Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-07-19 10:00:00 ds. M.A. Kuit (Huizen) En de Heere was met Jozef

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 39:2,21 Gen 39:1-9 39:19-23 2009-07-19.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.8Mb)
2009-07-19C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.7Mb)
2009-07-19T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Jozef is als slaaf verkocht aan een handelskaravaan, door zijn eigen broers. Bij Potifar komt hij in huis als. Eerst de lieveling van zijn vader… die heeft het geluk niet mee, zouden wij zeggen. Laten we maar naar de Bijbel luisteren – de Heere was met Jozef, dat staat er al in vers 2. We moeten de dingen in Gods licht zijn, ook die niet zo plezierig zijn. Beschenen door de lamp van Gods woord. Daar ontbreekt het nog wel eens aan. De mens ziet aan wat voor ogen is. ‘Het zit Jozef niet mee’ – nee Jozef is niet voor zijn plezier daar, geen vakantiereis, hij is slaaf. Hij heeft er hier niet voor geboekt, geen retourtje.

Maar hij is ook gelukkig te prijzen. Hij heeft het belangrijkste mee, de Belangrijkste, de Heere. Zo God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn. Zou God ons niet alle dingen schenken, als Hij Zijn Zoon al aan de dood heeft gegeven… Wie zal mij scheiden van de liefde van mijn Zaligmaker. Die voor al mijn zonden volkomen betaald heeft. Christus staat daar garant voor, met Zijn Eigen dierbaar bloed. Zouden mijn broers iets tegen mij kunnen beginnen? Al wat Job heeft zij in uw hand, maar strek uw hand niet aan hem uit. De duidvel kan niet meer doen, dan God toestaat. Niets kan Jozef scheiden van de liefde van de God van Jakob.

De Heere was met Jozef, we vinden het meerdere keren terug. Wat een geweldige zaak. Het is toch om heel klein over te worden… Waarom heb U mij ook niet verlaten, Heere. Ik kan mij zo verlaten en eenzaam voelen… De omgeving weet niet wat er in u omgaat. Een mens die mij begrijpt? Om Christus wil, die door allen verlaten werd, mag u tot God komen en nooit door Hem verlaten, al wordt dat door Gods kind niet altijd zo gevoeld.
Dat God met Jozef is, is Zijn gunst. Als God met ons is, hebben wij toch niets te vrezen? Niet als het voortkabbelt, maar ook niet als het stormt. Misschien zien sommige jongeren er tegenop om in den vreemde te gaan studeren, maar je neemt je Bijbel mee. Of als u met pijn uw kind laat gaan, Hij zal Zijn waarheid nimmer krenken, de Heere is met u.

Potifar kent de God van Jozef niet, maar hij bespeurt wel iets dat niet kan verklaren, deze jongen draagt het geheim met zich mee.
Hij krijgt een hoge functie. Het mag best een compliment zijn als een niet-christelijke baas onze stiptheid en betrouwbaarheid.

Hij valt ook op bij de vrouw van Potifar. “Hoveling” staat er van Potifar. Een euneuch, waarschijnlijk. Dus. Niet zo vreemd dat zij iets bij Jozef zoekt. Ze blijft hem lastig vallen. Een scène uit een dubieuze film, lijkt het wel. Oud en actueel. Er zijn geen nieuwe dingen. Er gaat veel fout op dit vlak. Terwijl de liefde tussen man en vrouw een van de mooiste dingen is, die God de mensen heeft gegeven. Een heel bijbelboek gaat erover, Hooglied. Dat gaat ook over andere dingen, maar de liefde tussen Christus en de Kerk word juist zo uitgedrukt. Wij treden het heiligdom van God zo binnen. Liefde is niet alles naar je toe trekken. Lig bij mij. Puur egoïsme. Dat heeft met liefde weinig te maken, liefde is geven. Offeren. Gericht te zijn op die ander. Daar komt nu juist dat vleselijke ik om de hoek kijken. De hartstochten geprikkeld. Door lectuur. Muziek of bepaalde vormen van dans. Je bent een kruitvat. Laaiende brand is het gevolg.

Kom bij mij, niemand die het ziet. Gestreeld in zijn eigen waarde, - zal Jozef zich nog verder laten strelen? Of mag hij leven uit de kracht om nee te zeggen, die God geeft. Jozef kent het leven met God. En hij zegt nee tegen de verleiding. Omdat hij zo preuts is? Omdat hij niets mag van zijn vader en moeder? Omdat hij van niets weet? Hij brengt een element in het veld waar Potifar vreemd van opgekeken heeft – zonde. Hoe zou ik zondigen tegen God. De mensen nu kijken er helemaal vreemd van op. Het is zondigen tegen God èn tegen de naaste. Potifar had zoveel vertrouwen in hem.
Wat is dat bij ons weggesleten, dat ontucht zonde is tegen God. Wat een preutse jongeman, een brave hendrik een saaie piet. Saai? Een geweldige vergissing. Jongeren en ouderen die toegeven - dat is saai. Nooit hebben leren strijden, een bruisend en avontuurlijk leven wilden ze leven– maar ze zijn dode vis, die met de stroom van de tijd meedrijft, levende mensen gaan er juist tegen in. Het overtreden is dood in de pot. Jezus volgen en Hem kennen. Ik denk aan de jongeling in Spreuken 7: ‘als een koe gewillig ter slachting, als een dwaas in de boeien geslagen, als een vogel die zich haast tot de strik….’ Laat je niet boeien!
Door de genade van de Heilige Geest staande gebleven, toen was de Heere met hem. Breng je zelf ook niet verzoeking. Maar vlucht dan tot de Heere, liever de gunst van God dan die van mensen.


