Edit|
EditReeks Samenvatting:
Johannes 18 begint met Jezus die op weg is naar de plaats waar Hij verraden zal worden. Waar Hij vastgebonden zal worden. Even hiervoor lezen we van het hogepriesterlijk gebed. Ontroerende woorden. Als Hogepriester bidt Hij voor Zijn discipelen, voor degenen die in Hem zullen geloven. Hij voorziet dat de kudde verstrooid zal worden. Bij het zien van de wolf bidt Hij voor de schapen. Hij draagt Zijn discipelen op aan de Vader. Bewaar ze in Uw naam. Vader, ze zijn toch van U? Ze liggen toch in Uw hart en in Mijn hart? Bescherm Mijn schapen. Hij legt als het ware een beschermend cordon rondom de Zijnen. Zo zijn ze wèl bewaard. Bidden geeft bescherming. Als ouders bid je voor je kinderen om bescherming. De Heere Jezus bidt voor de Zijnen.
Jezus steekt de beek Kedron over. Onwillekeurig denken we aan David die op de vlucht is voor zijn eigen zoon en de Jordaan overging. Nu trekt de grote Davidszoon over de beek Kedron. Bij Jezus' intocht in Jeruzalem had de menigte “Hosanna!” geroepen. Nu horen wij andere geluiden. Geluiden van een afdeling soldaten met stokken en zwaarden die Jezus in de boeien wil slaan. Hij heeft het heil van Zijn volgelingen op het oog. Hij zal de losprijs betalen. Hij steekt de beek over. Daarachter ligt een hof. Johannes zegt dat met nadruk. Het is of Johannes denkt aan een andere hof, de hof van Eden. Daar viel Adam van de hoge God af. Ook nu zal de satan er alles aan doen om zijn vergif te spuwen. In die eerste hof sprak hij door de slang. Nu gebruikt hij Judas met slangenvenijn onder zijn lippen. Jezus weet de plek waar hemel en hel zullen botsen. De plek waar u met uw schuld en uw zonde worstelt. Hopelijk vinden ze u hier niet.....maar God vindt u wel. Hij komt naar u en jou toe, heel bewust. Hij is er. Judas denkt dat hij aan de touwtjes trekt en de duivel denkt dat het van zijn duivelskunst afhangt hoe het verder gaat met Jezus. In het Johannes-evangelie staat niet eens verteld dat Judas een verraderskus geeft, zoals elders in de Schrift wel verteld wordt. Hij is slechts toeschouwer. Hij staat erbij. Jezus gaat bewust naar deze hof. Gewapend verzet tegenover Jezus' ontwapenende overgave. Er zijn zoveel mensen op de been om 1 mens in te rekenen. Het lijkt wel of de ME uitrukt....je kunt nooit weten of de discipelen hun meester zullen verdedigen......Zowel Romeinse soldaten als de tempelwacht komt op de been. Jezus heeft ook geen zwaard. Maar Jezus bestraft hem. De drinkbeker die Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik die niet drinken? Hij drinkt hem leeg tot de laatste druppel. Dit is de weg die gegaan moet worden. Daarom overvalt het de Heere Jezus niet.
Hij treedt naar voren en vraagt wie zoekt gij? Hij is de duivel een stap voor en Judas komt eigenlijk al te laat. Jezus biedt zich aan. Hij verbergt zich niet en laat Judas niet zoeken. Hij stapt op hen af en vraagt: wie zoekt gij? Hij weet het natuurlijk wel, maar Hij wil het zelf uit hun mond horen.
Ze deinzen achteruit en vallen op de grond. Voor die Ene, voor Jezus. Opmerkelijk, dat mensen voor Hem in het stof vallen nadat Jezus zich aan hen bekend had gemaakt. Dat herinnert aan het boek Exodus. Hoe is uw naam, vroeg Mozes daar. Ik ben die ik ben. Zegt de Heere. Nu klinkt de heilige Godsnaam. Ik ben, spreekt tot u. Wie is toch Deze?
