Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-03-11 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Abrahams gebed Biddag avonddienst

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 18:22 Gen 18:16-22 2009-03-11.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 7.3Mb)
2009-03-11T.191.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Er was een rechtvaardige man die reisde naar Sodom, om de inwoners van Sodom tot bekering te brengen. Hij liep dag en nacht door de stad - bekeer u, mensen. In het begin vonden de mensen het wel amusant. Maar het werd snel vervelend. De moordenaar ging door met moorden, de dief met stelen en de man met roepen. Een kind zei: zie je niet dat het niet helpt? Waarom ga je er toch mee door? En de man zei: Ik dacht in het begin dat ik de mensen kon veranderen, maar ik blijf bidden om te zorgen dat de mensen mij niet veranderen…

We gaan het hebben over Sodom en Gomorra – nee het is biddag; we gaan het hebben over gebedsleven. Vindt u dat ook moeilijk? Over kerkleven kunnen we nog praten, over geloofsleven is al moeilijker, maar over gebedsleven... Hoe je bidt en wat je bidt.
We luisteren naar het gebedsleven van Abraham. Bidden is een genadegave van God. Aanbidden en voorbede doen, uit liefde tot God en de naaste. De vader der gelovigen doet voorbede. Een hoogtepunt in zijn geloofsleven.

Is het u wel eens opgevallen - Abraham heeft nooit voor zichzelf gebeden, Lot wel, en Jakob; Abraham niet, hij is vol met de liefde van God. Hij bidt alleen voor een ander. Aanhoudend en vurig gebed voor de twee steden. Een rijke die bewogen is met arme mensen. Abraham is een voorbidder bij uitstek.
De Heere wil ons maken tot voorbidders, voor dorpen en steden, heb je daar bijzondere gaven voor nodig? Nee, een bewogen hart.

Abrahams gebed
1 De vorm , 2 de inhoud, 3 de kracht en 4 de vrucht van het gebed

Genesis 19 - merkwaardig – een zegen en vloek. God verschijnt aan Abraham. Hij komt met zegen - over een jaar zal Abraham een kind hebben. De tweede helft is een vloekaankondiging. 19:16 - ze zagen naar Sodom toe, daar gaat al zo’n dreiging van uit. Vanuit Mamre, Hebron – 1000m lager in de vlakte. Ze kijken er op neer. Er zit wat te broeien. Er komt iets vreselijks aan. Soms voel je dat in de stad – wanneer barst de bom? denk je wel eens. Zou ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen? Het is alsof God in Zichzelf spreekt. Zo vertrouwelijk gaan ze met elkaar om. Een deelgenoot. Een verborgen omgang , zo ‘close’ met God, dat Hij de geheimen van Zijn hart aan jou kwijt kan. Een oude ouderling zei mij eens: je hebt een Abrahamskerk en een Lotskerk. Dat was raak. Lot was behouden, maar met zijn hakken over de sloot. Met een 6-min de hemel in. Lot wist niets van de plannen van God. Ga niet met een minimumpakket de hemel in…

De Heere gaat Sodom verderven. Hij houdt dat niet voor Abraham weg; als je wandelt met iemand heb je wat te vertellen. Abraham had ook wat tegen de Heere te vertellen. Het geroep was zeer groot en hun zonden zeer zwaar. Grote zondaars voor de Heere. Wat moet ik me daar bij voorstellen? Het was een rijke streek. Ik heb gekeken wat de Joodse geschriften daarvan zeggen. De Joodse commentatoren zeggen: er waren twee hoofdzonden: onrechtvaardigheid en ongastvrijheid. De twee rechters waren mr. Leugenaar en mr. Vervalser. Als iemand de vrouw van zijn naaste wilde, dan werd ze hem gegeven tot dat hij ze zwanger had gemaakt. Als iemand het oor had afgesneden, dan gaf men hem de ezel tot het oor weer was aangegroeid. Absurd. Een arme mocht goud krijgen, maar geen brood. Zo iemand stierf natuurlijk, en het goud ging terug. Vers 21: Ik zal afgaan en bezien of zij naar *haar* geroep dat tot mij gekomen is…. Staat er letterlijk. Er was een bedelaar die in Sodom kwam, en een meisje daar gaf tegen de wet in brood aan die bedelaar. Dat kwam uit en ze werd voor de rechter gesleept. Ze hebben haar met honing bestreken en ze is gebonden neergelegd bij een bijenkorf. En overleden van de pijn. En ze riep: meester van het heelal, doe rechtvaardigheid over mij.
Maar ook perversiteit, ontucht, wellusten, gruwelijke dingen, goddeloosheid.
In het laatste van de dagen, zegt de Heere Jezus, zal het zijn als in de dagen van Lot. Die tijd toen en nu kun je met elkaar vergelijken. Onrecht, vreemdelingenhaat, weelde en luxe en dan niet willen delen. En vooral de perversiteit. West-Europa. Amsterdam, het Sodom van het Westen, als je de gay-parade ziet, denk je: dit is Sodom. Als je de borden langs de weg ziet….
De Heere Jezus zegt: ze planten en bouwden en deden alles, God was er niet meer in. God hadden ze niet meer nodig. Trouwen en ten huwelijk geven deden ze in de tijd van Noach , maar in Sodom al niet meer. Tot de dag dat het vuur en zwavel ging regenen en hen allen verdierf. De Heere Jezus neemt het als een beeld van de eindtijd. Zonden die roepen om wraak.

