Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-08-16 10:00:00 ds. H. Penning (em. te Langerak)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 11:25 Joh 11:1-27 2009-08-16.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.3Mb)
2009-08-16C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.3Mb)
2009-08-16T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat kunnen er van de ene op de andere dag grote zorgen opkomen. Zo ook bij Maria en Martha. Jezus vernachtte daar vaak. Ze hadden Jezus lief. Op een dag werd hun broer Lazarus ziek. Ze laten het Jezus weten, in de hoop dat Hij spoedig – ter genezing- zou komen.. Jezus verbleef op dat moment in het Overjordaanse. Op afstand van Jeruzalem wegens gevaar.
Jezus krijgt daar de boodschap van de zusters: ‘Jezus, die U liefheeft is ziek’.
Jezus maakt geen haast. Toch schrijft Johannes dat Hij hen liefheeft. Hij heeft met het ziek zijn en sterven van Lazarus een bedoeling.
En asl Hij uiteindelijk toch gaat, hebben de discipelen daar moeite mee. (vs8).
‘Opdat jullie geloven’ zegt Jezus, als Hij de discipelen laat weten dat Lazarus al gestorven is.
Als ze aankomen in Bethanie blijkt Lazarus al 4 dagen in het graf te liggen. Ze komen aan in de rouwtijd (7 dagen). Velen zijn op bezoek bij Martha en Maria. Zittend op de grond, naar oud gebruik.
Als Martha hoort dat Jezus eris staat ze op: ‘Heere als U hier geweest was, was Lazarus niet gestorven’. Alsof Hij alleen kan genezen als Hij lichamelijk aanwezig is…
‘Uw broeder zal opstaan enz.’(Vs 24). Martha begrijpt het niet en richt zich op de toekomst.
Dan komt er een wending in het gesprek: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven’ zegt Jezus.
Als u worstelt met vragen over dood en eeuwigheid hebt u hier een antwoord!
De dood staat in verband met de duivel (Hebr. 2)
Door Zijn dood en opstanding zal Jezus definitief afrekenen met de duivel.
Voor allen die zich –voor tijd en eeuwigheid- aan Hem hebben toevertrouwd.

De bijbel spreekt over de dood in drieërlei zin: lichamelijk, geestelijk, eeuwig.
Vanuit de Paradijszonde zijn wij allen aan de geestelijke dood onderworpen. Col. 2:13. Wij dienen ons dus aan Christus toe te vertrouwen: dat is het geloof in de Heere Jezus. Wie in Hem is, zal leven, al is hij ook gestorven.
En hij gaat volgen, in een nieuwe gehoorzaamheid.
Calvijn: beginnen geestelijk te leven, als wij in Jezus beginnen te geloven. Het geloof is de geestelijke opstanding van de ziel.
Als Paulus hier over schrijft zegt hij: Ik leef niet meer maar Christus leeft in mij.
En hij beweegt de mensen tot dit geloof (2Cor.5) Daar is de H. Geest voor nodig: Die is het Die het het geloof in het hart werkt. Hij heeft Zich gebonden aan de verkondiging van het Evangelie. En ons gebed is: Heere, geef wat ge beveelt. Dan zullen wij het geloven. Ook biddend pleiten op Zijn belofte: ‘Wie tot Mij komt zal ik geenszins uitwerpen’.
De H. Geest is net als het bloed van Christus toegezegd. (Vr. 74 H. Cat)
Een ieder die leeft, en gelooft zal niet sterven in der eeuwigheid (vs. 26)
Dan wordt de lichamelijke dood een ontslapen. En wordt het lichaam gezaaid in de akker tot de dag van de wederkomst.
Geloof je dat, Martha?
U?
Ja Heere, zegt Martha. U bent de Christus de Zoon van God.
Zie niet op uzelf.
Martha klampt zich vast aan Christus.
Wij mogen veel meer weten dan Martha toen.
Toch, als het gaat om het geloof, kan ons veel ontgaan. Maar klamp u toch vast aan Hem. Dan mag u geloven, vermaand en verzekerd, dat u deel hebt aan Hem.
Zijn opstanding en Zijn leven!
En u gaat de drieënige God daar de eer van geven!

Edit