Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-04-10 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Zie het Lam van God Werkvertaling HSV Jesaja 52:13 - 53:12; Gelezen: NGB art 20

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 53:6,7 han 8:26-40 Jes 53:6,7 2009-04-10.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.7Mb)
2009-04-10T.191.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.7Mb)
Het vierde Knechtslied van Jesaja

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Agnus Dei. Lam van God. Daar is al veel over gepreekt. Johannes de Doper – zie het Lam, dat de zonden der wereld wegdraagt. Er is ook veel over gezongen. “Lam Gods dat zo onschuldig” uit de Hervormde bundel. Of uit het Liedboek voor de kerken: Halleluja, lof zij het Lam (da Costa), of een Opwekkingslied: kostbaar Lam van God, Messias, Heilig God is Hij.

En er is veel over geschilderd. In Gent in de St Bavo Kathedraal van Hubert en Jan van Eyck, De aanbidding van het Lam, twaalf panelen. Een groot rood altaar en daarop een Lam, staande, en uit zijn hals komt bloed en daarboven een stralenkrans, en daarboven God de Vader op de troon. Er komen allerlei mensen naar toe, apostelen, profeten, martelaars, een grote stoet van kerkvaders, en een fontein daarvoor met levend water. Als ik een beamer had zou u er even naar kunnen kijken…

Zie het Lam van God
Ik zie drie personen: mezelf (Wij dwaalden als schapen,) God (de Heere heeft alles op Hem aan doen lopen) en de Heere Jezus (Hij werd verdrukt, Hij deed zijn mond niet open.
Als je het Lam leert kennen leer je ook jezelf kennen en God.

1 zelfkennis, 2 Godskennis, 3 Christuskennis

1
Een schaap is een dom dier en goed in weglopen. Als er een gaatje is gaat de belhamel ervandoor en de rest volgt. Ondankbaar eigenlijk. Die Herder is zo goed en teer. En dat schaap gaat toch van die herder vandaan. Jesaja bedoelt het Joodse volk. Inclusief mijzelf. Het begon al in de woestijn. Net verlost door God uit Egypte. Dwars; viertig jaar heeft de Heere verdriet gehad. Als je kinderen hebt, als ze 20 zijn en gaan op zichzelf en je moet dan zeggen, ik heb er 20 jaar verdriet van gehad. Dat is erg… Heeft de Heere alleen verdriet van jou gehad?
Het gaat ook om ons.
Als je naar de kudde van het volk van God kijkt - het zijn alleen eigenzinnige wezens. Er mankeert aan ieder wel iets. Gebroken poot, mager, weggelopen. Maar ze hebben allen een dwaalziek hart. Er is niet veel goeds van te vertellen. Onopzettelijk of soms met opzet de Herder verloren. Je dwaalt zo licht af. Hij graast van de ene hap naar de andere hap en onbedacht ben je al weer een eindje verder. Die neiging zit er in, de begeerte van je hart volgend. Het kan ook in de kerk, - je bent nu al afgehaakt, je zit al weer te denken aan de boodschappen voor de Pasen.
Je bent aan het bidden – amper een minuut of je dwaalt af.
Stel je voor dat het schaapje zijn kopje omhoog doet – de Herder en de kudde kwijt. Arm en eenzaam op vijandig terrein. Als je er aan ontdekt wordt. Dan hoor je honden en een brullende leeuw. Nu wordt het omkomen…? Wat heb je het dan benauwd, het eeuwig kwijt zijn. Wij keerden ons een ieder naar zijn weg – individueel. Elk apart. Ik liep mijn weg bij eigen licht, heel persoonlijk. Het gaat voor ieder apart, voor de broeders en mij ook. Luc 15, mooiste hoofdstuk. Herder kwijt en kudde kwijt, de verloren penning en de verloren zoon, weggegaan. En vroeg of laat kom je in de woestijn i.p.v. de weide. Wat heb ik nu eigenlijk? Ik heb alles meegemaakt maar ik heb niks.