Ik ga die stad verwoesten zegt de Heere tegen Abraham. Ik zal eerst afgaan en kijken of het waar is. Ik wil het eerst zeker weten. Een gerechtelijk onderzoek. Of de maat vol is, of niet. Moet Ik straffen? De Heere is traag tot toorn.
Abraham heeft God leren kennen als een Roepende God. Abraham, verlaat je land en je stam. Zo moet je God leren kennen. Als een belovende God, zo mogen we ook spreken over God naar onze kinderen. Hij belooft zo veel. Als een reddende God. Ook als een overwinnende God. En als een rechtvaardige God. Vergeet dat niet. Je mag het als laatste noemen, maar vergeet het nooit te noemen: Hij laat de zonde nooit ongestraft. Daar gaat hoofdstuk 18 over.

De wraakengelen gingen op de roep af. Maar Abraham bleef nog staan voor het aangezicht des Heeren. Een roepende gelovige, die roept om ontferming. Er staat in vers 22 letterlijk: De Heere bleef staan voor het aangezicht van Abraham. De Joodse overschrijvers dachten dat is vast niet goed. En ze hebben het omgedraaid. Zou er nog een reactie komen van Abraham; Hij talmt als het ware. Abraham schrikt ervan, natuurlijk. Eenzaam op die stille heuvels – een soort binnenkamer. Ze namen de tijd voor elkaar. Geen schietgebedje voor Sodom. De ‘zieke kindertjes, Heer’, amen. Daar leer ik ook wat van, bidden is voor mij vaak belletje trekken. Tegen de tijd dat de Heere open doet, ben ik al lang weer verder. Blijven we even staan? Net zolang tot de Heere ook weer kwam. Een vurige voorbede van Abraham voor Sodom.
Als je nu hoort dat God de stad Barendrecht gaat omkeren. U bent meelevend – als het echt waar is, gaan we morgen toch evangeliseren? Nee, hij gaat Gods aangezicht zoeken. Abraham trad toe. Nog dichterbij. Hij trad toe, naderde voor Zijn aangezicht. Om een smeekschrift neer te leggen. Ik hoor als het ware hoe hij gaat worstelen met God. Redetwisten met de Heere om het behoud van die steden. Om in te treden voor die zondaars. De voorbede van Abraham houdt als het ware de opgeheven arm van de Heere op. Die dreigt neer te komen, als die arm valt, is het voorgoed gebeurd met heel Rotterdam en heel de Maranathakerk en heel Nederland.
We hebben voorbidders nodig. Abraham doet voorbede voor de stad. Pleiten voor anderen voor mensen, kinderen, familieleden, jeugd voor hun ouders. Lot bad alleen voor zichzelf, Genesis 19:20, opdat mijn ziel leve…. Het wordt nog verhoord ook… Abrahams gebed ook?

