Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-05-03 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Hoe lief heb ik Uw wet! DL H 3-4:11,13

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 33 :91,34:92 Deu 6:1-25 2009-05-03.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.9Mb)
2009-05-03C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2009-05-03T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De bedoeling van de bekering is om vrucht uit dankbaarheid voort te brengen. Goede werken, die groeien aan de gelovigen zoals wol aan de schapen. Maar wat zijn goede werken, wat de een goed noemt, vindt de ander anders.


Hoe lief heb ik Uw wet!
1 de goede werken (91) 2 Gods wet (92)


Daden zijn heel belangrijk in het leven van een mens. Er staat geschreven dat wij allen geopenbaard moeten worden voor de rechtstoel van Christus. Om te ontvangen naar wat wij hebben gedaan. Voor de levende gelovigen. Wij zijn geschapen in Christus Jezus om te wandelen in goede werken die God bereid heeft te voren.
Ze zijn ook belangrijk voor de gestorven gelovigen. In de Openbaringen staat: zalig zijn de degene die in de Heere sterven, zij rusten van hun arbeid en hun werken volgen hun na. Een gelovige staat voor die rechtbank om genadeloon voor die goede werken te krijgen. De straf heeft Jezus gedragen. De Redder is ook mijn Rechter; de beloning is voor elk kind van God weer anders.

De werken zijn ook belangrijk voor de gestorven ongelovigen. De grote witte troon zal worden opgericht helemaal aan het einde. Daar verschijnen alle ongelovigen, de groten en de kleinen. Ze worden geoordeeld naar hun werken. Ook zijn worden geoordeeld naar dat ze gedaan hebben op aarde. Niet kleine kinderen, maar kleine en grote zondaars. Een rechtvaardig en billijk oordeel. Als je straks naar je werken zult worden geoordeeld – dan betekent dat ook was voor kleine baby’s die sterven: zij hebben nog geen verkeerde daden kunnen doen. Dus zijn ze allemaal in de hemel. Ik ben ervan overtuigd. Als ze in hun jongheid overleden zijn. Is er dan geen erfzonde, dominee? Ja, ook voor hen was het zoenoffer van Christus. Maar ze hebben nog geen kwade daden gedaan. Een grote schaar van kinderen voor Gods troon. Daar gaan we nog wel eens over spreken, als de Heere het geeft. Denkt u er nog maar eens over na.

a
Wat zijn goede werken? Er zijn ook boze werken, die komen uit het vlees voort. Vrome dode werken kunnen God ook niet behagen. De goede werken hebben als wortel een waar geloof. In verbinding gebracht met de Heere Jezus. Dan komen er als vanzelf goede werken naar voren. De wijnstok en de Rank met elkaar verbonden; zonder Hem kan ik niets doen.
Kan een ongelovige dan geen goede werken doen, dominee? Als je je leven opoffert voor een ander. Artsen zonder grenzen – dat is toch goed? Burgelijk goed, ja. Maar God denkt er anders over. Het is niet verkeerd, maar is het ook goed voor God? Als twee mensen hetzelfde doen, IS het nog niet hetzelfde; met welke gezindheid doe je het? Kaïn en Abel hebben alle twee voor het oog geofferd. Toch behaagde het offer van Kaïn God niet. Twee gaan naar de kerk, een Farizeeër en een tollenaar. Allebei toch prima? Maar een ging gerechtvaardigd naar huis en een ander kwam in zijn huichelarij openbaar.
Goede werken komen uit een waar geloof. Goede werken zonder geloof zijn net zo dood.

b
Het moet ook naar Zijn wet zijn. Niet naar ons goeddunken of menselijk instellingen, niet naar mijn opinie, zo’n woord staat er in de grondtekst. We vergissen ons daar zo in. Saul moest Amelek, Agag en al het vee doden, hij spaart de beste runderen ’om aan de Heere te geven’. Eigen godsdienst. Daarom zal het koningschap van hem afgenomen moeten worden.
Wat God heeft voorgeschreven dat telt. Daar mee vereren wij God.