Een schaap heeft bescherming nodig, het is een hulpeloos dier, geen horens of scherpe snavel of scherpe klauwen heeft. Afhankelijk. Herderloos te zijn is erg gevaarlijk. Een schaap heeft leiding nodig. Hij kan niet alleen terug. Hij zal altijd de schadelijke weg lopen. Onbekwaam om de goede kant weer terug te gaan.

Wij hadden vroeger een hond, veel van het beestje geleerd. Een zwarte hond. In de kracht van zijn leven liep hij wel eens weg. Maar hij keerde altijd terug, dat kan een schaapje niet. Hij heeft leiding nodig. Zelfkennis. Wat ben je te beklagen, als niet Jezus als je persoonlijke herder kent. Ik ken wel janken – je komt een keer om. Zielig, al heb je een vette portemonnee. Straks wordt het sterven.
Als een leeuw zo’n schaapje opvreet – je ziet een paar botjes en een lapje van een oor.

Ik hoop dat je nu niet zegt, tja we zijn allemaal zondaars, dominee. Ik vraag om een stukje inleving. Dat je zelf zo eigenwijs bent. Heere heeft u iets anders dan verdriet van me?
Die oudste zoon wilde ook niet naar binnen, hij ging ook zijn eigen weg, zijn eigen feestje met zijn eigen vrienden, zonder vader. Oudste zoon – gehoorzame jongen? Zonder zijn Vader….

Om de liefde van Christus te smaken moet je proeven wat het is om een verloren mens te zijn (Calvijn). Hoe meer liefde hoe bitterder de zonde smaakt.

2
Godskennis. De Heere heeft onze ongerechtigheid op Hem doen aan lopen. Hij dreef onze ongerechtigheid op Hem, in de drie uren duisternis. Van 12.00-15.00 uur op Goede Vrijdag. De dood met zijn prikkel slaat voluit in zijn ziel, de hel met al zijn smarten voluit in Zijn binnenste. `Doch de Heere…` 6a is in mineur, maar 6b: Hier gaat Jesaja het wonder in. Zo verrassend in de Bijbel, “Doch”. Als het niet meer kan of gaat. De Heere neemt het initiatief als het vast zit. Wij deden wat – weglopen - en God ook: onze ongerechtigheid op Hem aanlopen, wij weg- , Hij aanlopen. Het wonder van de plaatsvervanging. Afgeschoven op Hem. Er had moeten staan, het liep op ons aan. Goede Vrijdag is de Grote Verzoendag voor de Kerk. Toen zijn de zonden verzoend. De zondebok werd weggezonden. Getoond aan het volk. Zo is de Heere Jezus getoond door Pilatus aan het volk. Zie uw koning… De zondebok werd aan het volk getoond. En de zonden werden op die zondebok gelegd. Als de ongerechtigheden werden beleden, overgedragen. De hogepriester moest die bok neerdrukken. Het gewicht is zwaar. De woestijn in gestuurd, waar het zou sterven.
Als het zondevuil; van al die verloste zondaars, die straks zullen buigen voor die troon. Al de vuilnis gedumpt… De aller Heiligste werd de aller smerigste.
Goede Vrijdag 2009 is voor mij een hoge steile berg. Letterlijk een heuveltje. Maar het is een steile hoge onoverkomelijke berg en een kruis wordt daar opgericht en ik zie daar ontelbaar veel tassen staan, kinderen. Ze zijn vol met zonden. Een vuilnisbelt van schuld. Je zondepak, in de woorden van Bunyan – staat die van jou daar ook?

Je oppervlakkige leven, je eigenzinnige wil. Doe het allemaal in die tas, en laat het daar achter! Ik ben mijn pakkie kwijt…

Aanlopen, kun je ook vertalen als aanbotsen – een zwarte, diepe stroom van ongerechtigheden, die schutst uit naar Golgotha; Zijn hoofd is als bedolven in de golven van mijn ongerechtigheden. De golven en baren van Gods toorn over mijn zonden. Die gaan ook over Hem heen. Hij in de golven ondergegaan.
Als dezelve geëist werd- als de betaling geëist werd, kun je zeggen. Er werd betaling vereist. Goede Vrijdag is ook betaaldag voor de Kerk. Door een Ander, voor mijn schuld. God eiste betaling. Hij is een eisend God, ouderwetse woorden, maar het is wel waar. Je mag het ook anders zeggen, maar God eist betaling. Dat is Zijn recht. Schuldeiser. Hij kan niet van dat recht af.

