Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-07-26 17:00:00 ds. C.L. de Rooij (Rotterdam IJsselm.) Laten uw klederen te allen tijd wit zijn

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Pre 9:8 pre 9 Open 7:9-17 2009-07-26.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 3.5Mb)
2009-07-26C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 38.1Mb)
2009-07-26T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Laten uw klederen te allen tijd wit zijn.
Vorige week ontmoette ik een man die net weduwnaar werd, ter voorbereiding op de begrafenis van zijn vrouw. Ik vroeg hem wat ik zou lezen op de begrafenis van zijn vrouw. Hij zei: Prediker 9, want dat was hem overkomen. Zoals een vogel onverwachts gevangen werd met een klapnet. Zoals een vis in de fuik zwemt, zo onverwachts overkwam hem dat leed. Prediker zegt dat het niet uitmaakt of je rechtvaardig bent of goddeloos, of je rein bent of onrein, of je offert of niet offert, of je een zondaar bent of goed. Alle mensen worden getroffen door hetzelfde lot. Dat vind ik een harde boodschap. Dat gaat in tegen het geloof van onze tijd. Veel mensen denken bewust of onbewust dat je door goed te leven heel lang de dood en de ellende van je lijf kunt houden. Maar Prediker zegt: je moet niet denken dat je door rechtvaardigheid of door wat dan ook de ellende buiten de deur kunt houden. Heel veel mensen, ook in de kerk, denken daar vaak onbewust wat anders over. Zolang je zelf nog niet in de ambulance ligt, zolang er bij jou nog geen brand is, zolang dat wrak bij de sloper nog niet jouw auto is, heb je vaak toch het idee dat dat je niet overkomt omdat je zo netjes leeft. Maar er komt een moment waarop je opeens als het ware als een vis in de fuik zwemt...

Velen van u kunnen daar over meepraten. De vraag is: wat zeg je dan? Je kunt heel veel zeggen als leed je overkomt. Het zijn geen mensen die het je aandoen, zeiden mensen uit een van mijn vorige gemeentes. Zelfs bij de ergste dingen. Anderen stellen de waarom-vraag. Tegenwoordig hoor je vaak: het is oneerlijk wat mij overkomt. Wat zegt Gods Woord daarover?
Prediker zegt: ........opdat ik het in Gods hand zou leggen. Alles is in Gods hand. Wij liggen allen onder het oordeel van God. Betekent dat dan dat de dingen die je overkomen een straf van God zijn? In feite wel. Er staat immers dat door de zonde het hele bestaan gebroken is. Alle kwaad, alle sterfelijkheid, de vergankelijkheid, de dood, het heeft alles te maken met het oordeel van God. Maar kijk uit. Dat je dat nooit rechtstreeks toepast op dat wat iemand overkomt. Want dan zeg je eigenlijk net als ongelovigen dat je het allemaal zelf in de hand hebt. De man die mij op het spoor zette van Prediker 9 had dit ook overdacht. Hoe zit het nu met Gods liefde en dat wat mij overkomen is? Dat is de andere kant van de boodschap. In het hele boek Prediker lees je dat de mens naar zijn eeuwig huis gaat. De Bijbel laat zien dat er meer is dan sterfelijkheid en vergankelijkheid en het oordeel. Jezus zegt tegen Zijn discipelen: wees niet bevreesd, want Ik ga heen om u een plaats te bereiden. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus en van de liefde van God. Dat laatste boek van de Bijbel eindigt met dat machtige visioen: zie Ik maak alle dingen nieuw en Ik zal alle tranen van de ogen afwissen. Wij als christenen zitten als het ware in een spanningsveld. Je leeft hier je leven, alles kan je overkomen, niets gaat aan jou voorbij en je weet van een andere werkelijkheid. Die hemelse werkelijkheid, die verlossing. Wat betekent dat nu en straks voor je leven? Dan komen we bij onze tekst.

