Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-04-19 17:00:00 Ds. K. van Meijeren (Barneveld) Mijn Heere en mijn God

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 20:28 Joh 20:19-31 2009-04-19.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 3.6Mb)
2009-04-19T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 7.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We besteden aandacht aan het tweede wonder van Pasen. Het eerste wonder is de opstanding. De dood kon Hem niet houden, de schuld is verzoend. Daar leeft de kerk van.
Wonder nummer 2 - de Opgestane zorgt er zelf voor dat het nieuws zich verspreidt. Doeken die er van getuigen, engelen die verschijnen. En Jezus zelf die Maria verschijnt en in de kring van de discipelen verschijnt en zegt:”Shalom” – vrede zij u. Wat een liefde voor hen. Hij laat hen niet achter. Dat had gekund toch? Het werk is volbracht, het Vaderhuis ’lokt’. Maar de hemel doet er alles dat het nieuws zich verspreidt. Een steen in de vijver. Steeds grotere kringen.
Iedereen moet het geloven – dat blijkt niet zo simpel. Een dam zorgt voor een rimpelloos water, erachter. Dat is het geval bij “ongelovige” Thomas. ‘Een halsstarrige ongelovige’, volgens Van Dale. Er hangt veel twijfel in de lucht van onze eeuw. Over de waarheden van het christelijk geloof. Wij ademen die lucht allemaal in en uit.

Maar is dat wel die Thomas uit de Bijbel – een salon-twijfelaar, die rotsvast van zijn eigen mening is overtuigt, en verder twijfelt aan alles? Was de Bijbelse Thomas zo? De kruisiging was traumatisch, bij het sterven van Jezus stierf er iets van hem zelf. Johannes benoemd hem als enige zo heel nadrukkelijk. Ook op andere momenten. Opmerkelijke momenten. Bijv. wanneer Jezus Zich terugtrekt bij de Jordaan. Lazarus is ziek en Christus wil er naartoe, dat is niet zonder gevaar. De discipelen protesteren dan ook. Niet doen, maar Thomas: laten we met Hem mee gaan om met Hem te sterven.
Of: na het laatste avondmaal, de discipelen luisteren ademloos. Ik ga heen om uw plaats te bereiden. Ik neem u tot Mij. Thomas doorbreekt de stilte: wij weten niet waar U heen gaat…Hoe kunnen wij dat weten? Zulke woorden tekenen Hem. Dydimus, een van een tweeling. Of de dubbelheid in zijn leven? Geloof en ongeloof, verwachting en twijfel. Zie je wel hoe het afloopt, ik heb het wel gezegd…. De hoop die wij koesterden is wel vervlogen. Cynisch, maar wat heeft deze broeder het moeilijk. Geloof is een gave van God, zo zeggen we. Maar het lijkt er wel eens, dat bij de een het licht makkelijker doordringt dan bij de ander. Aan de een zwaardere klus dan de ander. Karakter? Zeker. “Ja, maar…” zeggen we zo vaak. Of de traditie waar je uitstamt. Die kleine tradities die je altijd weer het licht lijken te benemen. Ballast. Je kunt het licht niet tegen houden, maar wel in een donkere kamer gaan zitten. Hij is dan ook alleen. Hij sluit zich af in zijn verdriet. Hij is er niet bij wanneer Jezus verschijnt. Dwars door de dichte deuren heen. Thomas laat verstek gaan. Niet dat hij iets anders te doen had, maar hij had het vertrouwen in de zaak van Jezus verloren. Geen fiducie meer.

Maar Thomas, koester je op die manier je verdriet niet? Laten we niet te hard oordelen. Soms moet iemand de spiegel voor gehouden krijgen. ‘Liever geen bezoek’, zegt hij. Ik heb genoeg aan me zelf.
Een van de twaalf zegt Johannes daar. Hij hoorde er wel bij. Hij onthoudt zich er zoveel door, door er niet te zijn. De verbondenheid met de anderen die het niet minder moeilijk hebben gehad bijv. Gedeelde smart, halve smart. Belangrijker nog: in deze kring verschijnt Jezus. Daar leer ik iets van. Wij doen ons tekort als we ons blijvend afzonderen. De kring van de gemeente, de kring van de gebeden, onder de prediking, Jezus laat Zich ontmoeten.

Misschien is er weinig geloof meer bij u vanbinnen. Er wordt geknaagd aan je ziel. ‘Soms is het enige geloof dat ik nog heb, het paar schoenen dat ik aantrek om naar de kerk te gaan’, -- laat ik nog maar eens een keer gaan. Maar trek ze dan wel aan!
De anderen laten hem niet zitten: Thomas, we hebben hem gezien! De ontmoeting met de Heere zet de discipelen in beweging. Jij hoort er bij Thomas. De gemeente, de kring rond het woord kan zoveel beteken. Gemeenschap, verbondenheid. Hoe leeft dat bij u in de gemeente? Ik kom veel mensen tegen die een wat verloren gevoel hebben. Wie weet van de zorg, wie kent die zieke?
Laten we ons oefenen in de kring, laat die kring een open kring zijn. Dat voelen mensen direct. Mag ik hier komen? Of niet? Waar was je nu? Ik heb je gemist!

