Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-05-21 09:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Heb goede moed! Hemelvaartdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 6:50 Mar 6:25-56 2009-05-21.0913.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)
2009-05-21C.095.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.5Mb)
2009-05-21T.091.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Dit Schriftgedeelte kwam mij steeds voor ogen, storm, wind… Ik wil u meegeven: heb goede moed! Er is een groot gevaar van moedeloosheid, wie heeft er geen last van op zijn tijd. Door je zwaarmoedige aard of door de omstandigheden. Je leest het in de krant, je komt het tegen in je familie, in je gezin, in de gemeente… Allemaal tegenslagen, maar ook in je persoonlijk geestelijk leven, geestelijke depressiviteit. Ik zie vaker je kruin, dan je neus. Moedeloosheid. Als een lek in je leven; je levenskrachten druppelen weg. In het Nieuwe Testament zegt de Heere Jezus zes maal: heb goede moed! Ik ben het, vreest niet. Zo’n woord beurt je op. Die woorden zijn moedgevend. Zodat je over de muren van moeilijkheden heen kan, of er dwars door heen. Houd moed!

Heb goede moed.

De Heere Jezus:
1 Hij bidt (36) 2 Hij ziet (48), 3 Hij komt (48), 4 Hij spreekt (50)

Hij dwong Zijn discipelen aan boord. Net daarvoor was de wonderbare spijziging geweest. 5000 man 5 broden en 2 vissen. Een dag van zegen en blijdschap. Op dat spannende moment – ze wilden Hem koning maken, de discipelen zouden misschien wel minister worden – en nu moeten ze in dat schip. Ze waren wel gehoorzaam. Vooruit varen – Hij zou volgen.
1e les: Hij laat ons nooit heel erg lang blijven waar het goed en zoet is. Je hoort de woorden van boven komen, ik wou dat die dominee niet al te gauw amen zei. En dan die overgang, de zon in het gezicht en dan de storm. Van het groene gras af, zwoegen op een stormachtige zee. Wat is dat moeilijk – zondagmorgen in de kerk, en een uur daarna word je gereanimeerd. Heere waarom, het was zo goed!
Achteraf gezien – ik denk dat de Heere dat in ons leven toestaat om ons tot meerdere kennis van Hem te leiden, zodat Hij zich heerlijker aan ons kan openbaren. Je leert meer in één week tegenspoed dan in een jaar voorspoed. Wie God echt is. Ik zou liever over land naar de hemel, zonder zee en storm. Maar dan zou ik die liefde van de Heere Jezus niet in die mate leren kennen.

1
(46) Hij ging naar de berg. Als een voorspel op Hemelvaart, Jezus omhoog en de discipelen de zee op. Zij gaan in de weg van de Heere. Ze doen Zijn wil – dan gaat het zeker wel goed… dan heb je toch windje mee? Vergeet het maar. Ze gehoorzamen het Woord van de Heere en toch komen zij, komt de gemeente in grote moeite.
(48) Tegen middernacht komt er een storm. Geen licht. De wind was hen tegen. Geen kalme reis. Geen zeilen meer, en allemaal roeien. Allemaal deden ze hun best. Ze hadden de wind tegen, maar het woord van de Heere in de rug. Wij willen altijd een verklaring. Jona in de storm – ja dat snap ik. Jona was ongehoorzaam en dus… Dan snappen we het weer, en hier snap ik het niet. Schijnen mij Uw wegen duister en dat zijn ze ook, hier. In de nacht en de nood.
In hoofdstuk 4 zijn ze ook op zee en daar is de Heere Jezus er nog bij, maar nu niet meer. Nu is er Hij er niet bij. Zijn volk moet verder leren, oefenen om op Zijn woord alleen te varen. Missen ze Hem? Was Hij er maar bij. Vorige keer konden we Hem nog wakker maken. Moedeloos. Tobbend, ze pijnigden zich zeer. Mijn weg is voor de Heere verborgen, zou Hij me vergeten? Storm aanwezig, Jezus afwezig. Een verlatingsgevoel. Ze verlangden naar de morgen en nog meer naar de Heere Jezus. Er was geen vooruitkomen aan.
De Heere zet Zijn volk aan het werk, om hen te leren dat het met werken niet gaat, maar gaven ze het op, dan gaan ze de andere kant op - we blijven bidden en naar de kerk gaan en elkaar bemoedigen. We gebruiken de roeispanen, maar toch… Het is een beeld van de tijd tussen Hemelvaart en Wederkomst, dat hebben alle kerkvaders ook gezien.
Het volk Israel is even terzijde gesteld. De discipelen zijn daar een beeld van de kerk, zonder Jezus op aarde, alleen Zijn Woord. Ze moeten over de zee, de wijde wereld in. Alle creaturen moeten bereikt worden. Dat scheepje van Gods kerk. Zou ze onder gaan? Nee. De wind is een beeld van de duivel. De overste van de macht van de lucht. Hij wil dingen kapot maken en vernietigen. Hij zweept de wereld op tegen de gemeente. Jezus is weg, op de hoogte. Wat doet Hij daar?