Die slaande arm is verdiend, dat komt een keer. Dominee Wilkerson (auteur van “Kruis in de asfaltjungle”) zei: als de Europese steden niet verwoest worden, moet de Heere de inwoners van Sodom excuses aanbieden……
Hij moet gaan straffen – Hij wacht op Abrahams antwoord.
Dan wordt het niet: o, wat erg , ook niet: dat is wel goed, het zijn goddeloze mensen. De straf is dubbel en dwars terecht? Ook niet: de Heere doe wat goed is in Zijn ogen – dat zegt hij niet! Hij berust niet zomaar. Hij heeft zoveel erbarmen, dat hij gaat redetwisten; Hij is geen statische God. Hij laat zich verbidden… hij gaat worstelen. Hij is uit op sparing.
Je kunt je dochter of zoon op je hart krijgen. Of iemand, waarvoor je dagelijks bidt, ik sla geen dag over. Abraham kreeg een stad op zijn hart gedrukt. Het is geen gala-gebed. Onderhandelen, afpingelen, je voelt de spanning. Abraham, kijk uit! Is het altijd wel goed in ons gebed, zo vaag – durven wij riskant te bidden? Je denkt bijna - kijk nou uit, dadelijk is Gods geduld op.
50 rechtvaardigen – die kunt u toch niet ombrengen? Tien per stad dus… dan eerst vijf naar beneden, 45, 40, 30 20, 10 – een minjan, nodig voor een synagogedienst. Dan zal Ik al de vijf steden sparen. Dan moet u goed opletten: na die tien – wie stopt er nu mee? God, denk je. Nee – hij blijft net zolang geven als Abraham blijft vragen. Abraham stopte en dus God ook.
Alleenlijk dit maal – dat wil zeggen voor de laatste keer. Hij stelt zelf een grens aan het gebed. Abraham zelf bleef op een bepaald punt staan. Abraham werd moe van vragen.

Het ging steeds dieper. Steeds meer lastigvallen. Een ootmoedig gebed, ik heb het gewaagd U te vragen….. Uw toorn ontsteke niet….. Dat kennen we niet zo. Ik ben het niet waard. Een onreine. En schepsel tegenover de Schepper, ik weet tegenover Wie ik sta en tegelijkertijd vrijmoedig. Ik ben wegwerpwaardig, ken je plek voor God, helemaal niets, ten opzichte van een allesvervullende God. As. Het gaat erom dat je dat voor God wil zijn. Om zo dicht bij Hem te kunnen komen. Dan wordt Hij zo groot voor je.

2
Hij bidt uit liefde voor zijn neef Lot. Eigenwijs, maar een rechtvaardige ziel. Geestelijk, bloedbanden. Ik ben bezorgd over het heil van zijn gezin, maar zijn naam wordt niet genoemd. Hij had een groter hart. Voor de hele zondige stad bad hij. Ook liefde voor allen, zondaarsliefde, een priesterlijk hart. Biddend om het behoud van een verloren stad. Bidden als een tolk, tussen een heilige God en een goddeloze stad. Om de welverdiende straf voor hen tegen te houden.
Wat is Abraham toch anders dan Jona. Ninevé – ook zo goddeloos. Twee kinderen van God, maar wat een verschil! Nog 40 dagen en er blijft niets van jullie over. Hij ging eens lekker kijken. Ik gun het jullie dat de stad wordt omgekeerd. Als een schouwspel.

Bent u trots op Nederland, nee. Rotterdam, nee, de kerk? Ook dat niet; je kunt dan gaan klagen. “Rotterdam is een bordeel van de hel”. Schandelijk allemaal, waar. Maar ben ik nu een Jona of als een Abraham? Die zonde ziet en sparende genade af wil smeken voor die goddeloze mensen.
Abraham is ook een beeld van de Heere Jezus. In Openbaring 5 staat: een Lam dat staat als geslacht. Daarom is er nog een Maranathakerk, en is Rotterdam er nog, omdat dat Lam er nog staat, en nog bidt. Zolang er een Lam staat en er nog een kerk, is die kerk ook veilig.
Mag ik nu op de Heere Jezus lijken?
Grote mensen in de Bijbel hadden een bewogen hart. Psalm 99: voorbidders. Mozes was een bidder voor zijn volk. Het volk mag niet verloren gaan om Uws Naams wil. Ik zou wel verbannen willen zijn (Paulus), Monica was een bidster voor haar zoon. Wat voor bediening hebt u? Pleiter te mogen zijn. Aan de kerktelefoon - u kunt uw handen vouwen en ik blijf bidden. Uw eigen cirkeltje van uw kinderen en kleinkinderen. Maar ik blijf voor ze bidden. Maar het cirkeltje van Abraham was groter, vijf grote zondige steden. Zolang er een gemeente is die bidt, een biddende Maranathakerk , die smeekt om het behoud van deze stad. Dat doet u toch ‘s zondags in de kerk al, dominee? Nee, dat is een persoonlijke zaak. Abraham was alleen met God op die berg. Binnenkamerwerk. Niemand zag of hoorde het.