Maar Gods dunst wordt niet altijd zichtbaar. Kijk eens naar Jezus, juist door Zijn rechtschapenheid komt Hij in de gevangenis. Als Jozef nee zegt tegen die vrouw, verander het bij haar in haat. Het was dus geen liefde! “Hij wilde mij verleiden”.
En weer is hij een gevangene. Komt er dan ooit een eind aan de verdrukking? Is de Heere wel met Jozef? Met voeten in de ijzers. Ps 105, het is een louteringsperiode geweest. Hij wordt echter al een gezalfde genoemd in die Psalm. Hij wordt in dieper vernedering gebracht, terwijl hij onschuldig is. Dat kan je in ver warring brengen, heb ik het dan verkeerd gedaan? De ellende heeft niet altijd te maken met onze tekorten. Jozef wordt gelouterd. Voor hen die God niet vrezen is iedere tegenslag een straf en ze vloeken Hem. Als je de Heere Jezus kent, dan ken je het geheim van Psalm 103, hij doet ons niet naar onze zonden. Hij heeft ons lief en daarom tuchtigt Hij ons. Hij kastijdt een zoon die Hij lief heeft. Hier deinst het ongeloof terug. ‘Ik ben van zo’n God niet gediend’. Door die beproevingen heen word je echter sterker, je gaat Hem proeven. Een verzoend God en Vader, door die vrede ga je leven door de Heilige Geest. Een ding weet hij: ik heb een rein geweten. Ik kan God en mijn baas en Potifars vrouw recht in de ogen zien. Dat is een heerlijke gedachte.
Paulus en Silas zaten ook in de stok. En ze zongen in de nacht. Er komt een einde aan de verdrukking. Hij laat Zijn kinderen niet wegkwijnen. Hij kan het ver laten komen. Voor ons idee te ver. Er zal een andere tijd komen. De beloften van God aan Hem gedaan zullen vervuld worden.
Geloven is meer dan gevoelen en ervaren. Wat heeft Jozef gevoeld van de gunst van God? Maar wel een vrij geweten. Hij mocht weten dat God heel dicht bij hem was. We smelten soms weg onder Gods liefde. Aan de voeten van de Heere Jezus. Je voelt Gods tegenwoordigheid heel duidelijk. Geen loze woorden, die Jezus spreekt. Ik ben met u al de dagen. Al de dagen.
Voor het gevoel is het snel weg, maar het geloof gelooft dwars tegen alle gevoelens in. Ik geloof, ik weet, dat God Zijn belofte vervuld.
Heere kom mijn ongeloof te hulp. Ik zie niet hoe het allemaal moet. Waarom moet ik deze weg nu gaan Heere?
Als Hij verlost, brengt Hij ons in de engte. Maar Hij ziet in gunst op die Hem vrezen. We kunnen ons opgesloten weten - wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood. Maar ik BEN vrij, door het werk van Christus.
Ik louter je, ik ga je rechtdoen, eruit halen wat er in zit. Uit Jozef haalde Hij dit: hij moest iets over Egypte gaan zien. Hij moet het volk onderhouden, eerst 7 vette dan 7 magere jaren. Je moet dat en dat gaan doen, gaat hij zeggen tegen Farao. Maar het moet niet van Jozef zelf komen. Zijn de uitleggingen niet van God? Hij geeft Hem de eer. Al mijn wijsheid is van Hem. Hij heeft Jozef op zijn plek gebracht. Geen hoogmoed meer zoals hij met de veelkleurige rok.
Het gaat er om dat Gods volk wordt onderhouden.
Jozef wijst heen naar de Messias, die een groot volk gaat behouden. Ook veroordeeld door een heidens vorst, door vriend en vijand verworpen. Sanhedrin en Pilatus. Diepte en dieper, nederdaling ter helle. We kunnen het niet begrijpen als we de contouren van Christus niet zien, zo ook je eigen leven. Je komt er uit, want je bent met Christus in de hemel gezet. En de Heere was met hem, in de vernedering, in de verhoging; zo is God nog, voor een ieder die Hem vreest.
Ook in de gevangenis was weer een bittere ervaring, de schenker vergat hem. Jozef vertouwt op de Heere, maar zoekt ook naar openingen, het geloof maakt niet passief. Maar werkzaam. Als een mens uit de ellende ie verlost is hij alles snel vergeten, ook de weldoener. Twee jaren duurde het nog.
Geen droom, werkelijkheid. Hij onderhoud Egypte, maar het gaat om het volk uit Jakob, daar gaat het om. Het gaat om Israël en de Messias. Jozef onderhoudt Egypte tegelijk. Egypte en de hele wereld worden gezegend omwille van die ene Zoon uit Israël, dat mag ons vragen om liefde voor Israël te hebben, God verbindt het ook aan elkaar.
De Zaligmaker der wereld. Opdat u en jij de Heere zouden vrezen. De Heere was met hem. Zie je een lijn lopen als je terug kijkt op je eigen leven? En dat voor mij, in wie geen goed woont. Hij heeft naar mij gevraagd. Zo houd ik het vol omdat God zelf die gouden draad weeft in mijn leven.
Mag dat onze enige troost zijn, dat je met lichaam en ziel niet meer van jezelf bent, maar van Jezus. Zonder de wil van mijn vader kan geen haar van mijn hoofd verloren gaan.

De Heere was met hem.

Edit