Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-05-31 17:00:00 ds. J.R. Volk (Katwijk aan Zee)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Rom 8:26 Rom 8:14-30 2009-05-31.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 30.0Mb)
2009-05-31C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 24.7Mb)
2009-05-31T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 66.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Er wordt wel eens gezegd van een bepaalde situatie – dat is een paradox. Iemand is ernstig ziek, er is niets aan te doen – en de zieke zegt: ik ben gelukkig. Een gelovige is een paradox in deze wereld. Aan de ene kant is hij een bedelaar, die de handen op moet houden, en toch ontzaglijk rijk.
Ook hier in Rom 8. Een Erfgenaam met God en Christus. Maar hij heeft die nog niet in bezit, het voor hem bewaard, in de hemel zegt Petrus. De erfenis is wel zeker. Daarom is Gods kind toch rijk.

Wat is de inhoud van die erfenis? De openbaring van het kindschap Gods (23). Of de openbare aanneming tot kind. Paulus sluit7 aan bij een Romeins gebruik, bij de adoptie van een kind werd het opgenomen in de familie , maar na een bepaalde tijd ging de vader na het stadsbestuur – er werd een acte van adoptie opgemaakt. Het werd openbaar gemaakt.
Dat verwacht de hele schepping, de openbaring van de kinderen van God. Dat is het volle heil, waarnaar wordt uitgezien. Dat kindschap van God wordt zo vaak bestreden en aangevocht. Jij! Jij hebt geen heil bij God… Als het openbaar geworden, op de dag van de wederkomst van Christus. Voor de oren van alle engelen, duivelen en verdoemden, zij – aan wie Ik Mijn Geest schonk, zijn Mijn kinderen. Een vreselijk zaak, voor hen die meenden buiten het geloof in Christus een kind van God te zijn, hun naam zal niet genoemd worden.
Hun naam, verbonden met de Naam van de Heere. Dat verwacht een kind van God, reikhalzend naar uitzien. Dat is een kenmerk, gericht op God zelf. Het gaat een kind niet om wat Vader geeft, maar wat Hij is.

Het is ook een biddend leven. Het zuchten in ons zelf – het woordeloze bidden. Wat is het moeilijk om te hopen en blijven hopen. Je ziet er soms niets van. Daarom geeft de Heere de eerstelingen van de Geest, de werken van de Geest. Verslagenheid in het hart, maar ook de ogen open voor de Heere Jezus Christus. En het geloof werken in je hart.
De Heere heeft voorzien in de worsteling rondom het gebed. Naast het voeden van de hoop.

Hij komt onze zwakheden tegemoet. Dus het kind van God is niet sterk in zichzelf. Onze zwakheden. Wij zien immers op tegen Paulus, maar hij roemt alleen in zijn zwakheden. Lichamelijke zwakheid, een lichaam als en broos breekbaar aarden vat. Een mens kan soms zo afgemat zijn. De geest van de mens is daar bij betrokken. Je kunt zo intens moe zijn, dat je van vermoeidheid niet bidden kan. Je weet geen woorden te vinden.
Er wordt ook gesproken over schuldige zwakheid, als gevolg van het misbruik van het Heilig Avondmaal (1 Cor 11); dan is er helemaal geen gebed meer. Hoe zou ik bidden over een erfenis als me helemaal niet als kind hebt gedragen.

Paulus zegt , ik enigermate de God die ik dien, ik heb leren zien waar Hij recht op heeft. Wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort. Niet alleen vanwege die zwakheden geen woorden vinden. Het gaat ook om de inhoud van dat gebed. Wat mag ik vragen, wat kan ik vragen, naar Zijn wil. Wat IS het beste voor mij en mijn (klein)kinderen. Wat kan ik nu vragen, wat mag ik vragen? Als er benauwdheden zijn, mag ik bidden om uitredding of genezing? Geen (on)dogmatisch handboekje, het is heel ingrijpend, wat is Gods wil? “Gelijk het behoort”. Welk gebed kan bestaan voor God, omdat de bidder is zoals hij behoort te zijn voor God. Kan de bidder God ontmoeten? Als ik daar over nadenk beef ik.

Maar het gaat hier toch om Gods kinderen? Abba, Vader? Maar wat voor mensen zijn dat dan? Geen zondeloze mensen. Helaas. Zwakheden… Gelovigen zien uit naar die openbare aanneming, ze verlangen er zo naar om volkomen te zijn tot eer van God, waar ze dat nu niet zijn.


Het woord van onze tekst wordt zo groot: De Geest kom onze zwakheden mede te hulp. Te hulp komen: in het Grieks duidt dat op iemand die een bepaalde last overneemt. Iemand gaat gebukt onder een zware last die al maar zwaarder wordt. Iemand komt langs en zegt, laat mij die last overnemen…. Je ligt te neer met je nood. God niet onder ogen te kunnen komen. De Geest zegt niet; zullen we het samen doen, zal ik je klein beetje helpen – Gode zij dank: geen ‘samenwerking’. Hij neemt het totaal van mij over. Je blijft een bedelaar – totaal op een Ander aangewezen. Je hoeft jezelf niet op te poetsen. Maar alles uit handen geven. Ook met betrekking tot het gebed.

Wat betekent dat?
Er ligt een kindje ziek in de wieg. De moeder buigt zich erover. Haar hart bidt tot God voor haar kind. Zo is het met de Geest, het moederlijke in God. De Geest bidt zelf voor ons. Hij doet het alleen – in de plaats van ons, dat betekent ‘voor’ hier. De geest van de verhoogde Christus. De Geest der genade en der genade, Christus heeft daarvoor de prijs van Zijn leven betaald.

Hoe bidt de Geest voor ons? Zoals ik het niet kan. Onuitsprekelijke verzuchtingen. Verlangen naar de verlossing van dit lichaam. Dat neemt de Geest over. Onuitsprekelijke, wat wij niet onder woorden kunnen brengen, woorden van God. God ontmoet God… God de Geest spreekt de taal van God de Vader.
Onuitsprekelijke zuchtingen – Christus verheerlijkend. Daarin ligt de zaligheid van de kerk.

De Geest doet het alleen. Maar u moet wel blijven bidden, dat zou niet kloppen met Gods woord. Maar het leert ons onze handen op te heffen opdat we vervuld zouden worden van de Geest.

Het verlangen van het hart van een kind van God heeft een wonderlijke overeenstemming met het onuitsprekelijke zuchten van de Geest. Johannes zegt aan het eind van Openbaring: en de Geest en de Bruid zeggen: kom, kom Heere Jezus. Daarin zijn ze het eens. Ze zullen zien wat de Heere antwoorden zal, maar ook dat de Heere antwoorden zal, op wat de Geest bidt.

Edit