Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-07-05 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Heb 8:1,2 Heb 8 2009-07-05.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)
2009-07-05C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 24.4Mb)
2009-07-05T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In wat voor een tijd leven we eigenlijk? Daarop wordt verschillend geantwoord. Ben je optimist, pessimist, conservatief of progressief...ieder geeft daarop een ander antwoord. In de kerk mogen we elkaar bevragen als Christgelovigen. En dan mogen we deze tijd zien als een bijzonder gekwalificeerde tijd. Deze tijd is immers bepaald door de opstanding van Christus en Zijn wederkomst. Dan komen we gelijk bij de kern van onze tekst, het hoofdmotief van de Hebreeënbrief: het unieke offer en het Hogepriesterschap van Christus in de hemel. Wij weten dat Hij ook onze eeuwige Koning is. Hij heeft alle macht en regeert ons door Zijn woorden en Geest. Maar vanmorgen gaat het over Zijn enige hogepriesterschap. Om dat te begrijpen moeten we terug naar het Oude Testament. Het wordt uitgelegd aan de de Hebreeën, het volk van het oude verbond. Namelijk dat het hele oude verbond vervuld is. Hij is namelijk geen priester naar de ordening van Aäron maar naar de ordening van Melchizedek . Melchizedek wordt vergeleken met Christus. Christus is de eeuwige en de enige Hogepriester. Hij is offer en Priester tegelijk. Dat offer heeft Hij eens en voor eeuwig volbracht; het kan en mag nooit meer worden herhaald. Het is eenmaal gebracht en dat is genoeg. Ook Zijn hogepriesterschap is eeuwig. Dat wordt na Zijn aardse werk volbracht te hebben in de hemel voortgezet, in het hemelse heiligdom. Hier op aarde was Hij de onwaardigste onder de mensen, maar nu in Zijn verhoging draagt Hij de Naam boven alle naam; maar Hij is dezelfde, de Zaligmaker.

Hij is een dienaar van het heiligdom, van de ware tabernakel, die de Heere heeft opgericht en geen mens. Bij de hemelvaart is Hij zegenend heengegaan van Zijn discipelen. Hij is daarboven altijd zegenend voor Zijn kerk. Dat leert de Heidelberger Catechismus ons ook. Met Zijn genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons. Zijn afscheid was een zegen. De laatste woorden van een stervende zijn voor ons belangrijk. Hoe zouden we dan de laatste woorden van Christus vergeten? Daar treedt niet de majesteit van een koning op de voorgrond, maar de liefde en de barmhartigheid van een Hogepriester. Opdat ook wij de verzekering mogen hebben: Ik ben hoog boven u, maar Ik ben ook altijd heel dicht bij u. Hij laat ons Christus zien in Zijn hogepriesterlijk ambt. Daarbij gaat het niet om iets bijkomstigs, maar om de hoofdzaak waar alles op aankomt, waar alles op terugvalt en waar alles vanuit gaat. Hierop concentreert het werk van Christus zich. Dat blijkt in de belijdenis van de kerk actueel en geldt elke dag. Dat kan door niets worden vervangen. Om nu de betekenis daarvan te ontdekken moeten we terug naar het Oude Testament.

Eenmaal per jaar op de Grote Verzoendag, terwijl het volk in de voorhof wachtte, ging de Hogepriester het Heilige der Heiligen binnen. Hij moest het bloed van het offerdier sprengen op het verzoendeksel. Daardoor werd het werk volbracht en hij ging naar buiten en mocht dan de zegen van het heiligdom meebrengen voor het volk. Dat was de aardse Hogepriester Maar, zegt Paulus, wij hebben een veel uitnemender Hogepriester. Die oude tabernakel was een aardse afbeelding van de hemelse tabernakel. Die hemelse tabernakel is Christus ingegaan nadat Hij Zijn bloed op Golgotha had gestort. Hij is gegaan tot de troon der heerlijkheid en gaat als de tweede Adam naar binnen. Niet alleen als mens die weer helemaal aan Gods bedoeling beantwoordt. Dat ook. Maar Hij gaat ook als Hogepriester van Zijn kerk en neemt daarbij de zegen mee voor Zijn kerk. Het gaat helemaal buiten hen om en het is helemaal voor hen. Het wordt hun toegerekend. Want alles wat Hij doet, geldt niet Hemzelf maar het arme schuldige volk dat achter Hem aan komt. Hij was immers onschuldig. Al het onze wordt Hem toegerekend. Hij heeft die overwinning niet voor Zichzelf behaald maar voor allen die in Hem geloven. U hoeft die zegeningen niet meer te verwerven; hij heeft die gekocht met Zijn eigen bloed. Opdat zij het onvervreemdbaar eigendom zou zijn van Zijn volk. Zo gaat Hij als Hogepriester door het voorhangsel. Hij had zichzelf gegeven als een rantsoen, een losprijs voor velen. Priester en offer tegelijk. Nu heeft Hij genoeg gedaan aan het heilig recht van God. De schuld is bedekt en zo alleen kan een mens die wereld in. Zo is Hij ons ten goede daar. Alle Christgelovigen mogen weten dat Hij onze zonden droeg aan het hout en wij mogen de vrucht van Zijn werk ontvangen. Daarom mocht Paulus de gemeente toeroepen:
God die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, heeft ons mede opgewekt en ons mee in de hemel gezet in Christus Jezus. Een tekst om van te duizelen.....Geldt dat ons? Nu? Ja, want de overwinning van de Koning is ook de overwinning van Zijn hele volk. Waar het Hoofd is, mag ook het lichaam zijn; al wordt dat nu nog niet gezien. Hij is daar in ons menselijk lichaam. Verheerlijkt. In ons vlees als de Zaligmaker die alles in orde heeft gemaakt als Hogepriester. En nog steeds in orde maakt.