In de lijdenstijd zien we vaak de menselijke trekken van de Heere Jezus. Zijn roepen, worstelen en smeken.
Maar deze hogepriester blijft de Zoon van God. Zijn heerlijkheid is nog verborgen, maar die is er wel.
De wachters zullen straks neervallen als doden, bij Zijn opstanding. Hij spreekt en zegt: Ik ben het. Dat doet denken aan de woorden van de Vader: zie hier ben Ik, Ik maak me bekend. Als God zich aan je bekend maakt, dan deins je achteruit. Dan voel je eerbiedig iets van Gods waardigheid en heerlijkheid.
Soms wordt over de Heere Jezus gesproken als ware Hij slecht mens. Maar: zie hier is uw God, Jezus Christus! Uw Koning, hier is uw God.Voor
deze Jezus valt men als dood aan zijn voeten. Jezus vraagt: wie zoekt u? Ik ben het. Zoek niet langer. Hij biedt zich vrijwillig aan. Indien gij Mij zoekt, zo laat dezen heen gaan. Hij wijst dan naar Zijn volgelingen. Laat Mijn schapen gaan. Bindt mij. Op voorwaarde dat u de schapen met rust laat. Laat mijn discipelen vrij uit gaan. Een geweldig woord. Hij eist een vrijgeleide voor Zijn schapen. Die bewaart Hij. Hij heeft ze opgedragen aan de hoede van Zijn vader,.
Horen wij hier niet het hart van het Evangelie., het plaatsvervangende werk van de Heere Jezus......We kunnen niet anders dan op grond van de Bijbel constateren dat de Heere Jezus hier een vrijgeleide bedingt voor Zijn schapen. Hij laat zich binden ter wille van anderen.
Hij neemt de schudt op zich en draagt de straf. Om stil van te worden. Wij beschermen onze kinderen zo graag. We vrezen dat ze ons ontglippen. We zouden ze wel willen leiden, en tegenslag van ze over willen nemen. Maar er blijft een grens en dan bidden we: wilt U ze vast houden?
Hij bidt niet alleen voor ze, maar treedt daadwerkelijk in de bres.
Judas geeft ruimte aan de boze in zijn hart. Hij gaat zijn eigen weg en ontrukt zich aan Jezus. Straks gaan de andere discipelen ook hun eigen weg, maar Jezus verliest hen niet uit het oog.
Het is fijn als iemand het voor je opneemt. Dan voel je dat iemand om je geeft. Als niemand om je geeft, dan kun je zo eenzaam zijn.
Neem Mij, zegt de Heere Jezus, en laat dezen heen gaan. Dat gebeurt ook. De discipelen kunnen vrij weggaan, niemand wil hen in de boeien slaan. Hij hield hen vast en ze konden heen gaan.
Heeft u die woorden ook ooit gehoord in uw leven? Gaat heen, want Ik heb u bevrijd, Ik treed in de bres. Ik gaf voor u Mijn leven....
We willen elkaar best helpen, maar er zijn wel grenzen. We willen u wel beveiligen, maar daar zit wel een prijskaartje aan. Er zijn best mensen die je willen helpen, maar wat nu als het gaat over je zonden?
Je hoofd dat zo vol is van verwarde gedachten over God? Je hart vol zonden? Wie neemt dat van je over? Jezus de goede Herder, de Hogepriester. Die heel bewust de hof opzoekt en zich bekend maakt.
Ik ben uw Heere en uw God. Hij laat mij vrij. Niet zomaar willekeurig, maar omdat Hij daarvoor gebeden heeft. Uit hen die Gij Mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren. Voor wie eist Hij dan vrijgeleide? Voor hen die Hem van de Vader gegeven zijn. Hier wordt iets gezegd van de schapen die ronddolen. De schapen van de Heere Jezus zijn ook de schapen van de Vader. Hij heeft hen overgegeven in de handen van Zijn Zoon.