Voor de schulden van Zijn knechten liet Hij zich aan het kruis hechten. Met Hem werd er afgerekend, hij werd het Kind van de rekening! Door mijn schuld. Volkomen heeft Hij betaald.

3
Christuskennis
Weer een vergelijking met een herder en kudde. Als een Lam. Zwijgend leed hij. Scheren en slachten zijn de beelden.

Apart: in vers 6 hebben mensen de slechte eigenschappen van schapen. Maar de Heere Jezus heeft hier met de goede eigenschappen van een schaap - onschuldig, gewillig. Een zij-lam, staat er. Ooilam. De arme in de vergelijking van Nathan, was zo verknocht aan zo’n lammetje. En dat ene wordt gepakt, gemeen, hè. God had 10 duizenden engelen. Maar slechts één Lam, dat in de schoot van de Vader was, en dat wordt geschoren en geslacht.

Een Joods sprookje: legende met een moraal. Kort na de schepping beklaagde het lam zich bij God. Het ging liggen voor de treden van de troon: ik heb geen klauwen en slurf, slachttanden, ik kan me niet verweren. God zei: zal ik jou krachtige wapens geven? Nee ik wil geen andere dieren pijn doen… Mag ik een wapen krijgen, dat het lijden een beetje dragelijk is? Zachtmoedigheid, toewijding en geduld kreeg Hij van God. Betrek dat eens op de Heere Jezus. Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart.
Lam van God – het stoot niet hem die het kelen zal, maar volgt zachtjes zijn slachter. Toewijding.

In Rijssoord woonde een slager, er was geen nog abattoir. Varkens werden er geslaagd, dat vond je spannend, koeien voelden dat aan, ze gingen naar de slachtplaats, ze loeiden! De varkens spartelden tegen en schreeuwden alles bij elkaar. Maar schapen waren stil en dat was ontroerend. Vast gebonden aan de vier pootjes, een vlijmscherp mes ging in een keer door de hals en je hoorde geen geluid. Je zag wel dikke tranen uit de ogen van het schaap rollen. Dat wordt bedoeld. Stemmeloos, Hij heeft gezwegen. Geen klacht over zijn lippen. Job had nog een klacht. Waarom, o God zegt hij 40 hoofdstukken lang. Maar bij Jezus geen kwaad woord, ook niet tegen valse beschuldigers, Hij protesteerde niet tegen het onrecht. Hij verweet hen niet, Hij verzette zich niet, Hij vervloekte Zijn vijanden niet, dat deed Elisa wel. Stel je voor - als Hij dat wel gedaan had: Hij had al Zijn beschuldigers het zwijgen op gelegd. 12 legioen engelen hadden hem kunnen assisteren, een wiekslag en – weg al die soldaten! – hij had kunnen bidden: doe Mij recht, o God… Wij zouden allen omkomen… Hij deed het niet.

Scheren gaat om de wol, beroofd van je bedekking, bij slachten word je beroofd van je leven. Daar is verschil in. Een scherpe schaar, ontdaan van Zijn hele vacht. De Heere Jezus werd ook op de grond gelegd, en van al zijn kleding ontdaan, arm en naakt zo is Hij aan het kruis gebracht en Hij zei geen woord. Misschien heeft Hij gekreund maar niet geloeid, gekrijst. De instrumenten die de mensen gebruiken om het Lam van God te scheren: hamer, spijkers, gesel, rietstok en speer. Voor en achter, boven en onder. Scheerders, meervoud. Ruwe scheerder - zo kwam een schaap er gehavend uit. Het ging om de wol…. Er is een Lam dat bloedt en ik ben het die bloeden doet.

