Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-06-14 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Gods Vaderliefde Bediening Heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Hos 11:4 Hos 11:1-11 2009-06-14.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2009-06-14C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.5Mb)
2009-06-14T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 13.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We krijgen een blik in Gods hart in Hosea 11, Hij laat het zien aan Efraïm. Het Tienstammenrijk, Israël. Een volwassen volk onder Jerobeam II. Maar God was niet blij met Zijn volk, ze gingen de andere kant op. Hosea moet een vrouw trouwen (Gomer) en ze gaat vreemd; Hosea is er kapot van, hij hield van die vrouw – zo voel Ik me tegenover Israël, Hosea, zegt de Heere daarmee.

God is verontwaardigd daarover, Hij dreigt met straf. Als jullie zo door gaan, dan…. Je verwacht dat óók in H11, maar nee. In de voorgaande zien we de toorn van Gods gekrenkte liefde. En dan komt in eens Hoofdstuk 11, wat Lucas 15 is in het Nieuwe Testament (de verloren zoon) is Hosea 11 in het Oude Testament. Hij herinnert hoe blij God was met de geboorte van Zijn zoon. En de jeugdjaren hoe de Vader met alle liefde en trouw en zorg Zijn zoon heeft omringd. En dan hoe diep teleurgesteld Hij raakt. We gaan vanmorgen letten, horen, kijken naar Gods Vaderliefde. Eerst een handvol gedachten, dan een stukje Brood in uw hand.

Gods vaderliefde.
1 Zijn stem (1), 2 Zijn arm (3), 3 Zijn wang (4), 4 Zijn hand (5), 5 Zijn hart (8)

1
Toen Israël nog een kind was, riep Gods stem. Het begin van het volksbestaan van Israël, de wieg stond in Egypte, toen al had Ik jullie lief. Geboeid, gegeseld en toen heb ik jullie geroepen, via Mozes, Laat mijn volk trekken. Let my people go… geroepen uit de dienstbaarheid tot de vrijheid in het beloofde land. Uit Egypte naar Kanaän. Was er in dat volk wat te zien? Welnee, dat was nu verkiezende liefde, Hij nam redenen uit zichzelf, zeiden ze vroeger.

Hoe meer echter God ze roept, hoe harder ze weglopen. Talloze keren, via Mozes, Samuel, Elia, Elisa, de profeten, maar Mijn volk wilde niet naar Mijn stem horen. Geroepen en in de vrijheid gebracht en nu hollen jullie allemaal weg. Afgoden in Dan en Bethel. Afschuwelijk. Ongehoorzaamheid, als een dwars klein kind, puber.

2
Hij heeft ze ook leren lopen, de woestijnreis. 40 jaar. Op eigen benen moeten ze leren staan. Een teerbeeld, ik leerde Efraïm lopen. De vroegste jeugd lag in de woestijn. De KT zeggen, hier wordt God als vader of als moeder uitgebeeld. Hoe ging dat bij u? Je houd zo’n kleine dreumes vast en dan laat je hem even los, maar je pakt hem snel weer, een paar stapjes achteruit en dan zeg je: kom dan naar papa… Twee stappen, goed zo jongen, en dan nóg zelfstandig een stapje. Als hij moe wordt; ik nam hen op Mijn arm….
En: Ik genas ze. Struikelen, vallen, troosten. Een pleister. Uw tederheid genas ze. Waarom doet God dat: Omdat Efarim zo aanhankelijk was? “Papa!” en zijn armpjes gaan open? – Nee. Ze bedenken niet, dat Ik ze genas…..

