Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-03-22 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Het leven van de Messias (Werkvertaling HSV Jesaja 52:13 - 53:12)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 53:1-3 Jes 53:1-3 Joh 12:37-50 Rom 10:13-21 2009-03-22.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2009-03-22T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 12.0Mb)
Het vierde Knechtslied van Jesaja

Edit| EditReeks
Samenvatting:
James Durham 17e eeuw, Glasgow: hij schreef een dikke pil over Jes 53, “De gekruisigde Christus - het merg van het evangelie. Dat is waar. Het is één groot lied over de lijdende Knecht des Heeren. 15 verzen, 5 coupletten van elk drie verzen, de hoofdtrekken worden beschreven.

We hebben het eerste couplet gehad. Vanavond het tweede couplet.

Het leven van de Messias
1. de prediking over (v 1), 2. de grootwording van (v2), 3. de houding tegenover de Messias (v3)

Wie heeft onze prediking geloofd, vraagt Jesaja. De vernederde en verhoogde Messias. Alsof Jesaja een beetje moedeloos is. In h6 is Jesaja gezonden. Wee mij, en daarna: Wie zal Ik zenden naar dit volk. Zend mij! Hij steekt zijn vinger op. Dan mag hij gaan in Zijn kracht. Hij preekt, ook profetieën. Maar wat werkt het uit? Wie heeft het geloofd?

Het is apart dat dit vers door de Heere Jezus en door Paulus in Romeinen aangehaald wordt. De Heere Jezus had zoveel tekenen gedaan. Hij is de Messias, mensen hebben naar Hem geluisterd, en ze zijn Hem nagewandeld; maar wie heeft het nu geloofd? Op de laatste dag van het feest – Hij riep - wie dorst heeft kome tot Mij! Hij riep en riep, maar wie kwam er nu? Een overblijfsel, meer niet. In dat verband wordt Jesaja aangehaald. Een vraag naar mijn hart: wat doe ik ermee.
Jes 53 staat natuurlijk in de Tenach. Maar het wordt nooit gelezen in de synagoge. De vijf boeken van Mozes worden gelezen. Het lijkt alsof ze die boekrollen hebben meegegeven aan de kamerling uit morenland –

Wij gaan er niet boven staan. Gezien Rom 10. Wij stonden daar op de Areopagus, de meesten spotten. Weinig geloof en veel verzet, ook bij de heidenen. Niet alleen zijn het evangelie gehoorzaam. Er was een groot ongeloof.

We stellen onszelf die vraag. 18 jaar predikant mag ik zijn. Die vraag komt wel eens in mij. Sommigen mogen duizenden bereiken, maar wie heeft die prediking van harte omhelst? Of gaat u naar huis vanavond: de preek was goed bevallen, maar elk bleef weer als allen…. Nicolaas Beets maakte een mooi lied over Jes 53, een Reveil man.

Hoeveel dominees hebt u al niet gehoord in uw leven? Hoeveel preken hebt u al niet gehoord? Al heel wat boekjes vol geschreven. Of uit de Bijbel gelezen? Hoeveel psalmen heb je als kind op de basis school geleerd. Maar heb je het nu geloofd? Of is je hart als een steen, of als een spons? Als het van steen is, laat het dan breken, als de rotsen toen U stierf, Heere Jezus!

Kinderen. Vanmorgen was ik in een gemeente en daar had je kindernevendienst. Maar de kinderen kwamen ook niet meer terug. Fijn dat jullie er zijn. Weet je wat geloof is? In mijn vorige gemeente ging ik vaak naar een verpleegtehuis. Daartegenover had je een tuinwinkel. Boven de deur: een lammetje en een kind dat zijn handjes legde om de hals van het lammetje. Dat is geloof, je legt je handen om het Lam van God, daar hoef je niet bang voor te zijn, maar voor de zonde wel. Maar voor het Lam niet. Leg je armen over de Heere Jezus heen.

De NBV: ‘wie kan dat geloven’, dat is ook een vraag. Op een openbare basisschool, hoorde een jongetje van Pilatus en het overleveren van Jezus – hij vroeg: “dat is toch zeker niet doorgegaan…?”
Vers 1 is bijna al genoeg voor vanavond. Sta daar eens bij stil. De Heere verwacht een antwoord van u en van mij. Laten we bij het kruis knielen. Met het hart. Heb jij die prediking geloofd, dat jij dan stil en blij mag zeggen, ja ik geloof, dat Jezus ook voor mij stierf.