Geen ‘opinio’ en geen ‘traditio’. Niet wat menselijke gewoonte, kerkelijke manieren voorschrijven. Zo als het vroeger ging zo moet het nu? Niet per se. Niet is niet per se fout, maar ook niet automatisch goed. Of omdat de meesten dat doen, iedereen doet het toch dominee? Alleen de Schrift. Ze eren Mij tevergeefs met vreemd vuur…

Iemand zegt: “ik volg mijn geweten. Dan zit je er niet ver naast”. Maar sommigen hebben een ruim geweten. Daar kan je een kar in keren, ik heb ‘gewetensbezwaren’ - dat kan, maar die tellen in de kerk niet, wel Schriftbezwaren. We moeten het leren af te stemmen naar het Woord van God.

c
En ook: tot Gods eer. Tot verheerlijking van de Vader. Wat is dat zeldzaam. Zuiver Gods eer te bedoelen. Mag Uw naam maar eer ontvangen, dat alleen is mijn verlangen. Geen zelf- of bij bedoelding. Hetzij we eten hetzij we drinken, doe het alles ter ere van God. Niet alleen wat maar ook hoe en waartoe. Niet alleen buitengewone dingen. Ook eten drinken. Even stilte – bidden en danken.
Je kunt de Heere dienen zoals Dorkas met naald en draad, of met een hamer en spijker, zoals Noah. Of de vrouwen die de tabernakel maakte. Een breinaald en geitenhaar. De dekkleden van de tabernakel. Dat was de Heere niet te min om te gebruiken in Zijn woning.

Laat uw licht schijnen en wijs op de Heiland die rust geeft in het hart. Ik werk niet voor mijn zaligheid, maar uit dankbaarheid.

2
De wet van God. Een beginnetje slechts vanavond. Het stuk van de Dankbaarheid – gaat over het gebod en het gebed (vanaf zondag 45).
U denkt aan zondagmorgen, wanneer de wet wordt voorgelezen. Soms met de samenvatting erbij, die de Heere Jezus gaf. Soms in oude Hervormde kerken zie je die Tien Geboden heel groot aan de muren hangen. Ik denk aan dat prachtige schilderij van Rembrandt – Mozes komt van de berg af en zijn gezicht straalt – zo dicht bij God is hij geweest en hij is zo blij met Gods wet! Israël kan alleen gelukkig worden als ze die wet houden.

Zowel in de Ellende als in de Dankbaarheid komt die wet voor, maar niet in de Verlossing. Heel kort staat het in het stuk over de Ellende. En hier wordt ze uitgebreid behandeld. In de Ellende is het als het ware een spiegel. Hier in de dankbaarheid is het als huisregel van Gods familie. En het is ook zo goed voor de publieke samenleving. Als we ons allemaal aan de wet van God houden, zodat een ieder ook in ‘toom’ gehouden zou worden, wat zou de Nederlandse samenleving daar wel bij varen... Een wereld waarin de 7e dag aan de Heere is gewijd, met eerbied voor ouders, zonder bloedvergieten, zonder echtbreuk, zonder diefstal, zonder leugen, zonder afgunst. Zo’n samenleving – zo had God het bedoeld…. Als we de wet van God verlaten raken we de weg kwijt, dan lopen kinderen vast; jeugdzorg , nog nooit zo druk geweest. De ijkpunten zijn weg, de normen van goed en kwaad zijn weg.

