijn stem met aller lofzang paren, En overal Uw grootheid openbaren. (ps 145)

Edit