En aan wie is de arm des Heeren geopenbaard, staat er nog achter. Een arm is een teken van kracht. Oosterlingen hebben een wijde tunica aan. Normaal schuilen de armen in de plooien van dat kleed. Maar als hij aan het werk gaat, dan wordt het kleed teruggeslagen, en zijn arm ontbloot. Dan gaat er wat gebeuren. Een krachtig werk moet gedaan. Die beeldspraak wordt voor God gebruikt. Met eerbied gesproken, God heeft “Zijn mouwen opgestroopt”. Wie zag nu, wie erkende nu, dat in Jezus van Nazareth de arm des Heeren bezig was heil te bewerken voor zondaars.
Wie – niemand? Zijn we dan voorbijgangers, als kerkgangers. Toen Jezus aan die houten paal is gekruisigd, mensen keken even en gingen voorbij.. ze knikten even of schudden hun hoofd, niemand die knielde. Wie heeft er nu geloofd?

2
Want – het geeft een reden aan. Vers 2 geeft de reden aan waarom Israël niet geloofde in de boodschap van de Messias. Ze hadden een verachting voor de persoon van Jezus Christus, Hij kwam immers in vernedering, zo nietig. KT: de Joden hadden zich ingebeeld, dat die langverwachte Messias in Koninklijke praal zou verschijnen. Die grote Davidszoon zou schitterender zijn dan Salomo in al zijn heerlijkheid. Maar het werd een tegendeel: geen koning maar een knecht, niet in Jeruzalem op een paard, maar op een ezeltje uit Galilea. Een Lijder, geen grote Davidszoon, maar een arme timmermanszoon. Zijn verschijning imponeerde niet. Ze dachten…. De gedachten waren verkeerd.
Als wij gaan denken, gaat het vaak mist. Ik dacht dat de profeet zou komen, zei Naäman. Zo had ik het niet gedacht? Als wij onze gedachten op de Schrift gaan leggen….
Als een rijsje, een loot, wortelscheut. Gering, onooglijk. Dat beeld gebruikt Jesaja wel meer. Jes 11, een rijsje uit de afgehouden tronk van Isaï. De boom van het geslacht van David was geveld. Door het oordeel van God, de troon staat er nog, maar zes eeuwen geen koning. En dan komt er een sprietje uit de afgehouwen tronk. Als een wortel uit een dorre aarde. Onvruchtbare aarde, beeld van Israël. Een onvruchtbare godsdienst, zo was het toen Jezus geboren werd. Moet je daar nu enthousiast in gaan geloven? Geen machtige ceder. Het is allemaal zo klein in Gods koninkrijk. Het gaat met het hengeltje, niet met een visnet. De nacht is ver gevorderd, maar het is nog nacht. Wanneer komt de morgen, wachter? Ook dat is Jesaja. Hij komt, maar nog is het nacht.

Een vroege kerkvader, Origines, past dat toe op Maria. Ook goed gevonden, de dorre aarde is dan de niet bevruchte moederschoot.

Toch gaat het groeien. Het zal uiteindelijk een hoge grote boom worden, maar zo ver is het nog niet.
Dat Jesaja dat al ziet, 700 jaar voor de geboorte van de Heere Jezus! Hij zal opgroeien van God Zijn Vader. Over de eerste 30 jaar weten we weinig. Hij bloeide open voor Zijn Vader, maar niemand zag het. We weten alleen iets over Hem toen Hij 12 jaar was. Gods oog rustte op dat enige timmermanszoontje uit Nazareth, zonder zonde. Voor Gods aangezicht - Hij betekende niets in de ogen van de mensen, maar alles voor het hart van God. Zijn oog slaat mij in liefde gade. Net als bij David – ergens bij die kudde. God zag hem wel.

Vers 2b)
Gedaante, heerlijk, gestalte. Een portret van de Messias. Profetie voor 7 eeuwen daarna. Zo nauwkeurig. Geen gedaante, - d.w.z. geen aureool, Hij kwam heel gewoon. Geen imponerende gestalte. Simson had ten minste nog spierballen. Saul was een kop groter dan de rest. Zelfs de Johannes de Doper ziet het niet in één keer. Hij krijgt een openbaring – op wie de duif neerkomt: dat is Hem. Niet excentriek in Zijn kleding maar heel gewoon.
Geen heerlijkheid, geen luister, Hij legde al Zijn heerlijkheid af. De gestalte van een slaaf, geen uiterlijke majesteit. Geen kroon of troon. Bent U een koning? Zei Pilatus - Dat was niet aan Hem te zien.