Maar ook slachten:. Scheren doen mensen hem aan, maar slachten doet God de vader zelf. Naar de slachtplek. Ze leidden Hem, weg naar Golgotha. Wat moet het voor de Heiland geweest zijn – daar word Ik gekruisigd…
Zo mak alsof hij ter kooi ging. Een lam is onmachtig. Maar de Heere Jezus niet, Hij deed het vrijwillig uit reddende liefde. Een lam weet niet wat hem te wachten staat. Wat is hem die schaal en dat mes. Maar de Heere Jezus wist wat er zou komen. Hier zitten we bij het aanbiddelijk hart van het evangelie. Vader slachtte Zijn Zoon, “die zelfs Zijn Eigen Zoon niet gespaard heeft” – Abraham en Izaak, het was zijn enige schootzoon. Samen gaan ze de heuvel Moria op. Izak met het hout op zijn rug, Abraham nam een mes mee en vuur. Hij schikt het hout en legt daar zijn zoon op, en dan gelukkig die hand die hem tegenhoudt. God zal zelf in het brandoffer voorzien….

Drie uren duisternis, en gaat een gordijn voor. Het ontrekt zich aan het oog wat er gebeurt tussen de 1e en 2e Goddelijke Persoon…..

Van dat Lam is de hele hemel vol. In de drie dagen van duisternis in Egypte hadden alle Joden een lammetje in huis. Het middelpunt van het gezin. Overal donker, maar Hij was er. De kinderen gingen zich hechten aan het lammetje, op de vierde dag moest het toch sterven, maar we vinden het zo lief, papa. Maar anders zul jij vannacht sterven, mijn zoon…
Dat bloed is verzoenend, betalend. Reinigend bloed, beschermend tegen de verderfengel. Het mes van Gods recht en het vuur van Gods toren, in Hem, over Hem om jou te sparen.

Waarom hebben we Handelingen 8 gelezen? De kamerling heeft dit gedeelte gelezen. Hij begrijpt het niet, en Filippus komt op zijn wagen en legt het uit. Na de schriftlezing komt de prediking van FiIippus en hij verkondigde hem Jezus. En ging zijn weg met blijdschap! Het Lam kwam in zijn hart, hij kwam tot bekering. Ook voor een onbesneden Filistijn, een wereldse Tyriër, voor hen is het allemaal.

Je komt jezelf een keer tegen. Je gaat onderste boven. Ik heb Hem nodig, ook Gods kennis, Hij gaf Zijn zoon, en Christus gaf Zichzelf. Ik zou het liefst willen dat je deze Goede Vrijdag 2009, dat je komt zoals je bent, met je rugzak vol. Nu – zoals je bent. Zoals ik ben kom ik tot U.

Zoals ik ben, arm, naakt en blind
Gij maakt mijn hart nu rechtgezind;
Gij maakt een zondaar tot Gods kind,
O, Lam van God, ik kom!
[JdH 711:3]

De zwartste en de hardste - ik kom, ik mag komen. En ze komen, door goddelijk licht bevrijd. En als je dat nu vertikt, - omdat je te eigenwijs bent, dan krijg je straks te maken met de toorn van het Lam, zie Openbaring 6. Ze zouden onder de tegels van de stoep willen kruipen.

Agnus Dei, veel over gepreekt, gezongen, geschilderd.

En een beeldhouwwerk: in Werden (Duitsland) heb je een dorpskerk, aan de gevel zie je een gebeeldhouwd Lam. Er was ooit daar een leidekker bezig en de haak schoot los en hij klapt zo naar benden. Hij zou te pletter gevallen zijn, maar op dat moment was er op het kerkplein een herder met schapen, en hij viel op een lam. Dat dier was op slag dood, maar die man was ongedeerd. Het lam stierf en de man werd gered, en onderaan het beeld staan de woorden: het Lam van God, die redt een ieder die op Hem ruist. Jaren later komt daar een dichter, en vraagt ernaar. Dat ontroerde hem zo, dat hij een lied ging schrijven – u kent het misschien uit Johannes de Heer:

Op het Godslam rust mijn ziele,
Vol bewond’ring bidt zij aan:
Alle, alle mijne zonden
Heeft Zijn zoenbloed weggedaan

Met den vrede Gods in ’t harte
ga ik hier door smart en strijd;
Eeuw’ge rust vind ik daarboven
In des Godslams heerlijkheid.
[JdH 809:1,4]

Edit