3
De kracht, de pleitgrond, - hij zegt niet: ach Heere, het valt best wel mee met Sodom. Ik denk wel dat er verzachtende omstandigheden zijn. Hij pleit ook niet als verontschuldiging, Sodom heeft toch geen Evangelist. Lot houdt zijn mond. Hij doet ook geen beroep op Gods barmhartigheid. Hij pleit op Gods rechtvaardigheid, dat doen wij niet. Het gaat om Uw Naam en Uw deugden, Rechter der ganse aarde. Juist omdat u Rechter bent (v 25). De onschuldige met de schuldigen ombrengen? Toch niet tegen Uw eigen kinderen? Het gaat verder: Heere, omdat die 50…. 10 er zijn, die haalt U er toch uit? Nee, omdat er die 50 of 10 zijn, - omwille van die spaart U toch de hele stad? Hij schuift de rechtvaardige als een schild voor de goddelozen. U ziet toch de rechtvaardige aan? Dat de kwaden kunnen profiteren van de aanwezigheid van de goede. De aanwezigheid van een handje vol kinderen van God kan een stad redden. De kurken waar onze samenleving op drijft. Het is zo belangrijk dat er nog een gemeente is. Een levende gemeente in Rotterdam; als die zoutkorreltjes er zijn, is dat tegen het bederf van het geheel. Zijn ze weg, dan is het allemaal bedorven.

Voorbidders gevraagd: ootmoedig en vrijmoedig. De rechter der ganse aarde.
De inwoners van Sodom hadden niets in de gaten. Ze gingen door, er was er een aan het pleiten voor hun behoud. Een vrome vader noemde jouw naam elke dag, zolang die oude moeder nog leefde en je ging maar door. Je weet het niet - O God grijpt u ze!
Abraham bleef staan bij die tien mannen. Maar dit gesprek is afgemaakt op Golgotha, er waren er geen tien of vier (Lot en vrouw en dochters), maar er is er maar Eén. En omwille van die Ene werden veel goddelozen om Zijnentwil gespaard, een pleitgrond die veel deugdelijker is. Niemand is rechtvaardig. Omwille van de Ene, dan kan het. Als je schuilt achter de Ene, ben jij safe. Omdat die Ene in het stof en as van de dood ging. Als een schild waar Gods toorn op rustte. Om de die ene Rechtvaardige kan God goddelozen verschonen, sparen. Omdat God niet tekort deed aan Zijn recht maar Zijn Zoon heeft gestraft. Daarom kan Abraham rustig naar huis.
Vers 33 Hij keerde terug. En kon het aan de Heere overlaten.

4
Wat werkte het uit? Hij zag de andere dag op Sodom en er ging een rook op van het land als de rook van een oven. Er is een grens aan Gods geduld; de maat was vol. Rookkolommen, ziet Abraham. Het was allemaal tevergeefs… een zwartgeblakerde vlakte. Geen natuurramp, niet door mensen, maar door God aangestoken. Later is dat bedekt door de wateren van de Dode Zee. Daar is het zo heet, daar ziet je Gods voetstappen. Boven op die stap. Gloeiend koper gelijk. Ze zakten in het diepste punt op deze aarde, als ontzagwekkend monument van de rechtvaardigheid van God. Waarom is de zee zo zout, zeggen de Joodse kindertjes, en de vaders zeggen dan: God laat de zonde niet ongestraft. Hier lagen die steden.
‘Wees gewaarschuwd, - mag je dat nog zeggen? Ik zeg dat. Zegt u dat ook wel eens een keer, aan diegenen die onder u gesteld zijn? Dat Hij ook een rechtvaardige God is? Dat het schuilen achter die Ene Rechtvaardige zo nodig is?
Is het tevergeefs geweest? God gedacht aan Abraham en zijn gebeden en leidde Lot eruit. God gedacht aan de voorbede van Abraham…. wat een troost als je ziet dat het helemaal mis gaat in uw gezin….. blijf bidden. Opdat God zal gedenken aan de voorbede van vader en moeder. Lot werd gered omdat Abraham voor hem gebeden had.

Ik heb u bepaald bij een stadsbrand vanavond, als een voorspel over de wereldbrand die gaat komen, zoals Petrus dat zegt. God gedenke aan de voorbede van Christus, daar hangt mijn behoudenis mee samen. Die Voorbidder, die Pleiter heb ik nodig en heb ik lief gekregen.

Ik heb een Heiland
Die leeft om te bidden
O vrienden, die Heiland, Hij bidt ook voor u
Hij is met Zijn Geest nu ook zegenend in ons midden.
Hij klopt aan uw hart, roepend: opent Mij nu!
O hoor naar Zijn bede
Zijn bede geldt u.
Lied 575 JdH

Edit