Jezus zoals ik Hem niet kende. Geruisloos als een wortelscheut opkomen. Hij schreeuwde niet, nietig in Zijn voorkomen. Van David stond nog dat hij schoon van gestalte was. Die man heeft iets, en de Heere Jezus niet…

Hij had geen gestalte – dat je niet zou zeggen: die verklaar ik nu voor mijn Messias, nee, zo kan het toch niet zijn. Ik voel me niet aangetrokken. Hoe werd Hij geschonden en mishandeld! Klauterend naar de heuvel, bloed, de wonden, de striemen, naakt genageld aan een houten paal als een vervloekte. Is dat Hem dan? Afstotelijk, afschuwelijk.
Wij kijken altijd naar het uiterlijk van mensen, als dat imponerend is… mooi gezicht, mooi behangetje. Zo gaat dat in het natuurlijke leven. Maar dat behang wordt een keer geel. Het volk spreekt het uit: Geef dan maar de terrorist Bar Abbas, iemand die ten minste nog vechten kan. Hij heeft ons alleen maar goed gedaan.

Jesaja, zegt wij. Niet zij, hun. Ik zit daar ook bij. Wie zijn die wij? U, ik en jij. Wij begeren Hem niet, wat is dat in de praktijk van ons leven waar. Staat dat bovenaan mijn verlanglijstje? Wat staat er op 1 en op nr 5? Wie zet de Heere Jezus op nr 5? Meesten op 3, en de fanatieken op nr 2. Begeer je Hem nu? Wat lokt en trekt er nu? Dat ik de liefelijkheid van de Heere mag aanschouwen? Hou je dan niet van de Heere Jezus? Ja hoor. Een beetje – daar moet de Heere het dan mee doen, niet koud en niet heet – lauw noemen we dat.
Jesaja, jij ook? Hij sluit zich bij die wij in…. Ook ik. Ik heb Hem niet begeerd. Niet zij, maar wij.

De schoonheid van de Heere Jezus is innerlijk. Ik heb geen mooie Jezus voor u. In de schilderkunst wel. Het is wel mooi om te zien. Vriendelijk, mooi, een beetje tenger, met vrouwelijke trekken haast, een vergeestelijkt mens. - Nee zo niet. Ik heb een Jezus voor u die hard gewerkt heeft. Er staat: Hij werd krachtig en was aangenaam voor God en mensen. Als timmermanszoon moet je hard werken, stenen bikken, hout hakken. Geen vrouwelijke weke schim, maar een gewoon mens, met wonden en striemen, een geschonden, gebroken lichaam. Ik ken iemand die Hem wel begeerde toen, de moordenaar aan het kruis, die keek in een gapende hel. De koning der Joden – toen vielen de schellen hem van de ogen. Hij mocht hem als zijn koning herkennen. Heere, denk aan mij. Hij zag niet naar het uiterlijk, maar naar het hart. Hij hing aan Zijn lippen. Heere gedenk mij. Geloven is vooral lezen en luisteren naar het bordje en Zijn stem: vader vergeef hen.

Weet je wie het ook zag: de bruid zag het ook: mijn liefste is blank en rood – rood van Zijn eigen bloed – zo is Hij mijn liefste geworden, het middelpunt van het vaderhart werd het mikpunt op Golgotha. Het middelpunt van mijn leven. Johannes zag het ook; de massa zag het niet, maar wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, dwars door de sluier van Zijn mensheid heen, zien wij Zijn godheid schitteren.

Van de tabernakel zag je geen goud van een afstand, alleen een witte linnen omheining en zeekoeienhuiden over het huis zelf. Saaie kleuren. De buitenkant is niet imponerend, maar kom eens mee met de priester? Mocht ik in die heilige gebouwen... Alles goud wat er schittert. Hier wijd mijn ziel met een verwonderend oog. Zo is het ook met de Zoon van God.

Hebt u er dan geen trek in? Jezus als een verborgen persoon, maar als je nabij mag komen, dan zie je pas Zijn grootheid en wordt Hij steeds groter.

Wie heeft onze prediking geloofd, van harte amen erop gezegd, zijn handjes om de hals van het Lam van God gelegd? Als je zo in Hem mag gaan geloven, dan wordt dat smartelied jouw hartelied en eens wordt dat dan omgezet in een loflied voor de troon.

Edit