Laten uw klederen ten allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken. Ik wil samen met u de verschillende lagen van dit woord beluisteren. Eerst maar eens de oppervlakte. Dat gaat over het gewone leven. Het is blijkbaar een opdracht van God: vergeet niet om elke dag je zegeningen te tellen, 1 voor 1. En om toch van het leven te genieten. Een leven in dankbaarheid. Verblijd u te allen tijde. Dat is een recept dat hier staat. Een recept dat sommigen van u kennen. Als je ellende krijgt in je leven is het gevaar groot dat je er een beetje een chaos van gaat maken. Je vergeet je eten en drinken, je zet geen bloemen meer op tafel, je ruimt je rommel niet meer op. Maar hier staat: ook op de kwade dag. Ga op tijd naar de kapper, was je, eet en drink op tijd; orde en regelmaat zijn ontzettend belangrijk. Een belangrijk recept. Dat is de eerste laag van die tekst. Wetend van die andere werkelijkheid toch van elke dag iets moois proberen te maken. Prediker wordt door de Joden al eeuwenlang gelezen op het Loofhuttenfeest, een feest in het najaar. De Jood bouwt dan een hutje waar hij het gezellig kan hebben samen met zijn familie. Zeven dagen gaat hij daarin zitten, met een open dak met uitzicht op de sterren. Eten en drinken, maar vooral regelmatig naar boven kijken. Het Loofhuttenfeest, ze waren verlost uit Egypte, en ze waren er nog lang niet, maar zelfs middenin de woestijn leefden ze onder een geopende hemel. En al eeuwenlang, al is het in een getto, vlakbij een loopgraaf, vlakbij een bunker: overal een loofhut. Om te allen tijde te bedenken: er is een God die jou niet verlaat, die een weg baant in jouw leven en die als een licht schijnt in jouw duisternis. Laten je klederen te allen tijd wit zijn. Maak iets van je leven. Dat doe je eigenlijk al als je serieus bidt rond de maaltijd, regelmatig je Bijbel leest. Dan heb je ook een soort loofhut: beseffen dat je wel in de wereld bent maar niet van de wereld, maar van Hem. De hemel schenkt mij geen rouwgewaad, maar een feestkleed. Het is niet voor niets dat het Evangelie van Johannes begint met de bruiloft van Kana. Johannes schrijft dan: dit is het beginsel van alle wonderen die Jezus deed. Wat Jezus daar deed is het beginsel van alles, een oerwonder. Voor Jezus wat maar ook deed, ging Hij mee naar een bruiloft. Aan het eind van Zijn leven, in het zelfde etmaal waarin Hij gekruisigd wordt, houdt Hij een feestmaal met Zijn discipelen. Gij zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over, Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen, psalm 23. Dat geldt ook voor ons gezamenlijk geestelijk leven. De gemeenschappelijke vieringen, de sacramenten, etc. Laten uw klederen te allen tijd wit zijn. Denk aan Paulus, die tijdens de schipbreuk anderen vermaande om op tijd te eten. Laten uw klederen te allen tijd wit zijn.

Het gaat nog een laagje dieper. Witte klederen zijn niet alleen feestklederen, maar ze duiden op reinheid. Het is van belang dat wij ons leven rein houden. Daarom maken we voortdurend keuzes in ons leven, voor het goede en niet voor het kwade. Voortdurend worden we opgeroepen om de weg van Gods geboden te gaan. Om er klaar voor te zijn om Hem te ontmoeten. Zeker oudere mensen zijn daar soms heel serieus mee bezig. In de afgelopen week heb ik 3 mensen ontmoet met wie ik in gesprek raakte over deze dingen. Alle drie waren ze heel serieus bezig met het feit dat je op een dag klaar moet zijn voor Hem. Want daar gaat Prediker ook over: onverwachts kun je in de fuik zwemmen, overvallen worden door de komst van Christus. Je bent daar alleen klaar voor als je rein bent. Kun je überhaupt rein zijn? Hoe dichter ik bij dat moment kom, hoe banger ik er voor ben....zei een oude dame. Je kunt alles netjes op orde hebben, keurig netjes, maar hoe is het met je hart? Hoe dichter het moment nadert, hoe onreiner je je voelt. Het zou best eens kunnen zijn dat er vanmiddag niemand is die witte klederen heeft. Maar in Openbaring 7 lees ik: en zie, een grote schare die niemand tellen kon,......... bekleed met lange witte klederen en palmtakken in hun handen. Hoe komen zij aan die witte klederen, als het niemand lukt om zichzelf rein te bewaren?
Johannes vraagt het ook: wie zijn die mensen? Deze zijn het die uit de grote verdrukking komen. Zij hebben hun lange klederen gewassen in het bloed van het Lam. Wit gemaakt in het bloed van het Lam. Dat is het dus. Als het erop aankomt gaat het met ons als met alle mensen. Overkomt ons alles wat anderen ook overkomt. We kunnen hier op aarde een feestgewaad dragen, maar voor God is niemand rein. Maar als je voor God staat komt het er op aan of je je klederen hebt gewassen in het bloed van het Lam. Dat doe je door te vluchten naar Hem.
Dat overkomt je niet zomaar. Dat word je gegeven, maar je mag er ook mee bezig zijn. De grondtekst duidt hier ook op activiteit. Hier al volop. Zoals je bezig bent met het opruimen van je rommel, orde in de chaos probeert te scheppen, zo mag je er elke dag ook naar staan om met Christus bekleed te raken. Om door Hem gewassen te worden. Daarom is het ook zo belangrijk dat je beseft wie je bent en dat je die afwassing ook nodig hebt. Laten uw klederen te allen tijd wit zijn. Een praktische opdracht, een geloofsopdracht. Maar het blijft een geschenk, waarvoor we mogen bidden, waar we onze handen voor op mogen houden. En waar we naar mogen staan. Al wie leeft voor dit geschenk, zal nu al iets van die hemelse glans met zich meedragen. Witte klederen, door Hem.

Edit