Als ik een spiegelkijker wordt in plaats van door een ruitje naar een ander te kijken, dan zie ik dat ik schuldig sta aan de wet. En dat komt uit mijn hart voort. Overspelige gedachten, laster en bedrog – die neiging om Gods wet te overtreden zit er al vroeg in -- gij zult niet, dan heb je juist de neiging om het wel te doen. Het tegendraadse zit in ons hart. Dan doe ik het lekker toch. Ik steel niet, ik geef tienden. Maar als je nu eens in de diepte gaat zien -- in de Bergrede zegt Jezus: als je iemand haat ..en met je ogen kun je ook overspel bedrijven. Of met een paar klikken op de knop in mijn eigen studeerkamer. Die wet is een diepte. De Sinaï veroordeelt. Als ik door de werken van de wet zalig moet worden kom ik er nooit. De wet veroordeelt en vervloekt. Ik kan het niet verdienen; als u denkt dat de wet een ladder is, dan zal de laatste sport altijd ontbreken. Al leef je nog zo netjes, vervloekt is een ieder die niet blijft in alles wat in de wet beschreven staat.
Maar in de Verlossing komt de wet niet voor, de wet kan niet verlossen. De zondaar moet naar Golgotha en wel direct!
Mensen denken - je krijgt eerst met de wet te maken. Maar Evangelist in “De Christenreis” van Bunyan zegt: je moet naar dat poortje. Maar onderweg zegt iemand, je moet naar de Sinai dat is makkelijker; dan wijkt hij toch af. Bliksem en donder - hij is bang voor het oordeel - hij sterft bijna van angst. Rechtstreeks naar het poortje! De wet is een tuchtmeester tot Christus, wat de wet niet kan, kan Christus,wat moet ik doen?
Niet DOEN, maar GEDAAN, voor een Ander.
Hij heeft me verlost van het vonnis van de wet. Geloof en Jezus zijn samen in het stuk van de Verlossing. Hij de vloek van de wet volledig gedragen. Christus droeg de straf voor mij.

Met de wet gaf God ook het evangelie, met de eis ook de vergeving. Daar zorgde de Heere al voor. Het gaat in de Verlossing om het offer alleen.
Voorbeeld. Een man was gek van muziek, het was zo’n beetje zijn afgod. Hij had een groot portret van Mozart hangen. Hij werd onrustig en zoekende –zo kon hij niet sterven, en hij voelt - die muziek staat me in de weg. Hij laat de Tien Geboden graveren in de lijst waar Mozart in zat. En lange tijd probeerde hij ze te houden, maar het was hopeloos. Hij werd hoe langer hoe ongelukkiger. EN hij leerde de Heere Jezus kennen als de Goede herder. Hij liet zich vinden en Hij werd behouden en toen gingen de Tien Geboden eruit en kwam er een plaat van de Goede Herder in te hangen. Niet het genot van de kunst redt een mens en niet de Tien Geboden, maar alleen het volbrachte werk van de Heere Jezus. Op de sterke schouders van de Heere vond hij redding maar ook rust. De wet is geen trap naar de hemel.

Maar toch komt de wet terug als een leefregel voor Gods verloste volk, in het stuk der Dankbaarheid. Liefdedienst. Wet en evangelie, zeggen wij wel eens. Prof Velema zei wel eens: het is wet en evangelie en weer wet. Dat is ook de catechismus, geen slavendienst om naar de hemel te klimmen, maar uit dankbaarheid aan mijn hemelse Vader. De drie-enige God eist gehoorzaamheid. De Zoon zorgt voor vergeving en de Heilige Geest geeft mij kracht in mijn binnenste om te wandelen naar de geboden des Heeren. De onderhouding van Gods geboden is een uiting van uw dankbaarheid.
Calvijn deed het anders. De wet kwam pas na de genade verkondiging, maar door de gemeente gezongen. Over liturgische verdieping gesproken! Als een regel van dankbaarheid. Zo bedoelde Calvijn het.

Doorslaggevend is de verlossing in de Heere Jezus, maar richtinggevend is de Tora, de onderwijzing des Heeren. De wet is een richtlijn om mij te instrueren. Een huisregel. De wet zegt mij niet meer, hoe een ik het eeuwige leven kan krijgen, maar hoe ik heilig kan leven voor mijn hemelse Vader. Wees Heilig want Ik ben heilig. De term Tien Geboden is niet helemaal Bijbels; de tien ‘woorden’, onderwijzingen, staat er eigenlijk. Geen tien suggesties, vrijblijvende adviezen, goede tips, nee – het gaat verder. Het Zijn Gods normen en waarden, 10 verbondsregels. Toen Hij ze gaf ‘trouwde’ Hij met Israël, verschillende profeten zeggen dat zo. In een huwelijk passen rechten maar ook verplichtingen, spelregels om je huwelijk optimaal te laten functioneren.

