Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-04-26 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Met Christus gestorven en opgestaan

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 33 :88,89,90 Rom 6:1-14 2009-04-26.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.0Mb)
2009-04-26C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.3Mb)
2009-04-26T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Met Christus gestorven en opgestaan

1 de oude mens (88,89)
2 de nieuwe mens (90)


In zondag 33 van de Heidelberger Catechismus gaat het over de bekering. Twee hele belangrijke woorden in de Schrift zijn geloof en bekering. Paulus heeft dat steeds gepreekt; in de Heidelberger Catechismus komt dat ook voor. De Heidelberger Catechismus spreekt eerst over het geloof en pas aan het eind, in het stuk der dankbaarheid wordt over de bekering gesproken. Opvallende volgorde.....Bekering is dan vooral heiliging, toewijding, geestelijke groei. Dagelijkse bekering. Die eerste bekering is: van dood levend worden. Inkeer, afkeer van het oude en terugkeer naar de Vader.

In zondag 33 gaat het over de heiliging, over de toewijding.. De eerste bekering is koersverandering; de dagelijkse bekering is bijsturing.
Als je bekeerd bent, dan begint het pas. Er wordt gesproken over een oude en een nieuwe mens. Bij verkering gaat het erom of je elkaar krijgt; bij bekering gaat het er om hoe die nieuwe mens van die oude mens afkomt. Wat gebeurde er nu op de dag van je bekering? Een nieuw leven, vrede met God, een hemelburger geworden. Vroeger was je misschien haatdragend, maar nu begin je lief te krijgen. Vroeger gierig; nu gul. Vroeger lui, als het om de dingen van God ging. Nu ijverig. Vroeger een lastige brandnetel, een bos prikkeldraad. Nu ben je zachter geworden. Vroeger had alleen jij gelijk, maar nu kun je je ook je nek buigen voor een ander. Er verandert iets. Je krijgt een andere blik op de wereld, op de mensen om je heen. Dingen die je vroeger saai vond, daar gaat nu je interesse naar uit. Hoe het komt weet je niet, maar het is wel zo. Je gaat je lust en liefde in andere dingen vinden. Vroeger ging je helemaal op in je gezin....en het zijn ook schatten, maar als je niet meer hebt ben je arm. Je eigenlijke schat is nu in de hemel. Je ogen kijken anders. Je oren luisteren naar andere dingen. Je stem en je tong spreken anders. Paulus lastert Christus voor zijn bekering; daarna dankte hij God en getuigde hij van Jezus.

Vroeger zeiden de mensen: een christen is een tweemens. De Heidelberger Catechismus zegt: afsterving van de oude mens en opstanding van de nieuwe mens. Ik dacht dan: die oude mens sterft langzamerhand af en die nieuwe mens wordt langzamerhand steeds meer. Maar ik geloof niet dat dat waar is. Laten we eens kijken hoe dat nu precies zit in de Bijbel met die oude mens en die nieuwe mens.
Zie het eens naar het kruis van de Heere Jezus. Dat wil zeggen dat de Heere Jezus voor mij is gestorven, zodat mijn straf door Hem gedragen is. Maar Hij is niet alleen voor mijn zonden gestorven, maar ik ben gestorven met Hem. Onze oude mens is met Christus gekruisigd!
Leest u mee in Romeinen 6: 6. Wetende dat onze oude mens met Hem gekruisigd is. Niet: dat die oude mens langzamerhand en geleidelijk afsterft, maar gekruisigd is! Vers 4 spreekt zelfs van gestorven en begraven, zegt Romeinen 6. Calvijn zegt ook: je mag dit vers niet niet lezen alsof die oude mens nog niet helemaal gekruisigd en gestorven is. Die bestaat niet meer, God heeft er mee afgerekend. Toen de Heere Jezus stierf op Golgotha, stierf mijn oude ik met Hem aan het kruis. Daarvoor in de plaats is er een nieuwe mens gekomen, namelijk die nieuwe mens, waar Christus het gezag over heeft. Ik ben met Christus gekruisigd en met Hem opgewekt, zegt Romeinen 6: 4. Die nieuwe mens is Christus in mij nu. Die oude mens was er alleen voor je bekering. Die stond onder de tirannie, onder de dwangmatigheid van de zonde. Jij als zondaar onder de macht van de zonde. Die oude mens bestaat niet meer. Wat ik in Adam ben geworden, daar heeft God mee afgerekend aan het kruis,. Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer. Dat oude ik is weg, maar Christus leeft in mij. Dat is die nieuwe mens. De Heiland staat aan het roer van mijn leven. Of je nu een bandeloze of een vrome zondaar was, dat maakt niet uit.