3
V4: hier zien we God allervaderlijkst. Het is moeilijk te vertalen. Prof Van Leeuwen bevestigde deze vertaling: Ik was voor hen als iemand die een zuigeling opheft en die tegen zich aan klemt en tegen de wangen houdt. Ik boog me neer en gaf ze eten. Een hapje. Je ziet het wel eens – een kind aan een tuigje. Dan lopen ze niet zo weg. Touwen van liefde. Manna uit de hemel, water uit de rots en vlees van kwakkels. Van oase naar oase, pleisterplaats naar pleisterplaats.
Wang tegen wang. Wangetje-wangetje, alleen als je heel veel van iemand houdt. Ook als vader, moeder, klein kind. Zo’n klein zacht wangetje tegen een ruwe stoppelbaard. Zachtheid en vaderlijke liefde en trouw, daar moet de Heere Jezus aan gedacht hebben toen Hij ons leerde bidden: Onze Vader in de hemel…..!
God wil geen afstand. Ik wil heel dicht bij U zijn, is een opwekkingslied. Til me op. Of als u een Psalm wilt: milde handen, vriendelijke ogen … Zo is God, zo is de Heere Jezus. Toen de kinderen bij Hem werden gebracht – Hij omarmde hen, dat is wang tegen wang.

Wat deed Israël er me? De Heere is zo teleurgesteld in Zijn kinderen. De Heere verwijt ze, ze weigeren zich te bekeren. 40 jaar verdriet. Ze waarom ongehoorzaam en ondankbaar; God had zo veel voor ze gedaan. Ik toch, maar zij…

Ik heb u al geroepen bij uw doop. Toen klonk Gods vaderstem al. Toen werd ik groot, ik ging mee naar de kerk toen hoorde ik al van Gods vaderarmen, die naar mij uitgestrekt zijn. Ik hoorde al van de Heere Jezus als grote Kindervriend, op Zijn schoot klimmen.
Hij boog zich over mij heen en gaf mij voer, in het H.A.
Ondankbaar - ik zag het als vanzelfsprekend. Dat ik gezond ben, dat mijn hart nog klopt. En dan zie je een jong meisje in een ziekenhuis, die er morgen niet meer kan zijn. Amper een jaar getrouwd, een jonge moeder – Heere wilt u ze beter maken, baden we als gemeente samen. En zo mocht ze uit het ziekenhuis komen. Op de gebedskring waren er 37, zoveel jongeren, en met Hemelvaartsdag zaten er 70. En de week erna was er ook gebedskring, en er waren er 7. Ondankbaar, daar ligt schuld, Maranathakerk – God ik hrb u tegen de wang geslagen! Ondankbaar is boven op ongehoorzaam.
Mijn volk blijft hangen aan de afkering van mij. Nee dank u, nu nog niet. Ze wilde gewoon niet. Hij had zo veel voor hen gedaan. Maar ze hingen aan de afgoden en niet aan God. Ze hadden een hang naar het verkeerde.

4
God moet gaan kastijden – Assur zal koning zijn. Dat is ook verdiend. Je ziet de boosheid in het hart van de Vader. Ballingschap, verstrooiing, de toorn van Vader is terecht.
De wet zegt: een weerspannige zoon moet uiteindelijk gedood worden. Hoe is dat bij de Heere, Efaraim had de doodstraf verdiend. Als u nu uw kind moet missen – geen contact meer mee, er zijn er die dat kennen. Je vader- en moederhart blijft er toch naar uit gaan. Je pakt die ingelijste foto en je drukt dat koude glas tegen je wang, het is toch mijn jongen..

5
Maar wat gaat er in zijn hart om: hoe zou ik prijsgeven, als de steden die met Sodom verteerd waren. Mijn hart is in mij omgekeerd. Dit gaat nog dieper. Vaderliefde verzet zich tegen het straffen van zijn kind. Ook al is dat nodig. Kinderen kunnen soms het bloed onder je nagels vandaan halen. God kan niet anders dan ze aan het oordeel prijs geven. Maar hoe kan Ik dat….?