Ze zijn als een gebruiksaanwijzing - ze zijn nodig en nuttig om een product op een goede manier te laten werken. Een gebruiksaanwijzing voor Zijn scheppingsproduct. Hij heeft ons gemaakt. In mijn huwelijksleven, zakelijk leven, God heeft Zijn geboden gegeven uit liefde: “Ik wil dat het goed met je gaat.”
Achter elk gebod gaat iets schuil - zodat het goed met ons ga; zeg niet, waarom mag dat nou weer niet? Touwen – niet doen, fout mag niet! Dan heeft u er niets van begrepen, het is geen ‘verboden toegang’ om je te dwarsbomen.
Ga daar niet heen, want dan loop je dood en dat wil Ik niet! De wet is als een lamp op de weg naar de Heere toe. Een reflector aan de weg, een witte streep op de weg om je te bewaren, over de streep kom je in botsing. Wijzers waar je naartoe moet gaan en wat je zeker moet vermijden; houd je er tussen anders kom je in de berm terecht - zeker bij mistig of regenachtig weer….
Zie het voorbeeld van een leuning en een trap, wie is de wet en wie is Christus? Waar ik op sta en waar ik over ga – de weg is HIJ. Maar de leuning, de vangrail dat is de wet. Om mij vast houden dat ik er niet van af val.

In Luxemburg had je van die borden langs de weg – “mettez la ceinture, c’est la loi”. Doe je autogordels om. Want dat is de wet. De gordel is goed. Niet om je dwars te zitten, maar het is voor je veiligheid. In het verkeer tussen jou en God (1e tafel) en je medemens (2e tafel). Getroost en veilig te gaan.

Gods wetten geven zegen, ze zijn met honing besprenkeld. Ze gevn veiligheid en een kader, zodat je niet verdwaalt. U ten goede. Als een vangrail. Niet altijd leuk, wel altijd goed voor een mens.
Psalm 1 zingt erover: het gaat je wel als je die wet bepeinst. Er is groot loon voor wie zijn wet onderhoud, wie de wet bemint – op paden van vrede. Die wet maakt je verstandig, veilig. Wat een wijs en verstandig volk is dat!

Het is maar een inleiding vanavond. Hoe die goede God die wetten gegeven heeft . Er zit muziek in. Als de tien lijntjes van twee notenbalken op een muziekblad, met een accolade, ze horen bij elkaar. Er zit muziek, uw inzettingen zijn mij gezangen zegt David. Psalm 119 is één loflied op de wet des Heeren. Hoe lief heb ik Uw wet.

Hagada - een Joodse vertelling.
Er waren twee bergbeklimmers , alle twee een rugzak, om de vijf minuten moesten ze een steentje oprapen. De een begint steeds meer te klagen. En hij gooit de rugzak op een goed moment af en gaat naar beneden. Die ander gaat vrolijk door en heeft geen moeite met het gewicht, want hij weet: het zijn geen stenen, maar kostbare diamanten die ik mee draag – zo gezien zijn Gods geboden niet zwaar. Van jongs af hebben jullie ze meegekregen, die rugzak moet je niet weg gooien – het zijn edelstenen. Die je mee mag dragen. Wees net zo vrolijk over de wet van God, de gebruiksregels van mijn Maker. Een hoogtepunt van de Joodse feesten Simchat torah – de Vreugde van de wet. Aan het eind van Deuteronomium beginnen ze weer bij Genesis te lezen; dan dansen ze met een Torah-rol in hun armen en ze kussen die. Ziet u het al gebeuren - de hele kerkenraad? Zo’n vreugde hebben ze in de wet van God. Als een rabbijn een wetsrol in zijn armen heeft, kijkt hij altijd omhoog en altijd blij. Net als Mozes. Zo heeft de Heere het bedoeld.

Het einde van de zaak is: Vreest God en onderhoudt al Zijn geboden want dat betaamt alle mensen.

Edit