Die oude mens was Saulus van Tarsen. Een vrome, fanatieke, eigengerechtige Farizeeër. Toen de Heere Jezus hem in zijn kraag greep, ging die oude mens toen langzaam aan afsterven? Nee. Die oude mens stierf direct en hij werd Paulus, een nieuw mens. En in Uw kruisdood mee gekruisigd sterven en herboren opgestaan achter U ten hemel aan. Dat is de nieuwe mens.
Saulus van Tarsen leeft niet meer, maar Paulus is het geworden. In de tijd van Romeinen 6 ging de dood nog met onderdompeling. Dat werd daarmee symbolisch uitgedrukt: de oude mens ging kopje onder, werd begraven door de doop in de dood. De doop als een watergraf. De nieuwe mens komt er uit, dat oude bestaan dat eertijds, dat verleden is weggedaan.

De Israëlieten in de Rode Zee waren vroeger slaven van Farao. Gebukt en geslagen. Maar ze zijn verlost door het bloed van het lam, en gaan door de Rode Zee. Dan kunnen ze niet meer terug. Ze zijn voortaan vrije mensen geworden. Geen slaven meer, maar we dienen nu een nieuwe meester op weg naar het beloofde land.

Dat is het onderwijs van de Bijbel over de oude en de nieuwe mens.

In de kerkgeschiedenis hebben we een grote Augustinus. Voor zijn bekering had hij een losbandig leven. Hij kwam een van zijn vrouwen tegen waar hij vroeger mee samen had gewoond. Ze riep hem op straat. Maar hij liep gewoon door. Ze bleef roepen en uiteindelijk stopte hij en zei: ik zie wel dat jij het ben, maar ik ben het niet meer. Ik sta nu onder het gezag van de Heere Jezus.

Het oude is voorbij gegaan en het is alles nieuw geworden. Niet alleen die oude mens die is weg. Ben je nu nog een zondaar? Nee. Kijk eens naar Romeinen 5: 8. Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars wàren.......dan ben je dat dus nu niet meer. Ik ben nu geen zondaar meer. Wat ben ik dan wel?

Ik ben een geliefd kind van de Vader geworden. Mijn status is niet meer dat ik zondaar ben, maar dat ik een koninklijk kind ben door de Vader bemind. Een zondaar is iemand die nog onder het juk van de zonde leeft. Die nog onder het gezag van de zonde leeft. Geen tweemens meer, maar een nieuw mens geworden. Geen arme zondaar tot de dood. Mijn positie is anders geworden.

Maar: ik zeg niet, dat ik geen zonde meer doe!!! Ik heb niet meer de status van zondaar zijn, maar doe helaas nog wel zonde. Ik heb nog steeds last van mijn zondige natuur. De Schrift zegt nergens dat de oude mens nog in een gelovige is. Ik ben een arme zondaar tot mijn dood, zegt men vaak in de gereformeerde gezindte. Je doet dan tekort aan de radicaliteit van de zonde. God laat ons niet voortmodderen tot aan het eind; Hij heeft er mee afgerekend. Maar u doet ook tekort aan de radicaliteit van de genade van Christus. Als je tot geloof bent gekomen en je zegt dat je zondaar bent gebleven, dan beledig je eigenlijk Christus.

Er is verschil tussen die oude mens en het zondige vlees. Voor mijn bekering was ik die oude mens, van Campen en ik had die oude natuur nog in mij, het vlees. Na mijn bekering ben ik de nieuwe mens in Christus en heb ik nog steeds de zondige natuur, het zondige vlees in mij. Maar dat zondige vlees is niet meer de baas; dat kenmerkt mijn bestaan niet langer. Die zondige natuur is onverbeterlijk slecht, dat blijf ik in mij omdragen en kan zomaar weer uitlopen in mijn leven. Maar mijn status is veranderd: Ik ben een nieuw mens.

Ik zou het voorbeeld willen noemen van een schipper die oud geworden is en zijn schip wil verkopen,. Hij wil er wel graag op blijven wonen, in een kleine hutje. Hij verkoopt het schip aan een ander, maar is dus zelf de baas niet meer. Er is nu een jonge kapitein. Het is zijn schip. Na een poosje gaat het schip varen en die oude baas steekt zijn hoofd uit het raam en zegt: dat moet je zo en zo doen. Dat doet hij steeds, en de jonge kapitein laat zich overrulen door die oude kapitein. Op het laatst heeft die jonge kapitein niets meer over zijn schip te vertellen. Hij beklaagt zich daarover tegenover de notaris die de verkoop heeft geregeld. Die zegt: dat is je eigens schuld. Je moet vanaf nu niet meer luisteren naar de oude kapitein. Je wappert gewoon met de koopakte en zegt: het is nu mijn schip en jij bent hier niet meer de baas!