Als ik naar mezelf kijk, voel ik me door mijn zonden en mijn schuld zo bezwaard........het is toch onmogelijk dat er voor mij nog vergeving mogelijk is bij God? Toch is het geen verloren zaak, want God heeft het werk van Zijn Zoon aanvaard, en heeft ons met Hem opgewekt. God ziet het volbrachte werk van Zijn Zoon voor zich. Christus treedt in voor Zijn arme volk en houdt Zijn lijden en sterven aan Zijn Vader voor, en daardoor zal God genadig en barmhartig zijn aan ieder die achter de Heere Jezus aan komt, wetend dat Hij voor ons bidt waar wij niet weten te bidden hoe het behoort. Door die genade mogen wij verzoend zijn door de dood van Christus. Nu al met Hem opgewekt en in de hemel gezet. Dat is nu nog niet te zien, maar het is toch waar. Hij is daar in ons menselijk lichaam en daarom mogen we weten: het zal ook door ons gezien worden. Naar ziel en lichaam; ook dat lichaam hoort er helemaal bij. Dat is toekomstverwachting voor de gemeente.
We mogen weten dat Christus ook weer zal komen in deze wereld, alle knie zal zich voor Hem buigen, alle tong zal Hem belijden.


Maar er is nog meer. We gaan toch nog terug naar het Oude Testament. We weten dat onze Hogepriester niet in het Heilige der Heiligen bleef, maar terug kwam naar het volk. Hij neemt de zegen mee en legt die op het wachtende volk. Zo ook Christus. Hij komt terug, zegenend, naar het wachtend volk, in de voorhof. Is dat straks bij Zijn wederkomst?
Die ontelbare schare, allen zullen Hem kennen, die kleinen en de groten. Ze horen er helemaal bij. De boodschap van de wederkomst vermaant ons om niet te wachten om Hem te voet te vallen en niet ermee te wachten ons door Hem te laten reinigen. Zijn bloed reinigt ons van alle zonden.

Maar Hij komt ook nog op een andere wijze terug uit dat heiligdom. Niet slechts 1 keer per jaar, maar altijd. Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld. Hij komt elke dag terug om ons te zegenen, dat geldt elke dag die we hier uit Gods hand ontvangen. Dat is een realiteit. Wij HEBBEN een hogepriester en dienaar van het hemels heiligdom, zegt Paulus. Niet alleen het offer, en de voorbede horen bij het wezenlijke werk van de Hogepriester maar ook Zijn zegen. Hij heeft het fundament gelegd. Zijn zegen hoort bij het hart van Zijn werk.

Hoe gebeurt dat nu vandaag, wat is de inhoud van die zegen? Hij deelt de weldaden uit die Hij heeft verworven. Hij past het heil dat Hij zelf heeft ontvangen door Zijn volbrachte werk toe. Hij geeft genade voor genade, onuitputtelijk. Hij giet door Zijn Heilige Geest hemelse gaven voor hen uit. Hij zorgt er voor dat er alle eeuwen tot aan Zijn wederkomst een wachtend volk is. Dat is op zich al een groot wonder. Want in ons hart is er van nature geen begeerte naar het heiligdom. Wij willen onze eigen gang gaan en overtreden al Zijn heilige geboden. Terwijl Hij die heeft gegeven als een liefdevolle omtuining van het leven. Vanuit onze natuur zoeken wij niet de dingen die boven, maar die beneden zijn. Ons leven is niet gericht op de omgang met Christus. Wij zetten ons hart op allerlei dingen hier beneden. Daar gaan we helemaal in op. Maar ook hier beneden zijn we door God geplaatst. We mogen van de dingen die God ons geeft gebruik maken tot Zijn eer en tot heil van onze naaste. Maar ze mogen ons niet in de weg staan bij het zoeken naar de omgang met God. We mogen er niet verslaafd aan raken.