Thomas wil echter niet aan het goede nieuws. Alleen als ik mijn hand…. Dan zal ik geloven. Maar hij laat zich wel weer meenemen! Een persoonlijk gesprek, ontmoeting van man tot man. Iemand steekt zijn hand uit. Kom ga mee. En 8 dagen later is de kring weer bij een. En het gebeurt opnieuw, de Opgestane verschijnt. Het is een soort herhaling van een week terug. Weer de gesloten deur, Hij staat in het midden en zegt weer: vrede zij u. Speciaal voor Thomas. Hij stelt voorwaarden, maar Jezus komt onvoorwaardelijk. Thomas wilde het getuigenis van Pasen niet aanvaarden, Christus aanvaardt hem wel, zoals hij is!
De goede Herder laat Zijn schapen niet over aan hun lot. ”Wil je niet? Nou dan niet!”

Die Christus mag ik u vandaag verkondigen. Hij laat Zijn kerk niet achter, nu zijn werk volbracht is. Hij kijkt niet uit de hoogte neer op hen die het maar niet geloven kunnen. We hebben een Heiland die ons opzoekt. Op welke manier – viel me op:

Hij confronteert Thomas met zijn woorden. Jouw vinger - leg die in Mijn hand. Je hand in mijn zij. Wees niet ongelovig, maar gelovig. Je herkent Hem aan zijn littekens.

Heb jij een litteken? Na een ongeluk of een operatie? Teken van iemand die gewond geraakt is, waardoor ook. En ook genezen is. Maar je ziet het nog. Je kunt Jezus daaraan identificeren. Ik ben dood geweest maar Ik leef. Het leed is geleden. Het zware werk is volbracht. De schuld verzoend. Litteken is een gedachtenis aan Zijn lijden en een teken van Zijn overwinning. Ze blijven ook als Hij straks ten hemel vaart: Johannes ziet Christus als een Lam, dat staat, als geslacht. Je blijft het litteken van de dood zien. Een soort ere teken.

Thomas mag de littekens voelen, je kent de Heere Jezus nooit zonder littekens. Zoals de gang van een christen ook nooit zonder littekens is, er is zoveel in je leven die je gewoon niet klein krijgt. Als Hij ons ontmoet, doet Hij dat als een Getekende. Hij verstaat dat! Ook na Zijn opstanding, Wij willen alles het liefst helemaal gaaf hebben. Onze huid – desnoods een facelift, eventueel ‘extreme’.
Het is het leven niet. Er zijn littekens en die blijven. Mensen die gekwetst en geschonden zijn, de tijd heelt niet alle wonden. Op zijn best wordt het een litteken. Zijn lichaam blijft getekend. Het kwaad is niet ver weg maar wel verzoend bij Pasen. Het verleden wordt niet ongedaan gemaakt, maar gericht naar de toekomst. Dat troost mij, gemeente, ik geloof in Jezus die gekruisigd is.
In al onze zwakheden verzocht. Zo ontmoet de Opgestane Thomas. Hij komt er niet zonder vermaning af. Laat je overtuigen, wees gelovig!
Zou hij alsnog hebben gevoeld? Het staat er niet- misschien is er schaamte geweest. Je leest wel Zijn belijdenis. Hij beleed Jezus als Heere - U hebt het voor het zeggen in mijn leven. Als God. En blader maar terug. Een rijker belijdenis vind je er niet. De grootste twijfelaars spreken diepste woorden. Voor Gods is niets onmogelijk.
Persoonlijk – mijn Heere en mijn God. Luther zei de kern zit hem in die kleine woorden, Mijn. Mijn Jezus ik houd van U. Ik heb Hem lief omdat Hij mij eerst heeft lief gehad.

Na veertig dagen breekt de periode van ‘niet zien maar toch geloven’ al aan. Dan is de Heere Jezus opgevaren. Je moet je laten lijden door het woord, door de mist heen.

Landen is het moeilijkste voor een piloot zeker als er dichte mist is. Het kan wel, op radar, het vliegtuig wordt binnen gepraat en staat op de grond. Het komt aan op luisteren, doen wat de stem zegt. Geloven, niet zien, toch vertrouwen. Je laten lijden. En thuiskomen.

Van Thomas vernemen wij niet veel meer. Één van de twaalf. De traditie zegt dat hij in Irak, Iran en India werkte. Deze geschiedenis lees ik als bemoediging. Nu Thomas gelooft, geloof ik het ook, schrijft iemand. Als zelfs Thomas getuigt, mogen wij het zeker weten. Eerst geloven en wij zullen zien. Van aangezicht tot aangezicht.

Edit