Hij bidt. Ik heb een Heiland die leeft om te bidden. Hij werkt nog voor ons, maar heeft Zijn werkplaats verlegd, Hij offert niet meer, maar bidt, in de hemel. Als Hogepriester draagt Hij Zijn discipelen in Zijn hart. Zoals de Hogepriester die twaalf edelstenen op zijn hart had. En op Zijn lippen want Hij bidt voor hen. Al bijna 2000 jaar doet Hij dat. Ik heb voor je gebeden Petrus. Fieke, Hans, die biddende handen daar lig je in besloten. Op die biddende lippen, wordt jouw naam door Hem genoemd. Als jij het even niet meer kan omdat je onder narcose bent. Anderen nemen het over maar vooral die Ene daar in de hoogte.
Hij treedt voor mij tussen beide. Al zou ik de hemel kunnen openmaken, u zou een Mens zien aan de rechterhand van de Vader, die bidt. Ook voor u, klein gelovige!
Tegenwind, juist als je naar het Woord leeft.

2
Hij ziet (48), vanaf de hoogte midden in de nacht. Hij ziet. Hij sluimert en slaapt nooit, niets is voor Hem verborgen. Hij ziet ze tobben. Hun angstige ogen en die vraagtekens. Die discipelen beseften niet dat de Heere Jezus hen zag en voor hen bad. Maar het was wel zo. Hoe donker ook Gods weg mocht wezen. Hij slaat hun zielen gade. Hij bidt en Hij ziet, dat is voor mij Hemelvaart 2009. De discipelen zagen alleen maar hoge golven op hen aanrollen. De dood in de ogen, maar Hem zien ze niet. Ze horen de storm, niet dat Jezus bidt. Dat moet u nooit vergeten.
Als ik bid - even handen, samen ogen dicht. Maar Hij bidt met open ogen! Hij bad en zag hen. Hij houdt ze in de gaten, Hij ziet ze en zal komen, tegen het aanbreken van de morgenstond, de 4e nachtwake.

3
Hij komt (48). Eindelijk komt Hij, vanaf de hoge berg – een beeld van de wederkomst. Persoonlijk, letterlijk, lichamelijk naar hen toe, naar Zijn belofte. In de 4e nachtwake. “Dat is te laat, Heere”… nee – het scheepje drijft nog en de discipelen leven nog. Het scheepje van de kerk zal niet ten onder gaan. De Heere laat niet toe dat zij boven vermogen verzocht worden (zie ook 1Cor 10:13). Bewaar ze voor de boze, Vader…
Wanneer is de 4e nachtwake? De nacht werd ingedeeld in vier wakes: van 18:00-21:00, van 21:00 tot middernacht, van middernacht tot 3:00 en van 3:00 tot 6:00; dat was de vierde. Het donkerste uur van de nacht, vlak voor de morgenstond. In dat donkerste uur, daarin komt Hij. Waarom zo laat? Waarom moeten ze eerst zo uitgeput en moedeloos worden? Waarom moest de nood zo hoog eerst stijgen? Had Hij eerder kunnen komen? Ja, zeker wel. En Hij had ook graag gewild! Heb je daar wel eens over nagedacht? “We moeten veel geduld hebben”, zeggen wij, maar Hij ook! Ook bij Hem zie ik zelfbeheersing, Hij houdt zich als het ware in. Liever gisteren dan morgen. Maar Hij wacht in wijsheid tot het nuttigste en beste moment. Spurgeon zegt ergens: ik ben er zeker van dat als wij het einde vanaf het begin zouden kunnen zien, dan zouden we hetzelfde kiezen als Jezus, als we tenminste zo wijs en goed zouden zijn als Hij.
Ze wisten dat Hij zou komen. Maar hoe komt Hij? Dat hadden ze ook niet gedacht.