Hier zien we dat God “ten prooi valt aan Zijn eigen emoties”, tegenstrijdigheid tussen toorn en liefde, slaan maar met een bloedend hart. Hebt u wel eens zo over de Heere God nagedacht. Velen zien God als een draaiboek, ‘wat van eeuwigheid bekend is, gebeurt en God is daar verder onbewogen onder.’
Hier kom ik een hele andere God tegen. Niet een die van eeuwigheid besloten heeft wat Hij met Efraïm gaan doen. Wij mogen toeschouwer zijn, en tenslotte wint de liefde het van Zijn toorn. Ik zal de hittigheid van Mijn toorn niet uitvoeren, Hij kan het niet over Zijn hart verkrijgen. Gods barmhartigheid roemt tegen het oordeel…. Triomfeert over Zijn terechte toorn.
Ik zal straffen maar niet voor goed.

Efraïm jullie zijn geen haar beter dan Sodom. Maar Zijn barmhartigheid komt boven wellen… Ik kan het met mijn verstand begrijpen, zoals Psalm 103 het zingt, Hij blijft niet eeuwig toornen.
Zijn wederhorig kroost – als u zich niet voelt aangesproken ga dan ook maar niet aan.

Wat is de reden, nu: omdat ik God ben en geen mens. (v9). Als je zoveel trappen op je hart hebben gekregen! Zelfs een engel zou vermoeid zijn, maar God is geen mens, Hij voelt als het ware nog die kinderwang, dat vergeet je niet.

Hij heeft de straf gebracht aan Zijn eigen lieve Zoon. Hij heeft geen lust aan de dood van een zondaar. Het hart van de Heere ontvangt in liefde, ondanks een ondankbare Maranathakerk.
Avondmaal – tja het stond op het programma? God loopt niet over schuld heen, mensen. Dan maar een keer geen Avondmaal. Ik zou jullie moeten overgeven, het gaat zo niet langer, maar ik kan het niet, zegt God. Dan maar eer Zijn eigen lieve Zoon, om zondaren zijn barmhartigheid te geven.
Ik heb het verbeurd en word toch gespaard. Een God van volkomen zaligheid; je schaamt je kapot, Heere, wie ben ik voor U geweest? Een vaderhart dat brandde en bewogen is.

Het eindigt met v 10 en 11. Ze zullen de Heere achterna wandelen. Een ommekeer ook bij het overblijfsel van Israël. De Heere zal ze weer gaan roepen, terug naar huis. De kinderen zullen bevende aankomen. Bevende vanwege Gods grote goedheid, en eigen onwaardigheid. Ik ben het niet meer waard om uw knecht genaamd te worden, laat staan Uw kind. Vanwege die onbegrijpelijke liefde en trouw van de Vader. Zo komen ze uit de ballingschap, zo komen ze naar de tafel. Als Zippora, een vogeltje, en als een Jona, een duif uit het land van Assur.
Een trekvogel – ze komen uit het buitenland, als de tijd daar is, Gods tijd. Dan zijn ze niet meer te houden. Uit het land waar ze vreemd waren en dan komen ze terug, ik wil bij de Heere zijn. Dan ben je niet meer te houden in de bank. Dan wil je door dat bloed bedekt worden. Dan wil je bij Hem zijn. Ik ben niet meer tegen te houden.

Het hart trekt naar de Heere Jezus. – Dan ben je welkom. Ik wil Hem nalopen. Trek mij met die liefdekoorden naar u toe. Nog één rukje, van de aarde naar de hemel, closer. Dichter naar u troon, van het voorhof. naar de het Heilige, het Aller Heiligste. Een koord gevlochten door de liefde van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Met die koorden om je ziel, zachtjes trekt Hij je, onwederstandelijk. Trek mij…

Dan zal ik u nalopen, al is het als een hinkende Jakob. En als je dreigt te struikelen dan zijn daar die vaderarmen weer. Zo is God..

Ga mij niet voorbij, o Vader,
zie, hoe mij mijn zonde smart;
trek mij met Uw koorden nader,
stort Uw liefd' ook in mijn hart.
Ook in mij, ook in mij,
stort Uw liefde ook in mij.
[JdH 132:2]

Edit