Zo heb je nu als het goed is ook je levensschip in handen gegeven van de Heiland. Als die oude natuur je weer wil gaan regeren, dan wapper je met de koopakte. Wat is die koopakte? de Heilige Schrift! Je zegt als het ware tegen die oude kapitein: Hou je koest en blijf in je hut! De zonde heeft dan geen zeggenschap meer over mij. Elke keer weer als ik naar die oude baas luister, ben ik een vleselijk christen en geen geestelijk christen.
Hoe moet dat dan praktisch? Als die oude kapitein, die oude natuur nou blijft roepen? Romeinen 11 zegt: houd u dan voor de zonde dood. Mijn positie is dat ik met Christus gestorven ben. Op Golgotha gebeurde dat objectief en toen ik tot geloof kwam subjectief; toen werd dat voor mij waar. Luister niet naar die oude kapitein. Jouw oude ik bestaat niet meer. Je moet niet meer vechten tegen die oude mens, want die is dood. Dat kan dus niet. Je bent dood voor de zonde en de wereld.

Er was eens een jonge christen die er erg veel moeite mee had. Hij vroeg aan een oude christen: wat betekent dat nu, dood zijn voor de wereld en de zonde? Die adviseerde hem: ga naar de begraafplaats en roep de doden, doe hen mooie beloften, scheldt hen uit. Ze zullen niet reageren.....als de stem van de wereld je roept, als die stem je lokt of juist dreigt en vervolgt en uitscheldt, loop dan door. Houd je voor de zonde dood.
Er zijn mensen die dood zijn door de zonde en er zijn mensen die dood zijn voor de zonde. Die laatsten, dat zijn christenen.

Moet je vechten tegen je zondige vlees? Het antwoord van velen is ja. Maar moeten die jonge en die oude kapitein gaan vechten? Nee. Die jonge kapitein moet met de koopakte gaan wapperen. Je moet niet gaan vechten tegen de zonde. Dat lukt niet. Dat maakt nu de strijd uit. Als je het goede wil doen, ligt het kwade je bij.......Romeinen 7. Dan lukt het 1 dag om je boezemzonde te laten en op dag 2 gaat het weer mis. Je wordt er dood ongelukkig van. Wat dan wel? Je moet er toch ook niet aan toegeven? Wat dan wel? Wapperen met de koopakte!
Wij hebben een wapenrusting gekregen om te strijden tegen de geestelijke machten in de lucht. Hou je voor de zonde dood en voor God levend in Christus. Niet vechten. Niet toegeven ook, maar laat je vullen met het positieve: met wie God is, met wie de Heere Jezus is. Als je hart en je gedachten geconcentreerd zijn op Hem, dan krijgt de zonde geen kans, dan kom je aan die zonde niet meer toe.

Kijk naar de Heere Jezus. Die afsterving van de oude mens uit vraag 88, dat is niet Bijbels. Maar die opstanding van de nieuwe mens, vraag 89, dat is wel weer heel Bijbels. Opstanding van de nieuwe mens. Geef hem heel je leven. Heel je lichaam. Eens en voor altijd op Hem gericht. Een nieuw mens stelt al de leden van zijn lichaam in de dienst des Heeren. Je ogen: vroeger was je misschien verslaafd aan porno. Ga dan niet vechten om van de porno af te blijven, maar richt je ogen op de Heere Jezus. Vul je oren met goede muziek. Vul je mond met zijn eer. Ook je geslachtsorganen, stel ze in dienst van God. Je handen en je voeten aan God gewijd. Neem mijn leven laat het Heer, toegewijd zijn aan uw eer. Neem mijn stem opdat mijn lied U mijn Koning hulde biedt.

Jezelf ogenblikkelijk, overal in de dienst van God stellen. Watchman Nee, een bekende Chinese prediker zat eens in de trein. Reisgenoten vroegen hem om mee te doen met pokeren. Watchman Nee zei: mijn handen zijn niet meer van mijzelf, maar staan in dienst van mijn Meester. En toen legde hij hen het Evangelie uit...

Jaren geleden was er eens een Russische christin, die zwaar vervormd was door de ziekte ms. Eén vinger kon ze nog gebruiken. Met die ene vinger tikte ze goed Bijbelse lectuur over en vertaalde ze in de streektaal.

Kolossenzen 3: 9 lieg niet tegen elkaar, omdat u uitgedaan hebt de oude mens, maar aangedaan hebt de nieuwe mens! Die oude vodden heb je afgelegd; die nieuwe mens heb je aangedaan, een stralend wit kleed. Als je nu uitgedaan hebt die oude mens, positief dus, zoek dan daar gij met Christus opgewekt zijt, zo zoek dan de dingen die boven zijn waar Christus is! Laat dat nieuwe leven in je tot ontwikkeling komen. Doet dan aan (vers 12), heiligen en beminden (niet: arme zondaars!), de Heere Jezus Christus! Dan word je een volwassen christen zoals God je bedoeld heeft!
O ja, onderweg krijgen we te maken met de oude kapitein, die brult nog wel eens. Kap het af. Wees er niet meer op gericht. Vanuit het positieve: daar gij met Christus opgewekt zijt, is uw leven is met Christus verborgen in God.

Edit