Ze schreeuwden en dachten dat het een spook was. Hij komt en ze herkennen Hem niet. Je moet ogen krijgen om de verhoring te zien. Je bidt gewoon door… De Heere Jezus neemt de kortste weg, dwars door de zee, een rode loper rechtstreeks naar het scheepje toe. Hij staat er boven! De duivel kan van alles doen, maar Hij staat er boven! Met zijn voeten staat Hij op die verwoestende machten.
En ik kan het me ook wel voorstellen. Het is geen spiegelgladde zee. Erg woest, ze zien Hem even en dan is Hij weer weg, ze zien iets lichts, en dat in de nacht. Ik kan het me wel voorstellen. Die ruwe bonken waren wel wat gewend. Voor de storm zijn ze niet zó bang, maar voor de Heere Jezus wel. Ze moeten ogen krijgen om te zien. Want ze meenden dat het een spook was. In het Grieks staat er voor ‘meenden’ een werkwoord dat verwant is met ‘dogma’ – kijk uit voor je dogmatiek - zo en zo is het , zo en zo is Hij, die dogmatiek kan in de weg staan! Zoals Maria meende dat het de hovenier was, het zelfde woord. Mis. Dat de wereld dat denkt, dat Hij een schim is, maar de discipelen! Hij komt, maar anders dan gedacht.

4
Hij gaat spreken. En wel terstond. Die welbekende stem. Hoe heeft dat geklonken! Allemaal schreeuwen ze het uit, in die loeiende storm. Zijn stem is zo krachtig en duidelijk, dat Hij boven het schreeuwen en loeien uit gaat. Zodat ze horen, heb goede moed! Ik ben het. Hij bemoedigt ze in de storm. Hij bemoedigt met Zichzelf. Kijk niet naar omstandigheden of je lichaam, naar de golven, maar IK ben er. Zie op Mij. Verwacht het van Mij. Ik ben het Zelf. Een werkelijke Christus die een werkelijke troost geeft in een werkelijke storm.
Ze herkennen Zijn stem. Ik ben Jezus, moest Hij tegen Paulus zeggen, die Hem niet kende. De discipelen kennen de stem van de Herder, Hij is het! Ik ben het. Vrees niet, heb goede moed. Angst, doodsangst. Om om te komen. Angst is een onkruid dat veel in Gods tuin voorkomt. Een van de listen van de satan om je bang te maken voor Jezus. Een Paradijszonde, ze vreesden en verborgen zich.
Angst voor Jezus komt ten diepste van de satan, hij siddert ook voor Hem. Angst doet je rillen, een koorts in je ziel. Maar Hij komt ze tegemoet, vrees niet. Ik ben het. Kalmeringsmiddelen voor je ziel.
(51) Hij klom in het schip en de wind gaat liggen, ‘s Vaders Zoon klom aan boord. Zo worden ze steeds Zijn hulp gewaar. De reactie: ze ontzetten zich, zeer, bovenmatig - zo buiten zich zelf. Die beproeving brengt hen tot de aanbidding van de Heere Jezus.

Het is Echt waar, niet alleen omdat je het geleerd hebt op de catechisatie. Maar ik heb ervaren dat U waarlijk de Zoon van God bent.

De Heere Jezus komt in een uur waarin wij het niet denken en op een weg waarlangs wij Hem niet verwachten, maar de golven zijn nooit groter dan Jezus is, Hij staat er boven op. Hij is de sterkste. Je denkt nog één golf en ik zak naar de bodem en kom nooit meer boven.
De vierde nachtwake komt er aan, we zitten er misschien middenin, maar Hij is er nog niet. Er is nog geen gladde, glazen zee - daar is alleen maar gezang (Openb 4), maar hier en nu buldert de zee nog. Eindtijd, 4e nachtwake. Nu is het het donkerst, machten der duisternis die te keer gaan. In stad en land, dreiging van terreur, de bronnen van de aarde raken op. Onstuimig en Jezus afwezig… de zwakheid van de kerk. Maar hoofd omhoog; Hij ziet mij wel! En straks komt Hij terug. Als een spook? Als een dief? Of als een bruidegom! Op de wolken, ik zal Hem herkennen, aan die stem: Heb goede moed, Ik ben het, wees niet bevreesd.
En ondertussen doet Hij biddend Zijn werk en ik ga op Zijn woord. En ik weet: Gods Zoons vergeet de Zijnen niet, die Hij op aarde liet.

Ruwe stormen mogen woeden,
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij in 't eeuwig licht.
(Herv. Gez. 178:7)

Edit