Als u weet door genade een kind van de Vader te zijn, een schaap van de kudde....de Vader heeft u aan de Zoon gegeven. Wanneer weten we niet precies, maar het is in de eeuwigheid gebeurd. Voordat er iets van mij begon te leven was alles al in Uw boek geschreven. Niet om u bang te maken....want u moet niet in de eeuwigheid beginnen, maar in de tijd. Onderzoekt of u een schaap bent van de kudde? Mag u Hem oprecht volgen?
Heeft Hij u vrijgekocht?
Luister naar het gebed van de Herder. Hij bidt voor mij tot de Vader. Ik lig niet alleen in de handen van de Heere Jezus, maar ook in de handen van de Vader. De schapen stuiven alle kanten op, maar ze blijven toch liggen in de handen van de Vader. Zij zijn Hem wel eens kwijt, maar andersom nooit. Hij is de Zijnen nooit kwijt.
Misschien voelt u zich onbeschermd en alleen. Kom, ga nou eens mee in die hof. Ziet u dat de Heere Jezus een schild is voor allen die op Hem vertrouwen? Niet tegenspartelen, maar laat je door Hem leiden.
Er is een nationaal park waar al diverse mensen te water zijn geraakt en gered door de parkwachter. Nu was er weer iemand te water geraakt; de parkwachter wachtte tot hij uitgeput was en toen pas redde hij hem. Toen hij uitgeput was, was hij beter te redden.
Een mens worstelt wat af en vecht tegen God. Te midden van het wapengekletter zie ik daar 1 mens: de Heere Jezus. Een mens die Zijn goddelijke macht toont. Hij zegt slechts Ik ben het. En ze deinzen achteruit. Jezus pakt geen zwaard, maar de beker van Gods toorn en drinkt die leeg tot de laatste druppel. Zo doet Hij verzoening voor onze zonden. Zo legt Hij het uitgeputte schaap op Zijn schouder. Hij gebonden, opdat wij nimmer gebonden zouden worden. Daar kun je achter schuilen. Hij beschermt tegen de dood. Zou het niet eens tijd worden om je eens echt af te vragen: waar sta ik nu eigenlijk? Waar zoek ik bescherming in de strijd van het leven? U zegt wellicht: ik moet het allemaal zelf doen in deze harde, koude wereld.
Kom, hebt gij dan geen geloof? Hebt u dan geen Zaligmaker? Hebt dan geen Herder, geen Middelaar, die zegt: Ik ben het? Ik ben er voor u, voor jou. Spartel dan niet langer tegen. Ik heb je van Mijn Vader gekregen en ik laat je niet los. Tegenover vasthouden staat verloren gaan. Dus staat er wel wat op het spel. Je kunt het verliezen. Niet omdat je uit de hand van Christus valt, maar omdat je weigert om onder de handen van die Herder te schuilen en de hand van de herder wegduwt. Geen God en geen Meester. Zelf doen, zegt het kleine kind. Zo dicht erbij en dan nog misgrijpen? Niemand uit zijn discipelen is verloren gegaan. Maar Judas onttrekt zich heel bewust aan de kudde.
Een schaap kan nog onbedacht zijn herder verliezen. Maar bij Judas is het heel bewust, bedacht.
Wat heeft u er toch op tegen om bij de Herder te schuilen? Heeft u te weinig geloof, te weinig hoop, te weinig dankbaarheid, te weinig zondenkennis? Gooi al die wapens weg. Laat u als een schaap van de kudde redden. Een schaap dat alleen maar blaten kan.
Misschien voel je je als jongere alleen staan en is er niemand die je begrijpt. Sommige mensen ervaren hun leven als een hel. Maar in de hel wordt het Evangelie niet gepreekt. We zijn nu in het heden der genade. Schuil bij de Heere Jezus, dan ben je echt veilig. Wie op Gods bescherming wacht, wordt door de hoogste Koning beveiligd in de duistere nacht, beschaduwd in Gods woning.
Die bescherming is meer waard dan een wapen. God is mijn schild. Neem Mij, en Mijn schaap is vrij en blij......