Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-08-02 10:00:00 ds. J.C. Breugem (Goudswaard) Jezus bidt, Hij alleen

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 14:22,23 mat 14:22-36 2009-08-02.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2009-08-02C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.7Mb)
2009-08-02T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Er staat in mijn Bijbel boven dit gedeelte: Jezus wandelt op zee. Dat is het meest opvallende misschien, voor het oog. Maar draait het daar nu om? Het begint met iets anders, wat nog veel belangrijker is. Jezus klimt op de berg om daar alleen te zijn en te bidden. Daar gaat het om.
De discipelen moeten zonder de Heere Jezus naar de andere kant varen, dat valt niet mee na zo’n bijzondere dag – Johannes de Doper was onthoofd. Jezus geeft de menigte te eten. Maar nu aan het einde van die dag wil Jezus alleen zijn met Zijn hemelse Vader. Hij stuurt Zijn discipelen weg, ze voelen zich alleen, in de steek gelaten. Ze worden nog eerder weggestuurd dan de menigte. Wij kunnen ons ook alleen voelen. Ondanks een drukte om je heen. Ziet God mij wel? Hoort Hij mij wel? Kunt u gebedsverhoringen zo achter elkaar opnoemen?
De discipelen moeten - Jezus dwong hen te gaan. Hij moet ze als het ware het bootje induwen. Dat wilden ze vast niet. Ze wisten als vissers ook van de onberekenbaarheid van het meer en dan zonder de Heere, na alles wat ze hebben meegemaakt. Je kunt het gevoel hebben dat er van alles op je af komt en dat je het zelf moet doen. Wij worden ook gedwongen soms om het schip in te gaan, de levenszee op te varen. Ik zie dat beeld erin. Ons leven als een goddelijke roeping. We kunnen hier toch niet zitten, zo van: we zien wel wat er komt. Als je de sleutel van je auto niet omdraait was je hier niet gekomen. We moeten verder, roeien met de riemen die je hebt. Als het meer glad is, zien we het wel zitten. We zien wel waar het schip strandt. Maar als het avond wordt, dan dwingt Hij ze. In een rimpelloze zee, denken we niet na. Maar als het donker wordt…

Het onberekenbare meer van het geestelijke leven. Waarin zomaar een golf van aanvechting op je scheepje kan beuken, ziekte waardoor je helemaal overrompeld wordt. We moeten leren leven door het geloof en niet door het aanschouwen. We zouden Jezus graag altijd tastbaar bij ons hebben. Dat gebeurt niet altijd. Als je naar bed moet, kinderen: Je wilt niet en verzint wat om je papa of mama erbij te houden. Maar ze gaan toch naar beneden ‘ik ben er en ga niet weg’. Dan moet je de kunst leren om te vertrouwen dat ze ook echt beneden blijven en niet wegsluipen als jij slaapt.

Jezus wil hen leren dat Hij, niet aan boord, net zoveel voor hen kan betekenen als Hij wel aan boord is. Eerder was Hij wel aan boord. Toen stilde Hij de storm pas toen ze Hem wakker maakten. Hier doet Hij het later om ze te leren het met het geloof te doen. Je zult maar één en al zorg hebben in je gezin of huwelijk of met je hypotheek. Je voelt, ik word meegezogen, ik hou het niet vol. Helpt bidden dan? U bidt toch wel? Is het een hartekreet, een belijdenis, de taal van je leven, waar mee je je op God werpt? Zelfs als je alleen, schijnbaar alleen dat meer moet opvaren. Het beeld van angst en verlatenheid.
Hoe gaat dat dan? Moeten onze handen dan niet uit de mouwen, roeien! Maar wat dan als je het dan nog niet redt? Als de wind je tegen is. In deze geschiedenis komt de Heere Jezus naar het scheepje toe. Hij laat Zijn kinderen niet alleen, maar er is iets veel belangrijkers. Basisvertrouwen.

Jezus was op de berg geklommen en HIJ bidt. Dat is het. Je moet bidden en vertrouwen zeggen we zo vaak. Dat mag ook, maar het begint ermee dat Jezus voor u en voor jullie bidt. Je mag weten dat dit er bij hoort. En dat is het belangrijkste. Petrus wandelt op het water en Jezus komt naar Hem toe. Maar dit is het belangrijkste. Als de discipelen dat hadden geweten, hadden ze de golven niet zo gevreesd. Hij laat ze niet los, ondanks de golven. Roep God er bij, natuurlijk, maar als je niet meer kunt bidden – de golven zo hoog – of zo ver bij God vandaan, je wilt niet meer bidden.. Jezus is boven op die berg en Hij bidt daar.

Wat een rijke troost en grote bemoediging. Natuurlijk, we moeten verder. Als we niet varen kom je niet aan de overkant. Hij dwingt ons om van Hem af te varen. Hoe moet dat dan – als U niet mee optrekt, laat ons dan niet verder gaan maar het moet wel. We mogen verder, Hij is niet altijd voelbaar en ervaarbaar aan boord. Hij blijft wel eens achter. Hij is boven op de berg en verliest u niet uit het oog. ‘Ik ben beneden en als er echt wat is… mama is beneden’. Zo is Jezus boven.
Onze cultuur is één grote zucht naar ervaring, je kunt zo teleurgesteld worden omdat je niet altijd wat beleeft. Abraham leefde 13 jaar tussen twee beloften van de Heere, hij moest leren te leven uit het geloof. Zonder ervaarbare aanwezigheid is Jezus ook aan boord.