Verlangt ons hart naar God, zoals het hert uit psalm 42? Als een mens ontdekt dat hij zonder de gemeenschap met God geen toekomst heeft, gaan wij verlangen naar Hem. We mogen elkaar wijzen op de grote Dienaar van het hemelse heiligdom die al Zijn gaven uitdeelt en uitgiet over Zijn kerk. Hij geeft zegen en formeert zich alle eeuwen door een wachtend volk. Hij overtuigt door Zijn Geest van zonde, namelijk dat wij in Hem niet geloven. Dat ons leven verder vreemd is van Hem. Dan gaan we verlangen en schreeuwen naar Hem. Dat is een teken dat wij behoren tot dat wachtende volk in de voorhof. Wat zijn we gelukkig als we ons laten bedienen en de zegen uit Zijn hand aanvaarden. Hij vult de lege vaten met Zijn genade. We kunnen nooit genoeg lege vaten aandragen en Hij vult ze allemaal. Hij is het Lam van God dat de zonden der wereld wegdraagt. Op grond daarvan mogen we geloven dat al onze zonden achter Zijn rug zijn geworpen. Dat God er nooit meer naar omziet. Dat we de onschuld van Christus en Zijn gerechtigheid mogen ontvangen. Dat is Gods trouw. Hij is de Hogepriester die naar buiten komt naar Zijn wachtend volk. Niet andersom, wij klimmen niet naar Hem op; Hij komt naar ons toe. Dat is het wonder van Zijn hemelse liefde. Wij zijn vaak vertwijfeld, verslagen, mistroostig. We zijn zwak, we kunnen er niet tegenop en kunnen geen stand houden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis. Kom maar met al die lege vaten. Neem ze mee en hou ze aan Christus voor en laat u bedienen. Hij zegent en vervult ons, hij voorziet in alle noden en in al onze gebreken. Hij zegent om al Zijn genade aan ons heerlijk te maken.

Zouden we dan nog klagen? Zie omhoog, naar die hemelse Hogepriester. Hij komt naar ons toe en Hij zegent ons, dat we een vermaak hebben, een vreugde hebben naar de inwendige mens in de wet van God. Die niet als een last en juk is, maar als een omtuining van het leven om het rein en zuiver te houden. Hij maakt ons van harte willig en bereid om voortaan te leven in Zijn dienst, naar Zijn wil en tot Zijn eer. Dan houden we de dienst en het Woord van God hoog. Dat is dan de nieuwe levensinstelling: mijn ziel dorst naar U o God en wanneer zal ik uw heerlijkheid zien? Hoop op God want ik zal Hem nog loven. Een vermaak in de wet van God, dat is dan de nieuwe levensdrang. Dan kennen wij ook die andere wet, die ons altijd dwars zit: ik ellendig mens.....
De grote Dienaar bedient Zijn volk van het begin tot het eind. Daarom is er alle reden voor het wachtend volk in de voorhof, voor ons als gemeente van Jezus Christus om verheugd te zijn, Hem te roemen en groot te maken die ons blijdschap geeft. Blijdschap over de volkomen dienst van de Hogepriester. Zijn werk is realiteit; Hij blijft Zijn zegen geven. Hij laat ons niet in de steek. Hijzelf is de garantie dat Hij ons blijvend dienen zal.

Wat een bijzondere kwaliteit dat wij zo mogen leven in de tijd tussen opstanding en wederkomst. Hij troost ons, allen die op de zeef van de satan geschud worden. De zegenende Hogepriester, daarmee mogen wij naar huis gaan. In de blijde zekerheid: wij hebben een Hogepriester aan Gods rechterhand die behoorlijk medelijden kan hebben met onze zwakheden. Die zegen van de Hogepriester is zo groot en ons geloof zo klein. Vermeerder ons het geloof, opdat wij die kolossale rijkdom van de Hogepriester mogen ontvangen. Nu nog slechts gedeeltelijk, eens ten volle.

Edit