Christus is het die aan de rechterhand van de Vader voor ons bidt, zegt Paulus. Wat kan ons scheiden van de liefde van Christus? Ook geen zonde of problemen in je huwelijk. Niemand of niets scheidt ons van deze biddende Jezus, dat is zo rijk, geloven met je beide benen op de grond.

Geloof dat niet met deze vragen kan omgaan, breekt af als deze golven komen. Als je niet meer kunt bidden, of alleen kunt zuchten. Zie dan op Hem. Als de golven je bestrijden, waar is God op wie je vertrouwde, juist nu ik Hem zo nodig heb, dan ben je niet getroost met wat losse teksten. Zouden ze het niet hebben uitgeschreeuwd? God hoorde hen, Jezus zocht ze op. Maar als ze hadden geweten dat Jezus speciaal voor hen bad… Die omgang met Zijn Vader, daar had Hij zo naar verlangd. De golven folterden het scheepje, zoveel staat er in het Grieks.

Onderweg om uw taak, uw roeping uit te voeren – ik wil u verbinden met Jezus die voor u bidt: Hij bidt voor u. In Marcus 6:48 staat ook dat Hij hen ook zag. Als uw leven een roeping is, dan bent u verbonden aan deze biddende Jezus. Dan leef je niet voor jezelf, maar je leeft je leven als een roeping, onderweg naar die andere kant. De Heiland houdt je vast. Als je zomaar in het scheepje stapt en ronddobbert, mis je die zekerheid en misschien bid je ook nog wel en roep je tegen anderen: je moet vertrouwen hoor! Wat dan als het stormt? God stelt je vertrouwen op de proef en je moet wel eens alleen op pad. Iedereen krijgt een storm in zijn leven te verduren, hoeveel mensen zuchten er niet stil of ook in het openbaar, misschien zie je het nu ook niet. Wanneer je je weg gaat door het leven, dan zit je vast aan deze biddende Jezus.

Dan kan er nog steeds van alles gebeuren, een christen kan ook ontslagen worden, ook gelovige gezinnen kennen problemen. Ruwe wateren ook voor hen, maar ruwe stormen mogen woeden, mij geleidt des Heeren hand.

Mijn God, Mijn Vader. Hij zal me voorzien van al het nodige. En, al het kwaad zal Hij mij ten beste doen keren, dat hebben we alleen aan het bidden van de Heere Jezus te danken. Dacht u dat uw strijd voor Hem verborgen is? Ik heb voor u gebeden, terwijl de golven het scheepje bedekten. Ik bid nog voor je. Terwijl de verleiding aan je zuigt. Deze veiligheidslijn zit vast – de duivel kan hem niet lospeuteren. Zelfs in de nacht kunnen we zingen, het scheepje van de kerk, ons land, Hij laat niet varen de werken Zijner handen.
Ik zal in dit vertrouwen leven, de Heere ZAL uitkomst geven. We weten niet wat Jezus precies bidt, dat intieme is voor ons te verborgen, we moeten het niet willen invullen. De woorden zijn hier niet belangrijk – Hij bidt alleen. Hij zoekt de verborgen omgang. Ook Jezus heeft een roeping te volbrengen.

Jezus' bidden staat in verband met Zijn lijdensweg, we lezen van het alleen bidden alleen nog in Gethsemane. Hij is verworpen in Nazareth, de wegbereider is vermoord. Dat waren golven op Zijn levensschip, wat dacht u? Hij trekt zich niet voor niets terug. Hij is niet onbewogen onder deze dingen. Hij is bewogen met de mensen om Hem heen. Hoe intens moet Zijn lijden niet zijn geweest, alle stormen van deze wereld hebben ook in Zijn hart gestormd. Mede lijden met Zijn schapen.

Wij hebben misschien te doen met de menigte en de discipelen, maar al die nood komt samen in het hart van Jezus, biddend en strijdend. Zoals Mozes op de berg, maar hij had een Aaron en Hur. Jezus is alleen, intenser kan Zijn nood niet zijn, alleen Getshemane nog. Daar wordt Hij in de steek gelaten, ze slapen. Maar gelukkig hangt het niet van uw en mijn bidden af of van mijn geloof, als u me goed begrijpt. Dat ik mij maar vasthaak. Maar Hij haakt de veiligheidslijn aan mij vast en daarom ben ik eeuwig zeker, Hij bidt voor mij.

De Meester gaat lijden voor hen en zonder hen. Dat is het Evangelie. Jezus blijft alleen achter. Wat Hij bidt, weten we niet, Hij bidt in elk geval altijd of God de Vader met de Zijnen wil zijn.

Aan het kruis kennen we nog een gebed, - Vader vergeef het hun. Hij bidt voor mensen die nog niet vast zitten. Alle storm heeft in Zijn leven gestormd, denk dan eens aan al je twijfel, je ziekte, je pijn. Maar Hij hield het vol. Vader, Ik bid voor hen, dat is een troost gemeente, die we door het geloof mogen ontvangen, de veiligheidslijn die Jezus aan u heeft vastgehaakt.

Niemand van hen, die aan Hem vastgehaakt zijn, zullen verloren gaan. Als het een spelevaartje is, zul je zonder de Zaligmaker omkomen.
Paulus zingt het voor: ik ben ervan verzekerd dat niets en niemand mij kan scheiden van de liefde van Christus. Dat zal verhoord worden OMDAT Jezus het heeft voorgebeden, Hij is een met Zijn Vader, Hij draagt alles aan Hem op. Ze zullen niet verloren gaan in de golven van Gods toorn.

Hij is in de hemel aan de rechterhand van God en Hij bidt, Hij alleen.

Edit